5-1319/1

5-1319/1

Belgische Senaat

ZITTING 2011-2012

10 NOVEMBER 2011


Wetsvoorstel tot optimalisering van de taks op de beursverrichtingen

(Ingediend door de heer Jacky Morael en mevrouw Freya Piryns)


TOELICHTING


De financiële crisis heeft aangetoond dat financiële speculatie rampzalige gevolgen kan hebben. Jammer genoeg hebben niet alleen de speculanten zelf of hun tussenpersonen, zoals de heren Kerviel en Madoff, in de klappen gedeeld. In onze sterk verweven wereld is de hele samenleving en in het bijzonder de arbeidswereld hard getroffen door de financiële crisis, die is uitgedijd tot een economische en sociale crisis.

De Belgische financiële wereld is niet van die storm gespaard gebleven. Onbezonnen investeringen in buitenlandse toxische fondsen hebben de grootste banken en financiële instellingen van ons land op hun grondvesten doen daveren, met als gevolg dat de overheid doortastend moest ingrijpen. We kunnen dergelijke ontsporingen niet meer tolereren. Ze kosten de overheid immers handen vol geld en bovendien hebben ze een funeste weerslag op de reële economie.

De financiële crisis vloeit voort uit kortetermijnwinstbejag en speculatie met de zogenaamde subprimeleningen, waardoor de banken ettelijke miljarden euro zijn kwijtgespeeld. Omdat de banken de spaartegoeden van onze medeburgers in bewaring houden en zij een economische sleutelrol spelen bij de kredietverlening aan ondernemingen en particulieren, is de overheid in vele landen tussenbeide moeten komen om de systeembanken te redden. Dat heeft miljarden euro gekost — geld van de belastingbetaler dus, waardoor hún portefeuille er nog lichter op dreigt te worden en de overheidsschuld dreigt toe te nemen.

Door de combinatie van die dure reddingsoperaties en de vertragende economie, met onder andere een toename van de socialezekerheidsuitgaven tot gevolg, worden de diverse landen gedwongen een besparingsbeleid te voeren. Dat komt erop neer dat zij, ofwel hun ontvangsten opvoeren, ofwel hun uitgaven strikt onder controle houden, met inbegrip van de uitgaven ten behoeve van overheden die met schrijnende noden kampen, te weten de gemeenschappen (die bevoegd zijn voor onderwijs) en de gewesten (die eerstelijnsactoren zijn met het oog op de heroriëntatie van onze economie).

Hoewel de grote financiële groepen al dat onheil hebben veroorzaakt, wordt kennelijk niets ondernomen om komaf te maken met de schadelijke mechanismen die zij hebben gebruikt. Doordat alles bij het oude blijft, betalen de burgers dus het gelag.

In ons land financieren de werkenden de Staat en de sociale zekerheid, waardoor alle burgers voldoende bestaansmiddelen hebben. De speculanten daarentegen strijken snelle en buitensporige winsten op, maar dragen amper bij tot het welzijn van de gemeenschap. Strikt economisch is die gang van zaken zowel oneerlijk als ongehoord.

In de ogen van de fractie Ecolo-Groen ! is het belangrijk de speculatieve mechanismen die zowel de reële economie als de samenleving schade toebrengen, aan te pakken, en er tegelijk over te waken dat de financiële inkomsten op een meer rechtvaardige wijze de hele bevolking ten goede komen. Daartoe wil dit wetsvoorstel bijdragen.

In België werd in juli 2004 een wetsontwerp aangenomen dat het principe van een Tobintaks verankert en dat erin voorziet normale omwisselingen van deviezen minimaal te belasten, terwijl louter speculatieve verrichtingen zwaarder worden belast. Die wet zal evenwel maar van kracht worden als ook de andere Lidstaten van de Europese Unie een gelijksoortig mechanisme in hun wetgeving opnemen.

