4-1401/1

4-1401/1

Belgische Senaat

ZITTING 2008-2009

16 JULI 2009


Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, en met het Protocol, gedaan te Brussel op 6 december 2007


INHOUD

  • Memorie van toelichting
  • Wetsontwerp
  • Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen
  • Voorontwerp van wet
  • Advies van de Raad van State

  • MEMORIE VAN TOELICHTING


    De regering onderwerpt heden aan uw goedkeuring de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 6 december 2007 (de « Overeenkomst »).

    Hierna vindt u een analyse van de technische bepalingen van deze Overeenkomst, voorafgegaan door een uiteenzetting van de economische context en van de Europese juridische context waarin ze kan worden gesitueerd.

    A. Economische context

    Chili biedt talrijke mogelijkheden voor de Belgische ondernemingen. Sinds het midden van de jaren 1980 kent het immers een constante economische groei (gemiddeld 5,2 % in de laatste 24 jaar). Het beschikt over geschoolde werkkrachten en is erg stabiel op politiek, economisch en juridisch vlak. Voor investeerders vertegenwoordigt Chili een van de laagste landenrisico's ter wereld.

    Chili heeft zijn markt wijd opengesteld door vrijhandelsakkoorden te ondertekenen met ongeveer alle regio's in de wereld. Om de meest recente te noemen : er werd een akkoord gesloten met Zuid-Korea, de Europese Unie, de Verenigde Staten, Brunei, Nieuw-Zeeland, Singapore, China (dat de 3e afnemer van Chili geworden is) en tot slot met Japan. Met de Wet Chile Plataforma (die tot doel heeft van Chili een investeringsplatform in Zuid-Amerika te maken dankzij fiscale voordelen) is het land bovendien goed geplaatst om als toegangsbasis te dienen voor de markten van de regio. Tot slot sluit Chili met een toenemend aantal landen verdragen inzake de bescherming van investeringen en overeenkomsten tot het vermijden van dubbele belasting.

    Chili beschikt over een wettelijk kader dat gunstig is voor buitenlandse investeringen en dat een afspiegeling is van een onthaalbeleid dat gebaseerd is op eenvoud, transparantie en non-discriminatie ten opzichte van buitenlandse investeerders. Deze laatsten genieten in feite dezelfde rechten als de nationale investeerders. Buitenlandse investeringen kunnen plaatsvinden in alle sectoren van de Chileense economie, uitgezonderd enkele strategische sectoren zoals de exploratie en exploitatie van koolwaterstoffen of de productie van nucleaire energie.

    Ten gevolge van een handelsbeleid dat inzet op vrije handel en openheid, staat de Chileense markt open voor geïmporteerde producten en is ze bijgevolg bijzonder concurrentieel. De mijnsector blijft, met ongeveer 12 % van het BBP, de belangrijkste sector van de Chileense economie. Chili is, naast eerste productent ter wereld van koper, een van de tien eerste wereldproducenten van goud, zilver, lithium, molybdeen en nitraten. Er zijn talrijke mogelijkheden om zaken te doen, zowel op het vlak van engineering als op het vlak van het leveren van uitrusting. De EXPOMIN beurs van Santiago is in die sector het belangrijkste evenement van het continent.

    Er worden grote infrastructuurprojecten gerealiseerd in de vorm van vergunningen die voor een periode van 20 à 30 jaar worden verleend aan een consortium. Belgische ondernemingen zouden bij die grote projecten kunnen betrokken worden als verstrekker van diensten, van uitrusting of als onderaannemer.

    Hightechsectoren (ICT, telecommunicatie, informatica, lucht en ruimtevaartvaart, biotechnologie) spelen een belangrijke rol (nemen een belangrijke positie in) in het Chileense industriële landschap. Chili vormt in feite een niche markt binnen dewelke de technologische sector een overheersende rol speelt. Die sector biedt mogelijkheden voor de Belgische ondernemingen.

    De Overeenkomst heeft voornamelijk tot doel om tot een zo evenwichtig mogelijke regeling voor dubbele belasting te komen en om de samenwerking tussen de belastingadministraties van beide landen uit te breiden. Ze kan dus bijdragen tot de ontwikkeling van de economiche betrekkingen tussen België en Chili.

    B. Europese juridische context

    Artikel 293 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap vraagt de lidstaten uitdrukkelijk om onderling onderhandelingen aan te vatten om dubbele belasting binnen de Europese Gemeenschap af te schaffen. Inzake de relaties met derde Staten, stipt het Verdrag niets aan. Door geen enkele uitdrukkelijke bevoegdheid te geven aan de Europese Commissie om in naam van de lidstaten verdragen te sluiten inzake directe belastingen, laat het dientengevolge de volledige vrijheid aan de lidstaten om dubbele belasting met derde Staten te vermijden. Ingevolge verschillende arresten van het Europese Hof van Justitie is het echter toegestaan dat de Unie, onder bepaalde voorwaarden, akkoorden kan sluiten met derde Staten binnen de gehele reikwijdte van de doelstellingen die zijn bepaald in het eerste deel van het Verdrag (artikel 1 tot 7c). Hiertoe moet de te onderhandelen materie het voorwerp zijn van gemeenschappelijke voorschriften binnen de Unie en moet het te onderhandelen akkoord betrekking hebben op deze voorschriften. Tot nu toe heeft de Commissie geen enkel initiatief genomen om gemachtigd te worden met derde Staten te onderhandelen over dubbelbelastingverdragen.

    Bovendien hebben de lidstaten hun bevoegdheden inzake directe belastingen behouden, zelfs indien de Europese Gemeenschap in principe over een samenlopende bevoegdheid beschikt krachtens artikel 94 van het Verdrag. De Raad stelt inderdaad met eenparigheid van stemmen richtlijnen vast voor het nader tot elkaar brengen van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten die rechtstreeks van invloed zijn op de instelling of de werking van de gemeenschappelijke markt. Tot nu toe werd van deze samenlopende bevoegdheid slechts op zeer beperkte gebruik gemaakt. De richtlijnen, bepaald door de Raad, hebben enkel betrekking op de verrichtingen tussen inwoners van verschillende lidstaten; de betrekkingen tussen lidstaten en derde Staten worden niet of nauwelijks beoogd.

    In 2004 heeft de Raad van de Europese Unie een beslissing aangenomen met betrekking tot het ondertekenen en het afsluiten van een akkoord tussen de Europese Gemeenschap en Andorra, Liechtenstein, Monaco, San Marino en Zwitserland, dat voorziet in maatregelen van gelijke strekking als die waarin wordt voorzien door richtlijn 2003/48/EG van de Raad betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling.

    Vermits Chili op grond van dubbelbelastingverdragen in staat is om op verzoek inlichtingen uit te wisselen, werd nooit overwogen om met dat land een soortgelijk akkoord af te sluiten. In dit verband wordt trouwens opgemerkt dat de Overeenkomst en de belastingheffing op inkomsten uit spaargelden een verschillende draagwijdte en verschillende doelstellingen hebben, en dus niet onverenigbaar kunnen zijn.

    In de huidige Europese juridische context is de bevoegdheid van België derhalve volledig blijven bestaan wanneer het gaat om het sluiten van een overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting met Chili.

    C. Technische bepalingen

    Bij de onderhandelingen werd rekening gehouden met het OESO-modelverdrag inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen van juli 2005 (het « OESO-model »), met de Modelovereenkomst van de Verenigde Naties inzake dubbele belasting tussen ontwikkelde landen en ontwikkelingslanden (het « VN-model ») alsmede met de belastingverdragen die recentelijk door de twee landen werden afgesloten.

    De bepalingen van de Overeenkomst die afwijken van het OESO-model worden hierna beknopt besproken.

    Artikel 3 (Algemene bepalingen)

    Dit artikel stemt grotendeels overeen met het OESO-model. De uitdrukking « onderneming » wordt er evenwel niet in omschreven, evenmin als de uitdrukkingen « werkzaamheden » en « drijf ». Die definities zijn niet nodig want, in tegenstelling tot het OESO-model, bevat de Overeenkomst een artikel 14 (Zelfstandige beroepen). De belastingheffing van inkomsten uit zelfstandige beroepen wordt door die bepaling geregeld en niet door artikel 7 (Ondernemingswinst).

    In paragraaf 1, g) wordt « het vervoer » van passagiers of van koopwaar, dat enkel geschiedt tussen plaatsen die op het grondgebied van een overeenkomstsluitende Staat gelegen zijn, uitgesloten uit de definitie van internationaal verkeer. Die uitsluiting is niet van toepassing indien een luchtvaartmaatschappij die inwoner is van België passagiers vervoert vanuit een luchthaven die buiten het Chileense grondgebied gelegen is (bijvoorbeeld Zaventem) naar een op Chileens grondgebied gelegen luchthaven (bijvoorbeeld Santiago) en de passagiers hun reis verderzetten naar een andere op Chileens grondgebied gelegen luchthaven (bijvoorbeeld Punta Arenas). Het totale vervoer Zaventem/Punta Arenas wordt als internationaal verkeer beschouwd, zelfs indien de verbinding Santiago/Punta Arenas wordt uitgevoerd aan boord van een vliegtuig dat uitsluitend tussen die twee plaatsen geëxploiteerd wordt.

    Artikel 4 (Inwoner)

    In tegenstelling tot het OESO-model bevat artikel 4, paragraaf 3 geen enkel objectief criterium om gevallen van dubbele woonplaats van vennootschappen te regelen. De bevoegde autoriteiten van beide overeenkomstsluitende Staten moeten proberen om die gevallen te regelen in het kader van de regeling voor onderling overleg. Indien die bevoegde autoriteiten er niet in slagen overeen te komen welke Staat de enige woonstaat is voor de toepassing van de Overeenkomst, zal de betrokken persoon de voordelen van de Overeenkomst niet genieten. De volgende verdragsbepalingen zijn evenwel van toepassing :

    — Paragraaf 2 van artikel 23 (Vermijden van dubbele belasting) : een vennootschap die overeenkomstig artikel 4, paragraaf 1 inwoner is van België en die uit Chili inkomsten behaalt, niet zijnde dividenden, interest en royalty's, is in België van belasting vrijgesteld ter zake van de inkomsten uit Chileense bronnen die ingevolge de Overeenkomst in Chili zijn belast, alsof die vennootschap niet ook een inwoner van Chili was ingevolge artikel 4, paragraaf 1.

    — Artikel 25 (Regeling voor onderling overleg).

    — Artikel 26 (Uitwisseling van inlichtingen).

    Bovendien is de wijze waarop dubbele belasting wordt vermeden die is bepaald in de Chileense wetgeving (verrekenmethode) van toepassing op de in België behaalde inkomsten van een inwoner van Chili die eveneens inwoner is van België, zelfs indien in de Overeenkomst geen bepaling in die zin is opgenomen.

    Artikel 5 (Vaste inrichting) en Protocol 3 en 4

    Paragraaf 2 bevat een niet limitatieve lijst met voorbeelden waarvan a priori kan gezegd worden dat ze een vaste inrichting zijn. Aan de lijst van het OESO-model voegt die paragraaf een plaats toe waar een onderneming voor eigen rekening onderzoek naar natuurlijke rijkdommen verricht. Die plaats vormt gewoonlijk een voorbereidende werkzaamheid zoals bedoeld in paragraaf 4, e) van artikel 5, behalve wanneer die onderzoekswerkzaamheid de enige werkzaamheid of de voornaamste werkzaamheid van die onderneming is; het feit dat de Overeenkomst uitdrukkelijk elke plaats beoogt waar onderzoek naar natuurlijke rijkdommen wordt verricht, verandert niets aan deze uiteenzetting.

    Paragraaf 3 volgt het OESO-model. Hij bepaalt dat :

    — de plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie- of installatiewerkzaamheden en de werkzaamheden van toezicht daarop slechts een vaste inrichting is indien de duur van dat bouwwerk of van die werkzaamheden 6 maanden overschrijdt (in plaats van 12 maanden zoals in het OESO-model).

    — het verstrekken van diensten, van welke aard ook, zonder behulp van een vaste bedrijfsinrichting maar door middel van werknemers of andere natuurlijke personen die daarvoor in dienst werden genomen, een vaste inrichting is indien het verstrekken van diensten aanleiding geeft tot het uitoefenen van een werkzaamheid op het grondgebied van de betrokken Staat gedurende meer dan 183 dagen binnen enig tijdvak van twaalf maanden. Met de uitdrukking « andere natuurlijke personen » worden in het bijzonder de onderaannemers bedoeld die van de onderneming nauwgezette instructies krijgen met betrekking tot de wijze waarop de diensten verstrekt moeten worden. Voor de berekening van de 183 dagen worden de dagen in aanmerking genomen tijdens dewelke een werkzaamheid effectief door middel van een natuurlijke persoon voor de onderneming werd uitgeoefend. Een dag waarop een werkzaamheid wordt uitgeoefend wordt slechts één keer in rekening gebracht, zelfs indien meerdere natuurlijke personen gedurende die dag een werkzaamheid hebben uitgeoefend voor de onderneming. De bepaling vereist niet dat de werkzaamheid waarvan de duur 183 dagen overschrijdt, voor eenzelfde project of voor verbonden projecten wordt uitgeoefend. Een Belgische onderneming waarvan de werkzaamheid in Chili 183 dagen overschrijdt, is bijgevolg in Chili belastbaar, zelfs indien die werkzaamheid wordt uitgeoefend voor een groot aantal klanten die los van elkaar staan (dus zelfs indien de Belgische onderneming in Chili niet beschikt over een vaste bedrijfsinrichting, noch over een een afhankelijke vertegenwoordiger). In de praktijk heeft een Belgische onderneming die in Chili voor een groot aantal onafhankelijke klanten gedurende meer dan 183 dagen een werkzaamheid uitoefent, heel vaak een vaste bedrijfsinrichting of een vertegenwoordgier in Chili teneinde haar werkzaamheden ter plaatse te coördineren.

    — Indien een onderneming die hierboven omschreven werkzaamheden uitoefent, verbonden is met een andere onderneming (niet zijnde een onderneming uit de overeenkomstsluitende Staat waar de werkzaamheden worden uitgeoefend), wordt overeenkomstig punt 3 van het Protocol de gezamenlijke duur van de werkzaamheden van beide ondernemingen in aanmerking genomen om de duur van 6 maanden of die van 183 dagen te bepalen, behalve voor zover die werkzaamheden tegelijkertijd worden uitgeoefend. Twee ondernemingen worden beschouwd als zijnde verbonden ondernemingen wanneer een onderneming onmiddellijk of middellijk wordt beheerst door de andere onder-neming of wanneer beide ondernemingen onmiddellijk of middellijk worden beheerst door een derde persoon of door derde personen.

    Paragraaf 4 verwijst niet naar het geheel van de werkzaamheden van voorbereidende aard of met het karakter van hulpwerkzaamheden. Het uitoefenen van verscheidene werkzaamheden van voorbereidende aard of met het karakter van hulpwerkzaamheden kan bijgevolg leiden tot het bestaan van een vaste inrichting.

    Punt 4 van het Protocol bepaalt voor zover nodig dat, indien de commerciële of financiële voorwaarden die worden overeengekomen of opgelegd tussen een makelaar of een vertegenwoordiger en een onderneming afwijken van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke personen, die makelaar of die vertegenwoordiger voor de toepassing van artikel 5, paragraaf 6 niet zal beschouwd worden als zijnde een onafhankelijke vertegenwoordiger.

