3-63 | 3-63 |
De heer Paul Wille (VLD), rapporteur. - Uit het verslag blijkt dat de commissieleden het ten gronde eens waren over de doelstelling van het ontwerp, maar niet over het middel om die doelstelling te bereiken. Een andere ongewone vaststelling is dat senatoren die er een afwijkende mening op nahielden, een alternatief voorstel hebben geformuleerd.
De tekst van het ontwerp geeft duidelijk weer wat wordt nagestreefd. In de memorie van toelichting wordt gezegd dat met het ontwerp uitvoering wordt verleend aan het akkoord dat bereikt werd in het Overlegcomité van 22 september 2003. Vice-eerste minister Vande Lanotte heeft in zijn inleiding uiteengezet dat het de bedoeling is dat de federale overheid de gemeenten compenseert voor het inkomstenverlies ten gevolge van de vrijmaking van de elektriciteitsmarkt en dat dit enkel mogelijk is door middel van een wijziging van de bijzondere wet tot hervorming der instellingen. De toewijzing door de federale overheid aan de gemeenten van de federale bijdrage ter compensatie van de inkomstenderving is dan ook een noodzakelijke uitzondering op de bevoegdheid van de gewesten. Daarom moet het onderhavige ontwerp bij bijzondere meerderheid worden goedgekeurd.
Bij de bespreking in de commissie werd forse kritiek geuit, zowel op het ontwerp zelf als op de achterliggende visie. De vrijmaking van de elektriciteitsmarkt is het gevolg van het uitvaardigen van Europese richtlijnen. De gewesten in ons land hebben bij de uitvoering daarvan niet voor dezelfde data gekozen. CD&V heeft daartegen bezwaren geuit en met name de heer Vandenberghe heeft gezegd dat de herfederalisering van regionale bevoegdheden een stap achteruit betekent in de staatshervorming en gewezen op de effecten van de vrijmaking van de elektriciteitsmarkt.
Namens CD&V heeft de heer Vandenberghe een alternatief voorgesteld voor de Elia-taks, namelijk een BTW-compensatiefonds. Dat fonds zou moeten worden opgericht bij de FOD Financiën met als doel de compensatie van gederfde energiedividenden door de gemeenten. Minister Moerman wees erop dat er ook een wijziging van de elektriciteitswet noodzakelijk is, maar dat die nu niet aan de orde is. Mevrouw de Bethune had vragen over het degressief maximaal tarief en over de heffingen op elektriciteit. De regering vond dat dit buiten de huidige bespreking valt.
De artikelen werden goedgekeurd met tien tegen twee stemmen. Er vonden een aantal tekstcorrecties plaats. In de Nederlandse tekst van artikel 3 werden de woorden "treedt in werking op" vervangen door "heeft uitwerking met ingang van". In de Franse tekst werden de woorden "entre en vigueur" vervangen door "produit ses effets". Het ontwerp werd goedgekeurd met tien tegen twee stemmen. Het verslag is eenparig goedgekeurd door de negen aanwezige leden.
(La séance, suspendue à 10 h 25, est reprise à 10 h 45.)
Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Het ontwerp heeft de bedoeling de financieringswet te amenderen om op federaal niveau een nieuwe belasting, de Elia-taks, te kunnen heffen op het elektriciteitsverbruik en de opbrengst daarvan door te storten naar de gemeenten. Hiermee wil de regering vooralsnog, weliswaar met enkele jaren vertraging, een belofte aan de gemeenten nakomen inzake de compensatie van hun verlies als gevolg van de liberalisering van de elektriciteitsmarkt. Tot vóór de vrijmaking van de elektriciteitsmarkt ontvingen de Vlaamse gemeenten veel geld van de intercommunales die instaan voor de distributie van de elektriciteit, het zogenaamde immateriële dividend dat geraamd wordt op 7 à 8 procent van de prijs en goed was voor een totaalbedrag van 350 miljoen euro per jaar. De naleving van die belofte, die door premier Verhofstadt reeds in 2002 werd gedaan, was een ware processie van Echternach. Ik geef nu niet het relaas van dit ongelukkige beleidsfeuilleton, maar verwijs naar het verslag van de commissiewerkzaamheden.
