5-273COM | 5-273COM |
Mevrouw Cindy Franssen (CD&V). - Na kanker opnieuw aan de slag gaan is voor vele patiënten belangrijk, maar niet altijd even evident. In haar campagne `Werken na kanker' van vorig jaar vroeg de Vlaamse Liga tegen kanker aandacht voor de verschillende knelpunten op dit gebied. Ze wilde de problemen inzake werkhervatting in kaart brengen.
Uit reacties op de campagne bleek dat het systeem van toegelaten arbeid, dat mensen die arbeidsongeschikt zijn de mogelijkheid geeft het werk deeltijds te hervatten en toch een deel van de ziekte-uitkering te behouden, om twee redenen gebrekkig functioneert.
Ten eerste is het te weinig flexibel. Patiënten die bijvoorbeeld meer dan halftijds willen werken en de rest van de tijd in ziekteverlof willen blijven, krijgen daarvoor van sommige adviserend geneesheren geen toestemming. Vanuit een voltijds uurrooster is het bovendien niet mogelijk de werktijd geleidelijk af te bouwen. Als voltijds werken te zwaar blijkt te zijn, wat niet altijd meteen duidelijk is, kan men niet meer terug naar het systeem van de toegelaten arbeid.
Ten tweede is het systeem erg complex en hebben patiënten onvoldoende informatie over de gevolgen van toegelaten arbeid op hun sociale rechten. Ook hier een concreet voorbeeld. Als iemand zijn werk toch nog niet aankan en terug moet naar volledige arbeidsongeschiktheid, hoe zit het dan met de ziekte-uitkering? Hoe worden de vakantiedagen berekend als men in het systeem van toegelaten arbeid stapt? Door deze onduidelijkheden durven mensen vaak de stap niet te zetten. Het systeem vormt dus een inactiviteitsval, ook al is het psychologisch bijzonder belangrijk dat men opnieuw aan het werk kan, ook al is men niet volledig genezen verklaard.
De Vlaamse Liga tegen kanker formuleerde vorig jaar verschillende beleidsvoorstellen. Specifiek in verband met de toegelaten arbeid stelde de Liga het plan `Back to work' voor. Het houdt een administratieve vereenvoudiging in en betere voorwaarden voor de toegelaten arbeid, een informatiecampagne om werkgevers en werknemers bewust te maken van de mogelijkheden van toegelaten arbeid en maatregelen die het voor chronisch zieken mogelijk maken om vlot af te wisselen tussen periodes van werken en periodes van ziekteverlof.
Begin dit jaar heb ik deze vraag ook al aan minister van Werk gesteld. Ze wilde maatregelen nemen om aan de voorstellen van de liga tegemoet te komen. Zo gaf de minister aan dat de geneeskunde en de technieken zozeer zijn geëvolueerd dat werken tijdens een behandeling in bepaalde gevallen mogelijk is. Door de medische vooruitgang wordt kanker ook meer en meer een chronische ziekte. De minister wil de regelgeving daaraan aanpassen en samen met de staatssecretaris naar oplossingen zoeken.
Ons hele systeem van tewerkstelling, vervangingsinkomens en gezondheidszorg is nu sterk afgestemd op acute ziekten. Mensen moeten zo snel mogelijk opnieuw actief worden op de arbeidsmarkt. Vele ziekten evolueren echter meer en meer naar een chronische ziekte en daar heeft ons huidige systeem nog geen volledig antwoord op. We moeten dan ook zowel ons gezondheids- als ons tewerkstellingssysteem op deze evolutie afstemmen.
Wat heeft de staatssecretaris intussen met het voorstel van de Vlaamse Liga tegen Kanker gedaan? Welke maatregelen plant hij nog in dit verband?
Op welke manier zal de staatssecretaris, in samenwerking met de minister van Werk, uitzoeken hoe ons systeem van tewerkstelling en gezondheidszorg kan worden aangepast aan de steeds groter wordende groep van chronisch zieken? Hoever staat het overleg met de minister van Werk over het aanpassen van de regelgeving? Zijn er reeds oplossingen gevonden? Zo ja, welke?