    Paragraaf 7 stemt overeen met het VN-model en handelt over verzekeringsondernemingen (met uitzondering van herverzekeringen). Op grond van die paragraaf is een « afhankelijk vertegenwoordiger » (dit wil zeggen een al dan niet bezoldigd persoon die geen onafhankelijke vertegenwoordiger is zoals bedoeld in paragraaf 6) die geen machtiging bezit om overeenkomsten af te sluiten die bindend zijn voor de verzekeringsonderneming, een vaste inrichting voor die onderneming wanneer die vertegenwoordiger op het grondgebied van een overeenkomstsluitende Staat premies int of risico's verzekert voor rekening van de onderneming. Door deze bepaling kan er van uitgegaan worden dat er sprake is van een vaste inrichting wanneer de verzekeringsonderneming noch over een « afhankelijk vertegenwoordiger » (paragraaf 5) noch over een « vaste bedrijfsinrichting » (paragraaf 1) beschikt met behulp waarvan zij haar activiteit uitoefent. In de praktijk is een vertegenwoordiger die premies int of verzekeringscontracten plaatst immers niet gemachtigd om de onderneming te binden en vormt hij dus geen vaste inrichting voor die onderneming. Deze bepaling maakt van die vertegenwoordiger een vaste inrichting van de verzekeringsonderneming.

    Artikel 7 (Ondernemingswinst) en Protocol 5 en 6

    Punt 5 van het Protocol bepaalt voor zover nodig dat de winst van een vaste inrichting niet wordt vastgesteld op basis van het gehele bedrag dat een onderneming ontvangt als vergoeding voor een verkoop of voor een nijverheids- of handelsbedrijf, maar enkel op basis van dat deel van dat bedrag dat kan worden toegerekend aan de werkzaamheden van de vaste inrichting met betrekking tot die verkoop of dat nijverheids- of handelsbedrijf.

    Onder voorbehoud van artikel 24, paragrafen 2 en 3, bepaalt punt 6 van datzelfde Protocol dat de kosten die zijn gemaakt voor de door een vaste inrichting nagestreefde doeleinden, slechts in aftrek worden toegelaten indien de bepalingen van het fiscaal recht van de Staat waar de vaste inrichting gelegen is in dergelijke aftrekbaarheid voorzien. Voor zover deze bepaling geen afbreuk doet aan de toepassing van de non-discriminatieregels, is ze in overeenstemming met de gebruikelijke interpretatie van artikel 7, paragraaf 3.

    Artikel 8 (Zeevaart- en luchtvaart)

    In tegenstelling tot het OESO-Model kent paragraaf 1 uitsluitend aan de woonstaat van de onderneming (en niet aan aan de overeenkomstsluitende Staat waar de plaats van werkelijke leiding van de onderneming is gelegen) het recht toe om belasting te heffen van de winst uit internationaal verkeer. De regeling van de gevallen van dubbele woonplaats hangt bijgevolg af van de overeenstemming van de bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende Staten voor de zeevaart- en luchtvaartmaatschappijen.

    Paragraaf 2 bepaalt uitdrukkelijk dat de bepalingen van artikel 8 (belastingheffing in de woonstaat van de onderneming) eveneens van toepassing zijn op winst die de onderneming behaalt uit de verhuring van schepen of luchtvaartuigen met volledige uitrusting, bemanning en voorraden, alsmede uit de verhuring van onbemande schepen of luchtvaartuigen of uit de verhuring van laadkisten indien die verhuring bijkomend is ten opzichte van de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer. Deze regels stemmen overeen met de OESO-commentaar bij artikel 8.

    Artikel 10 (Dividenden) en Protocol 7

    Het tarief van de bronheffing op dividenden is vastgelegd op 15 % en op 0 % voor dividenden van deelnemingen van ten minste 10 % die een vennootschap op het tijdstip waarop de de dividenden worden betaald in haar bezit heeft en gedurende een ononderbroken tijdperk van ten minste 12 maanden in haar bezit heeft gehad.

    In Chili zijn dividenden verkregen door niet-inwoners onderworpen aan de Additional Tax tegen het tarief van 35 % (algemene regel, behoudens uitzonderingen). De door de uitkerende vennootschap betaalde belasting (First Category tax) tegen het tarief van 17 % wordt verrekend met de door de niet-inwoner verschuldigde belasting. Dit stelsel wordt uitdrukkelijk bevestigd door artikel 10, paragraaf 2.

    De totale belasting in Chili (belasting op de winst waaruit de dividenden worden betaald en de belasting op dividenden) bedraagt 35 %. Die totale belasting is gelijk aan de totale belasting die in België van toepassing is op dividenden uit Belgische bronnen afkomstig van aandelen die ten minste 10 % van het kapitaal van de Belgische vennootschap vertegenwoordigen (Vennootschapsbelasting en Aanvullende crisisbijdrage gelijk aan 33,99 %).

    Punt 7 van het Protocol bepaalt dat indien de toestand wijzigt (indien de First Category tax niet meer volledig verrekend kan worden met de Additional Tax of indien de Additional Tax hoger is dan 42 %) de overeenkomstsluitende Staten met elkaar overleg zullen plegen teneinde de Overeenkomst in die zin te herzien dat het evenwicht van de belastingdruk in beide Staten hersteld wordt.

    Paragraaf 3 geeft een ruime definitie van de uitdrukking « dividenden ». De definitie omvat elk inkomen dat door de wetgeving van de bronstaat aan dezelfde fiscale behandeling onderworpen wordt als een inkomen uit aandelen.

    Wat België betreft slaat de uitdrukking « dividenden » op de inkomsten die zijn omschreven in artikel 18 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, met inbegrip van de interest van voorschotten die is beoogd in lid 1, 4º en in lid 2 van dat artikel.

    Paragraaf 6 bevat een antimisbruikbepaling. Zij stelt België in staat de in artikel 10 bepaalde voordelen te weigeren indien de aandelen of andere rechten die aanleiding geven tot het betalen van de dividenden, voornamelijk werden gecreëerd of overgedragen met het doel die voordelen te verkrijgen.

    Artikel 11 (Interest) en Protocol 8

    Paragraaf 2 voorziet in :

    — een algemeen tarief van 15 % voor de bronheffing;

    — een tarief van 5 % voor de interest van leningen toegekend door banken en verzekeringsondernemingen, voor de interest van obligaties en andere effecten die op een gereglementeerde effectenmarkt verhandeld worden, voor de interest van de verkoop op krediet van machines en uitrusting.

    Punt 8 van het Protocol bevat evenwel een clausule van de meest begunstigde natie waardoor inwoners van België automatisch de vrijstellingen of verminderde voorkeurtarieven kunnen genieten die Chili na 6 december 2007 zou verlenen aan de inwoners van een derde land dat lid is van de OESO ingevolge een belastingovereenkomst dat met zulk land werd gesloten.

    Paragraaf 6 werd zo opgesteld dat een overeenkomstsluitende Staat de mogelijkheid krijgt om een lening waarvan het tarief van de interest buitenmatig is te herkwalificeren en haar te karakteriseren als een deelneming in het kapitaal. Door deze aanpassing kunnen de wetgevingen die de onderkapitalisatie bestrijden worden toegepast.

    Paragraaf 7 bevat een antimisbruikbepaling. Zij maakt het mogelijk de in artikel 11 bepaalde voordelen te weigeren indien de schuldvordering die aanleiding geeft tot het betalen van de interest, voornamelijk werd gecreëerd of overgedragen met het doel die voordelen te verkrijgen.

    Artikel 12 (Royalty's) en Protocol 8 en 9

    Paragraaf 2 staat aan de bronstaat toe om belasting te heffen van royalty's tegen het maximumtarief van 10 % van hun brutobedrag. Dit tarief wordt evenwel verminderd tot 5 % van het brutobedrag indien het gaat om royalty's betaald voor het gebruik van, of voor het recht van gebruik van, nijverheids-, handels- of wetenschappelijke uitrusting.

    Punt 8 van het Protocol bevat evenwel een clausule van de meest begunstigde natie waardoor inwoners van België automatisch de vrijstellingen of verminderde voorkeurtarieven kunnen genieten die Chili na 6 december 2007 zou verlenen aan de inwoners van een derde land dat lid is van de OESO ingevolge een belastingovereenkomst dat met zulk land werd gesloten.

    De definitie van de uitdrukking « royalty's » omvat eveneens vergoedingen voor het gebruik van, of voor het recht van gebruik van, « elk ander immaterieel goed ». Door die toevoeging wil men van Chileense zijde de traditionele kennis van de medicinale werking van sommige planten dekken (in bepaalde landen vormt deze kennis een immaterieel goed). Door die toevoeging kunnen de overeenkomstsluitende Staten in feite het toepassingsgebied van artikel 12 uitbreiden op basis van de definitie van het begrip « immaterieel goed » zoals dat in hun interne wetgeving is opgenomen.

    Punt 9 van het Protocol bevestigt voor zover nodig dat, wanneer vergoedingen zowel voor de inlichtingen die betrekking hebben op ervaring op het gebied van nijverheid, handel of wetenschap (knowhow) werden betaald als voor het leveren van technische bijstand, die vergoedingen verhoudingsgewijs moeten worden opgesplitst en enkel het gedeelte van de vergoedingen die betrekking hebben op de knowhow belastbaar is overeenkomstig artikel 12 (het gedeelte van de vergoedingen die betrekking hebben op de technische bijstand is belastbaar overeenkomstig artikel 7 of artikel 14).

    Er wordt evenwel van die regel afgeweken wanneer een van die diensten verreweg het voornaamste doel van het contract uitmaakt. In dat geval volgt de hoodzaak de bijzaak en geldt de verdragsbepaling die wordt toegepast op de vergoeding die wordt betaald voor het belangrijkste onderdeel van het contract ook voor het gehele bedrag van de vergoedingen.

    Paragraaf 7 bevat een antimisbruikbepaling. Zij maakt het mogelijk de in artikel 12 bepaalde voordelen te weigeren indien de rechten die aanleiding geven tot het betalen van de royalty's, voornamelijk werden gecreëerd of overgedragen met het doel die voordelen te verkrijgen.

    Artikel 13 (Vermogenswinst)

    Paragraaf 4 regelt specifiek de belastingheffing van meerwaarden die voortkomen uit de overdracht door een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat van aandelen of andere rechten die het kapitaal vertegenwoordigen van een vennootschap die inwoner is van de andere overeenkomstsluitende Staat.

    Die meerwaarden zijn belastbaar in de overeenkomstsluitende Staat waarvan de vennootschap inwoner is overeenkomstig de interne wetgeving van die Staat indien :

    — de vervreemder op enig tijdstip in de loop van het tijdvak van twaalf maanden dat voorafgaat aan die vervreemding onmiddellijk of middellijk aandelen of andere rechten bezat die ten minste 20 % vertegenwoordigen van het kapitaal van de vennootschap, of

    — meer dan 50 % van de waarde van de voordelen onmiddellijk of middellijk voortkomt uit onroerende goederen die gelegen zijn in de overeenkomstsluitende Staat waarvan de vennootschap inwoner is (bepaling die gelijkaardig is aan artikel 13, paragraaf 4 van het OESO-model).

    In Chili zijn verwezenlijkte meerwaarden onderworpen aan het gewone belastingstelsel (voor niet-inwoners Additional Tax van 35 %).

    In de andere gevallen zijn meerwaarden op aandelen van een vennootschap eveneens belastbaar in de overeenkomstsluitende Staat waarvan die vennootschap inwoner is, maar de gevestigde belasting mag niet hoger zijn dan 16 % van het bedrag van de meerwaarden.

    De toepassing van die bepalingen verloopt moeizaam, zelfs wanneer artikel 26 van de Overeenkomst (Uitwisseling van inlichtingen) wordt toegepast. Bovendien zal het moeilijk zijn om de op basis van artikel 13, paragraaf 4 geheven belasting in te vorderen indien de belastingplichtige niet-inwoner niet voldoet aan zijn fiscale verplichtingen, aangezien er geen verdragsbepaling zijn die invorderingsbijstand mogelijk maken.

    Het Belgisch intern recht staat belastingheffing van zulke meerwaarden die verwezenlijkt zijn door een inwoner van Chili slechts in een vrij beperkt aantal gevallen toe. Met betrekking tot natuurlijke personen mogen bijvoorbeeld enkel de meerwaarden in België worden belast die voldoen aan de beperkende voorwaarden waarin wordt voorzien door artikel 90, 9º van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (artikel 228, § 2, 9º, h) van hetzelfde Wetboek).

    Voordelen verkregen door een pensioenfonds dat inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat uit de vervreemding van aandelen of andere rechten in een vennootschap die inwoner is van de andere overeenkomstsluitende Staat, zijn evenwel uitsluitend in de woonstaat van het pensioenfonds belastbaar.

    Artikel 14 (Zelfstandige beroepen)

    Artikel 14 stemt grotendeels overeen met het VN-model. Het laat de bronstaat toe om belasting te heffen van de inkomsten uit een zelfstandig beroep wanneer een natuurlijke persoon die inwoner is van de andere overeenkomstsluitende Staat :

    — op het grondgebied van eerstgenoemde Staat geregeld over een vaste basis beschikt; dezelfde criteria als die welke werden opgesteld om te bepalen of er sprake is van een vaste inrichting zoals omschreven in artikel 5, paragraaf 1, zijn van toepassing om te bepalen of een inwoner geregeld over een vaste basis beschikt; of

    — op het grondgebied van die Staat verblijft gedurende een tijdvak of tijdvakken waarvan de gehele duur ten minste 183 dagen bedraagt binnen enig tijdperk van twaalf maanden dat aanvangt of eindigt in het betrokken belastingjaar. Deze bepaling is van toepassing op beloningen die zijn verkregen uit werkzaamheden van zelfstandige aard (dit sluit beloningen uit een nijverheids- of handelsbedrijf uit) die rechtstreeks door een zelfstandige zijn verricht. Wanneer een zelfstandige een beroep doet op loontrekkers of ander personeel voor het uitoefenen van de in paragraaf 2 van artikel 14 bedoelde werkzaamheden, dan krijgen die werkzaamheden voor die zelfstandige de aard van een handelsbedrijf en vormen ze een vaste inrichting overeenkomstig artikel 5, paragraaf 3, b). De beloningen voor die werkzaamheden zijn dus belastbaar in de Staat waar genoemde vaste inrichting is gelegen.

    Wanneer het zelfstandig beroep wordt uitgeoefend door een vennootschap (bijvoorbeeld een advocatenvennootschap) zijn de bepalingen van artikel 5 (meer bepaald van paragraaf 3, b) met betrekking tot diensten) en van artikel 7 van toepassing.

    Artikel 15 (Inkomsten uit een dienstbetrekking) en Protocol 10

    Punt 10 van het Protocol bevestigt voor zover nodig de OESO commentaar met betrekking tot de criteria voor het bepalen van de Staat waar een dienstbetrekking wordt uitgeoefend. Een dienstbetrekking wordt uitgeoefend op de plaats waar de werknemer fysiek aanwezig is wanneer hij de diensten verstrekt waarvoor hij wordt beloond. Om de plaats te bepalen waar een dienstbetrekking wordt uitgeoefend, wordt geen rekening gehouden met de woonplaats van de schuldenaar, noch met de plaats waar de arbeidsovereenkomst werd opgemaakt, de woonplaats van de werkgever, de plaats van betaling, of de plaats waar de resultaten van het werk worden geëxploiteerd.

    Artikel 16 (Tantièmes en beloningen van bedrijfsleiders) en Protocol 11

    Artikel 16 stemt overeen met het OESO-model.

    De bijzondere regels die in punt 11 van het Protocol zijn vastgelegd stellen België in staat om als volgt belasting te heffen van de beloningen die door een in paragraaf 1 bedoelde mandataris of door een vennoot van een vennootschap, niet zijnde een vennootschap op aandelen, zijn ontvangen ter zake van de uitoefening van dagelijkse werkzaamheden :

    — wanneer die personen beschouwd kunnen worden als bezoldigde werknemers van de vennootschap waarvan ze mandataris of vennoot zijn (aanwezigheid van een band van ondergeschiktheid) zijn hun beloningen belastbaar volgens de regels van artikel 15 (Inkomsten uit een dienstbetrekking);

    — wanneer die personen niet beschouwd kunnen worden als bezoldigde werknemers van de vennootschap waarvan ze mandataris of vennoot zijn (afwezigheid van een band van ondergeschiktheid) zijn hun beloningen belastbaar volgens de regels van artikel 14 (Zelfstandige beroepen).

