Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-9834

van Bart De Nijn (N-VA) d.d. 3 september 2013

aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen

SyriŽstrijders - Ambtelijke schrappingen - Impact - Overzicht - Samenwerkingsverbanden

terrorisme
SyriŽ
politiek geweld
sociale rechten
Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening
religieus conservatisme
bevolkingsregister

Chronologie

3/9/2013 Verzending vraag
3/12/2013 Rappel
16/4/2014 Antwoord

Vraag nr. 5-9834 d.d. 3 september 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Recent raakte bekend dat Antwerpen en Vilvoorde respectievelijk 22 en 7 SyriŽstrijders ambtelijk schrapten. Ze zouden vanuit SyriŽ de grens naar Turkije oversteken om hun stempelgeld bij Turkse banken op te halen.

Naast het feit dat die personen niet meer ingeschreven zijn in hun woongemeente en bijgevolg administratief niet meer in orde zijn, verliezen ze ook hun sociale rechten. Een gevolg daarvan is dat die mensen terecht hun werkloosheidsvergoeding verliezen.

Hoewel die maatregelen goed zijn, blijven er toch problemen om alle SyriŽstrijders op te sporen en zijn er problemen bij de toekenning van sociale rechten door de Belgische overheid aan die mensen.

Graag had ik volgende vragen gesteld:

1) Kan de geachte minister het effectief aantal ambtelijk geschrapte personen aangeven vanwege hun verhuis naar SyriŽ? Graag per stad of gemeente. Wat is de precieze impact van de ambtelijke schrappingen voor die personen? Welke verdere maatregelen zullen met betrekking tot die strijders genomen worden?

2) Welke initiatieven en/of organisatie heeft de geachte minister opgestart om een precies overzicht te krijgen van wie in SyriŽ aan het vechten is?

3) Wordt er samengewerkt tussen federale en regionale instituten, zoals onder andere met de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA), om een overzicht te maken van mogelijke strijders die naar SyriŽ zijn getrokken? Zo ja, tussen welke instituten en hoe wordt er precies samengewerkt?

Antwoord ontvangen op 16 april 2014 :

1) Ik wens hierbij te benadrukken dat de afvoering van ambtswege van de bevolkingsregisters een uitzonderingsmaatregel is die door het college van burgemeester en schepenen kan worden genomen indien wordt vastgesteld dat een burger niet meer kan worden aangetroffen op het adres van zijn hoofdverblijfplaats, dit zonder dat betrokkene aangifte deed van een adreswijziging, en voor zover de nieuwe hoofdverblijfplaats van de betrokkene niet kan worden opgespoord of uit onderzoek blijkt dat betrokkene zich in het buitenland heeft gevestigd (artikel 8 van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister). Aangezien pas tot een afvoering van ambtswege kan worden beslist in het geval geen adres van betrokkene is gekend (noch in België, noch in het buitenland), kan op basis van de informatie in het Rijksregister niet worden achterhaald hoeveel van ambtswege afgevoerde personen zich in Syrië zouden kunnen bevinden.

Personen die van ambtswege zijn afgevoerd van de bevolkingsregisters beschikken niet langer over een officieel adres op het grondgebied van een Belgische gemeente. Hierdoor kunnen deze personen zich niet langer wenden tot de gemeente voor het bekomen van officiële documenten zoals ondermeer de aflevering van uittreksels uit de bevolkingsregisters en allerlei getuigschriften gebaseerd op de bevolkingsregisters, een identiteitskaart, een rijbewijs, ... In het geval van een afvoering van ambtswege vervalt ook de huidige identiteitskaart van de betrokken persoon. Van ambtswege afgevoerde personen kunnen evenmin hun stemrecht uitoefenen.

Aangezien bepaalde uitkeringen en tegemoetkomingen ook afhankelijk zijn van een inschrijving in de bevolkingsregisters van een Belgische gemeente, zal een afvoering van deze registers dan ook tot gevolg hebben dat de betrokken persoon niet langer het recht heeft op de desbetreffende uitkering of tegemoetkoming. Daarnaast kan een persoon die van ambtswege is afgevoerd ook moeilijkheden ondervinden met zijn mutualiteit en met zijn financiële instellingen.

2) Ik heb een task force in het leven geroepen, bestaande uit de inlichtingendiensten, de diensten van de geïntegreerde politie, de Federale Overheidsdienst (FOD) Buitenlandse Zaken, de Algemene Directie Veiligheid en Preventie, het Crisiscentrum en de betrokken zones van de lokale politie, die door het samenleggen van de beschikbare informatie een overzicht opmaken van diegenen die in Syrië aan het vechten zijn.

3) In het kader van het plan R (plan houdende de strijd tegen het radicalisme), werken de inlichtingen- en veiligheidsdiensten samen met verscheidene diensten teneinde een correct beeld op te kunnen maken van diegenen die naar Syrië vertrokken zijn. Ik kan u geen overzicht overmaken van de verschillende diensten waarmee samengewerkt wordt, maar kan wel bevestigen dat onder meer de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening (RVA) hier deel van uitmaakt.