5-23 | 5-23 |
M. le président. - Je vous propose de joindre ces questions orales. (Assentiment)
M. Pieter De Crem, ministre de la Défense, répondra.
De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - Veel gevangenen in België hebben niet de Belgische nationaliteit. Dat blijkt uit de cijfers die de minister van Justitie recent heeft gegeven als antwoord op een vraag van collega Theo Francken in de Kamer. In het antwoord maakt de minister een onderscheid tussen vreemdelingen die ingeschreven zijn in het bevolkingsregister, en diegenen die dat niet zijn. Ook deze laatste categorie, namelijk illegalen en mensen met een instabiele verblijfplaats die ingeschreven zijn in het wachtregister of in het vreemdelingenregister, is sterk vertegenwoordigd. In de gevangenissen in het hele land zou gemiddeld 40% van de gevangenen niet de Belgische nationaliteit hebben. Wanneer de gegevens worden opgesplitst per Gewest en per gevangenis, stellen we vast dat in de drie gevangenissen in Brussel de situatie totaal uit de hand loopt. Het blijkt dat in de gevangenissen van Vorst en Sint-Gillis en de vrouwengevangenis van Berkendaal maar liefst 58% van de gevangenen geen Belg zou zijn en dat zelfs 22% niet ingeschreven zou zijn in het bevolkingsregister. De gevangenis van Sint-Gillis spant de kroon: ongeveer tweederde van de gedetineerden zou vreemdeling zijn en een kwart zou niet ingeschrevenen zijn.
De populatie in de gevangenissen in het Vlaams Gewest zit op het Belgische gemiddelde met 38% niet-Belgen en 12% niet ingeschrevenen. In het Waals Gewest blijkt ongeveer 35% van vreemde nationaliteit te zijn, met slechts 6% niet ingeschrevenen.
Welke maatregelen kan de regering in theorie nemen, en welke werden daadwerkelijk genomen om de overbevolking van onder meer buitenlanders in Belgische gevangenissen aan te pakken?
Ik verwijs ook naar het jaarverslag van de penitentiaire instellingen waarin die cijfers gedetailleerd worden weergegeven, per nationaliteit: Marokko ongeveer 10%, Algerije 5,4%, Roemenië 2,2%, Frankrijk 2,1%, de landen van ex-Joegoslavië 2,4%, Nederland 1,9%.
De heer Bart Laeremans (VB). - Wij hebben uit goede bron recentere cijfers ontvangen dan die van N-VA. Als N-VA inderdaad recente cijfers gekregen heeft van de minister is dit zeer problematisch, want dan heeft de minister achterhaalde informatie gegeven. Onze cijfers dateren van 19 april 2011, recenter is dus haast niet mogelijk. Uit deze cijfers blijkt dat niet 40%, maar 44,4% van de gedetineerden in ons land enkel een vreemde nationaliteit heeft, in Brussel niet 58, maar 63%, in Vlaanderen niet 38, maar 44%. Bijna 1 op 8, en niet 1 op 10 van de gedetineerden is niet ingeschreven in de bevolkingsregisters, omdat ze illegaal in het land zijn of omdat ze een tijdelijke verblijfsvergunning hebben.
Hierbij duiken ook opmerkelijke communautaire verschillen op: in Vlaanderen beschikt meer dan 31% van de gedetineerde vreemdelingen niet over een wettige verblijfplaats, terwijl het in Wallonië slechts om 16% gaat.
Intussen is ook gebleken dat de overbezetting in Wallonië veel lager ligt dan in Vlaanderen, waardoor er in Vlaanderen slechts 0,5 cipier per gedetineerde beschikbaar is, terwijl dat in Wallonië 0,7 cipier per gedetineerde is.
Hieruit blijkt dat het Belgische gevangeniswezen de vreemdelingen vooral draineert in de richting van de Vlaamse gevangenissen in plaats van te zorgen voor een evenwichtige verdeling, met alle gevolgen van dien, onder meer inzake taal, waarmee de cipiers worden geconfronteerd.
Waarom wordt geen werk gemaakt van snelle repatriëring naar hun herkomstland van gedetineerden zonder vaste verblijfplaats in België?
Wat wordt er gedaan aan de overbevolking van de gevangenissen in Vlaanderen in verhouding tot Wallonië en aan het daarmee verband houdende groter gebrek aan personeel?
De heer Pieter De Crem, minister van Landsverdediging. - Ik lees het antwoord van mijn collega van Justitie.
Op 19 april 2011 bevonden er zich 11 123 gedetineerden in de Belgische gevangenissen, de federale gesloten centra voor jongeren niet meegerekend. Daarvan zijn er 4 943 vreemdelingen, hetzij 44%. Van deze groep hebben er, volgens de databank van het gevangeniswezen, 1 349 geen inschrijving in België.
Het aantal vreemdelingen in de gevangenissen in Vlaanderen bedraagt 2 398 op 5 401 (44%), in Wallonië 1 687 op 4 352 (39%) en in Brussel 858 op 1 370 (63%). Procentueel is het aantal vreemdelingen in de Brusselse gevangenissen dus het hoogst, hetgeen grotendeels te verklaren is door de demografische samenstelling van de regio.