Vandaag wil ik de viervoudige kritiek van onze fractie op het ontwerp verwoorden. Ten eerste beklemtonen wij het falen van de liberalisering van de elektriciteitsmarkt. Het lijkt mij belangrijk het ontwerp te plaatsen in de context van het globale energiebeleid. De premier heeft beloofd dat de elektriciteitsprijzen door de liberalisering van de markt, voor de consument uiteindelijk zouden dalen. Daar is vandaag nog niets van te merken. Integendeel, voor vele consumenten zijn de prijzen gestegen. Dat de prijzen niet dalen heeft te maken met verschillende factoren. Ik zal geen exhaustieve analyse maken, ik betreur alleen dat we de gelegenheid niet hebben aangegrepen om de balans op te maken van de liberalisering van de elektriciteitsmarkt en te zoeken hoe op federaal niveau eventueel een aantal zaken kunnen worden bijgestuurd. Om het debat juist te situeren, zet ik een aantal factoren op een rijtje.
1. Er is vandaag nauwelijks concurrentie op het gebied van de productie van elektriciteit.
2. De regering heeft al enkele virtuele beslissingen genomen, zoals de veiling van de productiecapaciteit, maar de uitvoering is telkens deskundig op de lange baan geschoven.
3. De consument wordt overspoeld met alternatieven die moeilijk met mekaar te vergelijken zijn. De meeste consumenten raken niet wijs uit de wirwar van leveranciers en tariefmogelijkheden, waardoor ze veelal, en kennelijk ten onrechte, bij de vertrouwde standaardleverancier blijven.
4. De gratis elektriciteitspolitiek van minister Stevaert is door de CREG ontmaskerd als een vestzak-broekzakoperatie die door de consumenten zelf wordt betaald.
5. De verkopers van elektriciteit zijn niet langer intercommunales met een gunstig fiscaal statuut maar vennootschappen die, zoals alle bedrijven, vennootschapsbelasting betalen op hun winst. De opbrengst voor de federale overheid wordt door de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten op 50 miljoen euro per jaar geraamd.
6. De federale overheid laat de consument een reeks nieuwe belastingen op elektriciteit betalen, voor de financiering van het nucleair passief, de financiering van de CREG, de financiering van het sociaal fonds en de financiering van het Kyotofonds. Vandaag wordt voorgesteld daar een nieuwe belasting aan toe te voegen.
7. Ook Vlaamse beleidsmaatregelen drijven de prijs van de elektriciteit op. De klanten van Electrabel en Luminus betalen bijdragen voor het groene stroombeleid van de Vlaamse regering.
Deze factoren verklaren waarom de liberalisering van de elektriciteitsmarkt heeft gefaald en de prijzen voor de consument niet zijn gedaald. De balans roept vele vragen op. Het is te betreuren dat deze problematiek vanuit de overheid niet ten gronde en globaal wordt aangepakt. We zijn daartoe alleszins vragende partij.
Mijn tweede punt van kritiek is dat de Elia-heffing een nieuwe belasting is, die de prijs voor de consument zal doen stijgen. Niet alleen heeft de liberalisering van de elektriciteitsmarkt voor de consument geen prijsdaling met zich meegebracht, er is vandaag zelfs sprake van een bijkomende prijsstijging voor de gezinnen. Met de Elia-heffing erbij zal de prijs voor de consument stijgen. Dat blijkt uit de toelichting die we in de commissie hebben gekregen: de taks zou 4,3 euro per MWh bedragen en daarbovenop komt nog de BTW. Volgens onze berekeningen zou dat voor een gemiddeld gezin in Vlaanderen een nieuwe belastingverhoging betekenen van 25 euro per jaar. Dat is niet onbelangrijk, als rekening wordt gehouden met de factoren die ik reeds heb opgesomd.
