5-1570/2

5-1570/2

Belgische Senaat

ZITTING 2011-2012

15 MEI 2012


Voorstel van bijzondere wet tot wijziging van de kieswetgeving ter versterking van de democratie en de politieke geloofwaardigheid


ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE Nrs. 51.221/AV EN 51.222/AV VAN 2 MEI 2012


De Raad van State, algemene vergadering van de afdeling Wetgeving, op 5 april 2012 door de Voorzitster van de Senaat verzocht haar, binnen een termijn van dertig dagen verlengd tot vijfenveertig dagen (1) , van advies te dienen over :

— een voorstel van bijzondere wet « tot wijziging van de kieswetgeving ter versterking van de democratie en de politieke geloofwaardigheid » (Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. 5-1570/1);

— een wetsvoorstel « tot wijziging van de kieswetgeving ter versterking van de democratie en de politieke geloofwaardigheid » (Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. 5-1571/1);

heeft het volgende advies gegeven :

1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond (2) , alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan.

Daarnaast bevat dit advies ook opmerkingen over andere punten. Daaruit mag echter niet worden afgeleid dat de afdeling wetgeving binnen de haar toegemeten termijn een exhaustief onderzoek van de voorstellen heeft kunnen verrichten.

STREKKING VAN DE VOORSTELLEN

2. De om advies voorgelegde voorstellen strekken ertoe, enerzijds, voor het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, het Vlaams Parlement en het Waals Parlement (voorstel van bijzondere wet), en, anderzijds, voor het Europees Parlement, de Kamer van volksvertegenwoordigers en het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap (wetsvoorstel) in een volgende regeling te voorzien :

— het verbod op het gelijktijdig kandideren bij verkiezingen voor mandaten die onverenigbaar zijn;

— het ontslag van rechtswege uit een verkozen mandaat in geval de mandataris effectief verkozen wordt als lid van een andere parlementaire vergadering, wanneer deze mandaten onverenigbaar zijn;

— het verbod om op eenzelfde lijst gelijktijdig kandidaat te zijn voor een effectief mandaat en een mandaat als opvolger.

Te dien einde wordt met deze voorstellen beoogd wijzigingen aan te brengen in het Kieswetboek, de bijzondere wet van 8 augustus 1980 « tot hervorming der instellingen », de bijzondere wet van 12 januari 1989 « met betrekking tot de Brusselse instellingen », de wet van 31 december 1983 « tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap », de wet van 23 maart 1989 « betreffende de verkiezing van het Europees Parlement » en de wet van 6 juli 1990 « tot regeling van de wijze waarop het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap wordt verkozen ».

De respectieve aan te nemen wetten zouden in werking treden op 1 januari 2014 en voor de eerste keer van toepassing zijn op de verkiezingen voor het Europees Parlement die volgen op de bekendmaking van deze wetten in het Belgisch Staatsblad, evenals op de andere verkiezingen die gelijktijdig worden georganiseerd.

Zoals in de toelichting bij het wetsvoorstel wordt opgemerkt, blijven de huidige bepalingen van het Kieswetboek die betrekking hebben op de verkiezingen voor de Senaat verder van toepassing. Zij zullen worden gewijzigd op het ogenblik van de hervorming van de Senaat (3) .

ALGEMENE OPMERKING

3. In de toelichting bij beide voorstellen wordt telkens erop gewezen dat « deze voorstellen passen in de logica van de wetsvoorstellen en de voorstellen van bijzondere wet die eerder werden ingediend in de Kamer van volksvertegenwoordigers en in de Senaat (5-434; 5-435; 5-864; 5-865; 5-866; 5-875) en waarover de Raad van State al op 14 juni 2011 adviezen heeft verleend (nrs. 49.440/2/VR tot 49.443/2/VR, nrs. 49.444/2/VR tot 49.445/2/VR, nr. 49.446/2/VR en nrs. 49.447/2/VR tot 49.450/2/VR) » (4) .

Gelet hierop en binnen de korte tijd die hem voor zijn advies is gelaten, heeft de Raad van State, afdeling Wetgeving, wat de om advies voorgelegde voorstellen betreft, geen extensief onderzoek meer gewijd aan de in die voormelde adviezen uitgewerkte beginselen. Er wordt dan ook verwezen naar deze adviezen.

