1-681/1 | 1-681/1 |
24 JUNI 1997
De banden tussen de Europese Gemeenschap en de mediterrane landen werden in de jaren zeventig door het sluiten van een aantal samenwerkingsovereenkomsten aangehaald. Soortgelijke overeenkomsten werden in 1976 met Algerije, Marokko en Tunesië en in 1977, met Egypte, Jordanië, Libanon en Syrië gesloten.
In de jaren 1992-1993 koesterde de Europese Unie, nadat ze haar aandacht op de landen van Midden- en Oost-Europa had toegespitst, het verlangen haar buitenlandse betrekkingen met de mediterrane landen weer in evenwicht te brengen.
Als gevolg van de door de Raad van de Europese Unie op 6 december 1993 aangenomen richtlijnen, begon de Commissie met Marokko onderhandelingen te voeren met het oog op een nieuwe overeenkomst. Conform de richtlijnen werden de onderhandelingen gevoerd in overleg met de Lid-Staten.
De ontwerp-overeenkomst werd door de Raad Algemene Zaken van 10 november 1995 goedgekeurd.
Op 26 februari 1996 werd de Euro-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds ondertekend.
Daarnaast werd dezelfde dag een samenwerkingsovereenkomst inzake zeevisserij tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Marokko ondertekend.
De Euro-mediterrane Overeenkomst heeft ten doel een associatie tot stand te brengen tussen de Gemeenschappen en hun Lid-Staten en het Koninkrijk Marokko.
De Overeenkomst vervangt de in 1976 getekende Samenwerkingsovereenkomst en EGKS-Overeenkomst die thans van kracht zijn. Na de ondertekening van een soortgelijke overeenkomst met Tunesië en Israël, wordt met deze overeenkomst andermaal het bewijs geleverd van het streven naar de versterking van het mediterrane beleid waarvan de richtsnoeren, met het oog op de tenuitvoerlegging van een Euro-mediterraan partnerschap, door de Europese Raad van Essen van 9 en 10 december 1994 en de Europese Raad van Cannes van 26 en 27 juni 1995 werden aangenomen. De versterking van het door de Unie gevoerde mediterraan beleid heeft ten doel aan de betrekkingen met de partners van het Middellandse-Zeebekken op bilateraal en regionaal niveau een nieuwe dimensie te verlenen en bij te dragen aan de ontwikkeling van deze regio in een klimaat van vrede, veiligheid en stabiliteit.
De Euro-Mediterrane Samenwerkingsovereenkomst met het Koninkrijk Marokko wordt voor onbepaalde tijd gesloten en zal de mogelijkheid bieden de banden tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en Marokko, anderzijds te versterken. De Overeenkomst brengt op evenwichtige basis betrekkingen tot stand die berusten op wederkerigheid, partnerschap en gezamenlijke ontwikkeling, dit alles in het kader van de eerbiediging van de democratische beginselen en de mensenrechten.
De voornaamste elementen van de Overeenkomst zijn :
een regelmatige politieke dialoog;
de uitbreiding van de vrijhandelszone.
Deze zal geleidelijk en overeenkomstig de voorschriften van de WTO in de loop van een periode van ten hoogste 12 jaar tot stand worden gebracht tussen de Gemeenschap en Marokko. Marokko zal geleidelijk alle hinderpalen ten aanzien van de export van industrieprodukten van de Gemeenschap opheffen en zal ook voor de export van landbouwprodukten uit de Gemeenschap preferentiële rechten toepassen. Het preferentieel stelsel dat nu nog door de Gemeenschap wordt toegepast wordt gehandhaafd, maar voor bepaalde landbouwprodukten zal het stelsel worden versoepeld.
Hierbij valt op te merken dat de Overeenkomst de bepaling bevat dat de Partijen met ingang van 1 januari 2000 de situatie op het gebied van het handelsverkeer in de landbouwprodukten zullen onderzoeken, ten einde wederzijdse concessies te doen overeenkomstig de doelstelling om geleidelijk een grotere liberalisering van het handelsverkeer in deze sector te bewerkstelligen.
De Overeenkomst bevat bepalingen betreffende de vrijheid van vestiging, de liberalisering van de dienstverlening, het vrije kapitaalverkeer en de mededingingsvoorschriften.
De economische samenwerking zal op een zo breed mogelijke basis worden versterkt op alle gebieden die de betrekkingen tussen beide Partijen aanbelangen en ze zal aanleiding geven tot een regelmatige dialoog.
Op sociaal gebied wordt een samenwerking tot stand gebracht. Ze wordt ten uitvoer gebracht via een regelmatige dialoog over alle sociale vraagstukken die voor de partijen van wederzijds belang zijn. Aansluitend op deze dialoog volgt een culturele samenwerking.
Er wordt een financiële samenwerking ten gunste van Matokko ingesteld volgens de passende modaliteiten en met de passende financiële middelen.
Met het oog op de tenuitvoerlegging van de Overeenkomst, worden een associatieraad en een associatiecomité opgericht die beslissingsbevoegdheid hebben. Met name de samenwerking tussen het Europees Parlement en het Economisch en Sociaal Comité, enerzijds, en de overeenkomstige Marokkaanse instellingen, anderzijds, zal worden vergemakkelijkt.
3.1. Preambule (art. 1-2)
Hier wordt verwezen naar de van oudsher bestaande banden tussen de Partijen en hun verlangen deze banden aan te halen ten einde op basis van wederkerigheid duurzame betrekkingen tot stand te brengen.
Er wordt ook verwezen naar hun gemeenschappelijke gehechtheid aan de eerbiediging van de mensenrechten, de democratische beginselen en het beginsel van economische vrijheid.
Aan de preambule werd een nieuwe dimensie toegevoegd, met name de instelling van een regelmatige politieke en sociale dialoog over bilaterale en internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.
Voorts worden de vijf doelstellingen van de Overeenkomst in de preambule nader omschreven :
1. Een passend kader tot stand brengen voor de politieke dialoog tussen de Partijen met het oog op het versterken van hun betrekkingen op alle terreinen die zij in het kader van een dergelijke dialoog van belang achten;
2. De voorwaarden vastleggen voor de geleidelijke liberalisering van het goederen-, diensten- en kapitaalverkeer;
3. Het bevorderen van de handel en van evenwichtige sociale en economische betrekkingen tussen de partijen, met name door middel van dialoog en samenwerking ten einde de ontwikkeling en de welvaart van Maroko en de Marokkaanse bevolking te bevorderen;
4. Het aanmoedigen van de Maghrebijnse integratie door bevordering van de handel en samenwerking tussen Marokko en de landen in de regio.
Het bevorderen van de samenwerking op economisch, sociaal, cultureel en financieel gebied.
De preambule onderstreept dat de eerbiediging van de democratische beginselen en de mensenrechten een essentieel onderdeel vormt van de Overeenkomst.
3.2. Titel I : Politieke dialoog (art. 3-5)
Er wordt een regelmatig politieke dialoog tot stand gebracht over alle vraagstukken die voor de Partijen van wederzijds belang zijn. Aan de politieke dialoog zal gestalte worden gegeven in de vorm van bijeenkomsten die op geregelde tijdstippen worden gehouden op ministerieel niveau en op het niveau van hoge functionarissen.
Deze politieke dialoog, die doelstellingen van wederzijds belang nastreeft zoals met name vrede, veiligheid en regionale ontwikkeling, dient bij te dragen tot de stabiliteit en de welvaart in de mediterrane regio en een klimaat van begrip voor en verdraagzaamheid van elkaars cultuur te scheppen.
3.3. Titel II : Vrij verkeer van goederen
(art. 6-30)
De Gemeenschap en Marokko brengen in de loop van een overgangsperiode van ten hoogste twaalf jaar, te rekenen vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst, geleidelijk een vrijhandelszone tot stand, volgens de in de tekst omschreven wijze en in overeenstemming met de bepalingen van de GATT en de WTO.
Hoofdstuk I : Industrieprodukten (art. 7-14)
Wat de industrieprodukten betreft, worden produkten van oorsprong uit Marokko bij invoer in de Gemeenschap toegelaten met vrijstelling van douanerechten en heffingen van gelijke werking.
De douanerechten en heffingen van gelijke werking die bij invoer in Marokko van toepassing zijn op produkten van oorsprong uit de Gemeenschap die zijn opgenomen op de lijsten van bijlagen 3 en 4, worden geleidelijk afgeschaft overeenkomstig het in artikel 11 vastgelegde tijdschema. Mits inachtneming van duidelijk omschreven voorwaarden mag Marokko buitengewone tariefmaatregelen van beperkte duur nemen, ten einde jonge industrieën dan wel bepaalde sectoren waarin herstructureringen plaatsvinden of die met grote moeilijkheden te kampen hebben, te beschermen. Deze maatregelen treden hoe dan ook uiterlijk bij het verstrijken van de overgangsperiode buiten werking. De kwantitatieve beperkingen en maatregelen van gelijke werking worden opgeheven op het tijdstip van de inwerkingtreding van de Overeenkomst.
Hoofdstuk II : Landbouwprodukten en visserijprodukten (art. 15-18)
Ten aanzien van de landbouwprodukten stellen de Gemeenschap en Marokko geleidelijk een grotere liberalisering in van het onderlinge handelsverkeer in landbouwprodukten.
De produkten van oorsprong uit Marokko genieten bij de invoer in de Gemeenschap de concessies als vermeld in de protocollen 1 en 2. Landbouwprodukten van oorsprong uit de Gemeenschap genieten bij de invoer in Marokko de in protocol 3 vermelde concessies. Met ingang van 1 januari 2000 onderzoeken de Gemeenschap en Marokko de situatie met het oog op de vaststelling van de door hen vanaf 1 januari 2001 toe te passen maatregelen.
Hoofdstuk III : Gemeenschappelijke bepalingen (art. 19-30)
Dit hoofdstuk omvat een aantal bepalingen en begeleidende maatregelen die ten doel hebben de totstandbrenging van een vrijhandelszone te vergemakkelijken, met name de klassieke vrijwaringsclausule, de anti-dumpingsclausule en de bepaling betreffende de beperking van het handelsverkeer. Deze bepaling kan worden ingeroepen uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde en de gezondheid.
3.4. Titel III : Recht van vestiging
en diensten (art. 31-32)
De Partijen komen overeen de toepassingssfeer van de Overeenkomst uit te breiden tot het recht van vestiging van vennootschappen van de ene Partij op het grondgebied van de andere Partij en de liberalisering van de dienstverlening door vennootschappen van de ene Partij aan ontvangers van diensten in de andere Partij.
De Associatieraad doet de nodige aanbevelingen voor de uitvoering van deze doelstelling. Op zijn laatst vijf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst, zal een eerste onderzoek naar de verwezenlijking van deze doelstelling worden verricht, maar het onderzoek naar de sector internationaal zeevervoer zal reeds plaatsvinden bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst.
3.5. Titel IV : Betalingen, kapitaal, concurrentie en
andere economische bepalingen (art. 33-41)
Hoofdstuk I : Betalings- en kapitaalverkeer (art. 33-35)
De Partijen verbinden zich ertoe machtiging te verlenen, in vrij convertibele valuta, tot alle betaalverrichtingen die verband houden met lopende transacties en garanderen, vanaf de inwerkingtreding van de Overeenkomst, het vrije verkeer van kapitaal met betrekking tot directe investeringen in Marokko.
In uitzonderlijke omstandigheden en overeenkomstig de bepalingen van de GATT en het IMF, kunnen de Partijen beperkende maatregelen treffen met betrekking tot lopende transacties, indien zich met betrekking tot de betalingsbalans van één of meer Lid-Staten van Gemeenschap of Marokko, ernstige moeilijkheden voordoen of hiervoor onmiddelijk gevaar bestaat.
Hoofdstuk II : Mededinging en andere economische bepalingen (art. 36-41)
De voorschriften ter zake van mededinging zijn gebaseerd op de in de Gemeenschap geldende voorschriften, volgens welke alle gedragingen die strijdig zijn met de vrije mededinging hetzij in de vorm van staatssteun, hetzij door overeenkomsten tussen ondernemingen dan wel door het misbruik maken van een machtspositie, niet zijn toegestaan. Vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst, beschikt de Associatieraad over een termijn van vijf jaar om de nodige maatregelen te nemen met het oog op de uitvoering van de voorschriften ter zake van mededinging. Tijdens deze zelfde periode, mag Marokko bij wijze van uitzondering en onder duidelijk omlijnde voorwaarden, met betrekking tot onder het EGKS-Verdrag vallende ijzer- en staalproducten overheidssteun voor herstructurering verlenen.
De Partijen garanderen in elk geval doorzichtigheid ten aanzien van de door hen verleende staatssteun.