    Artikel 18 (Pensioenen)

    Pensioenen die periodiek betaald worden ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend in de privésector en in de openbare sector, mogen worden belast in de overeenkomstsluitende Staat waaruit zij afkomstig zijn.

    Andere soortgelijke beloningen (dit wil zeggen niet-periodieke betalingen, met inbegrip van kapitalen geldend als pensioenen) mogen worden belast overeenkomstig de regels van artikel 21 en zijn dus eveneens belastbaar in de overeenkomstsluitende Staat waaruit zij afkomstig zijn.

    Uitkeringen tot onderhoud zijn uitsluitend belastbaar in de woonstaat van de begunstigde, behalve wanneer ze geen aanspraak geven op belastingvermindering bij de belastingheffing van de betaler. In dat geval moet de woonstaat van de begunstigde van de uitkering tot onderhoud de bedoelde uitkering vrijstellen.

    Artikel 21 (Andere inkomsten)

    Inkomsten die niet in de andere artikelen van de Overeenkomst worden behandeld mogen worden belast in de woonstaat van de begunstigde. Maar paragraaf 3 stelt de bronstaat van de inkomsten eveneens in de mogelijkheid om die inkomsten te belasten. Bijgevolg zijn bedragen die aan een inwoner van Chili uit Belgische bronnen zijn betaald ter uitvoering van een individueel levensverzekeringscontract of van een contract voor pensioensparen en die recht gegeven hebben op een belastingvermindering, belastbaar in België onder de voorwaarden waarin de Belgische wetgeving voorziet.

    Artikel 23 (Wijze waarop dubbele belasting wordt vermeden)

    België vermijdt dubbele belasting als volgt :

    — Subparagraaf a) :

    Vrijstelling met progressievoorbehoud voor de inkomsten die geen dividenden, royalty's en interest zijn (zoals die uitdrukkingen gedefinieerd zijn door de interne Belgische wetgeving). Die inkomsten zijn vrijgesteld wanneer ze in Chili belast zijn, volgens de rechtspraak van het Hof van Cassatie wil dit zeggen : wanneer ze de belastingregeling hebben ondergaan die gewoonlijk op die inkomsten van toepassing is (daarbij inbegrepen de vrijstelling).

    — Subparagraaf b) :

    Vrijstelling voor dividenden uit belangrijke deelnemingen onder dezelfde voorwaarden en binnen dezelfde grenzen als ware de uitkerende vennootschap een inwoner van België of van een andere lidstaat van de Europese Unie (toepassing van het stelsel van de definitief belaste inkomsten — DBI — volgens dezelfde modaliteiten als die welke zijn bepaald voor uitkerende vennootschappen die gelegen zijn in een lidstaat van de Europese Unie). Om te bepalen of er is voldaan aan de voorwaarde van belastingheffing waarin de Belgische wetgeving voorziet ter zake van de winst waaruit de dividenden worden betaald, wordt rekening gehouden met het totale bedrag van de in Chili betaalde belasting, dus met inbegrip van de Additional Tax. Wanneer een vennootschap die inwoner is van België dividenden ontvangt die het DBI-stelsel niet genieten, verrekent België de Chileense belasting die daadwerkelijk van die dividenden werd geheven, hetzij de Additional Tax van 35 % min de First Category Tax van 17 %, met de Belgische belasting die betrekking heeft op die dividenden. Deze verrekening mag niet meer bedragen dan het deel van de Belgische belasting dat verhoudingsgewijs betrekking heeft op die dividenden.

    — Subparagraaf c) :

    Verrekening van het forfaitair gedeelte van de buitenlandse belasting volgens de modaliteiten waarin de artikelen 285 tot 289 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 voorzien voor interest en royalty's die in Chili belast zijn.

    — Subparagraaf d) :

    Vermijden van dubbele aftrek van verliezen.

    Chili vermijdt dubbele belasting volgens de verrekenmethode waarin zijn interne wetgeving voorziet. Met betrekking tot dividenden omvat de verrekening de belasting die door de Belgische vennootschap werd betaald op de winst waaruit de dividenden werden betaald. De verrekening is beperkt tot 30 % van de buitenlandse inkomsten, vermeerderd met het belastingkrediet (brutering). De verrekening is bovendien beperkt tot de Chileense belasting (die 17 % bedraagt voor de vennootschappen) maar het saldo vormt een beroepskost.

    Wanneer een inkomen ingevolge een verdragsbepaling uitsluitend belastbaar is in de bronstaat en Chili dat inkomen in hoofde van een inwoner van Chili moet vrijstellen, behoudt Chili zich het recht voor om dit inkomen in aanmerking te nemen voor het berekenen van het bedrag van de belasting op de andere inkomsten van de inwoner (progressievoorbehoud).

    Artikel 24 (Non-discriminatie)

    Paragraaf 5 bepaalt dat artikel 24 Chili niet belet de winst te belasten die overeenkomstig zijn interne wetgeving aan een vaste inrichting kan worden toegerekend, dit wil zeggen die winst te onderwerpen aan de First Category Tax en de winst die uit de vaste inrichting werd overgemaakt naar de Belgische onderneming te onderwerpen aan de Additional Tax, met dien verstande dat de First Category Tax die op die laatstgenoemde winst van toepassing is in mindering wordt gebracht bij het berekenen van de Additional Tax.

    In tegenstelling tot het OESO-model is artikel 24 slechts van toepassing op de inkomstenbelastingen die zijn bedoeld in artikel 2 van de Overeenkomst.

    Artikel 25 (Regeling voor onderling overleg)

    In paragraaf 3 is de tweede zin van paragraaf 3 van het OESO-model niet opgenomen. Die zin laat de bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende Staten toe overleg te plegen om dubbele belasting te vermijden in de gevallen waarin de Overeenkomst niet voorziet. Volgens het Belgisch grondwettelijk recht mag de Overeenkomst immers niet worden aangevuld met betrekking tot punten die er niet uitdrukkelijk in besproken worden. In dergelijk geval kan de Overeenkomst enkel worden aangevuld via een aanvullend Protocol dat net als de Overeenkomst onderworpen is aan de bekrachtigingsprocedure.

    In paragraaf 5 wordt een mogelijke wisselwerking geregeld tussen de regeling voor onderling overleg en het mechanisme voor de regeling van geschillen waarin de Algemene Overeenkomst betreffende de Handel in Diensten voorziet.

    Artikel 26 (Uitwisseling van inlichtingen) en Protocol 13

    In tegenstelling tot het OESO-model beperkt artikel 26 de uitwisseling van inlichtingen tot de belastingen die zijn bedoeld in artikel 2 van de Overeenkomst.

    Punt 13 van het Protocol herneemt in essentie de bepalingen van paragraaf 4 van het OESO-model. Die bepalingen verplichten de aangezochte Staat uitdrukkelijk inlichtingen te verstrekken in die gevallen waarin die Staat de gevraagde inlichtingen niet nodig heeft om zijn eigen belastingwetgeving toe te passen.

    In artikel 26 is paragraaf 5, die werd toegevoegd aan het OESO-model van juli 2005, niet opgenomen. Bijgevolg wisselen België en Chili inlichtingen die in het bezit zijn van bankinstellingen enkel uit binnen de grenzen waarin hun wetgeving voorziet. Dienaangaande zal geen enkel bankgegeven worden uitgewisseld buiten het strikte kader van artikel 318 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992.

    Na de onderhandelingen over en de ondertekening van de Overeenkomst, hebben België en Chili zich ertoe verbonden om de OESO-standaard inzake uitwisseling van inlichtingen, met inbegrip van bankinlichtingen, in acht te nemen. Met een brief van 22 april 2009 heeft de Belgische regering derhalve aan de Chileense autoriteiten voorgesteld om een Protocol te ondertekenen dat de tekst van artikel 26 van de Overeenkomst vervangt door een tekst die de belastingen van elke soort en benaming die worden geheven door of ten behoeve van de overeenkomstsluitende Staten omvat alsmede de uitwisseling van inlichtingen die in het bezit zijn van banken. Bij die brief was een ontwerp van Protocol gevoegd.

    Artikel 28 (Diverse bepalingen)

    Paragrafen 1 en 2 stellen Chili uitdrukkelijk in de mogelijkheid om bepaalde bijzondere belastingstelsels toe te passen :

    — paragraaf 1 heeft tot doel de toepassing mogelijk te maken van een stelsel dat voorziet in het toepassen van de Additional Tax tegen een verminderd tarief van 10 % voor de beleggingsfondsen die als dusdanig geen lokalisatie hebben (noch in Chili, noch in het buitenland).

    — paragraaf 2 heeft tot doel de toepassing mogelijk te maken van Wettelijk Decreet nr. 600 dat aan de belastingplichtige de keuze laat om onderworpen te worden aan een hoger belastingtarief, 42 % in plaats van 35 %, als compensatie voor andere voordelen.

    Paragraaf 3 laat onder bepaalde voorwaarden toe dat in een overeenkomstsluitende Staat de bijdragen in mindering worden gebracht die zijn gestort aan een pensioenfonds dat erkend is in de andere overeenkomstsluitende Staat.

    Artikel 29 (Inwerkingtreding)

    De bepalingen van de Overeenkomst zijn in België van toepassing :

    — wat de bij de bron verschuldigde belastingen betreft, op inkomsten die zijn toegekend of betaalbaar gesteld op of na 1 januari van het jaar dat volgt op dat waarin de Overeenkomst in werking is getreden;

    — wat de andere belastingen betreft, op inkomsten van belastbare tijdperken die aanvangen op of na 1 januari van het jaar dat volgt op dat waarin de Overeenkomst in werking is getreden.

    D. Uit de Overeenkomst voortvloeiend fiscaal stelsel voor de voornaamste inkomsten die afkomstig zijn uit Chili en door inwoners van België werden verkregen.