BIJZONDERE OPMERKINGEN

Voorstel van bijzondere wet « tot wijziging van de kieswetgeving ter versterking van de democratie en de politieke geloofwaardigheid » (Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. 5-1570/1)

Artikel 3

4.1. Volgens het voorgestelde artikel 24ter, eerste lid, van de voormelde bijzondere wet van 8 augustus 1980 verliest het lid van het Vlaams Parlement of van het Waals Parlement van rechtswege zijn hoedanigheid van lid van dat Parlement wanneer hij zich kandidaat heeft gesteld bij een verkiezing voor de Kamer van volksvertegenwoordigers of het Europees Parlement en hij daar als effectief lid is verkozen. De hoedanigheid van lid respectievelijk van het Vlaams Parlement of van het Waals Parlement gaat teloor op de dag van de geldigverklaring van het nieuwe effectieve mandaat.

Een identieke regel is vervat in het voorgestelde artikel 24ter, tweede en derde lid, wat betreft het lid van het Vlaams Parlement dat zich kandidaat heeft gesteld bij de verkiezing voor het Brussels Hoofdstedelijk Parlement of voor het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap, dat daar als effectief lid verkozen wordt en wiens mandaat geldig wordt verklaard.

4.2. Er dient in dat verband echter te worden opgemerkt dat artikel 117, tweede lid, van de Grondwet bepaalt dat, tenzij een wet, aangenomen met de meerderheid bepaald in artikel 4, laatste lid, er anders over beschikt, de verkiezingen voor de gemeenschaps- en gewestparlementen plaatsvinden op dezelfde dag, welke samenvalt met die van de verkiezingen voor het Europees Parlement.

Zolang geen gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om deze verkiezingen niet langer te laten samenvallen, lijkt het voorgestelde artikel 24ter, eerste lid, weinig zinvol wat betreft de verkiezingen voor het Europees Parlement.

4.3. Het voorgestelde artikel 24ter, derde lid, kan, door de gecombineerde werking van artikel 24bis, § 1, van de voormelde bijzondere wet van 8 augustus 1980 en van artikel 5 van de voormelde wet van 6 juli 1990, geen toepassing vinden. In artikel 24bis, § 1, van de voormelde bijzondere wet van 8 augustus 1980 worden immers de voorwaarden bepaald die men moet vervullen om tot lid van het Vlaams Parlement te kunnen worden gekozen. Een van die voorwaarden bestaat erin zijn woonplaats te hebben in een gemeente van het grondgebied van het Vlaams Gewest en in overeenstemming daarmee ingeschreven te zijn in de bevolkingsregisters van die gemeente. Als een kandidaat aan die voorwaarde voldoet, is het hem uit de aard der zaak onmogelijk tegelijk te voldoen aan een van de voorwaarden gesteld in artikel 5, § 1, 3º, van de voormelde wet van 6 juli 1990, namelijk ingeschreven te zijn in het bevolkingsregister van een gemeente van het Duitse taalgebied en dus daar zijn woonplaats te hebben.

Het voorgestelde artikel 24ter, derde lid, is dus overbodig en dient dan ook weggelaten te worden.

Artikel 4

5. De Nederlandse tekst van het voorgestelde artikel 28bis, § 2, vijfde lid, van de voormelde bijzondere wet van 8 augustus 1980 dient te worden afgestemd op de Franse tekst ervan. In het eerste zinsdeel van de Nederlandse tekst dient het woord « tegelijk » bijgevolg te worden geschrapt.

Artikel 5

6.1. De Nederlandse tekst van het voorgestelde artikel 12bis, eerste lid, van de voormelde bijzondere wet van 12 januari 1989 luidt als volgt :

« Het lid van het (Brussels Hoofdstedelijk) Parlement dat zich kandidaat stelt bij de verkiezing voor de Kamer van volksvertegenwoordigers, het Vlaams Parlement, het Waalse Parlement of het Europese Parlement, en dat als effectief lid verkozen wordt, verliest van rechtswege zijn hoedanigheid van lid van het Parlement op de dag van de geldigverklaring van het nieuwe effectieve mandaat. »

In de Franse tekst van dit lid ontbreekt het Waals Parlement in deze opsomming.

6.2. Er dient in dat verband echter te worden opgemerkt dat artikel 117, tweede lid, van de Grondwet bepaalt dat, tenzij een wet, aangenomen met de meerderheid bepaald in artikel 4, laatste lid, er anders over beschikt, de verkiezingen voor de gemeenschaps- en gewestparlementen plaatsvinden op dezelfde dag, welke samenvalt met die van de verkiezingen voor het Europees Parlement.