De heer Philippe Courard, staatssecretaris voor Sociale Zaken, Gezinnen en Personen met een handicap, belast met Beroepsrisico's, en voor Wetenschapsbeleid. - Aangezien het project `Back to work' voor de regering een prioriteit vormt, neemt ze stelselmatig nieuwe initiatieven om de patiënten die als arbeidsongeschikt erkend zijn, te stimuleren om naar de arbeidsmarkt terug te keren.
In dit kader kwam er een wetswijziging zodat patiënten niet langer vooraf de toestemming van de adviserend geneesheer moeten vragen om tijdens een periode van arbeidsongeschiktheid het werk, al dan niet gedeeltelijk, te hervatten. Deze wijziging is sinds 12 april 2013 van kracht. Dat leverde een soepeler procedure o: de betrokkene moet alleen nog met een uniek formulier ten laatste op de eerste werkdag die aan de hervatting voorafgaat, de werkhervatting aan het ziekenfonds meedelen en dan pas toestemming aan de adviserend geneesheer moet vragen. Zodra de aangifte en de aanvraag zijn ingediend, mag de gerechtigde dus het werk hervatten.
De regering heeft ook beslist in samenwerking met de vertegenwoordigers van de werknemers en de werkgevers een sensibiliseringscampagne over de geleidelijke werkhervatting op touw te zetten. Voor de verzekerden werd een informatiebrochure gemaakt, die op de website van het RIZIV beschikbaar is. Daarnaast is er ook een brochure die de werkgevers sensibiliseert en informeert over het systeem van de geleidelijke werkhervatting.
De gerechtigde die een toegelaten activiteit uitoefent, zal in beperkte mate zijn beroepsinkomen uit die activiteit kunnen cumuleren met de ongeschiktheidsuitkeringen. Het in werkdagen gewaardeerde beroepsinkomen uit de toegelaten activiteit zal in mindering worden gebracht op de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.
In de Technisch Medische Raad van de dienst Uitkeringen van het RIZIV werd een werkgroep opgericht die voorstellen van re-integratietrajecten heeft geformuleerd voor verzekerden met een bijzondere gezondheidstoestand, zoals kankerpatiënten. Het verloop van deze ziekte kent verschillende fasen: de fase van diagnose en behandeling, de remissiefase en de fase van genezing. Tijdens de behandeling zijn deze patiënten niet altijd in staat om te werken. De werkgroep heeft daarom voorstellen geformuleerd om rekening te houden met de verschillende fasen van de ziekte en om de terugkeer naar de arbeidsmarkt te vereenvoudigen, indien de gezondheidstoestand van de patiënten een terugkeer mogelijk maakt.
Deze voorstellen werden besproken op het Beheerscomité van de uitkeringsverzekering voor loontrekkenden van het RIZIV. Momenteel maken ze het voorwerp uit van een overleg tussen de minister van Werk en mijzelf waarin we de algemene aanpak en de weerslag van de voorstellen op arbeidsrechtelijk vlak bespreken.
Mevrouw Cindy Franssen (CD&V). - Ik dank de staatssecretaris voor dit positieve antwoord. Er is al goed werk verricht, vooral op het gebied van meer soepele procedures voor werkhervatting.
Ik dring er echter op aan ook iets te doen met de aanbevelingen die de werkgroep deed in geval van recidive. Dat is belangrijk voor mensen die grotendeels aan het werk zijn, terwijl ze ook een beperkte ziekte-uitkering genieten, maar die vaststellen dat het werk toch te zwaar is. Ook op dat vlak moeten we een tandje bijsteken, want uiteindelijk zijn het communicerende vaten. Voor wie een bepaalde periode opnieuw minder moet gaan werken, omdat hij het fysiek of mentaal niet aankan, moet er een systeem zijn dat het verlies aan inkomen sneller opvangt door de ziekte-uitkering opnieuw te verhogen. Iedereen zo snel mogelijk terug naar de arbeidsmarkt, daarvoor zijn de maatregelen genomen, maar ook de omgekeerde weg moet op een meer flexibele manier mogelijk zijn. Dat is trouwens niet alleen voor kankerpatiënten belangrijk, maar ook voor heel wat andere chronisch zieken.