De Partijen verbinden zich daarenboven een adequate en effectieve bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten te waarborgen overeenkomstig de hoogste internationale maatstaven, met inbegrip van effectieve middelen om deze rechten te doen gelden.
De Partijen wenden passende maatregelen aan ter bevordering van het gebruik door Marokko van communautaire technische voorschriften en Europese normen betreffende de kwaliteit van industrieprodukten en produkten uit de agro-levensmiddelensector, en de certificatie-procedures.
3.6. Titel V : Economische samenwerking
(art. 42-63)
De economische samenwerking heeft ten doel Marokko te steunen in zijn activiteiten ter bevordering van duurzame economische en sociale ontwikkeling. De Partijen verbinden zich ertoe hun economische samenwerking te versterken, tot wederzijds voordeel en in de geest van het uit deze Overeenkomst voortvloeiende partnerschap.
De economische samenwerking dient te worden versterkt ter ondersteuning van de liberalisering van het handelsverkeer in het algemeen, de totstandbrenging van een industriële vrijhandel met de Gemeenschap en de liberalisering van de gehele Marokkaanse economie. Ook dient ze terdege rekeningen te houden met het behoud van het milieu en het ecologisch evenwicht en werkgelegenheid te scheppen. Voorts dient ze de economieën van Marokko en de Gemeenschap dichter bij elkaar te brengen.
Er wordt tussen beide Partijen een regelmatige, economische dialoog tot stand gebracht, waarbij alle terreinen van het macro-economische beleid worden bestreken. Bijzondere aandacht moet worden besteed aan activiteiten die gericht zijn op de bevordering van de intra-Maghrebijnse samenwerking met het oog op een geïntegreerde ontwikkeling binnen de regio.
De Overeenkomst voorziet in samenwerking op tal van gebieden. Met betrekking tot al deze gebieden bevat de Overeenkomst nader omschreven doelstellingen en geeft ze aan op welke gebieden de aandacht dient te worden toegespitst. Het betreft met name samenwerking ter zake van het economisch beleid en regionale samenwerking, onderwijs en opleiding, wetenschappelijke, technische en technologische samenwerking, milieu, industriële samenwerking, bevordering en bescherming van investeringen, harmonisatie van de normen en conformiteitsbeoordeling, de onderlinge aanpassing van de wetgevingen, financiële diensten, landbouw en visserij, vervoer, telecommunicatie en informatietechnologie, energie, toerisme, samenwerking op douanegebied, statistische samenwerking.
Wat de strijd tegen drugs en het witwassen van geld betreft, bevat de Overeenkomst duidelijk omschreven bepalingen die op concrete wijze uitvoering geven aan verschillende vormen van samenwerking en het verlenen van technische en administratieve bijstand.
3.7. Titel VI : Sociale en
culturele samenwerking (art. 64-74)
Wat de sociale en culturele samenwerking betreft, neemt de nieuwe overeenkomst in grote lijnen de bepalingen over van de huidige overeenkomst met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden en de lonen alsmede de bepalingen betreffende de sociale uitkeringen die aan de wettig tewerkgestelde werknemers van de partijen worden verleend.
Hoofdstuk I : Bepalingen inzake werknemers (art. 64-68)
Elke Lid-Staat van de Unie kent aan op zijn grondgebied tewerkgestelde Marokkaanse werknemers een arbeidsregeling toe die wordt gekenmerkt door het ontbreken van elke discriminatie tussen deze onderdanen en zijn eigen onderdanen voor wat betreft de arbeidsvoorwaarden, de lonen en het ontslag.
Marokkaanse werknemers en hun wettig in de Europese Gemeenschap verblijvende gezinsleden vallen op het gebied van de sociale zekerheid onder een regeling die wordt gekenmerkt door het ontbreken van discriminatie tussen deze werknemers en de eigen onderdanen van de Lid-Staten.
Hoofdstuk II : Dialoog op sociaal gebied (art. 69-70)
Op sociaal gebied wordt een dialoog ingesteld die alle aspecten van gemeenschappelijk belang bestrijkt en die eveneens kan plaatsvinden in het kader van een politieke dialoog. Deze dialoog heeft met name betrekking op alle migratievraagstukken en op de noodzaak vooruitgang te bewerkstelligen wat betreft de gelijke behandeling op het stuk van de leefomstandigheden en de sociale integratie van de ingezetenen van de partijen die legaal op het grondgebied van gastlanden verblijven. Zullen met name worden behandeld, het vraagstuk van de clandestiene immigratie en de voorwaarden voor terugkeer van personen die niet voldoen aan de bepalingen van de wetgeving inzake verblijf en vestiging die in het gastland van toepassing is.
Hoofdstuk III : Samenwerking op sociaal gebied (art. 71-73)
Op sociaal gebied zal een aantal activiteiten worden ondernomen op elk gebied dat van gemeenschappelijk belang is. Deze activiteiten kunnen worden uitgevoerd in samenwerking met de Lid-Staten en de bevoegde internationale organisaties;
Hoofdstuk IV : Culturele samenwerking (art. 74)
De culturele samenwerking heeft ten doel de wederzijdse kennis van en begrip voor elkaars cultuur te vergroten. De bestaande programma's voor culturele samenwerking in de Gemeenschap of in een of meer Lid-Staten, kunnen tot Marokko worden uitgebreid.
3.8. Titel VII : Financiële samenwerking
(art. 75-77)
De financiële samenwerking heeft ten doel zoveel mogelijk bij te dragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van de Overeenkomst, met name de hervormingen die gericht zijn op de modernisering van de economie, het bevorderen van particuliere investeringen, de versterking van de technische samenwerking, het bevorderen van activiteiten die werkgelegenheid scheppen en de geleidelijke instelling en voltooiing van een vrijhandelszone.
De financiële samenwerking wordt tot stand gebracht volgens de passende modaliteiten en met de passende fianciële middelen.
Het bedrag van de financiële samenwerking wordt niet in de Overeenkomst vastgelegd. Het bedrag dat aan Marokko zal worden toegekend maakt deel uit van de globale enveloppe die op de Europese Raad van Cannes in juni 1995 werd vastgelegd voor het hele Middelandse-Zeegebied, zijnde 4 865 miljoen Ecu begrotingssteun voor het tijdvak 1995-1996. Dit bedrag kan nog door middel van door de EIB opengestelde leningsfaciliteiten worden opgetrokken.
Met het oog op een gecoödineerde benadering van de bijzondere macro-economische en financiële problemen die uit de tenuitvoerlegging van de Overeenkomst kunnen voortvloeien, besteden de Partijen bijzondere aandacht aan de ontwikkelingen in het handelsverkeer en de financiële betrekkingen tussen de Gemeenschap en Marokko in het kader van een regelmatige economische dialoog.
Titel VIII : Institutionele, algemene en slotbepalingen (art. 78-96)
Op institutioneel gebied, voorziet de Overeenkomst in de oprichting van een Associatieraad op ministerniveau en een Associatiecomité op het niveau van de functionarissen.
De Associatieraad komt eens per jaar bijeen en telkens wanneer de omstandigheden zulks vereisen, om belangrijke vraagstukken die zich in het kader van de Overeenkomst voordoen en alle andere bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang te bestuderen.
De Associatieraad wordt beurtelings voorgezeten door een lid van de Raad van de Europese Unie en een lid van de regering van het Koninkrijk Marokko.
Daarenboven is in de Overeenkomst vastgelegd dat de Associatieraad de nodige maatregelen mag treffen om de samenwerking en het contact tussen het Europees Parlement en de parlementaire instellingen van het Koninkrijk Marokko alsmede tussen het Economisch en Sociaal Comité van de Gemeenschap en de overeenkomstige instelling in het Koninkrijk Marokko, te vergemakkelijken.
Iedere Partij mag geschillen die verband houden met de toepassing en de uitlegging van de Overeenkomst aan de Associatieraad voorleggen.
Het Associatiecomité heeft beslissingsbevoegdheid ten aanzien van het beheer van de Overenkomst en op de terreinen waarop de Raad het bepaalde bevoegdheden heeft toegekend.
Het Associatiecomité wordt beurtelings voorgezeten door een vertegenwoordiger van het Voorzitterschap van de Raad van de Europes Unie en door een vertegenwoordiger van de Regering van het Koninkrijk Marokko.
De Overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten. Ze treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op de bekrachtiging van de Overeenkomst door de Marokkaanse parlementaire instellingen en de Parlementen van de Lid-Staten en nadat het Europees Parlement zijn goedkeuring heeft gegeven.
Bij haar inwerkingtreding vervangt deze Overeenkomst de samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Marokko alsmede de overeenkomst tussen de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en het Koninkrijk Marokko, die op 25 april te Rabat werden ondertekend.
Wat België betreft, vallen de bepalingen van de Overeenkomst waarbij tussen de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds, een associatie tot stand wordt gebracht, onder de federale bevoegdheid maar ten dele ook onder de bevoegdheid van de Gewesten en de Gemeenschappen.
De handtekening van de Belgische minister van Buitenlandse Zaken gaat dan ook, met instemming van de Gewesten en Gemeenschappen, vergezeld van de vermelding dat ze tevens bindend is voor de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.
is gTen gevolge het advies van de Raad van State wordt volgende tekst toegevoegd aan de memorie van toelichting :
« Tengevolge het advies van de Raad van State dient men er de aandacht op te vestigen dat deze overeenkomst een gemengd karakter heeft zodat de Federale Staat, de Gewesten en de Gemeenschappen met dit akkoord moeten instemmen.
Overeenkomstig het advies zijn het advies van de inspecteur van Financiën en het uitdrukkelijk akkoord van de minister van Begroting met dit verdrag ontvangen.
Omwille van de noodzakelijkheid om de instemmingsprocedure te vereenvoudigen en te versnellen, zijn de opmerkingen geformuleerd in § 3 en § 4 van het advies van de Raad van State, niet gevolgd. Immers, het artikel 2 van het ontwerp van wet werd gebaseerd op een opmerking van de Raad van State gegeven in een vorig advies.
De minister van Buitenlandse Zaken,
Erik DERYCKE.
Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen,
ONZE GROET.
Op de voordracht van Onze minister van Buitenlandse Zaken.
Onze minister van Buitenlandse Zaken is gelast het ontwerp van wet, waarvan de tekst hierna volgt, in Onze naam aan de Wetgevende Kamers voor te leggen en bij de Senaat in te dienen :
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
Art. 2
De Euro-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds, de Bijlagen 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7, de Protocollen 1, 2, 3, 4 en 5, en de Slotakte, gedaan te Brussel op 26 februari 1996, zullen volkomen gevolg hebben.
Gegeven te Brussel, 16 juni 1997.
Van Koningswege :
De minister van Buitenlandse Zaken,
Erik DERYCKE.
waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds
HET KONINKRIJK BELGIË,
HET KONINKRIJK DENEMARKEN,
DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND,
DE HELLEENSE REPUBLIEK,
HET KONINKRIJK SPANJE,
DE FRANSE REPUBLIEK,
IERLAND,
DE ITALIAANSE REPUBLIEK,
HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG,
HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN,
DE REPUBLIEK OOSTENRIJK,
DE PORTUGESE REPUBLIEK,
DE REPUBLIEK FINLAND,
HET KONINKRIJK ZWEDEN,
HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIË EN NOORD-IERLAND,
Verdragsluitende partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, hierna « Lid-Staten » te noemen, en
DE EUROPESE GEMEENSCHAP,
DE EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR KOLEN EN STAAL,
hierna « de Gemeenschap » te noemen, enerzijds, en
HET KONINKRIJK MAROKKO,
hierna « Marokko » te noemen, anderzijds,
GELET OP de nabijheid en de onderlinge afhankelijkheid van de Gemeenschap, haar Lid-Staten en het Koninkrijk Marokko, gebaseerd op de historische banden en hun gemeenschappelijke waarden;
OVERWEGENDE dat de Gemeenschap, de Lid-Staten en Marokko deze banden wensen te versterken en duurzame betrekkingen op basis van wederkerigheid, solidariteit, partnerschap en gezamenlijke ontwikkeling tot stand wensen te brengen;
GELET OP het belang van de partijen hechten aan de eerbiediging van de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties, en in het bijzonder aan de eerbiediging van de mensenrechten en de politieke en economische vrijheden waarop de Associatie is gegrondvest;
GELET OP de politieke en economische ontwikkelingen van de laatste jaren op het Europese continent en in Marokko en de gezamenlijke verantwoordelijkheden die daaruit voortvloeien op het gebied van de stabliteit, de veiligheid en de welvaart van het gehele Euro-mediterrane gebied;
GELET OP de belangrijke vorderingen van Marokko en het Marokkaanse volk bij de verwezenlijking van hun doelstellingen van volledige integratie van de Marokkaanse economie in de wereldeconomie en deelname aan de gemeenschap van democratische landen;
ZICH BEWUST VAN het belang van de betrekkingen in de algemene Euro-mediterrane context, enerzijds, en van de doelstelling van integratie van de Maghreb-landen, anderzijds;
VERLANGENDE de doelstellingen van deze associatie geheel te verwezenlijken door middel van de desbetreffende bepalingen van deze Overeenkomst, ten einde het niveau van economische en sociale ontwikkeling van de Gemeenschap en dat van Marokko dichter bij elkaar te brengen;
ZICH BEWUST VAN het belang van deze overeenkomst, die berust op wederkerigheid van belangen, wederzijdse concessies, samenwerking en dialoog;
VERLANGENDE een politiek overleg over bilaterale en internationale kwesties van wederzijds belang in te stellen en te verdiepen;
REKENING HOUDEND MET de bereidheid van de Gemeenschap Marokko aanzienlijke steun te verlenen in zijn streven naar hervorming en aanpassing op economisch vlak en naar sociale ontwikkeling;
GELET OP de keuze van zowel de Gemeenschap als Marokko voor vrijhandel in overeenstemming met de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT), zoals deze in de Uruguay-Ronde tot stand is gebracht;
VERLANGENDE een samenwerking in te stellen die steunt op een regelmatige dialoog op economisch, sociaal en cultureel gebied, met het oog op een beter wederzijds begrip;
OVERTUIGD dat deze Overeenkomst een geschikt kader vormt voor de ontplooiing van een partnerschap dat is gebaseerd op particulier initiatief, de historische keuze van zowel de Gemeenschap als het Koninkrijk Marokko, en een gunstig klimaat schept voor de ontwikkeling van hun economische en commerciële betrekkingen en voor investeringen, een onontbeerlijke factor voor de ondersteuning van economische herstructurering en technologische modernisering,
ZIJN ALS VOLGT OVEREENGEKOMEN :
Artikel 1
1. Er wordt een associatie tot stand gebracht tussen de Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en Marokko anderzijds.
2. Deze associatie heeft ten doel :
een passend kader tot stand te brengen voor de politieke dialoog tussen de partijen met het oog op het versterken van hun betrekkingen op alle terreinen die zij in het kader van een dergelijke dialoog van belang achten;
de voorwaarden vast te leggen voor de geleidelijke liberalisering van het goederen-, diensten- en kapitaalverkeer;
het bevorderen van de handel en van evnwichtige sociale en economische betrekkingen tussen de partijen, met name door middel van dialoog en samenwerking, ten einde de ontwikkeling en de welvaart van Marokko en de Marokkaanse bevolking te bevorderen;
het aanmoedigen van de Maghrebijnse integratie door bevordering van de handel en samenwerking tussen Marokko en de landen in de regio;
het bevorderen van de samenwerking op economisch, sociaal, cultureel en financieel gebeid.
Artikel 2
De eerbiediging van de democratische beginselen en de fundamentele rechten van de mens, zoals neergelegd in de universele verklaring van de rechten van de mens, vormt de grondslag van het binnen- en buitenlands beleid van de Gemeenschap en Marokko en is een wezenlijk onderdeel van deze Overeenkomst.
TITEL I
Politieke dialoog
Artikel 3
1. Er wordt een regelmatige politieke dialoog tussen de partijen ingesteld. Via deze dialoog kunnen tussen de partners duurzame, op solidariteit gebaseerde betrekkingen worden ingesteld, die zullen bijdragen aan de welvaart, de stabiliteit en de veiligheid van het Middellandse-Zeegebied en een klimaat van begrip en tolerantie tussen culturen zullen scheppen.
2. Doelstellingen van de dialoog en de politieke samenwerking zijn met name :
a) de partijen nader tot elkaar te brengen door het ontwikkelen van beter wederzijds begrip en door regelmatig overleg over internationale vraagstukken van wederzijds belang;
b) elke partij in staat te stellen het standpunt en de belangen van de andere partij in overweging te nemen;
c) te werken aan de handhaving van de veiligheid en de stabiliteit in het Middellandse-Zeegebied en in de Maghreb in het bijzonder;
d) het uitwerken van gemeenschappelijke initiatieven.
Artikel 4
De politieke dialoog heeft betrekking op alle onderwerpen van wederzijds belang en met name op de noodzakelijke voorwaarden voor het waarborgen van vrede, veiligheid en regionale ontwikkeling door het bevorderen van de samenwerking, met name binnen de Maghreb.
Artikel 5
De politieke dialoog wordt regelmatig en telkens wanneer nodig gehouden, en met name :
a) op ministerieel niveau, voornamelijk in het kader van de Associatieraad;
b) op het niveau van hoge functionarissen die Marokko vertegenwoordigen, enerzijds, en het Voorzitterschap van de Raad en de Commissie, anderzijds;
c) met optimale gebruikmaking van de diplomatieke kanalen, in het bijzonder door middel van regelmatige briefings, overleg ter gelegenheid van internationale vergaderingen en contacten tussen diplomatieke vertegenwoordigers in derde landen;
d) zo nodig met gebruikmaking van alle andere middelen die kunnen bijdragen tot de intensivering en doelmatigheid van deze dialoog.
TITEL II
Vrij verkeer van goederen
Artikel 6
De Gemeenschap en Marokko brengen in de loop van een overgangsperiode van ten hoogste 12 jaar, te beginnen bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst, geleidelijk een vrijhandelszone tot stand, overeenkomstig de hierna omschreven bepalingen en in overeen stemming met de bepalingen van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel van 1994 en andere multilaterale overeenkomsten inzake de handel in goederen die opgenomen zijn in bijlagen bij de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), hierna « GATT » te noemen.
HOOFDSTUK I
Industrieproducten
Artikel 7
De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op producten van oorsprong uit de Gemeenschap en Marokko, met uitzondering van de in bijlage II van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap genoemde producten.
Artikel 8
Er worden geen nieuwe invoerrechten of heffingen van gelijke werking ingesteld in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Marokko.
Artikel 9
Producten van oorsprong uit Marokko worden bij invoer in de Gemeenschap toegelaten met vrijstelling van douanerechten of heffingen van gelijke werking.
Artikel 10
1. De bepalingen van dit hoofdstuk vormen geen beletsel voor het door de Gemeenschap handhaven van een landbouwelement bij invoer van de in bijlage I genoemde producten van oorsprong uit Marokko.
Dit landbouwelement houdt verband met de verschillen in prijs op de markt van de Gemeenschap van de landbouwproducten die geacht worden in deze goederen te zijn verwerkt en de prijs van uit derde landen ingevoerde producten, wanneer de totale kosten van genoemde basisproducten hoger is in de Gemeenschap. Het landbouwelement kan de vorm van een vast bedrag of een ad valorem recht aannemen. Zo nodig kunnen specifieke rechten worden ingesteld, waarbij rekening wordt gehouden met de hoogte van het landbouwelement, of ad valorem rechten.
De op landbouwproducten van toepassing zijnde bepalingen van hoofdstuk 2 zijn mutatis mutandis van toepassing op het landbouwelement.
2. De bepalingen van dit hoofdstuk vormen geen beletsel voor Marokko om in de rechten die van toepassing zijn bij invoer van de in bijlage 2 genoemde produkten van oorsprong uit de Gemeenschap een landbouwelement te onderscheiden. Het landbouwelement kan de vorm van een vast bedrag of een ad valorem recht aannemen.
De op landbouwprodukten van toepassing zijnde bepalingen van hoofdstuk 2 zijn mutatis mutandis van toepassing op het landbouwelement.
3. Op de in lijst 1 van bijlage 2 opgenomen produkten van oorsprong uit de Gemeenschap past Marokko bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst geen hogere invoerrechten en heffingen van gelijke werking toe dan die welke op 1 januari 1995 van toepassing waren binnen de grenzen van de in genoemde lijst opgenomen tariefcontingenten.
In de loop van de afschaffing van het industrie-element in de rechten, overeenkomstig het bepaalde in lid 4, worden op de produkten voor welke de tariefcontingenten worden opgeheven, geen hogere rechten toegepast dan die welke op 1 januari 1995 van toepassing waren.
4. Voor de in lijst 2 van bijlage 2 opgenomen produkten van oorsprong uit de Gemeenschap schaft Marokko het industrie-element af overeenkomstig de bepalingen van artikel 11, lid 2, van deze Overeenkomst voor de produkten van bijlage 3.
Voor de in lijsten 1 en 3 van bijlage 2 opgenomen produkten van oorsprong uit de Gemeenschap schaft Marokko het industrie-element af overeenkomstig de bepalingen van artikel 11, lid 3, van deze Overeenkomst voor de produkten van bijlage 4.
5. De overeenkomstig de leden 1 en 2 toegepaste landbouwelementen kunnen worden verminderd wanneer in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Marokko de op een basislandbouwprodukt toegepaste heffing is verlaagd of wanneer deze verminderingen het gevolg zijn van wederzijdse concessies op het gebied van verwerkte landbouwprodukten.
6. De in lid 5 bedoelde vermindering, de lijst van betrokken produkten en, in voorkomend geval, de tariefcontingenten, waarvoor de verlagingen gelden, worden door de Associatieraad vastgesteld.
Artikel 11
1. De douanerechten en heffingen van gelijke werking die bij invoer in Marokko van toepassing zijn op produkten van oorsprong uit de Gemeenschap, met uitzondering van de in bijlagen 3, 4, 5 en 6 vermelde produkten, worden afgeschaft bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst.
2. De douanerechten en heffingen van gelijke werking die bij invoer in Marokko van toepassing zijn op produkten van oorsprong uit de Gemeenschap vermeld in bijlage 3, worden geleidelijk afgeschaft overeenkomstig het hierna volgende tijdschema :
Bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 75 % van het basisrecht;
Een jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 50 % van het basisrecht;
Twee jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 25 % van het basisrecht;
Drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen afgeschaft.
3. De douanerechten en heffingen van gelijke werking die bij invoer in Marokko van toepassing zijn op de in bijlage 4 vermelde produkten van oorsprong uit de Gemeenschap, worden geleidelijk afgeschaft volgens onderstaande tijdschema's :
Voor de lijst in bijlage 4.
Drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 90 % van het basisrecht;
Vier jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 80 % van het basisrecht;
Vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 70 % van het basisrecht;
Zes jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 60 % van het basisrecht;
Zeven jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 50 % van het basisrecht;
Acht jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 40 % van het basisrecht;
Negen jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 30 % van het basisrecht;
Tien jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 20 % van het basisrecht;
Elf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 10 % van het basisrecht;
Twaalf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen afgeschaft.
4. Indien zich met betrekking tot een bepaald produkt ernstige problemen voordoen, kan het op de lijst in bijlage 4 van toepassing zijnde tijdschema in overleg worden herzien door het Associatiecomité, met dien verstande dat het tijdschema waarvoor de herziening is aangevraagd voor het betrokken produkt niet verder verlengd kan worden dan de maximale overgangsperiode van twaalf jaar. Indien het Comité geen besluit heeft genomen binnen dertig dagen na de kennisgeving van het verzoek van Marokko om herziening van het tijdschema, kan Marokko het tijdschema voorlopig opschorten voor een periode van maximaal een jaar.
5. Het basisrecht waarop de in de leden 2 en 3 vastgestelde achtereenvolgende verlagingen worden toegepast is voor elk produkt het op 1 januari 1995 daadwerkelijk ten opzichte van de Gemeenschap toegepaste recht.
6. Indien na 1 januari 1995 enige tariefverlaging op erga omnes grondslag wordt toegepast, treden de verlaagde rechten in de plaats van de in lid 5 bedoelde basisrechten, met ingang van de datum waarop de verlagingen toepassing vinden.
7. Marokko deelt de Gemeenschap zijn basisrechten mede.
Artikel 12
1. Marokko verbindt zich ertoe uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst de op 1 juli 1995 op de in bijlage 5 opgenomen produkten toegepaste referentieprijzen af te schaffen.
Deze referentieprijzen die van toepassing zijn op textielprodukten en kledingartikelen worden geleidelijk afgeschaft over een periode van drie jaar die ingaat op de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst. Het tempo waarmee deze referentieprijzen worden afgeschaft garandeert een preferentieel voordeel voor produkten van oorsprong uit de Gemeenschap van ten minste 25 % ten opzichte van de referentieprijzen die Marokko erga omnes toepast. In het geval dat deze preferentie niet kan worden gehandhaafd past Marokko een tariefverlaging toe op produkten van oorsprong uit de Gemeenschap. Deze tariefverlaging mag niet lager zijn dan 5 % van de douanerechten en heffingen van gelijke werking die van toepassing zijn op de datum waarop zij van kracht wordt.