Zolang geen gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om deze verkiezingen niet langer te laten samenvallen, lijkt het voorgestelde artikel 12bis, eerste lid, weinig zinvol wat betreft de verkiezingen voor het Vlaams Parlement, (het Waals Parlement) en het Europees Parlement.

6.3. Wat de woorden « het Waals[e] Parlement » betreft, die alleen in de Nederlandse tekst voorkomen, dient voorts te worden opgemerkt dat het voor iemand die zich kandidaat heeft gesteld zowel voor de verkiezingen voor het Waals Parlement als voor de verkiezingen voor het Brussel Hoofdstedelijk Parlement, feitelijk onmogelijk is om op hetzelfde ogenblik zijn woonplaats te hebben in een gemeente van het Waals Gewest, overeenkomstig artikel 24bis, § 1, eerste lid, 4º, b), van de voormelde bijzondere wet van 8 augustus 1980, en, met toepassing van artikel 12, § 1, eerste lid, 4º, van de voormelde bijzondere wet van 12 januari 1989, in een gemeente van het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

In de Nederlandse tekst dienen de woorden « , het Waals[e] Parlement » dan ook te worden geschrapt.

Artikel 6

7. De Nederlandse tekst van het voorgestelde artikel 17, § 4, derde lid, van de voormelde bijzondere wet van 12 januari 1989 luidt als volgt :

« Niemand mag zich kandidaat stellen voor de verkiezingen van het (Brussels Hoofdstedelijk)Parlement als hij tegelijk kandidaat is voor de verkiezingen voor de Kamer van volksvertegenwoordigers, het Vlaams Parlement, het Waalse Parlement of het Europese Parlement, wanneer deze verkiezingen op dezelfde dag plaatsvinden. »

In de Franse tekst van dit lid ontbreekt het Waals Parlement in deze opsomming.

Zoals opgemerkt is in verband met de Nederlandse tekst van het voorgestelde artikel 12bis van de voormelde bijzondere wet van 12 januari 1989, kunnen de woonplaatsvereisten gesteld in respectievelijk artikel 24bis, § 1, eerste lid, 4º, b) van de voormelde bijzondere wet van 8 augustus 1980 en in artikel 12, § 1, eerste lid, 4º, van de voormelde bijzondere wet van 12 januari 1989 niet tegelijk vervuld zijn zodat niemand tegelijk kandidaat kan zijn voor de verkiezingen voor het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en voor de verkiezingen voor het Waals Parlement.

In de Nederlandse tekst dienen de woorden « , het Waals[e] Parlement » dan ook te worden geschrapt.

Wetsvoorstel « tot wijziging van de kieswetgeving ter versterking van de democratie en de politieke geloofwaardigheid » (Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. 5-1571/1)

Artikel 3

8. Artikel 3, 2º, van het wetsvoorstel strekt tot de opheffing van artikel 233, § 1, tweede lid, tweede zin, van het Kieswetboek, naar luid waarvan « de gecoöpteerde senator die door opvolging een mandaat van een volksvertegenwoordiger verkrijgt [...], zijn hoedanigheid [verliest] als senator zodra hij de eed aflegt in de Kamer ».

Volgens de toelichting bij dit wetsvoorstel (5) kan deze opheffing worden doorgevoerd nu de hypothese dat de gecoöpteerde senator door opvolging kamerlid wordt, wordt geregeld door de voorgestelde regeling. Het is echter niet duidelijk in welke bepaling van het wetsvoorstel deze hypothese zou zijn geregeld.

Hierover om toelichting gevraagd, heeft de gemachtigde geantwoord dat « bij nazicht blijk dat het hele tweede lid van artikel 233, § 1, moet worden behouden ».

Met die zienswijze kan worden ingestemd. Bijgevolg dient artikel 3, 2º, van het wetsvoorstel te worden weggelaten.

9. Artikel 3, 3º, van het wetsvoorstel strekt ertoe artikel 233, § 2, tweede lid, van het Kieswetboek te vervangen door bepalingen die in het verlies van rechtswege van de hoedanigheid van volksvertegenwoordiger voorzien voor de volksvertegenwoordiger die zich kandidaat heeft gesteld bij de verkiezing voor het Vlaams Parlement, het Waals Parlement, het Brusselse Hoofdstedelijke Parlement, het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap of het Europees Parlement en die verkozen wordt als effectieve kandidaat of die ophield zitting te hebben ten gevolge van zijn benoeming tot minister of staatssecretaris van de federale regering of zijn verkiezing tot minister of staatssecretaris van een gemeenschaps- of gewestregering.