In denk dat de kritiek van de verbruikersunie Test-Aankoop terecht is, wanneer ze onderstreept dat de heffing niet neutraal is. Uit een studie van het standaardtarief voor de residentiële gebruikers die niet van leverancier zijn veranderd, blijkt dat het tarief sinds de liberalisering ongewijzigd is gebleven. Vlaamse consumenten die klant zijn bij een standaardleverancier betalen nog steeds een equivalent van het immaterieel dividend. Zolang de factuur niet daalt door aftrek van dit immaterieel dividend, is de heffing natuurlijk niet neutraal en kan ze niet worden gerechtvaardigd. Dit geldt voor de overgrote meerderheid van de consumenten.
De heffing is bovendien discriminerend omdat enkel de consumenten aangesloten op het laagspanningsnet ze moeten betalen. Hoogspanningsklanten worden vrijgesteld. Bovendien werd besloten de heffing op een degressieve manier toe te passen om op die manier de concurrentiepositie van de grote ondernemingen te vrijwaren. De Elia-heffing is dus een vorm van subsidie voor de grote ondernemingen ten koste van de kleine verbruikers en de KMO's.
In dit verband wil ik aan de minister twee vragen stellen. De afgevaardigde van de minister in de algemene raad van de CREG zou hebben aangekondigd dat de Elia-taks niet 4,3 euro per MWh zou bedragen maar wel 4,91 euro per MWh. Het lijkt mij belangrijk dat we voor de stemming in de plenaire vergadering weten wie de juiste cijfers heeft gegeven: de minister in de commissie of de vertegenwoordiger van de minister in de CREG?
Kan de minister verduidelijken welke bedrijven de taks moeten betalen en welke niet? De Elia-taks is een belasting op het laagspanningsnet. Wij gaan ervan uit dat die voor de individuele consument is en dat de grotere bedrijven die niet op het laagspanningsnet zijn aangesloten hem niet hoeven te betalen. Kunt u ons daarop een duidelijk antwoord geven?
Ten derde is het ontwerp in strijd met de bevoegdheidsverdeling tussen de federale en de gemeenschaps- en gewestniveaus. Dat is ook de reden waarom we de bijzondere wet moeten amenderen. De CD&V-fractie kan daarmee echter niet akkoord gaan. Het ontwerp beoogt in feite een gedeeltelijke herfederalisering van de financiering van de gemeenten. Een bevoegdheid die meer dan tien jaar geleden aan de gewesten is toevertrouwd, wordt hiermee gedeeltelijk teruggedraaid.
CD&V is geen voorstander van de herfederalisering van bevoegdheden om specifieke problemen à la carte te regelen. De bevoegdheden die aan de gewesten werden overgedragen, kunnen hen niet met een dergelijke gelegenheidswetgeving worden ontnomen. Dit gaat in tegen onze confederale visie en staat haaks op een ordentelijke en ernstige staatkundige structuur.
Het ontwerp van bijzondere wet dat voorligt en dat ingrijpt in de bevoegdheidsverdeling tussen de federale overheid en de gewesten, vertrekt niet van een visie op het organiseren van de Staat en is evenmin een kleine aanpassing om tot homogene bevoegdheden te komen. Neen, het is een hervorming om een ad hoc-probleem op te lossen dat door politici om puur politieke redenen is gecreëerd. Het spreekt vanzelf dat we dit niet kunnen steunen.
Ten vierde voldoet de compensatie niet omdat het ontwerp tal van tekortkomingen vertoont. De belasting per gezin verdubbelen zal natuurlijk wel een volledige compensatie mogelijk maken. Is het de bedoeling van de regering deze gezinsbelasting te verhogen? Als de Elia-taks er komt, zullen de gemeenten ongeveer voor de helft worden gecompenseerd. Volgens onze berekeningen zouden ze ongeveer 170 miljoen euro krijgen, terwijl ze 350 miljoen euro aan inkomsten verloren zien gaan via het immateriële dividend. Bovendien is in de commissie onvoldoende duidelijkheid verschaft over de uitvoeringsbesluiten in verband met de concrete verdeling van de opbrengsten tussen de gemeenten. Dit verontrust ons omdat we beseffen dat de Vlaamse gemeenten vandaag in geldnood verkeren. Ze hebben meer financiële middelen nodig.