In het geval dat de verbintenissen van Marokko uit hoofde van de GATT voorzien in een kortere termijn voor de afschaffing van referentieprijzen bij invoer, is deze van toepassing.
2. De bepalingen van artikel 11 zijn niet van toepassing op de produkten vermeld in de lijsten 1 en 2 van bijlage 6, onverminderd de volgende bepalingen :
a) Voor de produkten van lijst 1 zijn de bepalingen van artikel 19, lid 2, slechts van toepassing na het verstrijken van de overgangsperiode. Zij kunnen echter voor deze datum van toepassing worden door een besluit van de Associatieraad;
b) De op de produkten van de lijsten 1 en 2 toegepaste regeling wordt dire jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst door de Associatieraad herzien. Bij de herziening stelt de Associatieraad het tijdschema vast voor de tariefafbraak voor de produkten van lijst 6, met uitzondering van de produkten van de postonderverdeling 630900.
Artikel 13
De bepalingen betreffende de afschaffing van de invoerrechten zijn eveneens van toepassing op de douanerechten van fiscale aard.
Artikel 14
1. Marokko mag in de vorm van verhoogde of opnieuw ingestelde douanerechten buitengewone maatregelen van beperkte duur nemen die afwijken van het bepaalde in artikel 11.
Dergelijke maatregelen mogen uitsluitend worden genomen ten behoeve van jonge industrieën of van bepaalde sectoren waarin herstructureringen plaatsvinden of die met grote moeilijkheden te kampen hebben, vooral wanneer deze moeilijkheden ernstige sociale gevolgen hebben.
De invoerrechten die krachtens deze maatregelen door Marokko worden toegepast ten aanzien van produkten van oorsprong uit de Gemeenschap mogen niet meer dan 25 % ad valorem bedragen en dienen een preferentie voor produkten van oorsprong uit de Gemeenschap in te houden. De totale waarde van de ingevoerde produkten waarop dergelijke maatregelen van toepassing zijn mag niet meer bedragen dan 15 % van de totale invoer van industrieprodukten uit de Gemeenschap gedurende het laatste jaar waarvoor statistische gegevens beschikbaar zijn.
Deze maatregelen gelden voor een periode van ten hoogste vijf jaar, tenzij het Associatiecomité de toepassing ervan over een langere periode toestaat. Zij treden uiterlijk bij het verstrijken van de maximale overgangsperiode van twaalf jaar buiten werking.
Deze maatregelen kunnen voor een bepaald produkt niet worden getroffen, indien meer dan drie jaren zijn verstreken sedert de afschaffing van alle rechten en kwantitatieve beperkingen of heffingen en maatregelen van gelijke werking die op het betrokken produkt van toepassing waren.
Marokko stelt de Associatieraad in kennis van alle buitengewone maatregelen die het voornemens is te treffen. Op verzoek van de Gemeenschap vindt vooraf overleg plaats over deze maatregelen en de sectoren waarop zij betrekking hebben. Indien het dergelijke maatregelen neemt, legt Marokko aan het Comité een tijdschema voor de afschaffing van de overeenkomstig dit arttikel ingestelde douanerechten over. Dit tijdschema dient te voorzien in de geleidelijke afschaffing van deze rechten in gelijke jaarlijkse percentages, beginnende uiterlijk twee jaar nadat zij werden ingesteld. Het Associatiecomité kan een ander tijdschema vaststellen.
2. In afwijking van de bepalingen van lid 1, vierde alinea, kan het Associatiecomité, ten einde rekening te houden met moeilijkheden in verband met het oprichten van een nieuwe industrie, Marokko bij uitzondering toestaan de krachtens lid 1 genomen maatregelen te handhaven voor een periode van maximaal drie jaar na de overgangsperiode van twaalf jaar.
HOOFDSTUK II
Landbouwprodukten en visserijprodukten
Artikel 15
De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de in bijlage II bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap bedoelde produkten van oorsprong uit de Gemeenschap en Marokko.
Artikel 16
De Gemeenschap en Marokko stellen geleidelijk een grotere liberalisering in van het onderling handelsverkeer in landbouw- en visserijprodukten.
Artikel 17
1. Op de landbouw- en visserijprodukten van oorsprong uit Marokko zijn bij invoer in de Gemeenschap de bepalingen van respectievelijk Protocol nr. 1 en 2 van toepassing.
2. Op de landbouwprodukten van oorsprong uit de Gemeenschap zijn bij invoer in Marokko de bepalingen van Protocol nr. 3 van toepassing.
Artikel 18
1. Met ingang van 1 januari 2000 onderzoeken de Gemeenschap en Marokko de situatie met het oog op de vaststelling van de door de Gemeenschap en Marokko met ingang van 1 januari 2001 toe te passen liberaliseringsmaatregelen in overeenstemming met de in artikel 16 opgenomen doelstelling.
2. Onverminderd de in lid 1 opgenomen bepalingen en rekening houdend met de handelsstromen voor landbouwprodukten tussen de partijen, en de bijzondere gevoeligheid van deze produkten, onderzoeken de Gemeenschap en Marokko binnen de Associatieraad, produkt per produkt, en op basis van wederkerigheid, de mogelijkheid om elkaar op passende wijze concessies te doen.
HOOFDSTUK III
Gemeenschappelijke bepalingen
Artikel 19
1. In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Marokko worden geen nieuwe kwantitatieve invoerbeperkingen of maatregelen van gelijke werking ingesteld.
2. In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Marokko worden kwantitatieve invoerbeperkingen of maatregelen van gelijke werking bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst afgeschaft.
3. De Gemeenschap en Marokko stellen onderling geen douanerechten bij uitvoer of heffingen van gelijke werking, noch kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking in.
Artikel 20
1. Indien ten gevolge van de tenuitvoerlegging van hun landbouwbeleid een specifieke regeling wordt ingesteld of indien de bestaande regelingen worden gewijzigd of in geval van wijziging of uitbreiding van de bepalingen betreffende de tenuitvoerlegging van hun landbouwbeleid, kunnen de Gemeenschap en Marokko voor de betrokken produkten de in deze Overeenkomst vervatte regeling wijzigen.
De Partij die tot een dergelijke wijziging overgaat, stelt daarvan het Associatiecomité in kennis. Op verzoek van de andere Partij komt het Associatiecomité bijeen om op passende wijze rekening te houden met de belangen van genoemde Partij.
2. Ingeval de Gemeenschap of Marokko op grond van lid 1 de in deze Overeenkomst vervatte regeling voor landbouwprodukten wijzigen, verlenen zij voor de invoer van produkten van oorsprong uit de andere Partij, een voordeel dat vergelijkbaar is met het voordeel waarin deze Overeenkomst voorziet.
3. Over de wijziging van de in deze Overeenkomst bepaalde regleing wordt op verzoek van de andere overeenkomstsluitende partij overleg gepleegd in de Associatieraad.
Artikel 21
Voor produkten van oorsprong uit Marokko geldt bij invoer in de Gemeenschap geen gunstiger regeling dan die welke tussen de Lid-Staten onderling geldt.
De bepalingen van deze overeenkomst zijn van toepassing onverminderd het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 1911/91 van de Raad van 26 juni 1991 betreffende de toepassing van de bepalingen van het Gemeenschapsrecht op de Canarische eilanden.
Artikel 22
1. Beide partijen onthouden zich van alle binnenlandse maatregelen of praktijken van fiscale aard die, rechtstreeks of onrechtstreeks, discrimineren tussen de produkten van de ene partij en soortgelijke produkten van oorsprong uit de andere partij.
2. Voor produkten die naar een der partijen worden uitgevoerd mogen de terugbetaalde bedragen aan binnenlandse belastingen niet hoger zijn dan de bedragen van de op deze produkten rustende directe of indirecte belastingen.
Artikel 23
1. Deze Overeenkomst vormt geen beletsel voor de handhaving of de oprichting van douane-unies, vrijhandelszones of regelingen voor grensverkeer, mits de in deze Overeenkomst neergelegde handelsregelingen daardoor niet worden gewijzigd.
2. De partijen plegen in het Associatiecomité overleg over de Overeenkomsten tot oprichting van douane-unies of vrijhandelszones en desgewenst over andere belangrijke onderwerpen in verband met hun handelsbeleid ten aanzien van derde landen. Dergelijk overleg vindt met name plaats bij de toetreding van een derde land tot de Gemeenschap, ten einde rekening te kunnen houden met de onderlinge belangen van de Gemeenschap en Marokko als omschreven in deze Overeenkomst.
Artikel 24
Indien een der partijen constateert dat in het handelsverkeer met de andere partij dumping in de zin van artikel VI van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel plaatsvindt, kan zij passende maatregelen nemen tegen deze praktijk overeenkomstig de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de Algemene Overeenkomst inake Tarieven en Handel en haar nationale wettelijke regeling ter zake, en volgens de voorwaarden en procedures van artikel 27 van deze Overeenkomst.
Artikel 25
Indien een produkt wordt ingevoerd in hoeveelheden en onder omstandigheden die :
ernstige moeilijkheden veroorzaken of dreigen te veroorzaken voor binnenlandse producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende produkten op het grondgebeid van een der overeenkomstsluitende partijen, of
de enige sector van de economie aanleiding geven of kunnen geven tot moeilijkheden die ernstige gevolgen kunnen hebben voor de economische situatie in een bepaald gebied,
kan de Gemeenschap of Marokko naargelang van het geval, passende maatregelen nemen overeenkomstig de bepalingen en procedures van artikel 27.
Artikel 26
Wanneer de naleving van artikel 19, lid 3 :
i) ertoe leidt dat goederen wederuitgevoerd worden naar een derde land ten aanzien waarvan de exporterende partij voor het betrokken produkt kwantitatieve uitvoerbeperkingen, uitvoerrechten of maatregelen van gelijke werking toepast, of
ii) ernstige tekorten aan produkten die van wezenlijk belang zijn voor de exporterende partij doet ontstaan of driegt te doen ontstaan,
en de bovenbedoelde situaties aanleiding geven of vermoedelijk zullen geven tot ernstige moeilijkheden voor de exporterende partij, kan deze partij passende maatregelen nemen volgens de voorwaarden en procedures van artikel 27. Deze maatregelen mogen geen discriminerend karakter hebben en dienen te worden ingetrokken zodra zij niet langer gerechtvaardigd zijn.
Artikel 27
1. Indien de Gemeenschap of Marokko de invoer van produkten die de in artikel 25 bedoelde moeilijkheden zouden kunnen geven, aan een administratieve procedure onderwerpen die ten doel heeft snel informatie te verschaffen over de ontwikkeling van de handelsstromen, stelt de betrokken partij de andere partij hiervan in kennis.
2. In de in de artikelen 24, 25 en 26 bedoelde gevallen verstrekken de Gemeenschap of Marokko, naargelang van het geval, vóór zij de in de genoemde artikelen bedoelde maatregelen nemen of in de gevallen waarop lid 3, onder d) , van dit artikel, van toepassing is, zo spoedig mogelijk het Associatiecomité alle ter zake dienende informatie ten einde een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden.
Bij voorrang moeten die maatregelen worden gekozen die de werking van deze Overeenkomst het minst verstoren.
De vrijwaringsmaatregelen worden onmiddellijk ter kennis gebracht van het Associatiecomité, die hierover periodiek overleg pleegt, meer bepaald met het oog op de vaststelling van een tijdschema voor de afschaffing van deze maatregelen zodra de omstandigheden dit toelaten.
3. Voor de toepassing van lid 2 geldt het hierna volgende :
a) de exporterende Partij wordt van de in artikel 24 bedoelde dumping in kennis gesteld zodra de autoriteiten van de importerende partij een onderzoek hebben geopend. Indien geen einde is gemaakt aan de dumping in de zin van artikel VI van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel of geen andere bevredigende oplossing is gevonden binnen dertig dagen na de kennisgeving van deze zaak, kan de importerende partij passende maatregelen nemen;
b) de moeilijkheden welke voortvloeien uit de omstandigheden bedoeld in artikel 25 worden voorgelegd aan het Associatiecomité dat alle noodzakelijke beslissingen kan nemen om een einde te maken aan deze moeilijkheden.
Indien het Associatiecomité of de exporterende partij geen beslissing heeft genomen die een einde maakt aan de moeilijkheden of geen andere bevredigende oplossing wordt gevonden binnen dertig dagen na kennisgeving van de zaak, kan de invoerende partij passende maatregelen nemen om het probleem op te lossen. Deze maatregelen mogen niet verder strekken dat hetgeen noodzakelijk is om een oplossing te vinden voor de gerezen moeilijkheden;
c) de moeilijkheden die voortvloeien uit de in artikel 26 bedoelde omstandigheden worden aan het Associatiecomité voorgelegd.