    Artikelen van de Overeenkomst — Articles de la Convention Aard van de inkomsten — Nature des revenus In Chili — Au Chili In België (Art. 23 § 2) — En Belgique (Art. 23 § 2)
    Art. 6 Inkomsten uit in Chili gelegen onroerende goederen. — Revenus de biens immobiliers situés au Chili. Belastingheffing. — Imposition. Vrijstelling (1). — Exemption (1).
    Art. 7 Winst van ondernemingen die kan worden toegerekend aan een in Chili gelegen vaste inrichting. — Bénéfices d'entreprises imputables à un établissement stable situé au Chili. Belastingheffing. — Imposition. Vrijstelling (1). — Exemption (1).
    Art. 8 Winst die voortkomt uit de exploitatie in Chili van schepen en luchtvaartuigen in internationaal verkeer. — Bénéfices provenant de l'exploitation au Chili de navires et d'aéronefs en trafic international. Vrijstelling. — Exemption. Belastingheffing overeenkomstig het intern recht. — Imposition conformément au droit interne.
    Art. 10 Dividenden uitgekeerd aan een Belgische vennootschap die onmiddellijk ten minste 10% bezit van het kapitaal van de vennootschap uit Chili. — Dividendes payés à une société belge qui détient directement au moins 10 % du capital de la société du Chili. Imposition suivant le droit interne (Additional Tax et Belastingheffing overeenkomstig het intern recht (Additional Tax en aftrek van de First Category Tax). — déduction de la First Category Tax). Imposition et régime RDT comme si les dividendes étaient Belastingheffing en DBI-stelsel alsof de dividenden werden uitgekeerd door een vennootschap die inwoner is van een lidstaat van EU. — distribués par une société résidente d'un État membre de l'UE.
    Andere dividenden. — Autres dividendes. Belastingheffing overeenkomstig het intern recht (Additonal Tax en aftrek van de First Category Tax). — Imposition suivant le droit interne (Additional Tax et déduction de la First Category Tax). Belastingheffing en verrekening van het saldo (additional tax na aftrek van de first — category tax).Imposition et imputation du solde (Additional Tax après déduction de la First Category Tax).
    Art. 11 Uit Chili afkomstige interest. — Intérêts provenant du Chili. Belasting normaal beperkt tot 15 % van het brutobedrag. — Imposition normalement limitée à 15 % du montant brut. Belastingheffing en toekenning van het FBB overeenkomstig het intern recht. — Imposition et octroi de la QFIE suivant le droit interne.
    Interest betaald aan een Chileense bank of verzekeringsonderneming. — Intérêts payés à une banque ou une compagnie d'assurance chilienne. Belasting normaal beperkt tot 5 % van het brutobedrag. — Imposition normalement limitée à 5 % du montant brut. Belastingheffing en toekenning van het FBB overeenkomstig het intern recht. — Imposition et octroi de la QFIE suivant le droit interne.
    Interest van obligaties of effecten die geregeld en in belangrijke mate op een gereglementeerde effectenmarkt verhandeld worden. — Intérêts d'obligations ou de valeurs mobilières qui font l'objet de transactions régulières et substantielles sur un marché de valeurs mobilières réglementé. Belasting normaal beperkt tot 5 % van het brutobedrag. — Imposition normalement limitée à 5 % du montant brut. Belastingheffing en toekenning van het FBB overeenkomstig het intern recht. — Imposition et octroi de la QFIE suivant le droit interne.
    Interest die door de aankoper van machines of uitrusting is betaald aan een uiteindelijk gerechtigde die de verkoper is van de machines of van de uitrusting. — Intérêts payés par l'acquéreur de machines ou d'équipement à un bénéficiaire effectif qui est le vendeur des machines ou de l'équipement. Belasting normaal beperkt tot 5 % van het brutobedrag. — Imposition normalement limitée à 5 % du montant brut. Belastingheffing en toekenning van het FBB overeenkomstig het intern recht. — Imposition et octroi de la QFIE suivant le droit interne.
    Art. 12 Uit Chili afkomstige royalty's, voor het gebruik van, of voor het recht van gebruik van, nijverheids-, handels- of wetenschappelijke uitrusting. — Redevances pour l'usage ou la concession de l'usage d'un équipement industriel, commercial ou scientifique provenant du Chili. Belasting beperkt tot 5% van het brutobedrag. — Imposition limitée à 5 % du montant brut. Belastingheffing en toekenning van het FBB overeenkomstig het intern recht. — Imposition et octroi de la QFIE suivant le droit interne.
    Andere royalty's afkomstig uit Chili. — Autres redevances provenant du Chili. Belasting beperkt tot 10% van het brutobedrag. — Imposition limitée à 10 % du montant brut. Belastingheffing en toekenning van het FBB overeenkomstig het intern recht. — Imposition et octroi de la QFIE suivant le droit interne.
    Art. 13 Meerwaarden verwezenlijkt op. — Plus-values réalisées sur :
    — in Chili gelegen onroerende goederen. — des biens immobiliers situés au Chili. Belastingheffing. — Imposition. Vrijstelling (1). — Exemption (1).
    — roerende goederen die deel uitmaken van een in Chili gelegen vaste inrichting. —des biens mobiliers qui font partie d'un établissement stable situé au Chili. Belastingheffing. — Imposition. Vrijstelling (1). — Exemption (1).
    — aandelen van een vennootschap die inwoner is van Chili die hoofdzakelijk onroerende goederen bezit in Chili. — des actions d'une société résidente du Chili qui détient principalement des biens immobiliers au Chili. Belastingheffing. — Imposition. Vrijstelling (1). — Exemption (1).
    — aandelen van een vennootschap die inwoner is van Chili en die deel uitmaken van een belangrijke deelneming van ten minste 20 %. — des actions d'une société résidente du Chili qui font partie d'une participation importante d'au moins 20 %. Belastingheffing. — Imposition. Vrijstelling (1). — Exemption (1).
    — andere aandelen van een vennootschap die inwoner is van Chili. — les autres actions d'une société résidente du Chili. Belasting beperkt tot 16%. — Imposition limitée à 16 %. Vrijstelling (1). — Exemption (1).
    Meerwaarden verwezenlijkt op enig ander goed (daarbij inbegrepen schepen en luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geëxploiteerd). — Plus-values réalisées sur tout autre bien (y compris sur les navires et aéronefs exploités en trafic international). Vrijstelling. — Exemption. Vrijstelling (1). — Exemption (1).
    Art. 14 Inkomsten uit een zelfstandig beroep die kunnen worden toegerekend aan een in Chili gelegen vaste basis of die zijn verkregen uit een activiteit die in Chili werd uitgeoefend tijdens een verblijf van meer dan of gelijk aan 183 dagen. — Revenus d'une profession indépendante imputables à une base fixe située au Chili ou tirés d'une activité exercée au Chili au cours d'un séjour égal ou supérieur à 183 jours. Belastingheffing. — Imposition. Vrijstelling (1). — Exemption (1).
    Andere inkomsten uit een zelfstandig beroep. — Autres revenus d'une profession indépendante. Vrijstelling. — Exemption. Belastingheffing overeenkomstig het intern recht. — Imposition suivant le droit interne.
    Art. 15 Algemene regel voor beloningen die betrekking hebben op niet zelfstandige werkzaamheden, uitgeoefend in Chili. — Règle générale pour les rémunérations afférentes à des activités dépendantes exercées au Chili. Belastingheffing. — Imposition. Vrijstelling (1). — Exemption (1).
    Beloningen ter zake van een verblijf in Chili van minder dan of gelijk aan 183 dagen en die niet worden betaald door of namens een werkgever uit Chili, noch worden gedragen door een in Chili gelegen vaste inrichting. — Rémunérations relatives à un séjour au Chili inférieur ou égal à 183 jours, et qui ne sont pas payées par ou pour le compte d'un employeur du Chili ou supportées par un établissement stable situé au Chili. Vrijstelling. — Exemption. Belastingheffing overeenkomstig het intern recht. — Imposition conformément au droit interne.
    Beloningen ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een schip of luchtvaartuig dat door een onderneming die inwoner is van België in internationaal verkeer wordt geexploiteerd. — Rémunérations relatives à un emploi exercé à bord d'un navire ou d'un aéronef exploité par une entreprise résidente de Belgique en trafic international. Vrijstelling. — Exemption. Belastingheffing overeenkomstig het intern recht. — Imposition conformément au droit interne.
    Art. 16 en Protocol 11. — Art. 16 et Protocole 11 Tantièmes en presentiegelden die door een vennootschap die inwoner is van Chili zijn betaald aan een bestuurder. — Tantièmes et jetons de présence payés à un administrateur par une société résidente du Chili. Belastingheffing. — Imposition. Vrijstelling (1) — Exemption (1).
    Beloningen betaald aan een bestuurder of aan een vennoot van een vennootschap, niet zijnde een vennootschap op aandelen, ter zake van de uitoefening van een dagelijkse werkzaamheid in Chili. — Rémunérations payées à un administrateur ou à un associé d'une société, autre qu'une société par actions, en raison de l'exercice d'une activité journalière au Chili. Stelsel van artikel 14 of van artikel 15. — Régime de l'article 14 ou de l'article 15. Stelsel dat van toepassing is op de inkomsten bedoeld in artikel 14 of artikel 15. — Régime applicable aux revenus visés à l'article 14 ou à l'article 15.
    Art. 17 Inkomsten uit persoonlijke werkzaamheden die een artiest of sportbeoefenaar in Chili verricht. — Revenus des activités personnel-les d'un artiste ou sportif exercées au Chili. Belastingheffing. — Imposition. Vrijstelling (1). — Exemption (1).
    Art. 18 Pensioenen (openbare sector en privésector) afkomstig uit Chili. — Pensions (secteur public et secteur privé) provenant du Chili Belastingheffing. — Imposition. Vrijstelling (1). — Exemption (1).
    Door een inwoner van Chili betaald onderhoudsgeld dat geen recht geeft op een belastingverlichting in Chili. — Rentes alimentaires payées par un résident du Chili qui ne donne pas droit à un allègement fiscal au Chili. Belastingheffing. — Imposition. Vrijstelling (1). — Exemption (1).
    Door een inwoner van Chili betaald onderhoudsgeld dat recht geeft op een belastingverlichting in Chili. — Rentes alimentaires payées par un résident du Chili qui donne droit à un allègement fiscal au Chili. Vrijstelling. — Exemption. Belastingheffing overeenkomstig het intern recht. — Imposition conformément au droit interne.
    Art. 19 Overheidsbeloningen, door Chili betaald aan een inwoner van België die geen onderdaan is van België en die uitsluitend inwoner van België is geworden om de diensten te bewijzen. — Rémunérations de fonctions publiques payées par le Chili à un résident de la Belgique qui n'a pas la nationalité belge et qui est devenu un résident de la Belgique à la seule fin de rendre les services. Belastingheffing. — Imposition. Vrijstelling (1). — Exemption (1).
    Overheidsbeloningen, door Chili betaald aan een inwoner van België die onderdaan is van België of die niet uitsluitend inwoner van België is geworden om de diensten te bewijzen. — Rémunérations de fonctions publiques payées par le Chili à un résident de la Belgique qui a la nationalité belge ou qui n'est pas devenu résident de la Belgique à la seule fin de rendre les services. Vrijstelling. — Exemption. Belastingheffing overeenkomstig het intern recht. — Imposition conformément au droit interne.
    Art. 20 Inkomsten uit buitenlandse bron die een student of een stagiair die uit Chili komt, ontvangt voor zijn kosten van onderhoud, studie of opleiding in België. — Revenus de source étrangère qu'un étudiant ou un stagiaire venant du Chili reçoit pour ses frais d'entretien, d'études ou de formation en Belgique. Belastingheffing. — Imposition. Vrijstelling (1). — Exemption (1).
    Art. 21 Andere inkomsten uit Chileense bronnen. — Autres revenus de source chilienne. Belastingheffing. — Imposition. Vrijstelling (1). — Exemption (1).
    (1) Vrijstelling met progressievoorbehoud : België houdt rekening met de vrijgestelde inkomsten om het tarief te bepalen van de belasting die betrekking heeft op de in België belaste inkomsten. (1) Exemption avec réserve de progressivité : la Belgique tient compte des revenus exemptés en vue de déterminer le taux de l'impôt afférent aux revenus imposés en Belgique.

    De regering is van mening dat de Overeenkomst een bevredigende oplossing biedt voor de problemen inzake dubbele belasting die thans bestaan tussen België en Chili of die in de toekomst zouden kunnen optreden. De Overeenkomst is dus een instrument dat ertoe kan bijdragen om de economische betrekkingen tussen beide Staten te verbeteren.

    De regering stelt u bijgevolg voor deze nieuwe Overeenkomst snel goed te keuren opdat zij zo vlug mogelijk in werking zou kunnen treden.

    De minister van Buitenlandse Zaken,

    Karel DE GUCHT.

    De minister van Financiën,

    Didier REYNDERS.


    WETONTWERP


    ALBERT II,

    Koning der Belgen,

    Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen,

    Onze Groet.

    Op de voordracht van Onze minister van Buitenlandse Zaken en van Onze minister van Financiën,

    Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

    Onze minister van Buitenlandse Zaken en Onze minister van Financiën zijn ermee belast het ontwerp van wet, waarvan de tekst hierna volgt, in Onze naam aan de Wetgevende Kamers voor te leggen en bij de Senaat in te dienen :

    Artikel 1

    Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

    Art. 2

    De Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, en het Protocol, gedaan te Brussel op 6 december 2007, zullen volkomen gevolg hebben.

    Gegeven te Brussel, 12 juli 2009.

    ALBERT

    Van Koningswege :

    De minister van Buitenlandse Zaken,

    Karel DE GUCHT.

    De minister van Financiën,

    Didier REYNDERS.


    OVEREENKOMST


    tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen.

    de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van de Republiek Chili,

    WENSENDE een Overeenkomst te sluiten tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontduiken en het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen,

    ZIJN het volgende overeengekomen :

    HOOFDSTUK I — WERKINGSSFEER VAN DE OVEREENKOMST

    Artikel 1

    Personen op wie de Overeenkomst van toepassing is

    Deze Overeenkomst is van toepassing op personen die inwoner zijn van een overeenkomstsluitende Staat of van beide overeenkomstsluitende Staten.

    Artikel 2

    Belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is

    1. Deze Overeenkomst is van toepassing op belastingen naar het inkomen en naar het vermogen die, ongeacht de wijze van heffing, worden geheven ten behoeve van een overeenkomstsluitende Staat, van de staatkundige onderdelen of plaatselijke gemeenschappen daarvan.

    2. Als belastingen naar het inkomen en naar het vermogen worden beschouwd alle belastingen die worden geheven naar het gehele inkomen, naar het gehele vermogen, of naar bestanddelen van het inkomen of van het vermogen, daaronder begrepen belastingen naar voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende of onroerende goederen, belastingen naar het totale bedrag van de door ondernemingen betaalde lonen of salarissen, alsmede belastingen naar waardevermeerdering.

    3. De bestaande belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is, zijn met name :

    a) in Chili, de belastingen geheven krachtens de Wet betreffende de belasting naar het inkomen, « Ley sobre Impuesto a la Renta »,

    (hierna te noemen « Chileense belasting »); en

    b) in België :

    (i) de personenbelasting;

    (ii) de vennootschapsbelasting;

    (iii) de rechtspersonenbelasting;

    (iv) de belasting van niet-inwoners;

    (v) de aanvullende crisisbijdrage,

    met inbegrip van de voorheffingen en de opcentiemen op die belastingen en voorheffingen,

    (hierna te noemen « Belgische belasting »).

    4. De Overeenkomst is ook van toepassing op alle gelijke of in wezen gelijksoortige belastingen en op belastingen naar het vermogen die na de datum van de ondertekening van de Overeenkomst naast of in de plaats van de bestaande belastingen worden geheven. De bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende Staten delen elkaar op het einde van elk jaar alle belangrijke wijzigingen mede die in hun belastingwetten zijn aangebracht.

    HOOFDSTUK II — BEGRIPSBEPALINGEN

    Artikel 3

    Algemene bepalingen

    1. Voor de toepassing van deze Overeenkomst, tenzij het zinsverband anders vereist :

    a) betekent de uitdrukking « Chili » de Republiek Chili, daaronder begrepen elk gebied buiten de territoriale zee dat krachtens de wetgeving van de Republiek Chili en in overeenstemming met het internationale recht is aangeduid als een gebied waarin de Republiek Chili soevereine rechten kan uitoefenen met betrekking tot de zeebodem en de ondergrond en de natuurlijke rijkdommen daarvan;

    b) betekent de uitdrukking « België » het Koninkrijk België, daaronder begrepen elk gebied buiten de territoriale zee dat krachtens de wetgeving van het Koninkrijk België en in overeenstemming met het internationale recht is aangeduid als een gebied waarin het Koninkrijk België soevereine rechten kan uitoefenen met betrekking tot de zeebodem en de ondergrond en de natuurlijke rijkdommen daarvan;

    c) betekenen de uitdrukkingen « een overeenkomstsluitende Staat » en « de andere overeenkomstsluitende Staat » België of Chili, al naar het zinsverband vereist;

    d) omvat de uitdrukking « persoon » een natuurlijke persoon, een vennootschap en elke andere vereniging van personen;

    e) betekent de uitdrukking « vennootschap » elke rechtspersoon of elke entiteit die voor de belastingheffing als een rechtspersoon wordt behandeld;

    f) betekenen de uitdrukkingen « onderneming van een overeenkomstsluitende Staat » en « onderneming van de andere overeenkomstsluitende Staat » onderscheidenlijk een onderneming gedreven door een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat en een onderneming gedreven door een inwoner van de andere overeenkomstsluitende Staat;

    g) betekent de uitdrukking « internationaal verkeer » elk vervoer door een schip of door een luchtvaartuig dat wordt geëxploiteerd door een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat, behalve indien dat vervoer enkel geschiedt tussen in de andere overeenkomstsluitende Staat gelegen plaatsen;

    h) betekent de uitdrukking « bevoegde autoriteit » :

    (i) in Chili, de minister van Financiën of zijn bevoegde vertegenwoordiger; en

    (ii) in België, de minister van Financiën of zijn bevoegde vertegenwoordiger;

    i) betekent de uitdrukking « onderdaan » met betrekking tot een overeenkomstsluitende Staat :

    (i) elke natuurlijke persoon die de nationaliteit van die overeenkomstsluitende Staat bezit; en

    (ii) elke rechtspersoon of vereniging opgericht overeenkomstig de wetgeving welke in die overeenkomstsluitende Staat van kracht is.

    2. Voor de toepassing van de Overeenkomst op enig tijdstip door een overeenkomstsluitende Staat heeft, tenzij het zinsverband anders vereist, elke niet erin omschreven uitdrukking de betekenis welke die uitdrukking op dat tijdstip heeft volgens de wetgeving van die Staat met betrekking tot de belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is. Elke betekenis overeenkomstig de toepasselijke belastingwetgeving van die Staat heeft voorrang op een betekenis welke die uitdrukking heeft overeenkomstig de andere wetten van die Staat.

    Artikel 4

    Inwoner

    1. Voor de toepassing van deze Overeenkomst betekent de uitdrukking « inwoner van een overeenkomstsluitende Staat » iedere persoon die, ingevolge de wetgeving van die Staat, aldaar aan belasting is onderworpen op grond van zijn woonplaats, verblijf, plaats van leiding, plaats van oprichting of enige andere soortgelijke omstandigheid, en omvat zij eveneens die Staat en elk staatkundig onderdeel of plaatselijke gemeenschap daarvan. Die uitdrukking omvat echter niet personen die in die Staat enkel aan belasting onderworpen zijn ter zake van inkomsten uit in die Staat gelegen bronnen of ter zake van aldaar gelegen vermogen.

    2. Indien een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van paragraaf 1 inwoner van beide overeenkomstsluitende Staten is, wordt zijn toestand op de volgende wijze geregeld :

    a) hij wordt geacht alleen inwoner te zijn van de Staat waar hij een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft; indien hij in beide Staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft, wordt hij geacht alleen inwoner te zijn van de Staat waarmee zijn persoonlijke en economische betrekkingen het nauwst zijn (middelpunt van de levensbelangen);

    b) indien niet kan worden bepaald in welke Staat het middelpunt van zijn levensbelangen zich bevindt, of indien hij in geen van de Staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft, wordt hij geacht alleen inwoner te zijn van de Staat waar hij gewoonlijk verblijft;

    c) indien hij in beide Staten of in geen van beide gewoonlijk verblijft, wordt hij geacht alleen inwoner te zijn van de Staat waarvan hij onderdaan is;

    d) indien hij onderdaan is van beide Staten of van geen van beide, regelen de bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende Staten de aangelegenheid door middel van de regeling voor onderling overleg.

    3. Indien een andere dan een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van paragraaf 1 inwoner is van beide overeenkomstsluitende Staten, trachten de bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende Staten de aangelegenheid door middel van de regeling voor onderling overleg te regelen. Indien de bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende Staten niet tot onderlinge overeenstemming kunnen komen, is die persoon niet gerechtigd tot enige vermindering of vrijstelling van belasting waarin deze Overeenkomst voorziet, behoudens het bepaalde in artikel 23, paragraaf 2 van deze Overeenkomst.