Het beleid dat door de paarse en paarsgroene regeringen zowel op federaal als op Vlaams niveau werd gevoerd, heeft het leven van de gemeenten niet gemakkelijker gemaakt. Ze worden geconfronteerd met een resem besparingen en maatregelen van zowel de federale als de Vlaamse regering. Ik verwijs onder meer naar de liberalisering van de energiemarkt, de onbetaalbare politiehervorming, de pogingen om de tijdskredietpremies voor het eigen personeel door de lokale besturen te doen betalen, de vermindering van het gemeentefonds, de zogenaamde Rosouxgelden, de DIGO-subsidies voor onderwijsgebouwen, de VIPA-subsidies voor de rusthuizen en ziekenhuizen.
Het is duidelijk dat de afgelopen jaren is geleefd op kosten van de gemeenten en de lokale besturen. CD&V weet in welke financiële noodsituatie de gemeenten zich bevinden. We weten dat de federale en Vlaamse overheden heel veel kosten op de lokale besturen hebben afgewenteld en dat daarvoor een oplossing moet worden gevonden. Het voorstel dat vandaag voorligt, voldoet volgens ons absoluut niet en de vraag is dan ook of we niet beter een andere optie kiezen.
Ik vat mijn kritiek even samen. De vrijmaking van de elektriciteitsmarkt is een complete mislukking. De meeste klanten hebben de prijs die ze voor hun elektriciteit betalen, niet zien dalen en sommigen zien de prijzen zelfs stijgen. De gemeenten hebben hun inkomsten wel fors zien dalen en zouden met dit ontwerp slechts voor de helft worden gecompenseerd. CD&V wenst geen nieuwe belastingen op elektriciteit en zeker niet voor de gezinnen.
Ten slotte zijn we geen voorstander van een `gelegenheidsherfederalisering'. CD&V wenst dat de Vlaamse gemeenten niet langer als melkkoe worden gebruikt. Wij eisen dat de gemeenten volledig worden gecompenseerd voor hun minderontvangsten die een gevolg zijn van de liberalisering van de energiemarkt. De individuele consument mag hiervoor echter niet de prijs betalen. CD&V heeft dan ook een wetsvoorstel ingediend tot oprichting van een BTW-compensatiefonds. De federale overheid moet de BTW die ze van de gemeenten heeft ontvangen, terugbetalen. Op die manier kan een veel transparantere tegemoetkoming voor de gemeenten worden gecreëerd. Een dergelijke regeling heeft in enkele andere Europese landen reeds tot positieve resultaten geleid. Ik vraag met aandrang dat dit voorstel met de grootste spoed op de agenda van de bevoegde commissies wordt gezet.
Ons positieve alternatief van een BTW-compensatiefonds heeft verschillende voordelen. Ons voorstel doet geen afbreuk aan de bevoegdheidsverdeling tussen het federale en het regionale niveau. Het is ook neutraal voor de consument en er wordt geen nieuwe belasting opgelegd. Ook worden de middelen gehaald waar de meerinkomsten zijn terechtgekomen. De federale overheid wordt voor haar verantwoordelijkheid gesteld. De extra fiscale inkomsten die de federale overheid ontvangt, onder meer uit bedrijfsbelastingen, kunnen worden gecompenseerd via het BTW-compensatiefonds. Een ander voordeel van het fonds is dat de financiële meerwinsten voor de gemeenten veel groter zouden zijn dan de opbrengst van de Elia-heffing. De gemeenten zouden dan ook volledig kunnen worden gecompenseerd voor het verlies van het immateriële dividend. Onze oplossing is tevens zeer transparant en ze stimuleert een efficiënte werking van de gemeenten.
Met ons alternatief reiken we een oplossing aan voor de financiële problemen van de gemeenten zonder dat de nadelen worden overgenomen die gepaard gaan met de oplossing van de federale overheid. Om al die redenen zal de CD&V-fractie dit ontwerp niet goedkeuren.
De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Voor het debat over de wijziging van deze bijzondere wet, die bij tweederde meerderheid en met een meerderheid in beide taalgroepen moet worden goedgekeurd en die past in het kader van de belastingwoede die de regering kenmerkt, wordt de regering vertegenwoordigd door de minister van Middenstand en Landbouw. Ik vraag me af welke betekenis hierachter schuilt. Vanochtend las ik in het artikel van de hoofdredacteur van Le Soir nog dat het een schande is dat eerste minister Verhofstadt vorige week campagne voerde voor de regering, zich overal kandidaat had gesteld en nu een overstap zou overwegen, waardoor de kiezers werden misleid.