Het Associatiecomité kan elke beslissing nemen die nodig is om een einde te maken aan de moeilijkheden. Indien het geen beslissing heeft genomen binnen dertig dagen nadat de zaak hem is voorgelegd, kan de exporterende partij passende maatregelen nemen ten aanzien van de uitvoer van het betrokken produkt;
d) wanneer uitzonderlijke omstandigheden die tot onmiddellijk optreden nopen voorafgaande kennisgeving of onderzoek, al naargelang van het geval, onmogelijk maken kan de Gemeenschap of Marokko, al naargelang van het geval, in de in de artikelen 24, 25 en 26 bedoelde omstandigheden onverwijld de vrijwaringsmaatregelen toepassen die strikt noodzakelijk zijn om het probleem op te lossen. De andere Partij wordt hiervan onmiddellijk in kennis gesteld.
Artikel 28
Deze Overeenkomst vormt geen beletsel voor verboden of beperkingen op de invoer, uitvoer of doorvoer die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde, de openbare veiligheid, de gezondheid en het leven van personen, dieren of planten, en de bescherming van het nationaal artistiek, historisch en archeologisch erfgoed, of uit hoofde van de bescherming van de intellectuele, industriële en commerciële eigendom, noch voor voorschriften betreffende goud en zilver. Deze verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie of een verkapte beperking van de handel tussen de partijen vormen.
Artikel 29
Het begrip « produkten van oorsprong » voor de toepassing van deze titel en de desbetreffende methoden van administratieve samenwerking zijn gedefinieerd in Protocol nr. 4.
Artikel 30
In het handelsverkeer tussen de twee partijen worden de goederen ingedeeld overeenkomstig de gecombineerde nomenclatuur.
TITEL III
Recht van vestiging en diensten
Artikel 31
1. De partijen komen overeen de toepassingssfeer van deze Overeenkomst uit te breiden tot het recht van vestiging van vennootschappen van een Partij op het grondgebied van de andere Partij en de liberalisering van de dienstverlening door vennootschappen van een Partij aan ontvangers van diensten in een andere Partij.
2. De Associatieraad doet de nodige aanbevelingen voor de uitvoering van de in lid 1 vermelde doelstelling.
Bij het opstellen van deze aanbevelingen houdt de Associatieraad rekening met de opgedane ervaring bij de wederzijdse toekenning van de meestbegunstigingsbehandeling en met de respectieve verplichtingen van de partijen overeenkomstig de aan de Overeenkomst tot oprichting van de WTO gehechte Algemene Overeenkomst inzake de Handel in Diensten, hierna « GATS » te noemen, met name artikel V.
3. De Associatieraad verricht op zijn laatst vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst een eerste onderzoek naar de verwezenlijking van deze doelstelling.
4. Onverminderd lid 3 verricht de Associatieraad bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst een onderzoek naar de sector internationaal zeevervoer ten einde aanbevelingen te doen voor de meest passende liberaliseringsmaatregelen. De Associatieraad houdt rekening met de resultaten van de onderhandelingen die op dit gebied zijn gevoerd in het kader van de GATS na de afsluiting van de Uruguay-Ronde.
Artikel 32
1. In een eerste fase bevestigen de partijen opnieuw hun respectieve verplichtingen krachtens de GATS, met name de wederzijdse toekenning van de meestbegunstigingsbehandeling voor de dienstensector waarvoor deze verplichting geldt.
2. Overeenkomstig de GATS is deze behandeling niet van toepassing op :
a) door een Partij toegekende voordelen overeenkomstig de bepalingen van een overeenkomst zoals gedefinieerd in artikel V van de GATS of maatregelen die genomen zijn op grond van een dergelijke overeenkomst;
b) andere voordelen toegekend overeenkomstig de lijst van uitzonderingen op de meestbegunstigingsclausule door een Partij aan de GATS zijn gehecht.
TITEL IV
Betalingen, kapitaal, concurrentie
en andere economische bepalingen
HOOFDSTUK I
Betalings- en kapitaalverkeer
Artikel 33
Onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 35 verbinden de partijen zich ertoe machtiging te verlenen, in vrije convertibele valuta, tot alle betaalverrichtingen die verband houden met lopende transacties.
Artikel 34
1. Met betrekking tot de verrichtingen op de kapitaalrekening van de betalingsbalans garanderen vanaf de inwerkingtreding van deze Overeenkomst de Gemeenschap en Marokko het vrije verkeer van kapitaal met betrekking tot directe investeringen in Marokko in vennootschappen die in overeenstemming met de van kracht zijnde wetten zijn opgericht, alsook de liquidatie of de repatriëring van die investeringen en van alle opbrengsten daarvan.
2. De partijen raadplegen elkaar met het oog op de vergemakkelijking van het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en Marokko en de volledige liberalisering ervan wanneer aan de voorwaarden is voldaan.
Artikel 35
Indien zich met betrekking tot de betalingsbalans van één of meer Lid-Staten van de Gemeenschap of van Marokko ernstige moeilijkheden voordoen of hiervoor onmiddellijk gevaar bestaat, kan de Gemeenschap of Marokko, al naar gelang van het geval, in overeenstemming met de in de GATT en met de artikelen VIII en XIV van de Statuten van het Internationaal Monetair Fonds bepaalde voorwaarden beperkende maatregelen treffen met betrekking tot lopende transacties. Deze maatregelen zijn van beperkte duur en mogen niet verder reiken dan wat noodzakelijk is om de situatie van de betalingsbalans recht te trekken. De Gemeenschap of Marokko, al naar gelang van het geval, brengen deze onverwijld ter kennis van de andere partij, en doet deze partij zo spoedig mogelijk een tijdschema toekomen voor de opheffing van deze maatregelen.
HOOFDSTUK II
Bepalingen inzake de mededinging en andere
economische bepalingen
Artikel 36
1. Onverenigbaar met de goede werking van deze Overeenkomst voor zover de handel tussen de Gemeenschap en Marokko daardoor ongunstig kan worden beïnvloed zijn :
a) alle overeenkomsten tussen ondernemingen, alle besluiten van ondernemersverenigingen en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen welke ertoe strekken of die ten gevolge hebben dat de mededinging wordt verhinderd, beperkt of vervalst;
b) het misbruik maken van een machtspositie door een of meer ondernemingen op het gehele grondgebied van de Gemeenschap of van Marokko, of op een wezenlijk deel daarvan;
c) alle steunmaatregelen van de Staten die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde produkties vervalsen of dreigen te vervalsen, met uitzondering van afwijkingen die zijn toegestaan krachtens het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal.
2. Alle handelswijzen welke met dit artikel in strijd zijn, worden beoordeeld op grond van de criteria welke voortvloeien uit de toepassing van de regels van de artikelen 85, 86 en 92 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, en voor onder het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal vallende produkten, die van de artikelen 65 en 66 van dit Verdrag, en de regels betreffende overheidssteun, met inbegrip van het afgeleide recht.
3. De Associatieraad stelt bij besluit genomen binnen een termijn van vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst de nodige voorschriften vast voor de uitvoering van de leden 1 en 2.
In afwachting van de vaststelling van deze voorschriften worden de bepalingen van deze Overeenkomst inzake de interpretatie en toepassing van de artikelen VI, XVI en XXIII van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel toegepast als regels voor de tenuitvoerlegging van lid 1, onder c) , en het ermee verband houdende gedeelte van lid 2.
4. a) Voor de toepassing van het bepaalde in lid 1, onder c) , komen de partijen overeen dat tijdens de eerste vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst alle door Marokko toegekende overheidssteun wordt beoordeeld met inachtneming van het feit dat Marokko wordt beschouwd als een regio gelijk aan de in artikel 92, lid 3, onder a) , van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap bedoelde streken van de Gemeenschap.
Tijdens dezelfde periode mag Marokko bij wijze van uitzondering met betrekking tot onder het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal vallende ijzer- en staalprodukten, overheidssteun voor herstructurering verlenen, mits :
deze steun ertoe leidt dat de begunstigde ondernemingen aan het einde van de herstructureringsperiode onder normale marktvoorwaarden levensvatbaar zijn;
het bedrag en de intensiteit van de steun strikt beperkt blijven tot hetgeen voor dit herstel van de levensvatbaarheid absoluut noodzakelijk is, en ze geleidelijk worden verminderd; en
het herstructureringsprogramma aansluit bij een algemene rationalisatie van de capaciteit in Marokko.
De Associatieraad besluit met inachtneming van de economische situatie in Marokko, of die periode met verdere termijnen van vijf jaar dient te worden verlengd.
b) Elke partij garandeert doorzichtigheid ten aanzien van de overheidssteun, met name door ieder jaar aan de andere partij mededeling te doen van het totale bedrag en de verdeling van de verstrekte steun en door op verzoek informatie over steunprogramma's te verstrekken. Op verzoek van de ene partij verstrekt de andere partij informatie over bepaalde afzonderlijke steunmaatregelen van de overheid.
5. Met betrekking tot de produkten vermeld in hoofdstuk II van titel II :
is het bepaalde in lid 1, onder c) , niet van toepassing;
dienen alle praktijken die in strijd zijn met lid 1, ander a) , te worden beoordeeld aan de hand van de criteria welke door de Gemeenschap zijn vastgesteld op grond van de artikelen 42 en 43 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en in het bijzonder bij Verordening nr. 26/1962 van de Raad.
6. Indien de Gemeenschap of Marokko van mening is dat een bepaalde praktijk onverenigbaar is met lid 1 van dit artikel en :
deze met de in lid 3 bedoelde uitvoeringsmaatregelen niet afdoende kan worden tegengegaan, of dat
bij ontstentenis van dergelijke voorschriften, de praktijk de belangen van de andere partij ernstig schaadt of dreigt te schaden of aan haar nationale industrie, met inbegrip van de dienstverlenende sector, aanmerkelijk schade toebrengt of dreigt toe te brengen,
kunnen zij passende maatregelen nemen na overleg in het kader van het Associatiecomité of na een termijn van dertig werkdagen volgende op het verzoek om dergelijk overleg.
Met betrekking tot praktijken die onverenigbaar zijn met lid 1, onder c), van dit artikel kunnen indien de GATT erop van toepassing is, deze passende maatregelen alleen worden vastgesteld in overeenstemming met de procedures en voorwaarden bepaald in de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel of in een andere in het kader daarvan tot stand gekomen handeling die op beide partijen van toepassing is.
7. Niettegenstaande eventueel daarmee strijdige bepalingen die overeenkomstig lid 3 zijn vastgesteld, wisselen de partijen informatie uit met inachtneming van de beperkingen welke voortvloeien uit het beroeps- of zakengeheim.
Artikel 37
De Lid-Staten en Marokko passen, onverminderd de in het kader van de GATT aangegane verplichtingen, alle staatsmonopolies van commerciële aard geleidelijk aan, in dier voege dat tegen het einde van het vijfde jaar volgende op de inwerkingtreding van deze Overeenkomst tussen onderdanen van de Lid-Staten en van Marokko geen discriminatie meer bestaat wat de voorwaarden van de herziening en de afzet van goederen betreft. Het Associatiecomité wordt in kennis gesteld van de maatregelen welke te dien einde worden genomen.
Artikel 38
Met betrekking tot overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan speciale of exclusieve rechten zijn toegekend, ziet de Associatieraad erop toe dat vanaf het vijfde jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst geen maatregelen die het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Marokko verstoren of strijdig zijn met de belangen van de partijen worden vastgesteld of gehandhaafd. Deze bepaling vormt geen beletsel voor de uitvoering, de jure of de facto, van bijzondere taken die aan deze ondernemingen zijn opgedragen.
Artikel 39
1. De partijen waarborgen een adequate en effectieve bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten, overeenkomstig de hoogste internationale normen, met inbegrip van effectieve middelen om deze rechten te doen gelden.
2. De tenuitvoerlegging van dit artikel en van bijlage 7 wordt regelmatig door de partijen onderzocht. In geval van problemen op het gebied van intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten die het handelsverkeer beïnvloeden wordt op verzoek van een partij dringend overleg gevoerd, ten einde tot wederzijds bevredigende oplossingen te komen.
Artikel 40
1. De partijen wenden passende middelen aan ter bevordering van het gebruik door Marokko van communautaire technische voorschriften en Europese normen betreffende de kwaliteit van industriële produkten en produkten uit de agro-levensmiddelensector, en de certificatieprocedures.