    Artikel 5

    Vaste inrichting

    1. Voor de toepassing van deze Overeenkomst betekent de uitdrukking « vaste inrichting » een vaste bedrijfsinrichting met behulp waarvan de werkzaamheden van een onderneming geheel of gedeeltelijk worden uitgeoefend.

    2. De uitdrukking « vaste inrichting » omvat in het bijzonder :

    a) een plaats waar leiding wordt gegeven;

    b) een filiaal;

    c) een kantoor;

    d) een fabriek;

    e) een werkplaats; en

    f) een mijn, een olie- of gasbron, een steengroeve of enige andere plaats die verband houdt met het onderzoek naar of het ontginnen van natuurlijke rijkdommen.

    3. De uitdrukking « vaste inrichting » omvat eveneens :

    a) de plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie- of installatiewerkzaamheden en de werkzaamheden van toezicht daarop, doch uitsluitend indien de duur van dat bouwwerk of van die werkzaamheden zes maanden overschrijdt;

    b) het verstrekken van diensten, daaronder begrepen adviezen, door een onderneming door middel van werknemers of andere natuurlijke personen die de onderneming daarvoor in dienst heeft genomen, indien zodanige werkzaamheden in het land worden uitgeoefend gedurende een tijdvak of tijdvakken waarvan de duur in totaal 183 dagen in enig tijdvak van 12 maanden te boven gaat.

    4. Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel wordt een « vaste inrichting » niet aanwezig geacht indien :

    a) gebruik wordt gemaakt van inrichtingen, uitsluitend voor de opslag, uitstalling of levering van aan de onderneming toebehorende goederen;

    b) een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen wordt aangehouden, uitsluitend voor opslag, uitstalling of levering;

    c) een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen wordt aangehouden, uitsluitend voor de bewerking of verwerking door een andere onderneming;

    d) een vaste bedrijfsinrichting wordt aangehouden, uitsluitend om voor de onderneming goederen aan te kopen of inlichtingen in te winnen;

    e) een vaste bedrijfsinrichting wordt aangehouden, uitsluitend voor reclamedoeleinden of voor het geven van inlichtingen voor de onderneming, en voor elke andere soortgelijke werkzaamheid die van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft.

    5. Indien een persoon — niet zijnde een onafhankelijke vertegenwoordiger op wie paragraaf 6 van toepassing is — voor een onderneming werkzaam is en in een overeenkomstsluitende Staat een machtiging bezit om namens de onderneming overeenkomsten af te sluiten en dit recht aldaar gewoonlijk uitoefent, wordt die onderneming, niettegenstaande de bepalingen van de paragrafen 1 en 2, geacht een vaste inrichting in die Staat te hebben voor alle werkzaamheden welke deze persoon voor de onderneming verricht, tenzij de werkzaamheden van die persoon beperkt blijven tot de in paragraaf 4 vermelde werkzaamheden die, indien zij met behulp van een vaste bedrijfsinrichting zouden worden verricht, die vaste bedrijfsinrichting niet tot een vaste inrichting zouden stempelen ingevolge de bepalingen van die paragraaf.

    6. Een onderneming wordt niet geacht een vaste inrichting in een overeenkomstsluitende Staat te bezitten op grond van de enkele omstandigheid dat zij aldaar zaken doet door middel van een makelaar, een algemeen commissionair of enige andere onafhankelijke vertegenwoordiger, op voorwaarde dat deze personen in de normale uitoefening van hun bedrijf handelen.

    7. Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel wordt een verzekeringsonderneming van een overeenkomstsluitende Staat, behalve wanneer het gaat om herverzekering, geacht in de andere overeenkomstsluitende Staat een vaste inrichting te hebben indien zij op het grondgebied van die andere Staat premies int of aldaar gelegen risico's verzekert door middel van een vertegenwoordiger, niet zijnde een onafhankelijke vertegenwoordiger op wie paragraaf 6 van toepassing is.

    De enkele omstandigheid dat een vennootschap die inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat, een vennootschap beheerst of wordt beheerst door een vennootschap die inwoner is van de andere overeenkomstsluitende Staat of die in die andere Staat zaken doet (hetzij met behulp van een vaste inrichting, hetzij op andere wijze), stempelt één van beide vennootschappen niet tot een vaste inrichting van de andere.

    HOOFDSTUK III — BELASTINGHEFFING NAAR HET INKOMEN

    Artikel 6

    Inkomsten uit onroerende goederen

    1. Inkomsten die een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat verkrijgt uit in de andere overeenkomstsluitende Staat gelegen onroerende goederen (inkomsten uit landbouw- of bosbedrijven daaronder begrepen) mogen in die andere Staat worden belast.

    2. Voor de toepassing van deze Overeenkomst heeft de uitdrukking « onroerende goederen » de betekenis die daaraan wordt toegekend door het recht van de overeenkomstsluitende Staat waar de desbetreffende goederen zijn gelegen. De uitdrukking omvat in ieder geval de goederen die bij de onroerende goederen behoren, levende en dode have van landbouw- en bosbedrijven, rechten waarop de bepalingen van het privaatrecht betreffende de grondeigendom van toepassing zijn, vruchtgebruik van onroerende goederen en rechten op veranderlijke of vaste vergoedingen ter zake van de exploitatie, of het recht tot exploitatie, van minerale aardlagen, bronnen en andere bodemrijkdommen; schepen en luchtvaartuigen worden niet als onroerende goederen beschouwd.

    3. De bepalingen van paragraaf 1 zijn van toepassing op inkomsten verkregen uit de rechtstreekse exploitatie of het rechtstreekse genot, uit het verhuren of verpachten, of uit elke andere vorm van exploitatie van onroerende goederen.

    4. De bepalingen van de paragrafen 1 en 3 zijn ook van toepassing op inkomsten uit onroerende goederen van een onderneming en op inkomsten uit onroerende goederen gebezigd voor de uitoefening van een zelfstandig beroep.

    Artikel 7

    Ondernemingswinst

    1. Winst van een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat is slechts in die Staat belastbaar, tenzij de onderneming in de andere overeenkomstsluitende Staat haar bedrijf uitoefent met behulp van een aldaar gevestigde vaste inrichting. Indien de onderneming aldus haar bedrijf uitoefent of heeft uitgeoefend, mag de winst van de onderneming in de andere Staat worden belast, maar slechts in zoverre als zij aan die vaste inrichting kan worden toegerekend.

    2. Onder voorbehoud van de bepalingen van paragraaf 3 wordt, indien een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat in de andere overeenkomstsluitende Staat haar bedrijf uitoefent met behulp van een aldaar gevestigde vaste inrichting, in elke overeenkomstsluitende Staat aan die vaste inrichting de winst toegerekend die zij geacht zou kunnen worden te behalen indien zij een onafhankelijke onderneming zou zijn, die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden zou uitoefenen onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden en die geheel onafhankelijk zou handelen.

    3. Bij de bepaling van de winst van een vaste inrichting worden in aftrek toegelaten kosten, daaronder begrepen kosten van leiding en algemene beheerskosten, die ten behoeve van de vaste inrichting zijn gemaakt, hetzij in de Staat waar de vaste inrichting is gevestigd, hetzij elders.

    4. Voor zover het in een overeenkomstsluitende Staat gebruikelijk is de aan een vaste inrichting toe te rekenen winst te bepalen op basis van een verdeling van de totale winst van de onderneming over haar verschillende delen, belet paragraaf 2 die overeenkomstsluitende Staat niet de te belasten winst te bepalen volgens de gebruikelijke verdeling; de gevolgde methode van verdeling moet echter zodanig zijn dat het resultaat in overeenstemming is met de in dit artikel neergelegde beginselen.

    5. Geen winst wordt aan een vaste inrichting toegerekend enkel op grond van aankoop door die vaste inrichting van goederen voor de onderneming.

    6. Voor de toepassing van de voorgaande paragrafen wordt de aan de vaste inrichting toe te rekenen winst van jaar tot jaar volgens dezelfde methode bepaald, tenzij er een goede en genoegzame reden bestaat om hiervan af te wijken.

    7. Indien in de winst inkomstenbestanddelen zijn begrepen die afzonderlijk in andere artikelen van deze Overeenkomst worden behandeld, worden de bepalingen van die artikelen niet aangetast door de bepalingen van dit artikel.

    Artikel 8

    Zeevaart en luchtvaart

    1. Winst van een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat uit de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer is slechts in die Staat belastbaar.

    2. Voor de toepassing van dit artikel omvat winst uit de exploitatie van schepen of luchtvaartuigen in internationaal verkeer in het bijzonder :

    a) winst die door de onderneming die zich bezighoudt met internationaal verkeer wordt verkregen uit de verhuring van schepen of luchtvaartuigen met volledige uitrusting, bemanning en voorraden;

    b) winst verkregen uit de verhuring van onbemande schepen of luchtvaartuigen, indien die verhuring een bijkomende activiteit is voor de onderneming die zich bezighoudt met internationaal verkeer;

    c) winst verkregen uit de verhuring van laadkisten, indien die verhuring een bijkomende activiteit is voor de onderneming die zich bezighoudt met internationaal verkeer.

    3. De bepalingen van paragraaf 1 zijn ook van toepassing op winst verkregen uit de deelneming in een pool, een gemeenschappelijk bedrijf of een internationaal bedrijfslichaam.

    Artikel 9

    Afhankelijke ondernemingen

    1. Indien

    a) een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat onmiddellijk of middellijk deelneemt aan de leiding van, aan het toezicht op, dan wel in het kapitaal van een onderneming van de andere overeenkomstsluitende Staat, of

    b) dezelfde personen onmiddellijk of middellijk deelnemen aan de leiding van, aan het toezicht op, dan wel in het kapitaal van een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat en van een onderneming van de andere overeenkomstsluitende Staat,

    en, in het ene of in het andere geval, tussen de twee ondernemingen in hun handelsbetrekkingen of financiële betrekkingen, voorwaarden worden overeengekomen of opgelegd die afwijken van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen, mag winst die één van de ondernemingen zonder deze voorwaarden zou hebben behaald maar ten gevolge van die voorwaarden niet heeft behaald, worden begrepen in de winst van die onderneming en dienovereenkomstig worden belast.

    2. Indien een overeenkomstsluitende Staat in de winst van een onderneming van die Staat winst opneemt — en dienovereenkomstig belast — ter zake waarvan een onderneming van de andere overeenkomstsluitende Staat in die andere Staat is belast, en de aldus opgenomen winst winst is die de onderneming van de eerstgenoemde Staat zou hebben behaald indien tussen de twee ondernemingen zodanige voorwaarden zouden zijn overeengekomen als tussen onafhankelijke ondernemingen zouden zijn overeengekomen, voert de andere Staat een herziening uit op de wijze welke die Staat gerechtvaardigd acht, zowel in principe als wat het bedrag aan belasting betreft dat aldaar over die winst is geheven. Bij deze herziening wordt rekening gehouden met de overige bepalingen van deze Overeenkomst en, indien nodig, plegen de bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende Staten overleg met elkaar.

    Artikel 10

    Dividenden

    1. Dividenden betaald door een vennootschap die inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat aan een inwoner van de andere overeenkomstsluitende Staat, mogen in die andere Staat worden belast.

    2. Deze dividenden mogen echter ook in de overeenkomstsluitende Staat waarvan de vennootschap die de dividenden betaalt inwoner is overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast, maar indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden inwoner is van de andere overeenkomstsluitende Staat, mag de aldus geheven belasting niet hoger zijn dan 15 percent van het brutobedrag van de dividenden.

    Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van deze paragraaf worden dividenden niet belast in de overeenkomstsluitende Staat waarvan de vennootschap die de dividenden betaalt inwoner is indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden een vennootschap is die inwoner is van de andere overeenkomstsluitende Staat en die op het tijdstip waarop de dividenden worden betaald aandelen in haar bezit heeft, en gedurende een ononderbroken tijdperk van ten minste twaalf maanden in haar bezit gehad heeft, die onmiddellijk 10 percent vertegenwoordigen van het kapitaal van de vennootschap die de dividenden betaalt.

    Deze paragraaf laat onverlet de belastingheffing van de vennootschap ter zake van de winst waaruit de dividenden worden betaald. Wat Chili betreft behelst die belastingheffing de toepassing van de aanvullende belasting (Additional Tax).

    3. De uitdrukking « dividenden », zoals gebezigd in dit artikel, betekent inkomsten uit aandelen of andere rechten op een aandeel in de winst, met uitzondering van schuldvorderingen, alsmede inkomsten die volgens de belastingwetgeving van de Staat waarvan de uitkerende vennootschap inwoner is, op dezelfde wijze in de belastingheffing worden betrokken als inkomsten uit aandelen of andere rechten.

    4. De bepalingen van de paragrafen 1 en 2 zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden, die inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat, in de andere overeenkomstsluitende Staat waarvan de vennootschap die de dividenden betaalt inwoner is, een nijverheids- of handelsbedrijf met behulp van een aldaar gevestigde vaste inrichting of een zelfstandig beroep door middel van een aldaar gevestigde vaste basis uitoefent en het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald met die vaste inrichting of die vaste basis wezenlijk is verbonden. In dat geval zijn de bepalingen van artikel 7 of van artikel 14, naar het geval, van toepassing.

    5. Indien een vennootschap die inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat winst of inkomsten verkrijgt uit de andere overeenkomstsluitende Staat, mag die andere Staat geen belasting heffen op dividenden die door de vennootschap worden betaald, behalve voor zover die dividenden aan een inwoner van die andere Staat worden betaald of voor zover het aandelenbezit uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald wezenlijk is verbonden met een in die andere Staat gelegen vaste inrichting of vaste basis, noch de niet-uitgedeelde winst van de vennootschap onderwerpen aan een belasting op niet-uitgedeelde winst, zelfs indien de betaalde dividenden of de niet-uitgedeelde winst geheel of gedeeltelijk bestaan uit winst of inkomsten die uit die andere Staat afkomstig zijn.

    6. De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing indien het belangrijkste doel of een van de belangrijkste doelstellingen van een persoon die betrokken is bij het creëren of het overdragen van de aandelen of andere rechten ter zake waarvan de dividenden betaald zijn, erin bestond voordeel te halen uit de bepalingen van dit artikel door middel van het creëren of overdragen van die aandelen of andere rechten.

    Artikel 11

    Interest

    1. Interest afkomstig uit een overeenkomstsluitende Staat en betaald aan een inwoner van de andere overeenkomstsluitende Staat mag in die andere Staat worden belast.

    2. Deze interest mag echter ook in de overeenkomstsluitende Staat waaruit hij afkomstig is overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast, maar indien de uiteindelijk gerechtigde tot de interest inwoner is van de andere overeenkomstsluitende Staat, mag de aldus geheven belasting niet hoger zijn dan :

    a) 5 percent van het brutobedrag van de interest die is verkregen uit :

    (i) leningen toegekend door banken en verzekeringsondernemingen;

    (ii) obligaties of effecten die geregeld en in belangrijke mate op een gereglementeerde effectenmarkt verhandeld worden;

    (iii) een verkoop op krediet en die door de aankoper van machines of uitrusting is betaald aan een uiteindelijk gerechtigde die de verkoper is van de machines en uitrusting;

    b) 15 percent van het brutobedrag van de interest in alle andere gevallen.

    3. De uitdrukking « interest », zoals gebezigd in dit artikel, betekent inkomsten uit schuldvorderingen van welke aard ook, al dan niet gewaarborgd door hypotheek, en in het bijzonder inkomsten uit overheidsleningen en obligaties, alsmede inkomsten die volgens de wetgeving van de Staat waaruit de inkomsten afkomstig zijn op dezelfde wijze als inkomsten van geleende gelden in de belastingheffing worden betrokken. De uitdrukking « interest » omvat niet de inkomsten die worden behandeld in artikel 10.