Concrete akkoorden blijven dan wel uit, de geesten rijpen. Zo heeft de Duitse minister van Financiën bij de start van de Top van de G20 in Pittsburgh in september 2009 verklaard dat Duitsland eenzijdig een belasting op de financiële transacties zou invoeren mocht men het daarover wereldwijd niet eens raken. Eerder al had de Franse minister van Buitenlandse Zaken, Bernard Kouchner, gelijkluidende verklaringen afgelegd. Hoewel het de vraag blijft in hoeverre de betrokkenen oprecht zijn en daadwerkelijk vooruitgang willen boeken, gaat het om sterke signalen waar wij niet omheen kunnen. Ons land mag niet gewoon aan de zijlijn toekijken; het kan ook het pad effenen, zoals het in het verleden meermaals heeft gedaan, met name toen het in 2004 het beginsel van de Tobintaks heeft ingevoerd.

Volgens ons moet speculatie op alle mogelijke manieren worden aangepakt. Al wie lessen wil trekken uit de crisis, zal begrijpen dat een aangescherpte regulering van de financiële sector noodzakelijk is. Speculatie kan dan misschien niet helemaal worden gebannen, ze moet minstens worden begeleid en beheerst. In zijn standaardwerk uit 1936, « The General Theory of Employment, Interest and Money », wees John Maynard Keynes er al in niet mis te verstane bewoordingen op :

« Moreover, dangerous human proclivities can be canalised into comparatively harmless channels by the existence of opportunities for money-making and private wealth, which, if they cannot be satisfied in this way, may find their outlet in cruelty, the reckless pursuit of personal power and authority, and other forms of self-aggrandisement. It is better that a man should tyrannise over his bank balance than over his fellow-citizens; » (1) .

Zolang financiële speculatie (2) , in welke vorm ook, bestaat en tot een verregaande mentaliteitswijziging of een grondige aanpassing van de regels van het financiële spel noopt, moet volgens ons minstens worden gezocht naar de middelen om die verfoeilijke trend aan banden te leggen, zodat de gevolgen voor de samenleving beperkt blijven. Maar alle regels en flankerende maatregelen ten spijt, financiële speculatie zou hoe dan ook moeten worden belast, zodat de financiële sector evenredig bijdraagt aan de gemeenschappelijke inspanning.

Men hoeft niet van nul af aan te beginnen; het volstaat bepaalde regels aan te passen. In ons land wordt beursspeculatie al in beperkte mate belast via de zogeheten taks op de beursverrichtingen. Ingevolge de artikelen 120 en volgende van het Wetboek van diverse rechten en taksen worden de in België uitgevoerde beursverrichtingen, zo zij Belgische of buitenlandse openbare fondsen tot voorwerp hebben, onderworpen aan de taks op de beursverrichtingen (hieronder TBV genoemd). Die taks is verschuldigd op een aantal verrichtingen met het oog op de aankoop of verkoop van effecten. Afhankelijk van het effect bedraagt de TBV thans 0 à 0,5 %. Die taks wordt geheven bij zowel aankoop als verkoop. Het maximumbedrag van de taks is 500 euro dan wel 750 euro, naargelang het toepasselijke belastingtarief al dan niet lager is dan 0,5 %. De onderstaande tabel vermeldt het toepasselijke belastingtarief voor alle door de wet beoogde effecten.