2. Op grond van de in lid 1 bedoelde beginselen sluiten de partijen overeenkomsten van wederzijdse erkenning van certificatie wanneer aan de voorwaarden is voldaan.
Artikel 41
1. De partijen stellen zich een wederzijdse en geleidelijke liberalisering van de overheidsopdrachten ten doel.
2. De Associatieraad neemt de nodige maatregelen voor de uitvoering van lid 1.
TITEL V
Economische samenwerking
Artikel 42
Doelstellingen
1. De partijen verbinden zich ertoe hun economische samenwerking te versterken, in hun wederzijds belang, en in de geest van partnerschap waarop deze Overeenkomst is gebaseerd.
2. De economische samenwerking heeft als doel Marokko te steunen in zijn activiteiten ter bevordering van duurzame economische en sociale ontwikkeling.
Artikel 43
Toepassingssfeer
1. De samenwerking is in de eerste plaats gericht op terreinen waar zich interne beperkingen en problemen voordoen of die de gevolgen ondergaan van het liberaliseringsproces van de gehele Marokkaanse economie, met name de liberalisering van het handelsverkeer tussen Marokko en de Gemeenschap.
2. Voorts wordt bij de samenwerking prioriteit gegeven aan de sectoren die de economieën van Marokko en de Gemeenschap dichter bij elkaar brengen, met name sectoren die groei en werkgelegenheid scheppen.
3. De samenwerking zal de intra-Maghrebijnse economische integratie bevorderen door de uitvoering van maatregelen die bijdragen tot de ontwikkeling van deze intra-Maghrebijnse betrekkingen.
4. In het kader van de uitvoering van de verschillende terreinen van de economische samenwerking is de bescherming van milieu en ecologisch evenwicht een essentieel onderdeel van deze Overeenkomst.
5. Eventueel stellen de partijen in overleg andere terreinen voor economische samenwerking vast.
Artikel 44
Middelen en modaliteiten
De economische samenwerking wordt met neme verwezenlijkt door middel van :
a) een regelmatige economische dialoog tussen de twee partijen die alle terreinen van het macro-economisch beleid bestrijkt;
b) uitwisseling van informatie en bevordering van de communicatie;
c) activiteiten op het gebied van raadgeving, expertise, opleiding;
d) gezamenlijke activiteiten;
e) technische en administratieve bijstand, en bijstand op het gebied van de regelgeving.
Artikel 45
Regionale samenwerking
Met het oog op een goede werking van deze Overeenkomst bevorderen de partijen alle activiteiten met een regionaal effect of waarbij andere derde landen betrokken zijn, met name op de volgende terreinen :
a) de intra-regionale handel op Maghreb-niveau;
b) milieu;
c) ontwikkeling van de economische infrastructuren;
d) wetenschappelijk en technologisch onderzoek;
e) cultuur;
f) douanezaken;
g) regionale instellingen en de uitvoering van gemeenschappelijke of geharmoniseerde programma's en beleid.
Artikel 46
Onderwijs en opleiding
De samenwerking is gericht op :
a) het omschrijven van de middelen om de situatie in de sector onderwijs en opleiding, waaronder beroepsopleidingen, aanzienlijk te verbeteren;
b) het bevorderen van met name de toegang van vrouwen tot het onderwijs, met inbegrip van technisch en hoger onderwijs en beroepsopleidingen;
c) het bevorderen van duurzame banden tussen gespecialiseerde instellingen van de partijen met het oog op het uitwisselen van ervaring en middelen.
Artikel 47
Wetenschappelijk, technische en technologische samenwerking
De samenwerking is gericht op :
a) het bevorderen van permanente banden tussen de wetenschappelijke gemeenschappen van de twee partijen, met name door middel van :
de toegang van Marokko tot communautaire programma's voor onderzoek en technologische ontwikkeling overeenkomstig de communautaire bepalingen inzake de deelname van derde landen aan deze programma's;
de deelname van Marokko aan gedecentraliseerde samenwerkingsnetwerken;
bevordering van synergie tussen opleiding en onderzoek;
b) het versterken van de onderzoekscapaciteit van Marokko;
c) het stimuleren van technologische innovatie, de uitwisseling van nieuwe technologieën en know-how;
d) het bevorderen van activiteiten die gericht zijn op het creëren van synergie met regionaal effect.
Artikel 48
Milieu
De samenwerking is gericht op het voorkomen van de achteruitgang van het milieu en de verbetering van de kwaliteit ervan, de bescherming van de volksgezondheid en een rationeel gebruik van natuurlijke hulpbronnen met het oog op een duurzame ontwikkeling.
De partijen komen overeen met name op de volgende terreinen samen te werken :
a) de kwaliteit van bodem en water;
b) de gevolgen van ontwikkeling, met name industriële ontwikkeling (veiligheid van installaties, met name afvalstoffen);
c) controle op en preventie van verontreiniging van de zee.
Artikel 49
Industriële samenwerking
De samenwerking is gericht op :
a) het bevorderen van samenwerking tussen het bedrijfsleven van de partijen, ook in het kader van de toegang van Marokko tot de communautaire netwerken voor samenwerking tussen bedrijven of tot gedecentraliseerde samenwerkingsnetwerken;
b) het steunen van de inspanningen van de Marokkaanse openbare en particuliere sectoren om de industrie te moderniseren en te herstructureren, met inbegrip van de agro-levensmiddelenindustrie;
c) het bevorderen van de ontwikkeling van een gunstig klimaat voor particulier initiatief ten einde de voor lokale en exportmarkten bestemde produktie te stimuleren en te diversifiëren;
d) het optimaal gebruiken van de Marokkaanse menselijke en industriële hulpbronnen door een betere toepassing van beleid op het gebied van innovatie, onderzoek en technologische ontwikkeling;
e) het vergemakkelijken van de kredietverstrekking voor de financiering van investeringen.
Artikel 50
Bevordering en bescherming van investeringen
De samenwerking is gericht op het scheppen van gunstige omstandigheden voor investeringsstromen, en wordt met name verwezenlijkt door middel van :
a) het instellen van geharmoniseerde en vereenvoudiging procedures, regelingen voor gezamenlijke investeringen (met name in het midden- en kleinbedrijf), en de identificatie van en informatie over investeringsmogelijkheden;
b) waar nodig het instellen van een juridisch kader ter bevordering van investeringen, door de sluiting tussen Marokko en de Lid-Staten van overeenkomsten ter bescherming van investeringen en overeenkomsten ter vermijding van dubbele belasting.
Artikel 51
Samenwerking op het gebied van de normalisatie
en de conformiteitsbeoordeling
De partijen werken samen :
a) het bevorderen van het gebruik van communautaire voorschriften op het gebied van de normalisatie, de metrologie, kwaliteitszorg en -borging, en de conformiteitsbeoordeling;
b) het op niveau brengen van de Marokkaanse laboratoria om op termijn overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning op het gebied van de conformiteitsbeoordeling te sluiten;
c) het ontwikkelen van de Marokkaanse structuren op het gebied van de intellectuele, industriële en commerciële eigendom, normalisatie en kwaliteit.
Artikel 52
Harmonistatie van de wetgevingen
De samenwerking is erop gericht Marokko te helpen bij het aanpassen van zijn wetgeving aan die van de Gemeenschap op de door deze Overeenkomst bestreken terreinen.
Artikel 53
Financiële diensten
De samenwerking is gericht op de harmonisatie van gemeenschappelijke regels en normen, onder andere met het oog op :
a) de versterking en herstructurering van de financiële sectoren in Marokko;
b) de verbetering van de boekhoudings- en boekhoudcontrolesystemen, het toezicht, de reglementering van financiële diensten en de financiële controle in Marokko.
Artikel 54
Landbouw en visserij
De samenwerking is gericht op :
a) modernisering en herstructurering van de landbouw- en visserijsectoren, ook door middel van de modernisering van infrastructuren en uitrusting en de ontwikkeling van technieken voor verpakking en opslag, en de verbetering van particuliere distributie en afzetmogelijkheden;
b) diversificatie van de produktie en de externe afzetmarkten;
c) samenwerking op sanitair en fytosanitair gebied en op het gebied van teeltmethoden.
Artikel 55
Vervoer
De samenwerking is gericht op :
a) de herstructurering en modernisering van weg-, spoorweg-, haven- en luchthaveninfrastructuur van gemeenschappelijk belang in samenhang met de belangrijkste transeuropese verbindingen;
b) de definitie en toepassing van normen voor het functioneren die vergelijkbaar zijn met die welke in de Gemeenschap gangbaar zijn;
c) de vernieuwing van de technische installaties volgens communautaire normen, vooral wat betreft het multimodale vervoer, de containerisering, en de overslag;
d) de geleidelijke verbetering van de omstandigheden voor het transitovervoer over de weg en over zee en multimodaal transitovervoer, en van het beheer van havens en vliegvelden, het zee- en luchtverkeer en de spoorwegen.
Artikel 56
Telecommunicatie en informatietechnologie
De samenwerkingsactiviteiten zijn met name gericht op :
a) het algemeen kader van de telecommunicatie;
b) normalisatie, conformiteitsproeven en certificatie op het gebied van de informatietechnologie en telecommunicatie;
c) verbreiding van nieuwe informatietechnologieën, met name op het gebied van netwerken en hun onderlinge verbindingen [digitaal netwerk voor geïntegreerde diensten (ISDN) en elektronische gegevensuitwisseling (EDI)];
d) stimulering van onderzoek naar en ontwikkeling van nieuwe faciliteiten voor communicatie en informatietechnologieën, gericht op het ontwikkelen van de markt voor uitrusting, diensten en toepassingen in verband met informatietechnologieën en communicatie, diensten en installaties.
Artikel 57
Energie
De samenwerkingsactiviteiten zijn met name gericht op :
a) duurzame energie;
b) bevordering van energiebesparing;
c) toegepast onderzoek naar de netwerken van databanken en op economisch en sociaal gebied van de twee partijen;
d) ondersteuning van de inspanningen en de ontwikkeling van energienetwerken en hun verbindingen met de netwerken van de Gemeenschap.
Artikel 58
Toerisme
De samenwerking is gericht op de ontwikkeling van het toerisme, met name op de volgende gebied
a) hotelmanagement en de kwaliteit van de dienstverlening in de verschillende met het hotelwezen verband houdende beroepen;
b) de ontwikkeling van de marketing;
c) de ontwikkeling van het toerisme onder jongeren.
Artikel 59
Samenwerking op douanegebied
1. De samenwerking is erop gericht de eerbiediging van de handelsbepalingen en een eerlijk handelsverkeer te waarborgen, met prioriteit voor :
a) de vereenvoudiging van de controles en de douaneprocedures;
b) de toepassing van het enig administratief document en de aansluiting van de transitoregelingen van de Gemeenschap en Marokko.
2. Onverminderd de verdere bepalingen inzake samenwerking van deze Overeenkomst en in het bijzonder de artikelen 61 en 62 vindt de wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten van de overeenkomstsluitende partijen plaats overeenkomstig de bepalingen van Protocol nr. 5.
Artikel 60
Statistische samenwerking
De samenwerking is gericht op het beter op elkaar afstemmen van de door de partijen gebruikte methoden en de toepassing van statistische gegevens betreffende alle door deze Overeenkomst bestreken terreinen zodra deze zich lenen voor het opstellen van statistieken.
Artikel 61
Witwassen van geld
1. De partijen zijn het eens over de noodzaak van samenwerking om te voorkomen dat hun financiele systemen worden gebruikt voor het witwassen van de opbrengst van criminele activiteiten in het algemeen en drugsmisdrijven in het bijzonder.
2. De samenwerking op dit gebied omvat administratieve en technische bijstand met het oog op de vaststelling van passende normen ter voorkoming van het witwassen van geld, dit gelijkwaardig zijn aan die welke zijn aangenomen door de Gemeenschap en internationale fora op dit gebied, met inbegrip van de Financial Action Task Force (FATF).
Artikel 62
Drugsbestrijding
1. De samenwerking is gericht op :
a) het verbeteren van de doeltreffendheid van het beleid en de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van de produktie, het aanbod van en de illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen;
b) op het terugdringen van het illegale gebruik van die produkten.
2. De partijen bepalen samen, in overeenstemming met hun respectieve wetgevingen, welke samenwerkingsmethoden er nodig zijn om deze doelstellingen te bereiken. Hun optreden, voor zover niet gemeenschappelijk, wordt gebaseerd op overleg en nauwe coördinatie.
Aan dit optreden kunnen bevoegde openbare en particuliere instellingen en internationale organisaties deelnemen in samenwerking met de regering van het Koninkrijk Marokko en de betrokken instellingen van de Gemeenschap en haar Lid-Staten.