    4. De bepalingen van de paragrafen 1 en 2 zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de interest, die inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat, in de andere overeenkomstsluitende Staat waaruit de interest afkomstig is, een nijverheids- of handelsbedrijf met behulp van een aldaar gevestigde vaste inrichting of een zelfstandig roep door middel van een aldaar gevestigde vaste basis uitoefent en de schuldvordering uit hoofde waarvan de interest is verschuldigd met die vaste inrichting of die vaste basis wezenlijk is verbonden. In dat geval zijn de bepalingen van artikel 7 of van artikel 14, naar het geval, van toepassing.

    5. Interest wordt geacht uit een overeenkomstsluitende Staat afkomstig te zijn indien de schuldenaar een inwoner van die Staat is. Indien evenwel de schuldenaar van de interest, ongeacht of hij inwoner van een overeenkomstsluitende Staat is of niet, in een overeenkomstsluitende Staat een vaste inrichting of een vaste basis heeft waarvoor de schuld ter zake waarvan de interest wordt betaald is aangegaan, en die interest ten laste komt van die vaste inrichting of die vaste basis, wordt die interest geacht afkomstig te zijn uit de Staat waar de vaste inrichting of de vaste basis is gevestigd.

    6. Indien er een bijzondere verhouding bestaat tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde, en het bedrag van de interest om welke reden dan ook hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen, zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van toepassing. In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van de betalingen belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elke overeenkomstsluitende Staat en met inachtneming van de overige bepalingen van deze Overeenkomst.

    7. De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing indien het belangrijkste doel of een van de belangrijkste doelstellingen van een persoon die betrokken is bij het creëren of het overdragen van de schuldvordering uit hoofde waarvan de interest is betaald, erin bestond voordeel te halen uit de bepalingen van dit artikel door middel van het creëren of overdragen van die schuldvordering.

    Artikel 12

    Royalty's

    1. Royalty's afkomstig uit een overeenkomstsluitende Staat en betaald aan een inwoner van de andere overeenkomstsluitende Staat mogen in die andere Staat worden belast.

    2. Deze royalty's mogen echter ook in de overeenkomstsluitende Staat waaruit zij afkomstig zijn overeenkomstig de in die Staat van kracht zijnde wetgeving worden belast, maar indien de uiteindelijk gerechtigde tot de royalty's inwoner is van de andere overeenkomstsluitende Staat, mag de aldus geheven belasting niet hoger zijn dan :

    a) 5 % van het brutobedrag van de royalty's voor het gebruik van, of voor het recht van gebruik van, nijverheids-, handels- of wetenschappelijke uitrusting;

    b) 10 % van het brutobedrag van de royalty's in alle andere gevallen.

    3. De uitdrukking « royalty's », zoals gebezigd in dit artikel, betekent vergoedingen van welke aard ook voor het gebruik van, of voor het recht van gebruik van, een auteursrecht op een werk op het gebied van letterkunde, kunst of wetenschap, daaronder begrepen films, banden en andere middelen voor beeld- of geluidsreproductie, van een octrooi, een fabrieks- of handelsmerk, een tekening, een model, een plan, een geheim recept of een geheime werkwijze of een ander immaterieel goed, of voor het gebruik van, of voor het recht van gebruik van, nijverheids-, handels- of wetenschappelijke uitrusting, of voor inlichtingen omtrent ervaringen op het gebied van nijverheid, handel of wetenschap.

    4. De bepalingen van de paragrafen 1 en 2 zijn niet van toepassing indien de uiteindelijk gerechtigde tot de royalty's, die inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat, in de andere overeenkomstsluitende Staat waaruit de royalty's afkomstig zijn, een nijverheids- of handelsbedrijf met behulp van een aldaar gevestigde vaste inrichting of een zelfstandig beroep door middel van een aldaar gevestigde vaste basis uitoefent en het recht of het goed uit hoofde waarvan de royalty's verschuldigd zijn met die vaste inrichting of die vaste basis wezenlijk is verbonden. In dat geval zijn de bepalingen van artikel 7 of van artikel 14, naar het geval, van toepassing.

    5. Royalty's worden geacht uit een overeenkomstsluitende Staat afkomstig te zijn indien de schuldenaar een inwoner van die Staat is. Indien evenwel de schuldenaar van de royalty's, ongeacht of hij inwoner van een overeenkomstsluitende Staat is of niet, in een overeenkomstsluitende Staat een vaste inrichting of een vaste basis heeft waarvoor de verbintenis, uit hoofde waarvan de royalty's worden betaald is aangegaan en die de last van de royalty's draagt, worden die royalty's geacht afkomstig te zijn uit de Staat waar de vaste inrichting of de vaste basis is gevestigd.

    6. Indien, ten gevolge van een bijzondere verhouding tussen de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde of tussen hen beiden en een derde, het bedrag van de royalty's, gelet op het gebruik, het recht of de inlichtingen waarvoor zij worden betaald, hoger is dan het bedrag dat zonder zulk een verhouding door de schuldenaar en de uiteindelijk gerechtigde zou zijn overeengekomen, zijn de bepalingen van dit artikel slechts op het laatstbedoelde bedrag van toepassing. In dat geval blijft het daarboven uitgaande deel van de betalingen belastbaar overeenkomstig de wetgeving van elke overeenkomstsluitende Staat en met inachtneming van de overige bepalingen van deze Overeenkomst.

    7. De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing indien het belangrijkste doel of een van de belangrijkste doelstellingen van een persoon die betrokken is bij het creëren of het overdragen van de rechten uit hoofde waarvan de royalty's betaald zijn, erin bestond voordeel te halen uit de bepalingen van dit artikel door middel van het creëren of overdragen van die rechten.

    Artikel 13

    Vermogenswinst

    1. Voordelen die een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat verkrijgt uit de vervreemding van onroerende goederen die in de andere overeenkomstsluitende Staat zijn gelegen, mogen in die andere Staat worden belast.

    2. Voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende goederen die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat in de andere overeenkomstsluitende Staat heeft of van roerende goederen die behoren tot een vaste basis die een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat in de andere overeenkomstsluitende Staat tot zijn beschikking heeft voor de uitoefening van een zelfstandig beroep, daaronder begrepen voordelen verkregen uit de vervreemding van die vaste inrichting (alleen of te zamen met de gehele onderneming) of van die vaste basis, mogen in die andere Staat worden belast.

    3. Voordelen verkregen uit de vervreemding van schepen of luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geëxploiteerd of van roerende goederen die bij de exploitatie van zulke schepen of luchtvaartuigen worden gebruikt, zijn slechts belastbaar in de overeenkomstsluitende Staat waarvan de vervreemder inwoner is.

    4. Voordelen verkregen door een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat uit de vervreemding van aandelen of andere rechten die het kapitaal vertegenwoordigen van een vennootschap die inwoner is van de andere overeenkomstsluitende Staat mogen in die andere overeenkomstsluitende Staat worden belast indien,

    a) de vervreemder op enig tijdstip in de loop van het tijdvak van twaalf maanden dat voorafgaat aan die vervreemding onmiddellijk of middellijk aandelen of andere rechten bezat die 20 percent of meer vertegenwoordigen van het kapitaal van die vennootschap, of

    b) meer dan 50 percent van de waarde van de voordelen onmiddellijk of middellijk voortkomt uit onroerende goederen die in artikel 6 van deze Overeenkomst vermeld zijn en in die andere overeenkomstsluitende Staat gelegen zijn.

    Alle andere voordelen die een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat verkrijgt uit de vervreemding van aandelen of andere rechten die het kapitaal vertegenwoordigen van een vennootschap die inwoner is van de andere overeenkomstsluitende Staat mogen eveneens in die andere overeenkomstsluitende Staat worden belast, maar de aldus geheven belasting mag niet hoger zijn dan 16 percent van het bedrag van het voordeel.

    Niettegenstaande enige andere bepaling van deze paragraaf zijn voordelen verkregen door een pensioenfonds dat inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat uit de vervreemding van aandelen of andere rechten die het kapitaal vertegenwoordigen van een vennootschap die inwoner is van de andere overeenkomstsluitende Staat, slechts in de eerstbedoelde overeenkomstsluitende Staat belastbaar.

    5. Voordelen verkregen uit de vervreemding van alle andere goederen dan die vermeld in de voorafgaande paragrafen van dit artikel, zijn slechts belastbaar in de overeenkomstsluitende Staat waarvan de vervreemder inwoner is.

    Artikel 14

    Zelfstandige beroepen

    1. Inkomsten verkregen door een natuurlijke persoon die inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat in de uitoefening van een vrij beroep of van andere werkzaamheden van zelfstandige aard, zijn slechts in die overeenkomstsluitende Staat belastbaar. Die inkomsten mogen evenwel ook in de andere overeenkomstsluitende Staat worden belast :

    a) indien hij in de andere overeenkomstsluitende Staat voor het verrichten van de werkzaamheden geregeld over een vaste basis beschikt; in dat geval mag slechts het gedeelte van de inkomsten dat aan die vaste basis kan worden toegerekend in die andere Staat worden belast; of

    b) indien hij in de andere overeenkomstsluitende Staat verblijft gedurende een tijdvak of tijdvakken die in enig tijdperk van twaalf maanden, dat aanvangt of eindigt tijdens het betrokken belastingjaar, een totaal van 183 dagen bereiken of te boven gaan; in dat geval mag slechts het deel van de inkomsten dat afkomstig is van de in die andere Staat verrichte werkzaamheden, in die Staat worden belast.

    2. De uitdrukking « vrij beroep » omvat in het bijzonder zelfstandige werkzaamheden op het gebied van wetenschap, letterkunde, kunst, opvoeding of onderwijs, alsmede de zelfstandige werkzaamheden van artsen, advocaten, ingenieurs, architecten, tandartsen en accountants.

    Artikel 15

    Inkomsten uit een dienstbetrekking

    1. Onder voorbehoud van de bepalingen van de artikelen 16, 18 en 19, zijn lonen, salarissen en andere beloningen verkregen door een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat ter zake van een dienstbetrekking, slechts in die Staat belastbaar, tenzij de dienstbetrekking in de andere overeenkomstsluitende Staat wordt uitgeoefend. Indien de dienstbetrekking aldaar wordt uitgeoefend, mogen de ter zake daarvan verkregen beloningen in die andere Staat worden belast.

    2. Niettegenstaande de bepalingen van paragraaf 1, zijn beloningen verkregen door een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat ter zake van een in de andere overeenkomstsluitende Staat uitgeoefende dienstbetrekking slechts in de eerstbedoelde Staat belastbaar indien :

    a) de verkrijger in de andere Staat verblijft gedurende een tijdvak of tijdvakken die tijdens enig tijdperk van twaalf maanden dat aanvangt of eindigt tijdens het betrokken belastingjaar een totaal van 183 dagen niet te boven gaan; en

    b) de beloningen betaald worden door of namens een werkgever die een persoon is die geen inwoner is van de andere Staat; en

    c) de beloningen niet ten laste komen van een vaste inrichting of van een vaste basis die de werkgever in de andere Staat heeft.

    3. Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel, mogen beloningen verkregen ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een schip of een luchtvaartuig dat door een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat in internationaal verkeer wordt geëxploiteerd, in die overeenkomstsluitende Staat worden belast.

    Artikel 16

    Tantièmes

    Tantièmes, presentiegelden en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat in zijn hoedanigheid van lid van de raad van bestuur of van toezicht of van een gelijkaardig orgaan van een vennootschap die inwoner is van de andere overeenkomstsluitende Staat, mogen in die andere Staat worden belast.

    Artikel 17

    Artiesten en sportbeoefenaars

    1. Niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 14 en 15 mogen inkomsten die een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat verkrijgt uit de persoonlijke werkzaamheden die hij in de andere overeenkomstsluitende Staat verricht in de hoedanigheid van artiest, zoals toneelspeler, film-, radio- of televisieartiest, of musicus, of in de hoedanigheid van sportbeoefenaar, in die andere Staat worden belast.

    2. Indien inkomsten uit werkzaamheden die een artiest of een sportbeoefenaar persoonlijk en als zodanig verricht niet worden toegekend aan de artiest of aan de sportbeoefenaar zelf maar aan een andere persoon, mogen die inkomsten, niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 7, 14 en 15, worden belast in de overeenkomstsluitende Staat waar de werkzaamheden van de artiest of de sportbeoefenaar worden verricht.

    Artikel 18

    Pensioenen

    1. Pensioenen afkomstig uit een overeenkomstsluitende Staat en betaald aan een inwoner van de andere overeenkomstsluitende Staat mogen in eerstbedoelde Staat worden belast.

    2. Uitkeringen tot onderhoud en andere uitkeringen van bestaansmiddelen, betaald aan een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat, zijn slechts in die Staat belastbaar. Alle uitkeringen tot onderhoud of andere uitkeringen van bestaansmiddelen die door een inwoner van een van de overeenkomstsluitende Staten worden betaald aan een inwoner van de andere overeenkomstsluitende Staat, zijn slechts in de eerstbedoelde Staat belastbaar op voorwaarde dat de betaler geen aanspraak heeft op een verzachting van belasting ter zake van die uitkeringen.

    Artikel 19

    Overheidsfuncties

    1. a) Lonen, salarissen en andere beloningen, niet zijnde pensioenen, betaald door een overeenkomstsluitende Staat of een staatkundig onderdeel of plaatselijke gemeenschap daarvan aan een natuurlijke persoon, ter zake van diensten bewezen aan die Staat of aan dat onderdeel of die gemeenschap, zijn slechts in die Staat belastbaar.

    b) Die lonen, salarissen en andere beloningen zijn evenwel slechts in de andere overeenkomstsluitende Staat belastbaar indien de diensten in die Staat worden bewezen en de natuurlijke persoon inwoner van die Staat is, die :

    (i) onderdaan is van die Staat; of

    (ii) niet uitsluitend met het oog op het bewijzen van de diensten inwoner van die Staat is geworden.

    2. De bepalingen van de artikelen 15, 16 en 17 zijn van toepassing op lonen, salarissen en andere beloningen die worden betaald ter zake van diensten bewezen in het kader van een nijverheids- of handelsbedrijf dat wordt uitgeoefend door een overeenkomstsluitende Staat of een staatkundig onderdeel of plaatselijke gemeenschap daarvan.

    Artikel 20

    Studenten

    Een student of een voor een beroep of bedrijf in opleiding zijnde persoon die inwoner is, of onmiddellijk voor zijn bezoek aan een overeenkomstsluitende Staat, inwoner was van de andere overeenkomstsluitende Staat en die uitsluitend voor zijn studie of opleiding tijdelijk in de eerstbedoelde Staat verblijft, is tijdens de normale duur van zijn studie of opleiding in die Staat niet belastbaar ter zake van bedragen die hij van buiten die eerstbedoelde Staat ontvangt ten behoeve van zijn onderhoud, studie of opleiding.

    Artikel 21

    Andere inkomsten

    1. Ongeacht de afkomst ervan, zijn bestanddelen van het inkomen van een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat die niet in de voorgaande artikelen van deze Overeenkomst worden behandeld, slechts in die Staat belastbaar.

    2. De bepaling van paragraaf 1 is niet van toepassing op inkomsten, niet zijnde inkomsten uit onroerende goederen als omschreven in artikel 6, paragraaf 2, indien de verkrijger van die inkomsten, die inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat, in de andere overeenkomstsluitende Staat een nijverheids- of handelsbedrijf met behulp van een aldaar gevestigde vaste inrichting of een zelfstandig beroep door middel van een aldaar gevestigde vaste basis uitoefent en het recht of het goed dat de inkomsten oplevert wezenlijk is verbonden met die vaste inrichting of met die vaste basis. In dat geval zijn de bepalingen van artikel 7 of van artikel 14, naar het geval, van toepassing.

    3. Niettegenstaande de bepalingen van de paragrafen 1 en 2, mogen bestanddelen van het inkomen van een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat die niet in de voorgaande artikelen van de Overeenkomst worden behandeld en die uit de andere overeenkomstsluitende Staat afkomstig zijn, ook in die andere Staat worden belast.