Deze spreiding is niet het gevolg, zoals de heer Laeremans suggereert, van een geplande drainage van de vreemdelingen naar de gevangenissen in Vlaanderen. Van zodra gedetineerden definitief veroordeeld zijn, worden ze op grond van classificatieregels toegewezen aan een inrichting. Hierbij wordt rekening gehouden met verschillende criteria. Eén daarvan is de beschikbare capaciteit.
Inzake de vraag van de heer Laeremans naar wat er gedaan wordt om de overbevolking van de gevangenissen in Vlaanderen vergelijkbaar te maken met die in Wallonië, kan ik stellen dat op dit ogenblik de overbevolking in Vlaanderen, mede als gevolg van de huur van de inrichting in Tilburg, niet groter is dan die in Brussel en Wallonië.
De overbrenging met en zonder toestemming van de gevonniste personen met het oog op het uitzitten van hun straf in hun land van herkomst, wordt maximaal gepromoot.
België neemt het standpunt in om zoveel mogelijk landen te overhalen het Europees Verdrag van 1983 en het Aanvullend Protocol van 1997, te ratificeren.
Aan landen die niet tot deze instrumenten willen toetreden, wordt voorgesteld een bilateraal instrument af te sluiten. Recentelijk heeft Marokko een bilateraal verdrag voor overbrenging zonder akkoord geratificeerd dat sinds 1 mei 2011 van kracht is.
Er worden eveneens contacten gelegd met Tunesië, Algerije en Turkije, om te zien of dergelijke verdragen met hen tot stand kunnen worden gebracht.
De voorbije zes jaar werden 60 veroordeelden met hun akkoord en 38 veroordeelden zonder hun akkoord overgebracht.
Daarnaast biedt het Europees kaderbesluit van 27 november 2008 inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning van strafvonnissen de mogelijkheid dat een onderdaan van een lidstaat zijn straf uitzit in zijn thuisland.
Op 5 december 2011 moeten alle lidstaten van de Europese Unie voldoen aan de bepalingen van het besluit.
De dienst Europees strafrecht van de FOD Justitie werkt nu aan wetsontwerp dat de omzetting van het kaderbesluit zal regelen. Het wetsontwerp zou over enkele weken klaar zijn. Daarna kan de klassieke wetgevende procedure worden opgestart.
Een ander aspect is de omzetting van de terugkeerrichtlijn voor vreemdelingen die door de staatssecretaris voor Asiel- en Migratiebeleid wordt voorbereid. Mijn beleidscel wordt hierbij betrokken voor het artikel met betrekking tot vreemdelingen die in de gevangenis verblijven. Het is de bedoeling de repatriëring van gedetineerden die de gevangenis mogen verlaten, sneller en efficiënter te laten verlopen.
Er worden dus wel degelijk inspanningen gedaan om het aantal gedetineerde vreemdelingen in de gevangenissen te verminderen.
De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - De minister heeft enkele cijfers geactualiseerd. Minister De Clerck heeft er enkele weken geleden inderdaad op gewezen dat het Marokkaans parlement eindelijk het verdrag van 2007 heeft geratificeerd. De vraag rijst evenwel of dat verdrag een effect zal hebben op het aantal gevangenen met Marokkaanse nationaliteit die hier in de gevangenis zitten. Er zouden ongeveer 1100 gedetineerden met de Marokkaanse nationaliteit in Belgische gevangenissen verblijven. Recentelijk heeft minister De Clerck in de Kamercommissie gezegd dat mogelijk slechts enkele tientallen van hen in aanmerking komen voor overbrenging naar Marokko.
De minister heeft er ook op gewezen dat met nog andere landen, zoals Turkije, Tunesië en Algerije, de mogelijkheid van een overbrenging van gevangenen wordt onderzocht. Op dit ogenblik zien we daarvan echter nog geen resultaten.
We hopen dat ook gebruik wordt gemaakt van repatriëring naar het land van herkomst, wat volgens ons efficiënter is.
De heer Bart Laeremans (VB). - Uit het antwoord blijkt dat onze cijfers wel degelijk correct zijn.
De minister heeft geen antwoord gegeven op de vraag met betrekking tot de wanverhouding tussen het aantal Nederlandstalige en Franstalige cipiers. Zoals gezegd is er 0,7 cipier voor een Franstalige gedetineerde tegenover 0,5 voor een Nederlandstalige. In de praktijk betekent dat een tekort van honderden Nederlandstalige cipiers of een overschot van honderden Franstalige. Dat moet worden rechtgezet.
Wat het uitzitten van de straf in het land van herkomst betreft, moet inderdaad niet te veel worden verwacht van het verdrag met Marokko, aangezien het slechts om enkele tientallen mensen gaat. De mensen in voorlopige hechtenis vormen een veel belangrijker groep; 56% van de mensen in voorhechtenis is vreemdeling. Het is belangrijk dat mensen die slechts een korte straf te wachten staat of die een korte straf hebben opgelegd gekregen, zo snel mogelijk worden gerepatrieerd. Het gaat daarbij niet zozeer om het uitzitten van de straf in het land van herkomst, maar om de uitzetting op zich. Dat is voor de betrokkenen immers een veel ernstiger straf dan in België een gevangenisstraf uitzitten en daarna in het land mogen blijven.
Er moet echt worden ingezet op de uitzetting. Het antwoord van de minister was op dat punt veel te vaag en het bood veel te weinig perspectief.
De heer Pieter De Crem, minister van Landsverdediging. - Ik zal de opmerkingen van de senatoren aan mijn collega meedelen.