3. De samenwerking wordt met name verwezenlijkt door middel van :
a) de oprichting of uitbreiding van informatiecentra en centra voor sociale dienstverlening en gezondheidszorg met het oog op de behandeling en wederopname in de maatschappij van drugverslaafden;
b) de uitvoering van projecten op het gebied van preventie, voorlichting, opleiding, en epidemiologisch onderzoek;
c) het opstellen van normen voor de preventie van het onrechtmatig gebruik van precursoren en andere essentiële stoffen die worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen overeenkomend met de normen van de Gemeenschap en van de betrokken internationale organen, inzonderheid de Chemical Action Task Force (CATF).
d) het opstellen en uitvoeren van programma's voor de alternatieve ontwikkeling van de gebieden waar illegaal narcotische planten worden verbouwd.
Artikel 63
De twee partijen bepalen samen de nodige modaliteiten voor de verwezenlijking van de samenwerking op de terreinen van deze titel.
TITEL VI
Sociale en culturele samenwerking
HOOFDSTUK I
Bepalingen inzake werknemers
Artikel 64
1. Elke Lid-Staat past op de werknemers van Morokkaanse nationaliteit die werkzaam zijn op zijn grondgebied een regeling toe dit wordt gekenmerkt door het ontbreken van elke discriminatie op grond van nationaliteit tussen deze werknemers en zijn eigen onderdanen voor wat betreft de arbeidsvoorwaarden, de lonen en het ontslag.
2. Op elke Marokkaanse werknemer die gemachtigd is tijdelijk een beroepsactiviteit in loondienst uit te oefenen op het grondgebied van een Lid-Staat zijn de bepalingen van lid 1 van toepassing voor wat betreft de arbeidsvoorwaarden en de lonen.
3. Marokko past dezelfde regeling toe op de op zijn grondgebied werkzame werknemers die onderdaan zijn van de Lid-Staten.
Artikel 65
1. Behoudens het bepaalde in de onderstaande leden vallen de werknemers van Marokkaanse nationaliteit en de bij hen woonachtige gezinsleden op het gebied van de sociale zekerheid onder een regeling die wordt gekenmerkt door eht ontbreken van elke discriminatie op grond van nationaliteit tussen eze werknemers en de eigen onderdanen van de Lid-Staten waar zij werkzaam zijn.
Het begrip sociale zekerheid dekt alle takken van sociale zekerheid die betrekking hebben op uitkeringen bij ziekte en zwangerschap, pensioenen bij invaliditeit, ouderdomspensioenen, pensioenen voor nabestaanden, uitkeringen bij arbeidsongevallen en beroepsziekten, uitkeringen bij overlijden, werkloosheidsuitkeringen en kinderbijslag.
Deze bepaling kan echter niet tot gevolg hebben dat de andere coördinatieregelingen waarin de op artikel 51 van het EG-Verdrag gebaseerde communautaire regelgeving voorziet worden toegepast in andere dan de in artikel 67 van deze Overeenkomst vervatte voorwaarden.
2. Deze werknemers komen in aanmerking voor samentelling van de tijdvakken van verzekering, van arbeid of van woonplaats die zij in de verschillende Lid-Staten vervuld hebben, voor wat betreft de ouderdoms-, invaliditeits- en overlevingspensioenen en -renten, kinderbijslag, uitkeringen bij ziekte en zwangerschap, alsmede de gezondheidszorg voor de werknemer en zijn binnen de Gemeenschap woonachtig gezin.
3. Deze werknemers komen in aanmerking voor gezinsbijslagen voor de leden van hun gezin die binnen de Gemeenschap woonachtig zijn.
4. Deze werknemers mogen ouderdoms- en overlevingspensioenen en -renten, pensioenen en renten wegens arbeidsongevallen of beroepsziekten en invaliditeitspensioenen en -renten ingevolge arbeidsongevallen of beroepsziekten, vrij overmaken naar Marokko tegen die koers die geldt krachtens de wetgeving van de Lid-Staat of de Lid-Staten die de desbetreffende bedragen moeten betalen, met uitzondering van bijzondere uitkeringen waarvoor geen contributie is betaald.
5. Marokko past een soortgelijke regeling als vermeld in de leden 1, 3 en 4 toe op de op zijn grondgebied werkzame werknemers die onderdaan zijn van de Lid-Staten en op hun gezinsleden.
Artikel 66
De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op onderdanen van een van de partijen die illegaal op het grondgebied van het gastland verblijven of werken.
Artikel 67
1. Voor het einde van het eerste jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst stelt de Associatieraad de nodige bepalingen vast ten einde de toepassing van de in artikel 65 vervatte beginselen te verzekeren.
2. De Associatieraad stelt de regels vast voor een administratieve samenwerking die de nodige waarborgen inzake beheer en controle biedt voor de toepassing van het bepaalde in lid 1.
Artikel 68
De door de Associatieraad overeenkomstig artikel 67 vastgestelde bepalingen doen geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen welke voortvloeien uit de bilaterale overeenkomsten tussen Marokko en de Lid-Staten, voor zover deze voor de Marokkaanse onderdanen of de onderdanen van de Lid-Staten een gunstiger regeling inhouden.
HOOFDSTUK II
Dialoog op sociaal gebied
Artikel 69
1. Tussen de partijen wordt een regelmatige dialoog ingesteld over elk onderwerp op sociaal gebied dat voor hen van belang is.
2. De dialoog is het instrument voor onderzoek naar de manieren en voorwaarden om vooruitgang te bewerkstelligen wat betreft het verkeer van werknemers, de gelijke behandeling en de sociale integratie van ingezetenen van Marokko en van de Gemeenschap die legaal op het grondgebied van gastlanden verblijven.
3. De dialoog heeft met name betrekking op alle problemen betreffende :
a) leef- en werkomstandigheden van de migrantengemeenschappen,
b) migraties,
c) clandestiene immigratie en de voorwaarden voor terugkeer van personen die niet voldoen aan de bepalingen van de wetgeving inzake verblijf en vestiging die in het gastland van toepassing is,
d) activiteiten en programma's ter bevordering van de gelijke behandeling van ingezetenen van Marokko en van de Gemeenschap, wederzijdse kennis van cultuur en beschaving, de ontwikkeling van tolerantie en de afschaffing van discriminatie.
Artikel 70
De diallog op sociaal gebied wordt gehouden op dezelfde niveaus en volgens dezelfde modaliteiten als die van titel I, die tevens als kader ervoor kan dienen.
HOOFDSTUK III
Samenwerking op sociaal gebied
Artikel 71
1. Teneinde de samenwerking op sociaal gebied tussen de partijen te consolideren worden activiteiten en programma's op elk gebied dat voor hen van belang is uitgevoerd.
Hierbij hebben de volgende onderwerpen prioriteit :
a) vermindering van de migratiedruk, met name door de verbetering van de levensomstandigheden, het scheppen van werkgelegenheid en de ontwikkeling van het onderwijs in de emigratiegebieden;
b) reïntegratie van personen die gerepatrieerd zijn wegens het illegale karakter van hun situatie op grond van de wetgeving van de betrokken Lid-Staat;
c) bevordering van de rol van de vrouw in het sociale en economische ontwikkelingsproces, met name door middel van onderwijs en de media, en dit in het kader van het Marokkaanse beleid op dit gebied;
d) ontwikkeling en versterking van Marokkaanse programma's voor geboorteregeling en de bescherming van moeder en kind;
e) verbetering van het stelsel van sociale zekerheid;
f) verbetering van de ziektekostenverzekering;
g) de uitvoering en financiering van uitwisselings- en vrijetijdsprogramma's voor gemengde groepen Europese en Marokkaanse jongeren die in de Lid-Staten verblijven ter bevordering van de kennis van elkaars cultuur en van de tolerantie.
Artikel 72
De samenwerkingsactiviteiten kunnen worden verwezenlijkt in samenwerking met de Lid-Staten en de bevoegde internationale organisaties.
Artikel 73
De Associatieraad richt voor het einde van het eerste jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst een werkgroep op. Deze is belast met de permanente en regelmatige evaluatie van de tenuitvoerlegging van de bepalingen van hoofdstukken 1 tot en met 3.
HOOFDSTUK IV
Culturele samenwerking
Artikel 74
1. Met het oog op de vergroting van wederzijdse kennis en begrip en rekening houdend met reeds ondernomen activiteiten verbinden de partijen zich ertoe, met respect voor elkaars cultuur, de voorwaarden voor een duurzame culturele dialoog betere vast te leggen en een permanente culturele samenwerking te bevorderen, waarbij geen enkel terrein a priori wordt uitgesloten.
2. Bij de vaststelling van de samenwerkingsactiviteiten en -programma's en de gemeenschappelijke activiteiten besteden de partijen bijzondere aandacht aan jongeren en aan geschreven en audiovisuele communicatie- en uitdrukkingsmiddelen, aan kwesties betreffende de bescherming van het erfgoed en de verbreiding van de cultuur.
3. De partijen komen overeen dat de bestaande programma's voor culturele samenwerking in de Gemeenschap of in een of meer Lid-Staten tot Marokko kunnen worden uitgebreid.
TITEL VII
Financiële samenwerking
Artikel 75
Teneinde zoveel mogelijk bij te dragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst wordt een financiële samenwerking ten gunste van Marokko ingesteld volgens de passende modaliteiten en met de passende financiële middelen.
Deze modaliteiten worden met ingang van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst in overleg tussen de partijen vastgesteld met behulp van de meest geschikte instrumenten.
Naast de in titel V en titel VI van deze Overeenkomst genoemde terreinen heeft deze samenwerking vooral betrekking op :
het bevorderen van hervormingen die gericht zijn op de modernisering van de economie;
het op peil brengen van de economische infrastructuur;
het bevorderen van particuliere investeringen en activiteiten die werkgelegenheid scheppen;
het rekening houden met de gevolgen voor de Marokkaanse economie van de geleidelijke instelling van een vrijhandelszone, met name vanuit het oogpunt van het op peil brengen en de omschakeling van de industrie;
het begeleiden van het beleid in de sociale sectoren.
Artikel 76
In het kader van de communautaire instrumenten ter ondersteuning van de programma's voor structurele aanpassing in de landen van het Midellandse-Zeegebied en in nauwe samenwerking met de Marokkaanse autoriteiten en andere partijen, in het bijzonder de internationale financiële instellingen, onderzoekt de Gemeenschap de middelen die geschikt zijn ter ondersteuning van de structuurmaatregelen van Marokko die gericht zijn op het herstel van een algemeen financieel evenwicht en het scheppen van een economisch klimaat dat een versnelde groei bevordert, waarbij echter de verbetering van het sociale welzijn van de bevolking niet uit het oog wordt verloren.
Artikel 77
Met het oog op een gecoördineerde benadering van de bijzondere macro-economische en financiële problemen die zouden kunnen voortvloeien uit de geleidelijke uitvoering van de bepalingen van deze Overeenkomst besteden de partijen bijzondere aandacht aan de ontwikkelingen in het handelsverkeer en de financiële betrekkingen tussen de Gemeenschap en Marokko in het kader van de krachtens titel V ingestelde regelmatige economische dialoog.
TITEL VIII
Institutionele, algemene en slotbepalingen
Artikel 78
Hierbij wordt een Associatieraad opgericht die eens per jaar of telkens wanneer de omstandigheden zulks vereisen op ministerniveau bijeenkomst op initiatief van zijn voorzitter overeenkomstig zijn reglement van orde.
Hij behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van deze Overeenkomst voordoen en alle andere bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.
Artikel 79
1. De Associatieraad bestaat uit leden van de Raad van de Europese Unie en leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, enerzijds, en uit leden van de Regering van het Koninkrijk Marokko, anderzijds.
2. De leden van de Associatieraad mogen regelingen treffen om zich te doen vertegenwoordigen, overeenkomstig de daartoe in het reglement van orde van deze Associatieraad vast te stellen voorwaarden.
3. De Associatieraad stelt zijn eigen reglement van orde vast.
4. De Associatieraad wordt beurtelings voorgezeten door een lid van de Raad van de Europese Unie en door een lid van de regering van het Koninkrijk Marokko zulks overeenkomstig die in het reglement van orde van deze Associatieraad neer te leggen bepalingen.
Artikel 80
De Associatieraad heeft, voor zover de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst, de in deze Overeenkomst genoemde gevallen beslissingsbevoegdheid.
Zijn besluiten zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. De Associatieraad kan ook alle nuttige aanbevelingen doen.
De besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad worden vastgesteld in onderlinge overeenstemming tussen de twee partijen.
Artikel 81
1. Hierbij wordt een Associatiecomité opgericht, dat toezicht houdt op het beheer van deze Overeenkomst, onder voorbehoud van de aan de Raad toegekende bevoegdheden.