Nature du titre. — Aard van het effect Achat/Souscription. — Aankoop/Instap Vente/Rachat. — Verkoop/Uitstap
Actions. — Aandelen 0,17 % 0,07 %
Certificats d'actions, d'obligations, etc., — Certificaten van aandelen, obligaties, enz..
Certificats belges. — Belgische certificaten 0,07 % 0,07 %
Certificats étrangers. — Buitenlandse certificaten 0,07 % 0,07 %
Sprinters 0,17 % 0,17 %
Turbo's 0,17 % 0,17 %
Speeders 0,17 % 0,17 %
Trackers 0,17 % 0,17 %
Certificats immobiliers. — Vastgoedcertificaten 0,17 % 0,17 %
VVPR-strips 0,17 % 0,17 %
Warrants 0,17 % 0,17 %
Obligations marché secondaire. — Obligaties secundaire markt 0,07 % 0,07 %
Obligations linéairers. — Lineaire obligaties (OLO's) 0 % 0 %
Bons d'État marché secondaire. — Staatsbons secundaire markt 0,07 % 0,07 %
Actions de sociétés d'investissement (BEVEK, SICAV). — Aandelen van beleggingsvennootschappen (BEVEK, SICAV)
Coté en Bourse.Beursgenoteerd
— Distribution. — Distributie 0,07 % 0,07 %
— Capitalisation. — Kapitalisatie 0,50 % 0,50 %
Non-coté en Bourse.Niet beursgenoteerd
— Distribution. — Distributie 0 % 0 %
— Capitalisation. — Kapitalisatie 0 % 0,50 %
Parts de fonds de placement. — Rechten van deelneming van beleggingsfondsen 0 % 0 %

Bron : BinckBank.

Volgens ons zijn de huidige belastingtarieven te laag, waardoor speculanten niet voldoende bijdragen aan de inkomsten van de Staat. In eerste instantie stellen wij voor op de meeste effecten het belastingtarief van 0,5 % toe te passen en daarbij de bestaande vrijstellingen te behouden, maar tegelijk het maximumbedrag per verrichting af te schaffen. De vrijstellingen dienen te worden behouden omdat zij dubbele belasting moeten voorkomen (beleggingsfondsen) of de openbare schuld mee moeten helpen financieren. Ter vergelijking : de instap- en transactiekosten bij sommige financiële producten lopen op tot 5 %; de jaarlijkse bewaarlonen en beheerskosten kunnen tot 3 % per jaar bedragen, en in sommige gevallen zijn uitstapkosten van 2 % mogelijk. Particuliere beleggers die dergelijke kosten aanvaarden omdat ze op lange termijn (tien jaar of langer) beleggen, zullen zich wellicht niet laten afschrikken door een beurstaks van amper 0,5 %.

Hoewel verschillende belastingtarieven nog te verantwoorden zouden zijn door de verschillende risicograad van elke belegging, vallen de maximumbedragen al veel minder te verantwoorden, in zoverre vooral de vermogende beleggers er profijt bij hebben. Dit wetsvoorstel viseert wel degelijk de beroepsspeculanten, die er niet voor terugschrikken in de loop van één dag meermaals een belangrijk volume effecten te verkopen of door te verkopen om zo snel geld binnen te rijven, ongeacht of zulks destabiliserende gevolgen heeft voor de markten en de betrokken economische operatoren. Met die tweevoudige maatregel beoogt dit wetsvoorstel financiële speculatie aan banden te leggen en nieuwe inkomsten voor de Staat aan te boren. Door de thans geldende maximumbedragen is, afhankelijk van het belastingtarief van 0,07 %, 0,17 % of 0,5 %, het bedrag boven respectievelijk 714 285 euro, 2940 117 euro of 150 000 euro vrijgesteld van belasting. Dat betekent dus dat het werkelijke takspercentage omgekeerd evenredig is met het bedrag dat met de verrichting gemoeid is. Voor een verrichting van 1 miljoen euro zal de taks immers maar 0,05 % of 0,075 % bedragen, naargelang het maximum 500 of 750 euro beloopt. Voor grotere verrichtingen ligt de taks wegens het maximum duidelijk lager dan het theoretisch takspercentage. Voor de in de marktenzalen werkzame traders lopen de verrichtingen evenwel heel vaak op tot verscheidene of zelfs tientallen miljoenen euro.