    HOOFDSTUK IV — BELASTINGHEFFING NAAR HET VERMOGEN

    Artikel 22

    Vermogen

    1. Vermogen bestaande uit onroerende goederen die een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat bezit en die in de andere overeenkomstsluitende Staat zijn gelegen, mag in die andere Staat worden belast.

    2. Vermogen bestaande uit roerende goederen die deel uitmaken van het bedrijfsvermogen van een vaste inrichting die een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat in de andere overeenkomstsluitende Staat heeft of uit roerende goederen die behoren tot een vaste basis die een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat in de andere overeenkomstsluitende Staat tot zijn beschikking heeft voor de uitoefening van een zelfstandig beroep, mag in die andere Staat worden belast.

    3. Vermogen bestaande uit schepen en luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geëxploiteerd, alsmede uit roerende goederen die bij de exploitatie van die schepen of luchtvaartuigen worden gebruikt, is slechts belastbaar in de overeenkomstsluitende Staat waarvan de onderneming welke die schepen of luchtvaartuigen exploiteert inwoner is.

    4. Alle andere bestanddelen van het vermogen van een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat zijn slechts in die Staat belastbaar.

    HOOFDSTUK V — WIJZE WAAROP DUBBELE BELASTING WORDT VERMEDEN

    Artikel 23

    Vermijden van dubbele belasting

    1. In Chili wordt dubbele belasting op de volgende wijze vermeden :

    a) Inwoners van Chili die inkomsten verkrijgen die volgens de bepalingen van deze Overeenkomst in België aan de belasting werden onderworpen, mogen de aldus betaalde belasting in mindering brengen van elke Chileense belasting die ter zake van diezelfde inkomsten verschuldigd is, onder voorbehoud van de relevante bepalingen van de wetgeving van Chili. Deze paragraaf geldt voor alle inkomsten waarop deze Overeenkomst van toepassing is.

    b) Indien een inwoner van Chili inkomsten verkrijgt of vermogensbestanddelen bezit die ingevolge de bepalingen van de Overeenkomst in Chili van belasting zijn vrijgesteld, mag Chili evenwel, om het bedrag van de belasting op het overige inkomen of vermogen te berekenen, de vrijgestelde inkomsten of het vrijgesteld vermogen in aanmerking nemen.

    2. In België wordt dubbele belasting op de volgende wijze vermeden :

    a) Indien een inwoner van België inkomsten verkrijgt, niet zijnde dividenden, interest of royalty's, of bestanddelen van een vermogen bezit die ingevolge de bepalingen van deze Overeenkomst in Chili mogen worden belast en die aldaar belast worden, stelt België deze inkomsten of deze bestanddelen van vermogen vrij van belasting, maar om het bedrag van de belasting op het overige inkomen of vermogen van die inwoner te berekenen mag België het belastingtarief toepassen dat van toepassing zou zijn indien die inkomsten of die bestanddelen van het vermogen niet waren vrijgesteld.

    b) Dividenden die een vennootschap die inwoner is van België verkrijgt van een vennootschap die inwoner is van Chili worden in België vrijgesteld van de vennootschapsbelasting op dezelfde voorwaarden en binnen dezelfde grenzen als ware de vennootschap die de dividenden betaalt een inwoner van België of van een andere lidstaat van de Europese Unie. Voor het toepassen van de in deze bepaling vermelde voorwaarden en grenzen, wordt rekening gehouden met het totaal bedrag van de belastingen, met inbegrip van de aanvullende belasting (Additional Tax), die werden betaald ter zake van de winst waaruit de dividenden werden betaald aan de inwoner van België.

    Indien een vennootschap die inwoner is van België van een vennootschap die inwoner is van Chili dividenden verkrijgt die in België niet vrijgesteld zijn van de vennootschapsbelasting, brengt België de Chileense belasting (namelijk de Aanvullende belasting (Additional Tax) na aftrek van de Belasting Eerste Categorie (First Category Tax)) die van die dividenden werd geheven in mindering van de Belgische belasting op die dividenden. Die vermindering mag dat deel van de Belgische belasting dat verhoudingsgewijs overeenstemt met die dividenden, niet overschrijden.

    c) Onder voorbehoud van de bepalingen van de Belgische wetgeving betreffende de verrekening van in het buitenland betaalde belastingen met de Belgische belasting wordt, indien een inwoner van België inkomsten verkrijgt die deel uitmaken van zijn samengetelde inkomen dat aan de Belgische belasting is onderworpen en die bestaan uit interest of uit royalty's, de op die inkomsten geheven Chileense belasting in mindering gebracht van de Belgische belasting op die inkomsten.

    d) Indien verliezen, geleden door een onderneming die door een inwoner van België met behulp van een in Chili gelegen vaste inrichting wordt gedreven, voor de belastingheffing van die onderneming in België volgens de Belgische wetgeving werkelijk in mindering van de winst van die onderneming zijn gebracht, is de vrijstelling ingevolge subparagraaf a) in België niet van toepassing op de winst van andere belastbare tijdperken die aan die inrichting kan worden toegerekend, in zoverre als deze winst ook in Chili door de verrekening van die verliezen van belasting is vrijgesteld.

    HOOFDSTUK VI — BIJZONDERE BEPALINGEN

    Artikel 24

    Non-discriminatie

    1. Onderdanen van een overeenkomstsluitende Staat worden in de andere overeenkomstsluitende Staat niet onderworpen aan enige belastingheffing of daarmede verband houdende verplichting, die anders of zwaarder is dan de belastingheffing en daarmede verband houdende verplichtingen waaraan onderdanen van die andere Staat onder gelijke omstandigheden, inzonderheid met betrekking tot de woonplaats, zijn of kunnen worden onderworpen. Niettegenstaande de bepalingen van artikel 1 is deze bepaling ook van toepassing op natuurlijke personen die geen inwoner zijn van een overeenkomstsluitende Staat of van beide overeenkomstsluitende Staten.

    2. De belastingheffing van een vaste inrichting die een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat in de andere overeenkomstsluitende Staat heeft, is in die andere Staat niet ongunstiger dan de belastingheffing van ondernemingen van die andere Staat die dezelfde werkzaamheden uitoefenen. Deze bepaling mag niet aldus worden uitgelegd dat zij een overeenkomstsluitende Staat verplicht aan inwoners van de andere overeenkomstsluitende Staat bij de belastingheffing de persoonlijke aftrekken, tegemoetkomingen en verminderingen uit hoofde van de gezinstoestand of gezinslasten te verlenen die hij aan zijn eigen inwoners verleent.

    3. Behalve indien de bepalingen van artikel 9, paragraaf 1, artikel 11, paragraaf 6, of artikel 12, paragraaf 6, van toepassing zijn, worden interest, royalty's en andere uitgaven die door een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat aan een inwoner van de andere overeenkomstsluitende Staat worden betaald, bij het bepalen van de belastbare winst van die onderneming op dezelfde voorwaarden in mindering gebracht als wanneer zij aan een inwoner van de eerstbedoelde Staat zouden zijn betaald. Schulden van een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat tegenover een inwoner van de andere overeenkomstsluitende Staat worden, bij het bepalen van het belastbare vermogen van die onderneming, eveneens op dezelfde voorwaarden in mindering gebracht, alsof die schulden tegenover een inwoner van de eerstbedoelde Staat zouden zijn aangegaan.

    4. Vennootschappen die inwoner zijn van een overeenkomstsluitende Staat en waarvan het kapitaal geheel of ten dele, onmiddellijk of middellijk, in het bezit is van, of wordt beheerst door één of meer inwoners van de andere overeenkomstsluitende Staat, worden in de eerstbedoelde Staat niet aan enige belastingheffing of daarmede verband houdende verplichting onderworpen die anders of zwaarder is dan de belastingheffing en daarmede verband houdende verplichtingen waaraan vennootschappen die inwoner zijn van de eerstbedoelde Staat, zijn of kunnen worden onderworpen.

    5. De bepalingen van deze Overeenkomst doen geen afbreuk aan het recht van Chili om een inwoner van België ter zake van de winst die kan worden toegerekend aan een in Chili gelegen vaste inrichting, te onderwerpen aan de Belasting van eerste categorie (First Category Tax) alsmede — wanneer het gaat om winst die vanuit de vaste inrichting werd overgemaakt aan de inwoner van België — aan de Aanvullende belasting (Additional Tax), op voorwaarde dat de Belasting van eerste categorie in mindering mag worden gebracht bij het berekenen van de Aanvullende belasting.

    6. De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op de in deze Overeenkomst bedoelde belastingen.

    Artikel 25

    Regeling voor onderling overleg

    1. Indien een persoon van oordeel is dat de maatregelen van een overeenkomstsluitende Staat of van beide overeenkomstsluitende Staten voor hem leiden of zullen leiden tot een belastingheffing die niet in overeenstemming is met de bepalingen van deze Overeenkomst, kan hij, onverminderd de rechtsmiddelen waarin het interne recht van die Staten voorziet, zijn geval voorleggen aan de bevoegde autoriteit van de overeenkomstsluitende Staat waarvan hij inwoner is, of indien zijn geval onder artikel 24, paragraaf 1, ressorteert, aan die van de overeenkomstsluitende Staat waarvan hij de nationaliteit bezit. Het geval moet worden voorgelegd binnen drie jaar nadat de maatregel die een belastingheffing ten gevolge heeft die niet in overeenstemming is met de bepalingen van de Overeenkomst, voor het eerst te zijner kennis is gebracht.

    2. De bevoegde autoriteit tracht, indien het bezwaar haar gegrond voorkomt en indien zij niet zelf in staat is tot een bevredigende oplossing ervan te komen, de aangelegenheid in onderlinge overeenstemming met de bevoegde autoriteit van de andere overeenkomstsluitende Staat te regelen, teneinde een belastingheffing die niet in overeenstemming is met de Overeenkomst te vermijden.

    3. De bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende Staten trachten moeilijkheden of twijfelpunten die mochten rijzen met betrekking tot de interpretatie of de toepassing van de Overeenkomst door middel van de regeling voor onderling overleg op te lossen.

    4. De bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende Staten kunnen zich rechtstreeks met elkaar in verbinding stellen voor de toepassing van de Overeenkomst.

    5. Voor de toepassing van artikel XXII (Overleg), paragraaf 3, van de Algemene Overeenkomst betreffende de Handel in Diensten, komen de overeenkomstsluitende Staten overeen dat, niettegenstaande de bepalingen van die paragraaf, elk geschil tussen hen betreffende de vraag of een maatregel binnen de werkingssfeer van deze Overeenkomst valt, alleen mits toestemming van beide overeenkomstsluitende Staten voor de Raad voor de Handel in Diensten mag worden gebracht, zoals bepaald in die paragraaf. Elke twijfel inzake de interpretatie van deze paragraaf moet worden opgelost overeenkomstig paragraaf 3 van dit artikel of, indien overeenkomstig die regeling geen overeenstemming kan worden bereikt, volgens enige andere procedure waarover de beide overeenkomstsluitende Staten overeenstemming hebben bereikt.

    Artikel 26

    Uitwisseling van inlichtingen

    1. De bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende Staten wisselen de inlichtingen uit waarvan verwacht kan worden dat ze relevant zijn om uitvoering te geven aan de bepalingen van deze Overeenkomst of van de nationale wetgeving van de overeenkomstsluitende Staten met betrekking tot de belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is, voor zover de heffing van die belastingen niet in strijd is met de Overeenkomst. De uitwisseling van inlichtingen wordt niet beperkt door artikel 1. De inlichtingen die een overeenkomstsluitende Staat verkrijgt worden op dezelfde wijze geheim gehouden als de inlichtingen die onder de nationale wetgeving van die Staat zijn verkregen en worden alleen ter kennis gebracht van personen of autoriteiten (daaronder begrepen rechterlijke instanties en administratieve lichamen) die betrokken zijn bij de vestiging of invordering van de door die Staat opgelegde belastingen, bij de tenuitvoerlegging of vervolging ter zake van die belastingen of bij de beslissing in beroepszaken die betrekking hebben op die belastingen. Deze personen of autoriteiten gebruiken deze inlichtingen slechts voor die doeleinden. Zij mogen van deze inlichtingen melding maken tijdens openbare rechtszittingen of in rechterlijke beslissingen.

    2. In geen geval mogen de bepalingen van paragraaf 1 aldus worden uitgelegd dat zij een overeenkomstsluitende Staat de verplichting opleggen :

    a) administratieve maatregelen te nemen die afwijken van de wetgeving en de administratieve praktijk van die of van de andere overeenkomstsluitende Staat;

    b) inlichtingen te verstrekken die niet verkrijgbaar zijn volgens de wetgeving of in de normale gang van de administratieve werkzaamheden van die of van de andere overeenkomstsluitende Staat;

    c) inlichtingen te verstrekken die een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim of een handelswerkwijze zouden onthullen, dan wel inlichtingen waarvan het verstrekken in strijd zou zijn met de openbare orde.

    Artikel 27

    Leden van diplomatieke zendingen en van consulaire posten

    De bepalingen van deze Overeenkomst tasten in geen enkel opzicht de fiscale voorrechten aan die leden van diplomatieke zendingen of van consulaire posten ontlenen aan de algemene regels van het volkenrecht of aan de bepalingen van bijzondere overeenkomsten.

    Artikel 28

    Diverse bepalingen

    1. Inzake gemeenschappelijke beleggingsrekeningen of -fondsen (zoals bijvoorbeeld het bestaande « Foreign Capital Investment Fund, Law Nº 18 657 ») die onderworpen zijn aan een belasting op overmakingen naar het buitenland (« remittance tax ») en die moeten beheerd worden door een inwoner van Chili, mogen de bepalingen van deze Overeenkomst niet aldus worden uitgelegd dat ze het recht van Chili beperken belasting te heffen van overmakingen vanuit die rekeningen of fondsen naar het buitenland, die betrekking hebben op investeringen in goederen die in Chili gelegen zijn.

    2. De bepalingen van deze Overeenkomst doen in geen enkel opzicht afbreuk aan de toepassing van de bestaande bepalingen van de Chileense wetgeving DL 600 (« Foreign Investment Statute ») zoals die van kracht zijn op de datum van ondertekening van deze Overeenkomst en zoals ze eventueel kunnen gewijzigd worden zonder dat het algemene beginsel ervan wordt aangetast.

    3. Bijdragen die door of namens een natuurlijke persoon, die inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat of die tijdelijk in die Staat verblijft, in de loop van een jaar en ter zake van tijdens dat jaar bewezen diensten worden betaald aan een pensioenplan dat in de andere overeenkomstsluitende Staat erkend is voor de toepassing van de belastingen, worden, gedurende een tijdvak dat een totaal van 60 maanden niet te boven gaat, voor de belastingheffing in de eerstbedoelde Staat op dezelfde wijze behandeld als bijdragen die worden betaald aan een pensioenplan dat in de eerstbedoelde Staat erkend is voor de toepassing van de belastingen indien :

    a) die natuurlijke persoon gedurende een tijdvak dat eindigt onmiddellijk vóór hij inwoner werd van, of tijdelijk verbleef in, de eerstbedoelde Staat, op regelmatige basis bijdragen betaalde aan het pensioenplan; en

    b) de bevoegde autoriteit van eerstbedoelde Staat het ermee eens is dat het pensioenplan in hoofdzaak overeenstemt met een pensioenplan dat door die Staat erkend is voor de toepassing van de belastingen.

    Voor de toepassing van deze paragraaf omvat de uitdrukking « pensioenplan » een pensioenplan dat in het kader van het socialezekerheidsstelsel in een overeenkomstsluitende Staat werd opgericht.