Om toelichting gevraagd betreffende de gevolgen van deze vervanging, heeft de gemachtigde verklaard dat « bij nazicht van de voorgestelde tekst, [...] het echter wel zo [lijkt] te zijn dat de gehele § 2 van artikel 233 (en niet enkel het tweede lid) dient te worden vervangen door de voorgestelde regeling (artikel 3, 3º, van het wetsvoorstel) ».

Met dit voorstel kan slechts worden ingestemd in zoverre het eerste lid van artikel 233, § 2, van het Kieswetboek betrekking heeft op de volksvertegenwoordigers, maar niet in zoverre dat lid betrekking heeft op de rechtstreeks verkozen senatoren of gecoöpteerde senatoren. Zoals in de toelichting bij het wetsvoorstel wordt opgemerkt, blijven de huidige bepalingen van het Kieswetboek die betrekking hebben op de verkiezingen voor de Senaat verder van toepassing. Zij zullen maar worden gewijzigd op het ogenblik van de hervorming van de Senaat.

Bijgevolg dient de reikwijdte van de voorgestelde vervanging van artikel 233, § 2, te worden beperkt tot de verkiezing voor de Kamer van volksvertegenwoordigers (6) .

Artikel 6

10. Luidens het voorgestelde artikel 42bis, eerste lid, van de voornoemde wet van 23 maart 1989 verliest het lid van het Europees Parlement dat zich kandidaat heeft gesteld bij de verkiezing voor de Kamer van volksvertegenwoordigers, het Vlaams Parlement, het Waals Parlement of het Brusselse Hoofdstedelijke Parlement en dat als effectief lid wordt verkozen, van rechtswege zijn hoedanigheid van lid van het Europees Parlement op de dag van de geldigverklaring van zijn nieuwe effectieve mandaat.

Er dient in dat verband echter te worden opgemerkt dat artikel 117, tweede lid, van de Grondwet bepaalt dat, tenzij een wet, aangenomen met de meerderheid bepaald in artikel 4, laatste lid, er anders over beschikt, de verkiezingen voor de gemeenschaps- en gewestparlementen plaatsvinden op dezelfde dag, welke samenvalt met die van de verkiezingen voor het Europees Parlement.

Zolang geen gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om deze verkiezingen niet langer te laten samenvallen, lijkt het voorgestelde artikel 42bis, eerste lid, weinig zinvol, wat betreft de verkiezingen voor het Vlaams Parlement, het Waals Parlement en het Brusselse Hoofdstedelijke Parlement.

De algemene vergadering van de afdeling Wetgeving was samengesteld uit :

De heer R. ANDERSEN, eerste voorzitter van de Raad van State.

De heren M. VAN DAMME, Y. KREINS, P. LEMMENS en P. LIÉNARDY, kamervoorzitters.

De heren J. BAERT, J. SMETS, P. VANDERNOOT, J. JAUMOTTE, mevrouw M. BAGUET, de heren B. SEUTIN EN W. VAN VAERENBERGH, staatsraden.

De heren J. VELAERS, M. RIGAUX, L. DENYS, Y. DE CORDT, S. VAN DROOGHENBROECK en Chr. BEHRENDT, assessoren van de afdeling Wetgeving.

Mevrouw D. LANGBEEN, hoofdgriffier.

De verslagen werden uitgebracht door de heren W. PAS, eerste auditeur en R. WIMMER, auditeur.

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht van mevrouw M. BAGUET.

De hoofdgriffier, De eerste voorzitter,
D. LANGBEEN. R. ANDERSEN.

(1) Deze verlenging vloeit voort uit artikel 84, § 1, 1o, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State waarin wordt bepaald dat de termijn van dertig dagen verlengd wordt tot vijfenveertig dagen in het geval waarin het advies gegeven wordt door de algemene vergadering met toepassing van artikel 85.

(2) Aangezien het om een voorstel van bijzondere wet en een wetvoorstel gaat, wordt onder « rechtsgrond » de overeenstemming met hogere rechtsnormen verstaan.

(3) Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. 5-1571/1, p. 2.

(4) Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. 5-1570/1, p. 2 en nr. 5-1571/1, p. 2.

(5) Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. 5-1571/1, p. 7.

(6) Cfr. advies 51.214/AV van heden over een wetsvoorstel « houdende verscheidene wijzigingen van het Kieswetboek en van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement voor de verkiezingen van de Kamer van volksvertegenwoordigers en van het Europese Parlement en tot wijziging van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken » (Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. 5-1560/1), opmerking 11.