Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-268

van Ann Brusseel (Open Vld) d.d. 4 december 2014

aan de minister van Justitie

Verkrachtingen - Aangiftes - Drempels - Aangifte via het internet

seksueel geweld
internet
politie

Chronologie

4/12/2014 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 8/1/2015 )
19/6/2015 Rappel
29/9/2015 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-267

Vraag nr. 6-268 d.d. 4 december 2014 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Deze vraag betreft gelijke kansen en is dus conform artikel 79 van het Reglement een bevoegdheid van de Senaat. Het betreft tevens een transversale aangelegenheid - gemeenschappen.

In BelgiŽ worden dagelijks bijna tien verkrachtingen aangegeven. Toch doet 90 procent van de slachtoffers van seksuele delicten nog altijd geen aangifte. Omdat ze zich schamen, bang zijn om niet geloofd te worden, of denken dat de dader toch nooit zal worden veroordeeld.

De drempels voor slachtoffers om uit te komen voor het seksueel geweld, het te melden bij instanties en aangifte te doen bij de politie moeten dan ook omlaag. Dat blijkt uit een recent rapport over de aanpak van seksueel geweld tegen kinderen van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen in Nederland.

In Duitsland kan men via internet een aangifte doen van verkrachting. Zo gaat de drempel om een klacht in te dienen drastisch omlaag. Ook bij ons zou Justitie een elektronisch formulier of een beveiligde webpagina moeten uitwerken, zodat slachtoffers van partnergeweld via internet een klacht kunnen indienen.

1) Welke concrete maatregelen gaat de minister treffen om de aangiftebereidheid bij slachtoffers van seksueel geweld te verhogen? Kan hij deze maatregelen inhoudelijk toelichten? Welk tijdspad en welke budgetten heeft hij hierbij voor ogen?

2) Is hij voorstander om, naar het Duitse voorbeeld, de aangifte van verkrachtingen via een beveiligde site mogelijk te maken? Kan hij dat concreet toelichten? Is hij bereid dit initiatief mee uit te bouwen?

Antwoord ontvangen op 29 september 2015 :

Het is inderdaad een groot probleem dat slachtoffers van verkrachtingen de stap niet of pas te laat durven te zetten naar de politie. Het is natuurlijk heel begrijpelijk dat deze slachtoffers zo kort na de feiten getraumatiseerd zijn en met schaamte- en schuldgevoelens kampen en liever niet meer met de feiten geconfronteerd willen worden, maar hierdoor gaat jammer genoeg cruciaal bewijsmateriaal verloren. Op langere termijn helpt dit de slachtoffers niet verder, want op deze manier worden mogelijke daders niet gevonden of wegens een gebrek aan bewijzen niet vervolgd of veroordeeld. Indien slachtoffers zich binnen de vierentwintig uur na de feiten aanbieden bij de politie en een medisch onderzoek ondergaan aan de hand van een seksuele agressieset (SAS), dan is de kans namelijk veel groter dat de dader kan opgespoord en geïdentificeerd worden. Het is dan ook van cruciaal belang dat de bevolking gesensibiliseerd wordt om zo vlug mogelijk na de feiten het misdrijf te gaan aangeven bij de politie en een SAS te laten afnemen. In de vorige legislatuur werd de website www.hulpnaverkrachting.be gelanceerd, op initiatief van de regering en het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen (IGVM). Vanzelfsprekend dient dit initiatief verder ondersteund te worden.

Het onmiddellijk belang bij het indienen van klachten aangaande verkrachtingen via Internet is niet vanzelfsprekend. Eerst en vooral is verkrachting geen klachtmisdrijf, de strafvervolging kan dus niet enkel op gang komen aan de hand van een klacht van het slachtoffer. Er dient vermeden te worden dat er aan het doel voorbij gegaan wordt, namelijk dat het slachtoffer zich zo vlug mogelijk fysiek bij de politie dient aan te bieden, ongewassen en met dezelfde kledij als tijdens de aanval en zo vlug mogelijk kan verhoord worden en een lichamelijk onderzoek aan de hand van een SAS kan ondergaan. Met het oog op de waarheidsvinding is deze korte tijdspanne heel belangrijk. Er dient in laatste instantie ook gewezen te worden op het feit dat er richtlijnen van strafrechtelijk beleid bestaan aangaande het gebruik en de analyse van de SAS, die recent geëvalueerd werden. Hoewel het systeem globaal al goed werkt en de bestemmelingen van deze richtlijnen de omzendbrief COL 10/2005 inzake de SAS kennen en toepassen, zullen er nog verbeteringen aangebracht worden op basis van het evaluatierapport. Het is belangrijk hierbij op te merken dat de omzendbrief een dubbele doelstelling heeft : enerzijds de bewijsvergaring verbeteren en anderzijds de secundaire victimisering vermijden. In die zin zijn er de laatste jaren vele slachtoffervriendelijke maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat het slachtoffer die de verkrachting komt aangeven, zo min mogelijk bijkomend slachtofferschap ervaart door de aangifte van de feiten. De huidige omzendbrief en haar evaluatie zal besproken worden zowel in het kader van het College van procureurs-generaal als het volgende Nationaal Actieplan (NAP) gendergerelateerd geweld 2015-2019 dat ook een luik seksueel geweld zal bevatten. Justitie is een van de departementen die in de interdepartementale werkgroep die dit NAP voorbereidt en opvolgt, vertegenwoordigd is en zal loyaal meewerken aan de acties die binnen dit NAP op dit vlak zullen ondernomen worden. Binnen deze kaders kan het uiteraard eventueel wel nuttig zijn het Duitse initiatief van naderbij te bestuderen, aangezien het in de vraagstelling niet geheel duidelijk is of een dergelijk systeem van anonieme aangifte via internet enkel beperkt is voor slachtoffers van verkrachtingen of in het ruimere kader van het partnergeweld dient geplaatst te worden. We beschikken in ieder geval over de nodige multidisciplinaire overlegorganen om dit verder te bekijken.