Momenteel moet die verhoging echter beperkt blijven om te voorkomen dat de verrichtingen zonder meer naar elders worden gedelokaliseerd. Dat zou het pijnpunt alleen maar verplaatsen, zonder het te verhelpen. Daarnaast is het de bedoeling te voorkomen dat al te veel nadeel wordt berokkend aan de burgers en de fondsen die « als goede huisvaders » investeren, en die er met andere woorden voor opteren tegelijkertijd behoedzame en duurzame beleggingskeuzes te maken. Net als de echte speculanten moeten zij louter op grond van de verrichte transacties taks betalen. Hun investeringstempo is echter veel redelijker, en conform het tempo van de reële economie; bijgevolg zal het bedrag van de taks echt heel redelijk blijven en hen niet ontmoedigen te investeren. Ook de ondernemingen hoeven niet te vrezen dat een zo lage taks ontradend zou werken voor ernstige investeerders.

Ter vergelijking : mocht het takspercentage op 0,5 % worden vastgelegd zonder dat een maximum geldt, dan zou België op gelijke hoogte komen met landen zoals het Verenigd Koninkrijk (waar de taks 0,5 % bedraagt) en Ierland (waar hij 1 % beloopt). Daarbij is het de bedoeling de taks op de beursverrichtingen op termijn op 0,5 % vast te leggen in alle Lidstaten van de Europese Unie.

Die, gelet op de financiële draagkracht van het publiek en de voormelde instellingen vrij bescheiden taks, zou, bij voor het overige gelijk blijvende parameters, volgens onze schattingen 500 miljoen euro kunnen opleveren.

Gezien de hachelijke budgettaire toestand (met, pro memorie, voor het begrotingsjaar 2010 een geraamde schuld van meer dan 20 miljard euro) en gelet op de forse sociale behoeften, zou die nieuwe ontvangst welgekomen zijn. De armoedebestrijding en de welvaartsvastheid van de sociale uitkeringen zouden immers gedeeltelijk met die bijkomende middelen kunnen worden gefinancierd. Het is geenszins overdreven te stellen dat de overheidsfinanciën op korte termijn saneren de beste garantie is om de toekomstige sociale uitgaven het hoofd te kunnen bieden, met name voor de pensioenen.

TOELICHTING BIJ DE ARTIKELEN

Artikel 1

Overeenkomstig artikel 83 van de Grondwet preciseert dit artikel dat dit wetsvoorstel een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van die Grondwet regelt.

Artikel 2

Dit artikel strekt ertoe de beurstaks op andere beursverrichtingen dan de reporten op 0,5 % vast te leggen, zoals is bedoeld in artikel 120 van het Wetboek diverse rechten en taksen dat als volgt luidt : «  De hiernavolgende verrichtingen die in België worden aangegaan of uitgevoerd zijn aan de taks op de beursverrichtingen onderworpen, wanneer zij Belgische of vreemde openbare fondsen tot voorwerp hebben :

a) elke verkoop, elke aankoop en, meer algemeen, elke afstand en elke verwerving onder bezwarende titel;

b) elke inkoop van eigen aandelen, door een beleggingsvennootschap, indien de verrichting slaat op kapitalisatieaandelen ».

Artikel 3

Dit artikel strekt ertoe de voor die taks geldende maxima per verrichting af te schaffen.

Jacky MORAEL.
Freya PIRYNS.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

In artikel 121, § 1, van het Wetboek diverse rechten en taksen worden de volgende wijzigingen aangebracht :

a) in punt 1º worden de woorden « 0,70 per duizend » vervangen door de woorden « 0,50 pct. »;

b) in punt 2º worden de woorden « 1,70 per duizend » vervangen door de woorden « 0,50 pct. ».

Art. 3

Artikel 124 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven.

28 oktober 2011.

Jacky MORAEL.
Freya PIRYNS.

(1) John Maynard Keynes, The General Theory of Employment, Interest and Money, India, Atlantic Publishing, 343.

(2) In de zin van een verrichting of een reeks van verrichtingen met het oog op de aankoop of de verkoop van financiële effecten (beleggingen, schuldvorderingen, derivatencontracten) en, bij uitbreiding, van aandelen/participaties in geldmarktfondsen (munteenheden, termijnrekeningen enzovoort) op een gereglementeerde dan wel onderhandse markt, met het oogmerk er dankzij de wisselkoersschommelingen winst uit te halen, wat de gevolgen voor anderen ook zijn.