3-210 | 3-210 |
M. le président. - Mme Els Van Weert, secrétaire d'État au Développement durable et à l'Économie sociale, adjointe au ministre du Budget et de la Protection de la consommation, répondra.
Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Recentelijk werd ik geïnformeerd over de bijzondere situatie waarin verschillende asielzoekers en vluchtelingen in België zich bevinden. Zo is er een koppel uit Iran, gehuwd in Iran, dat in België werd geregulariseerd wegens langdurig verblijf en bewijzen van integratie. Hoewel genotuleerd staat bij hun asielaanvraag dat ze gehuwd zijn, werd deze staat van huwelijk niet opgenomen in het wachtregister wegens gebrek aan officieel bewijs. Dit probleem doet zich blijkbaar pas voor op het ogenblik dat men geregulariseerd wordt en men officiële bewijzen vraagt. Dergelijke akte kan niet verkregen worden in het land van oorsprong of bij de ambassade, zolang de aanvraag voor asiel nog loopt. Pogingen tot erkenning van een huwelijk mislukken dus bij gebrek aan een officiële huwelijksakte. De kopie van hun Iranese paspoorten, waarop hun huwelijk vermeld staat en die door een gelegaliseerde tolk in het Nederlands zijn vertaald, worden in de stad waar ze wonen, niet als voldoende aanvaard. Ook het feit dat de dienst Vreemdelingenzaken hen als gehuwd beschouwt, noch de door deze dienst voorgelegde documenten, kunnen dat verhelpen.
Bij verandering in de gezinssituatie en bij inschrijving bij de sociale huisvestingsmaatschappij wordt het al dan niet gehuwd zijn plots belangrijk. In heel wat gemeentelijke administraties vertrok men in dit geval van de feitelijke situatie: men aanvaardde het gehuwd zijn op basis van bewijzen van andere instanties, bijvoorbeeld het OCMW, de achternaam van de kinderen, vertaalde documenten van land van herkomst. In meer en meer gemeenten doet men moeilijk omdat het wachtregister geen vermelding bevat van het gehuwd zijn.
Dat heeft vooral praktische problemen tot gevolg, die ook mentaal zwaar wegen. Zo kan in bovenvermeld geval de vader uit Iran zijn tweede, in België geboren kind niet officieel erkennen: hij kan niet bewijzen dat hij gehuwd is. Hij kan het ook niet erkennen, want `hij kan niet bewijzen dat hij ongehuwd is'. Het pasgeboren kind heeft dus officieel geen vader - wat indruist tegen de rechten van het kind - en krijgt de naam van de moeder, terwijl de broer, geboren in Iran, de achternaam van de vader draagt. In feite zouden dus vele kinderen van geregulariseerde vluchtelingen officieel slechts één ouder kunnen hebben.
In het concrete geval van de geregulariseerde vluchtelingen uit Iran werd ook hun inschrijving voor een woning bij een sociaal woningfonds geweigerd, daar ze geen gezin zouden zijn en de moeder de woning dan zou onderverhuren. Ze kunnen immers geen officieel bewijs van huwelijk of samenwonen voorleggen, maar ze kunnen ook niet huwen of een samenlevingscontract sluiten, want ze kunnen evenmin bewijzen dat ze niet gehuwd zijn.
Ten slotte, aangezien de moeder `ongehuwd' is en niet werkt, moet ze een lange wachttijd doorlopen voordat de geboortepremie, het kindergeld en dergelijke van haar jongste kind in orde kunnen worden gebracht.
Blijkbaar komt deze situatie meer en meer voor. Ik heb een voorbeeld uitgewerkt, maar mij zijn uit meerdere gemeenten gevallen gemeld die volledig parallel lopen.
In deze context kreeg ik van de minister graag een antwoord op volgende vragen.
Worden er maatregelen getroffen om de erkenning van een huwelijk van asielzoekers bij gebrek aan een originele of wettelijk erkende bewijzen van huwelijk mogelijk te maken op basis van andere bewijzen, bijvoorbeeld op basis van uitdrukkelijke wederzijdse verklaringen bij eerste aankomst in België, vermelding van naam op officiële documenten van land van oorsprong, familienaam van kinderen bij aankomst in België, permanent samenwonen en als dusdanig bekend zijn bij het plaatselijke OCMW?
Worden er maatregelen getroffen om bij het niet kunnen erkennen van het huwelijk, het erkennen van vaderschap van een kind, het aanvaarden van een koppel als samenwonenden en dergelijke mogelijk te maken?