    HOOFDSTUK VII — SLOTBEPALINGEN

    Artikel 29

    Inwerkingtreding

    1. Elk van de overeenkomstsluitende Staten zal de andere overeenkomstsluitende Staat langs diplomatieke weg in kennis stellen van de voltooiing van de procedures die door de wet voor de inwerkingtreding van deze Overeenkomst is vereist. Deze Overeenkomst zal in werking treden op de datum van de laatste van deze kennisgevingen.

    2. De bepalingen van deze Overeenkomst zullen van toepassing zijn :

    a) in Chili :

    (i) op belastingen op inkomsten die verkregen zijn en op bedragen die betaald zijn, op een rekening bijgeschreven zijn, ter beschikking gesteld zijn of als uitgave geboekt zijn op of na 1 januari van het kalenderjaar dat onmiddellijk volgt op dat waarin de Overeenkomst in werking is getreden; en

    (ii) wat belastingen naar het vermogen betreft, op belasting die wordt geheven van vermogen dat in het bezit is op of na 1 januari in het kalenderjaar dat onmiddellijk volgt op de datum waarop die belasting werd ingevoerd, indien en in zoverre als die belasting door Chili zal geheven worden na de datum van ondertekening van deze Overeenkomst; en

    b) in België :

    (i) op de bij de bron verschuldigde belastingen op inkomsten die zijn toegekend of betaalbaar gesteld op of na 1 januari van het kalenderjaar dat onmiddellijk volgt op dat waarin deze Overeenkomst in werking is getreden;

    (ii) op de andere belastingen geheven naar inkomsten van belastbare tijdperken die aanvangen op of na 1 januari van het kalenderjaar dat onmiddellijk volgt op dat waarin deze Overeenkomst in werking is getreden;

    op belastingen naar het vermogen geheven van vermogensbestanddelen die bestaan op of na 1 januari van het kalenderjaar dat onmiddellijk volgt op dat waarin deze Overeenkomst in werking is getreden.

    Artikel 30

    Beëindiging

    1. Deze Overeenkomst blijft voor onbepaalde duur van kracht, maar op of vóór 30 juni van elk kalenderjaar vanaf het vijfde jaar dat volgt op het jaar waarin de Overeenkomst in werking is getreden kan elke overeenkomstsluitende Staat de andere overeenkomstsluitende Staat langs diplomatieke weg schriftelijk kennisgeven van de beëindiging.

    2. De bepalingen van deze Overeenkomst houden op van toepassing te zijn :

    a) in Chili :

    op belastingen op inkomsten die verkregen zijn en op bedragen die betaald zijn, op een rekening bijgeschreven zijn, ter beschikking gesteld zijn of als uitgave geboekt zijn, of op vermogen dat in het bezit is op of na 1 januari van het kalenderjaar dat onmiddellijk volgt op dat waarin de kennisgeving van de beëindiging is gedaan; en

    b) in België :

    (i) op de bij de bron verschuldigde belastingen op inkomsten die zijn toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 januari van het kalenderjaar dat onmiddellijk volgt op dat waarin de kennisgeving van de beëindiging is gedaan;

    (ii) op de andere belastingen geheven naar inkomsten van belastbare tijdperken die aanvangen op of na 1 januari van het kalenderjaar dat onmiddellijk volgt op dat waarin de kennisgeving van de beëindiging is gedaan;

    (iii) op belastingen naar het vermogen geheven van bestanddelen van het vermogen die bestaan op of na 1 januari van het kalenderjaar dat onmiddellijk volgt op dat waarin de kennisgeving van de beëindiging is gedaan.

    TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gevolmachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

    GEDAAN in tweevoud te Brussel, op 6 december 2007, in de Spaanse, Franse, Nederlandse en Engelse taal, zijnde de vier teksten gelijkelijk authentiek. In geval van verschil tussen de teksten is de Engelse tekst beslissend.


    PROTOCOL


    bij de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen

    Bij de ondertekening van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, zijn de ondertekenaars overeengekomen dat de volgende bepalingen een integrerend deel van de Overeenkomst vormen.

    1. Overwegende dat het voornaamste doel van de Overeenkomst bestaat in het vermijden van internationale dubbele belasting, plegen de bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende Staten onderling overleg om specifieke wijzigingen aan te bevelen die in de Overeenkomst moeten worden aangebracht wanneer de bepalingen van de Overeenkomst op zulkdanige wijze worden gebruikt dat ze voordelen verschaffen die niet beoogd of gepland waren. De overeenkomstsluitende Staten gaan akkoord om elk van dergelijke aanbevelingen spoedig te onderzoeken en te bespreken, teneinde de Overeenkomst te wijzigen waar nodig.

    2. Met betrekking tot artikel 3, paragraaf 1, d) :

    Er is overeengekomen dat, voor de toepassing van de Overeenkomst, een persoon een vennootschap is wanneer die persoon wordt behandeld als een rechtspersoon voor de belastingheffing in de overeenkomstsluitende Staat waarvan hij inwoner is.

    3. Met betrekking tot artikel 5, paragraaf 3 :

    Om te voorkomen dat er misbruik wordt gemaakt van artikel 5, paragraaf 3, wordt, wanneer een onderneming die werkzaamheden uitoefent die in die paragraaf worden besproken, verbonden is met een andere onderneming (niet zijnde een onderneming uit de overeenkomstsluitende Staat waar de werkzaamheden worden uitgeoefend), de gezamenlijke duur van de werkzaamheden van beide ondernemingen in aanmerking genomen om de in deze paragraaf vastgelegde duur van de werkzaamheden te bepalen, behalve voor zover die werkzaamheden tegelijkertijd worden uitgeoefend. Een onderneming wordt beschouwd als zijnde verbonden met een andere onderneming wanneer de ene onderneming onmiddellijk of middellijk wordt beheerst door de andere of wanneer beide ondernemingen onmiddellijk of middellijk worden beheerst door een derde persoon of door derde personen.

    4. Met betrekking tot artikel 5, paragraaf 6 :

    Er is overeengekomen dat, indien de commerciële of financiële voorwaarden die worden overeengekomen of opgelegd tussen de makelaar of de vertegenwoordiger en de onderneming afwijken van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke personen, die makelaar of die vertegenwoordiger niet zal beschouwd worden als zijnde een onafhankelijke vertegenwoordiger zoals die wordt omschreven in artikel 5, paragraaf 6.

    5. Met betrekking tot artikel 7, paragrafen 1 en 2 :

    Wanneer een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat in de andere overeenkomstsluitende Staat goederen verkoopt of een nijverheids- of handelsbedrijf uitoefent met behulp van een aldaar gevestigde vaste inrichting, wordt, om meer zekerheid te hebben bij de toepassing van artikel 7, paragrafen 1 en 2, de winst van die vaste inrichting niet bepaald op basis van het gehele bedrag dat de onderneming ontvangt maar enkel op basis van dat deel van de inkomsten van de onderneming dat kan worden toegerekend aan de werkzaamheden van de vaste inrichting met betrekking tot die verkopen of dat nijverheids- of handelsbedrijf.

    In het bijzonder in het geval van contracten inzake de studie in verband met, de levering, de vestiging of de bouw van nijverheids-, handels- of wetenschappelijke uitrusting of lokalen, of van openbare werken, wordt, wanneer de onderneming een vaste inrichting heeft, de aan die vaste inrichting toe te rekenen winst niet bepaald op basis van het gehele bedrag van het contract maar op basis van dat deel van het contract dat door de vaste inrichting daadwerkelijk wordt uitgevoerd in de overeenkomstsluitende Staat waar zij gevestigd is. De winst die betrekking heeft op het deel van het contract dat niet wordt uitgevoerd door, of toegerekend aan, de vaste inrichting, wordt niet belast door de overeenkomstsluitende Staat waar die vaste inrichting gevestigd is. Het is algemeen aanvaard dat de overeenkomstsluitende Staten vrij zijn om gebruik te maken van elke methode waarover zij beschikken voor het bestrijden van het ontgaan van belastingen.

    6. Met betrekking tot artikel 7, paragraaf 3 :

    Onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 24, paragrafen 2 en 3, is er overeengekomen dat de bepalingen van artikel 7, paragraaf 3 enkel van toepassing zijn indien de kosten aftrekbaar zijn volgens de bepalingen van de belastingwetten van de overeenkomstsluitende Staat waar de vaste inrichting gelegen is.

    7. Met betrekking tot artikel 10, paragraaf 2 en artikel 24, paragraaf 5 :

    Wat de toepassing van de Aanvullende belasting (Additional Tax) op grond van de wetgeving van Chili betreft is overeengekomen dat :

    (i) indien de Belastingen van eerste categorie (First Category Tax) niet meer volledig verrekend kunnen worden bij het bepalen van het te betalen bedrag van de Aanvullende belasting; of

    (ii) indien het opgelegde tarief van de Aanvullende belasting voor inwoners van België meer dan 42 percent bedraagt;

    de overeenkomstsluitende Staten met elkaar overleg zullen plegen teneinde de Overeenkomst in die zin te wijzigen dat het evenwicht van de voordelen van de Overeenkomst hersteld wordt.

    8. Met betrekking tot artikel 11, paragraaf 2 en artikel 12, paragraaf 2 :

    Er is overeengekomen dat — indien er na de datum waarop deze Overeenkomst werd ondertekend enig akkoord of enige overeenkomst tussen Chili en een lidstaat van de Organisatie voor Europese Samenwerking en Ontwikkeling in werking treedt waarin wordt bepaald dat Chili belastingvrijstelling verleent voor interest of royalty's (hetzij algemeen, hetzij voor welomschreven soorten interest of royalty's) die afkomstig zijn uit Chili, of dat de belasting die in Chili van die interest of royalty's wordt geheven (hetzij algemeen, hetzij voor welomschreven soorten interest of royalty's) beperkt wordt tot een tarief dat lager is dan datgene dat is bepaald in artikel 11, paragraaf 2 of in artikel 12, paragraaf 2 van de Overeenkomst — die vrijstelling of dat lager tarief automatisch zal gelden voor interest of royalty's (hetzij algemeen, hetzij voor welomschreven soorten interest of royalty's) die afkomstig zijn uit Chili en waarvan de uiteindelijk gerechtigde een inwoner van België is en voor interest of royalty's die afkomstig zijn uit België en waarvan de uiteindelijk gerechtigde een inwoner van Chili is en dit onder dezelfde voorwaarden als waren die vrijstelling of dat lagere tarief in die paragrafen opgenomen. De bevoegde autoriteit van Chili stelt de bevoegde autoriteit van België onverwijld in kennis van het feit dat de voorwaarden voor de toepassing van deze paragraaf vervuld zijn.

    9. Met betrekking tot artikel 12, paragraaf 3 :

    Wanneer men bij de toepassing van artikel 12, paragraaf 3 te maken krijgt met vergoedingen die zowel voor knowhow als voor het leveren van technische bijstand werden betaald, is het bij een gemengd contract in principe aangewezen om, op grond van de informatie die in het contract vervat is of door middel van een redelijke verdeling, het volledige bedrag van de vastgelegde vergoeding om te delen over de verschillende contractueel vastgelegde onderdelen en dan op elk aldus bepaald deel van de vergoeding het geschikte belastingstelsel toe te passen. Indien het voornaamste doel van het contract evenwel uit één van die contractueel vastgelegde onderdelen bestaat en de andere onderdelen slechts bijkomstig en beduidend minder belangrijk zijn, zou het belastingstelsel dat wordt toegepast op het belangrijkste onderdeel van het contract over het algemeen ook moeten worden toegepast op het gehele bedrag van de vergoeding.

    10. Met betrekking tot artikel 15, paragraaf 1 :

    Er is overeengekomen dat een dienstbetrekking wordt uitgeoefend in de plaats waar de werknemer fysiek aanwezig is tijdens het uitoefenen van de werkzaamheden waarvoor de inkomsten uit een dienstbetrekking worden betaald.

    11. Met betrekking tot artikel 21 :

    Wanneer beloningen die een in artikel 16 vermelde persoon die inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat verkrijgt van een vennootschap die inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat ter zake van de uitoefening van dagelijkse werkzaamheden van leidinggevende of van technische, commerciële of financiële aard en beloningen die een inwoner van een overeenkomstsluitende Staat verkrijgt ter zake van zijn dagelijkse werkzaamheid als vennoot in een vennootschap, niet zijnde een vennootschap op aandelen, die inwoner is van een overeenkomstsluitende Staat, niet behandeld worden in artikel 14, 15 of 16, mogen die beloningen niet overeenkomstig de bepalingen van artikel 21, maar overeenkomstig de bepalingen van artikel 15 worden belast, alsof het ging om beloningen die een werknemer ter zake van een dienstbetrekking verkrijgt en alsof de werkgever de vennootschap was.

    12. Met betrekking tot artikel 25 :

    De bevoegde autoriteiten van de overeenkomstsluitende Staten bereiken een akkoord over de administratieve maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van de bepalingen van de Overeenkomst en met name over de bewijsstukken die de inwoners van elke overeenkomstsluitende Staat moeten overleggen om in de andere Staat de bij de Overeenkomst bepaalde belastingvrijstellingen of -verminderingen te verkrijgen.

    13. Met betrekking tot artikel 26 :

    Er is overeengekomen dat, indien een overeenkomstsluitende Staat om inlichtingen verzoekt volgens artikel 26, de andere overeenkomstsluitende Staat de inlichtingen waarop de aanvraag betrekking heeft op dezelfde manier inwint alsof het om zijn eigen belastingheffing ging, zelfs al heeft die andere Staat op dat tijdstip die inlichtingen niet nodig.

    TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gevolmachtigd, dit Protocol hebben ondertekend.

    GEDAAN in tweevoud te Brussel, op 6 december 2007, in de Spaanse, Franse, Nederlandse en Engelse taal, zijnde de vier teksten gelijkelijk authentiek. In geval van verschil tussen de teksten is de Engelse tekst beslissend.


    VOORONTWERP VAN WET VOOR ADVIES VOORGELEGD AAN DE RAAD VAN STATE


    Voorontwerp van wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, en met het Protocol, ondertekend te Brussel op 6 december 2007

    Artikel 1

    Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

    Art. 2

    De Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, en het Protocol, ondertekend te Brussel op 6 december 2007, zullen volkomen gevolg hebben.


    ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE Nr. 46.787/2 VAN 1 JULI 2009


    De RAAD VAN STATE, afdeling Wetgeving, tweede kamer, op 4 juni 2009 door de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken verzocht hem, binnen een termijn van dertig dagen, van advies te dienen over een voorontwerp van wet « houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, en met het Protocol, ondertekend te Brussel op 6 december 2007 », heeft het volgende advies gegeven :

    1. De overeenkomst en het protocol die voor instemming moet worden voorgelegd, bepalen het volgende :

    « Gedaan in tweevoud te Brussel, op 6 december 2007, [...] ».

    In het opschrift en in artikel 2 schrijve men « gedaan te Brussel », en niet « ondertekend te Brussel », overeenkomstig de in de overeenkomst en het Protocol gebruikte terminologie.

    2. Aan het slot van de overeenkomst, na artikel 30, en van het Protocol, na punt 13, wordt bepaald dat de teksten in de Engelse, Franse, Nederlandse en Spaanse taal gelijkelijk authentiek zijn, maar dat de tekst in de Engelse taal beslissend is in geval van verschil tussen de teksten.

    Het is derhalve aangeraden om ook de Engelse tekst voor te leggen aan de leden van het Parlement.

    De kamer was samengesteld uit

    De heer Y. KREINS, kamervoorzitter,

    De heer P. VANDERNOOT en mevrouw M. BAGUET, staatsraden,

    Mevrouw B. VIGNERON, griffier.

    Het verslag werd uitgebracht door de heer Y. DELVAL, adjunct-auditeur.

    De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht van de heer P. VANDERNOOT.

    De griffier, De voorzitter,
    B. VIGNERON. Y. KREINS.