2. De Associatieraad kan alle of een deel van zijn bevoegdheden aan het Associatiecomité delegeren.
Artikel 82
1. Het Associatiecomité vergadert op het niveau van hoge ambtenaren en bestaat uit vertegenwoordigers van de leden van de Raad van de Europese Unie en van leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, enerzijds, en uit vertegenwoordigers van de regering van het Koninkrijk Marokko anderzijds.
2. Het Associatiecomité stelt zijn reglement van orde vast.
3. Het Associatiecomité wordt beurtelings voorgezeten door een vertegenwoordiger van het Voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie en door een vertegenwoordiger van de regering van het Koninkrijk Marokko.
In beginsel vergadert het Associatiecomité beurtelings in de Gemeenschap en in Marokko.
Artikel 83
Het Associatiecomité heeft een beslissingsbevoegdheid inzake het beheer van deze Overeenkomst, en op de terreinen waarop de Raad het comité bevoegdheden heeft toegekend.
Besluiten worden in overleg tussen de partijen genomen en zijn bindend voor de partijen die gehouden zijn de maatregelen te nemen die voor de uitvoering ervan nodig zijn.
Artikel 84
De Associatieraad kan besluiten werkgroepen of lichamen in te stellen die voor de uitvoering van deze Overeenkomst nodig zijn.
Artikel 85
De Associatieraad kan alle nuttige maatregelen nemen ter bevordering van de samenwerking en de contacten tussen het Europees Parlement en de parlementaire instellingen van het Koninkrijk Marokko, en tussen het Economisch en Sociaal Comité van de Gemeenschap en de overeenkomstige instelling in het Koninkrijk Marokko.
Artikel 86
1. Elk van beide partijen mag ieder geschil dat verband houdt met de toepassing of de interpretatie van deze Overeenkomst aan de Associatieraad voorleggen.
2. De Associatieraad kan het geschil bij besluit beslechten.
3. Elk van beide partijen is verplicht de voor de uitvoering van het in lid 2 bedoelde besluit vereiste maatregelen te treffen.
4. Indien het geschil niet overeenkomstig lid 2 kan worden beslecht, kan elk van beide partijen de andere ervan in kennis stellen dat zij een scheidsrechter heeft aangewezen, waarop de andere partij binnen twee maanden een tweede scheidsrechter moet aanwijzen. Voor de toepassing van deze procedure worden de Gemeenschap en de Lid-Staten geacht één der beide partijen bij het geschil te zijn.
De Associatieraad wijst een derde scheidsrechter aan.
De scheidsrechters beslissen bij meerderheid van stemmen.
Elke partij bij het geschil moet het nodige doen om de beslissing van de scheidsrechters ten uitvoer te leggen.
Artikel 87
Niets in deze Overeenkomst zal een overeenkomstsluitende partij beletten maatregelen te nemen :
a) die zij nodig acht om de onthulling van informatie die tegen haar vitale veiligheidsbelangen indruist, te beletten;
b) die verband houden met de produktie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmateriaal of met onderzoek, ontwikkeling of produktie die absoluut vereist zijn voor defensiedoeleinden, mits deze maatregelen geen afbreuk doen aan de concurrentievoorwaarden voor produkten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn;
c) die zij van vitaal belang voor haar eigen veiligheid acht, in geval van ernstige binnenlandse problemen die de openbare orde bedreigen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden, of om verplichtingen na te komen die zij voor de bewaring van de vrede en de internationale veiligheid heeft aangegaan.
Artikel 88
Op de door deze Overeenkomst bestreken terreinen en onverminderd eventueel daarin neergelegde bijzondere bepalingen, geldt het volgende :
de regelingen die het Koninkrijk Marokko ten opzichte van de Gemeenschap toepast zullen geen aanleiding geven tot discriminatie tussen de Lid-Staten, hun onderdanen dan wel hun vennootschappen;
de regelingen die de Gemeenschap ten opzichte van het Koninkrijk Marokko toepast zullen geen aanleiding geven tot discriminatie tussen Marokkaanse onderdanen of vennootschappen.
Artikel 89
Geen enkele bepaling van deze Overeenkomst heeft tot gevolg :
de uitbreiding van de door een partij toegekende voordelen op fiscaal gebied in enige internationale overeenkomst of regeling waardoor deze partij gebonden is;
het verhinderen van de vaststelling of toepassing door een partij van enige maatregel die gericht is op het voorkomen van fraude of belastingontduiking;
er afbreuk wordt gedaan aan het recht van een partij de ter zake doende bepalingen van haar fiscale wetgeving toe te passen op belastingplichtigen die zich niet in dezelfde situatie bevinden ten aanzien van hun woonplaats.
Artikel 90
1. De Partijen treffen alle algemenen en bijzondere maatregelen die vereist zijn om aan hun verplichtingen krachtens deze Overeenkomst te voldoen. Zij zien erop toe dat de in deze Overeenkomst aangegeven doelstellingen worden bereikt.
2. Indien een van de partijen van mening is dat de andere partij een verplichting van deze Overeenkomst niet is nagekomen, kan zij passende maatregelen treffen. Alvorens dit te doen, behalve in bijzonder dringende gevallen, verstrekt zij de Associatieraad alle ter zake doende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, om een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden.
Bij voorrang moeten die maatregelen worden gekozen die de goede werking van deze Overeenkomst het minst verstoren. Deze maatregelen worden onmiddellijk ter kennis van de Associatieraad gebracht; op verzoek van de andere partij wordt daaromtrent in de Associatieraad overleg gepleegd.
Artikel 91
De protocollen 1 tot en met 5 en de bijlagen 1 tot en met 7 en de verklaringen vormen een integrerend onderdeel van deze Overeenkomst. De verklaringen en de briefwisselingen zijn opgenomen in de Slotakte die een integrerend onderdeel vormt van deze Overeenkomst.
Artikel 92
Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt met de term « partijen » bedoeld de Gemeenschap, of de Lid-Staten, of de Gemeenschap en haar Lid-Staten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden, enerzijds, en Marokko, anderzijds.
Artikel 93
Deze Overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.
Elk, van beide partijen kan deze Overeenkomst door kennisgeving aan de andere partij opzeggen. Deze Overeenkomst houdt op van toepassing te zijn zes maanden na de datum van die kennisgeving.
Artikel 94
Deze Overeenkomst is van toepassing op het grondgebied waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van toepassing zijn, overeenkomstig de bepalingen van genoemde verdragen, enerzijds, en op het grondgebied van het Koninkrijk Marokko, anderzijds.
Artikel 95
Deze Overeenkomst is opgesteld in tweevoud in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse, de Zweedse, en de Arabische taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.
Artikel 96
1. Deze Overeenkomst wordt door de partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd.
Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum waarop de partijen elkaar kennisgeving doen van het feit dat de in de eerste alinea bedoelde procedures zijn voltooid.
2. Bij haar inwerkingtreding vervangt deze Overeenkomst de Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Marokko, en de Overeenkomst tussen de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en het Koninkrijk Marokko, die op 25 april 1976 te Rabat werden getekend.
Hecho en Bruselas, el veintiseis de febrero de mil novecientos noventa y seis.
Udfærdiget i Bruxelles den seksogtyvende februar nitten hundrede og seks og halvfems.
Geschehen zu Brüssel am sechsundzwanzigsten Februar neunzehnhundertsechsundneunzig.

Done at Brussels on the twenty-sixth day of February in the year one thousand nine hundred and ninety-six.
Fait à Bruxelles, le vingt-six février mil neuf cent quatre-vingt-seize.
Fatto a Bruxelles, addi' ventisei febbraio millenovecentonovantasei.
Gedaan te Brussel, de zesentwintigste februari negentienhonderd zesennegentig.
Feito em Bruxelas, em vinte e seis de Fevereiro de mil novecentos e noventa e seis.
Tehty Brysselissä kähdententenakymmenentenäkuudentena päivänä helmikuuta vuonna tuhatyhdeksänsataayhdeksänkymmentäkuusi.
Som skedde i Bryssel den tjngosjätte februari nittonhundranittiosex.
Texte arabe
Pour le Royaume de Belgique
Voor het Koninkrijk België
Für das Königreich Belgien
Cette signature engage également la Communauté française, la Communauté flamande, la Communauté germanophone, la Région wallonne, la Région flamande et la Région de Bruxelles-Capitale.
Deze handtekening verbindt eveneens de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.
Diese Unterschrift verbindet zugleich die Deutschsprachtige Gemeinschaft, die Flämische Gemeinschaft, die Französische Gemeinschaft, die Wallonische Region, die Flämische Region und die Region und die Region Brüssel-Hauptstadt.
På Kongeriget Danmarks vegne
Für die Bundesrepublik Deutschland

Por el Reino de España
Pour la République française
Thar cheann Na hÉireann
For Ireland
Per la Repubblica italiana
Pour le Grand-Duché de Luxembourg
Voor het Koninkrijk der Nederlanden
Für die Republik Österreich
Suomen tasavallan puolesta
För Konungariket Sverige
Pela República Portuguesa
For the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland
Por las Comunidades Europeas
For De Europæiske Fællesskaber
Für die Europäischen Gemeinschaften

For the European Communities
Pour les Communautés européennes
Per le Comunità europee
Voor de Europese Gemeenschappen
Pelas Comunidades Europeias
Euroopan yhteisöjen puolesta
På Europeiska gemenskapernas vägnar
Texte arabe
Voorontwerp van wet houdende instemming met de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds en het Koninkrijk Marokko, anderzijd met de bijlagen 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7, met de protocollen 1, 2, 3, 4, en 5, en met de slotakte, gedaan te brussel op 26 februari 1996.
Artikel 1
Deze wet regelt een angelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
Art. 2
De Euro-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds, de Bijlagen 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7, de Protocollen 1, 2, 3, 4 en 5, en de Slotakte, gedaan te Brussel op 26 februari 1996, zullen volkomen gevolg hebben.
DE RAAD VAN STATE, afdeling wetgeving, eerste kamer, op 21 maart 1997 door de minister van Buitenlandse Zaken verzocht hem van advies te dienen over een voorontwerp van wet « houdende instemming met de Euro-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds, de bijlagen 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7, de Protocollen 1, 2, 3, 4 en 5, en de Slotakte, gedaan te Brussel op 26 februari 1996 », heeft op 24 april 1997 het volgende advies gegeven :
1. De goed te keuren overeenkomst bevat bepalingen betreffende aangelegenheden die zowel tot de bevoegdheid behoren van de federale overheid (bijvoorbeeld titel IV Betalings- en kapitaalverkeer en mededinging) als tot die van de gemeenschappen (bijvoorbeeld artikel 46 Onderwijs en opleiding) en de gewesten (bijvoorbeeld artikel 48 Milieu). Zij heeft derhalve een gemengd karakter en kan, wat België betreft, geen volkomen uitwerking hebben dan nadat ook de gemeenschapsraden en de gewestraden ermee hebben ingestemd (zie artikel 16, § 1, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, zoals gewijzigd bij de bijzondere wet van 5 mei 1993).
2. Artikel 9 van de goed te keuren overeenkomst verleent vrijstelling van douanerechten of heffingen van gelijke werking voor producten van oorsprong uit Marokko bij invoer in de Europese Gemeenschap. Voor zover hierdoor de ontvangsten van België als Lid-Staat en als partij bij de huidige overeenkomst kunnen worden beïnvloed, dient het voorontwerp van wet dan ook aan het advies van de Inspectie van Financiën en aan het akkoord van de minister van Begroting te worden onderworpen, overeenkomstig de artikelen 5 en 14 van het koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende de administratieve en begrotingscontrole.
3. Zowel in het opschrift als in artikel 2 van het ontwerp vervange men in de Nederlandse tekst de woorden « gedaan te Brussel » door « ondertekend te Brussel ».
4. In de Nederlandse tekst van artikel 2 vervange men de woorden « zullen volkomen gevolg hebben » door « zullen volkomen uitwerking hebben ».
De kamer was samengesteld uit :
De heer J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter;
De heren M. VAN DAMME en D. ALBRECHT, staatsraden;
De heren G. SCHRANS en E. WYMEERSCH, assessoren van de afdeling wetgeving;
De heer A. BECKERS, griffier.
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht van de heer J. DE BRABANDERE.
Het verslag werd uitgebracht door de heer B. SEUTIN, auditeur. De nota van het Coördinatiebureau werd opgesteld en toegelicht door de heer J. DRIJKONINGEN, referendaris.
| De Griffier, | De Voorzitter, |
| A. BECKERS. | J. DE BRABANDERE. |
(1) De bijlagen, protocollen en slotakte zijn ter griffie van de Senaat neergelegd.