Welke maatregelen kunnen worden genomen om ervoor te zorgen dat de kinderen van koppels die met dergelijke situaties te maken hebben, toch een juridische band met hun vader kunnen hebben?
Het zijn stuk voor stuk schrijnende toestanden die voor de betrokken mensen zowel sociaal, als juridisch, psychologisch en principieel zeer zware problemen opwerpen, ook al zijn deze mensen dan geregulariseerd.
Mevrouw Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, toegevoegd aan de minister van Begroting en Consumentenzaken. - Voor de eerste vraag moeten we onderscheid maken tussen erkende vluchtelingen en asielzoekers. Bij de tweede categorie hangt veel trouwens nog af van het stadium waarin hun procedure zich bevindt.
Voor haar vraag over de statuten van asielzoekers of kandidaat-vluchtelingen, evenals haar vragen over de toegang tot en het verblijf op het grondgebied, verwijs ik mevrouw de Bethune naar de minister van Binnenlandse Zaken.
Voor erkende vluchtelingen bestaat er normaal gezien geen probleem. Het Commissariaat-Generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen geeft aan betrokkene de documenten of getuigschriften af die normaliter aan hem/haar zouden worden uitgereikt door de nationale overheden. De op deze wijze uitgereikte documenten en getuigschriften vervangen de officiële akten en zijn rechtsgeldig tot bewijs van het tegendeel.
Inzake asielzoekers volgen rechtspraak en rechtslitteratuur steeds meer volgende redenering. In principe moet de persoon die beweert in het buitenland te zijn gehuwd, een afschrift tonen van de authentieke akte, zo bepaalt artikel 27 van het Wetboek van internationaal privaatrecht. Artikel 24 staat echter toe dat de administratie documenten aanvaardt die gelijkwaardig zijn of dat de betrokkene zelfs vrijgesteld wordt van het overleggen, indien hij voldoende bewijs levert. Het gaat bijvoorbeeld om gevallen waarbij de afstand of de moeilijkheid om te communiceren met het betrokken vreemde land, het overleggen van de authentieke akte onmogelijk maakt.
Indien er nog problemen blijven, kunnen de Belgische rechtbanken worden gevat om kennis te nemen van elke vordering inzake de staat, dit in hetzelfde kader en in toepassing van artikel 32 van het Wetboek van internationaal privaatrecht.
Inzake de vaststelling van het vaderschap van een vreemdeling bepaalt artikel 62, §1, van het Wetboek van internationaal privaatrecht het recht dat van toepassing is op de afstamming. Zo wordt de vaststelling van het vaderschap geregeld door het recht van de staat waarvan de kandidaat-vader de nationaliteit heeft op het moment dat het kind geboren wordt of, in geval van erkenning, op het moment dat de akte wordt opgesteld. Artikel 63 bepaalt dat het bewijs van de afstammingsband geregeld wordt door hetzelfde recht. Het is mogelijk dat het toepasbare recht de afstamming buiten het huwelijk niet toestaat. In dat geval zal de exceptie van internationaal-privaatrechtelijke openbare orde toegepast worden. Sedert het arrest-Marckx is elke discriminatie tussen huwelijkse en buitenhuwelijkse kinderen verboden. De erkenning is aldus toegelaten in toepassing van het Belgische recht.
Voor de vraag over het erkennen van de betrokken personen als samenwonenden, wijs ik erop dat dit geen juridisch begrip is. Inzake de mogelijkheid om al dan niet een wettelijke samenwoning aan te gaan, kan ik dan weer een gunstig antwoord geven: artikel 59 van het Wetboek van internationaal privaatrecht maakt een wettelijke samenleving mogelijk zodra de partners een gemeenschappelijke gewoonlijke verblijfplaats in België hebben.
Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Ik zal het antwoord van de minister nader onderzoeken, maar wil nu reeds ingaan op één punt.
De minister antwoordt dat het probleem in verband met de erkenning van het huwelijk voor erkende politieke vluchtelingen is opgelost. Mijn vraag gaat over mensen die niet als politiek vluchteling zijn erkend, maar wier verblijf in ons land geregulariseerd is. Voor hen is er een vacuüm in de procedure. Voor de administratieve regularisering van hun verblijf hebben de bevoegde diensten verschillende documenten onderzocht. Wellicht moet worden onderzocht of de bevoegde diensten parallel met de procedure voor de erkenning als politieke vluchteling attesten en afschriften kunnen geven. Zo moet volgens mij voor deze mensen naar een coherente oplossing worden gezocht.