Wie zich herinnert hoe het systeem van de bijzondere wetgeving, de uitvoering van het fameuze artikel 107quater van de Grondwet, in 1970 tot stand is gekomen en hoe ad hoc een federalisering en defederalisering van bevoegdheden werden bereikt, is zich ervan bewust dat die discussie toen een parlementaire hoogmis was. Toen besefte het Parlement dat het geen gewoon wetgevend werk leverde, maar vorm en inhoud diende te geven aan de uitdrukking van de democratische wil door het goedkeuren van een bijzondere wet bij tweederde meerderheid en een meerderheid in beide taalgroepen. Nu moet de vergadering worden geschorst omdat er geen minister beschikbaar is. Gelukkig werden we vanochtend niet geconfronteerd met een oorlogsverklaring, want de regering was blijkbaar niet in staat onmiddellijk te reageren...
Met alle sympathie voor de minister van Landbouw, maar in dit debat kan ik niet uitweiden over konijnenschade of zo...
M. le président. - Vous pourriez vous arrêter sur le dossier des classes moyennes.
De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Inderdaad, maar mijn woorden zullen de middenstand en het ondernemingsleven ontmoedigen, want dan moet ik erop wijzen dat de regering weer een nieuwe belasting wil invoeren. Ik wil de middenstand deze donderdag niet laten beginnen met een slecht humeur door te vermelden dat de regering, die beweert de middenstand te verdedigen, de zoveelste belasting op elektriciteit zal heffen.
Mevrouw de Bethune heeft er al op gewezen hoeveel belasting er op elektriciteit wordt betaald. Desondanks wil de regering de problemen oplossen door de gezinnen bijkomend een belasting van 1.000 frank op te leggen.
Om een gewone belastingwet goed te keuren gaat de regering over tot het wijzigen van de bijzondere wet. Niets wordt ons door paars onthouden. Nu staan we voor de banalisering van de politiek en de bijzondere wet. Het probleem van de tabaksreclame werd indertijd ook opgelost door een wijziging van de bijzondere wet, zodat tabaksreclame een regionale bevoegdheid werd, waardoor tabaksreclame in Wallonië de gezondheid niet bedreigt en in Vlaanderen wel.
Ik geef nog een voorbeeld: het regionaliseren van de wapenuitvoer in het kader van de vredespolitiek. Ik herinner me de betogen van Lionel Vandenberghe, de vredesapostel, die zeer trots was dat de wapenleveringen werden geregionaliseerd. Gebeurde deze regionalisering wel in het kader van een vredespolitiek? Welnee, gewoon om de wapenleveringen vanuit Wallonië gemakkelijker te laten verlopen, aangezien Vlaanderen bij een aantal punten bezwaren had.
Nu hebben de gemeenten problemen met hun financiering door het wegvallen van het dividend op elektriciteit. De afgelopen jaren hebben we meermaals gewezen op de problemen die de liberalisering van de elektriciteitsmarkt zou veroorzaken: wel een liberalisering in Vlaanderen, maar niet in Brussel en Wallonië, het wegvallen van het gemeentelijk dividend zonder alternatieve financiering. Dat moest tot grote moeilijkheden leiden.
En heeft dit alles geleidt tot lagere prijzen? Nee, integendeel, de prijs is gestegen en men int nu zelf de dividenden. Een cadeau. Voor de gemeenten, die natuurlijk financieel in de knel zitten, zoekt de regering een gemakkelijkheidsoplossing die getuigt van een totaal gebrek aan verbeelding: het heffen van belastingen. Niets is gemakkelijker dan het heffen van belastingen. De regering zou beter een belasting heffen op het formuleren van beloften die niet worden gehouden. Dat zou ik nog steunen. Het zou ons onvoorstelbare fiscale meerinkomsten opleveren.
Het debat over de wijziging van de bijzondere wet zou ernstig moeten worden gevoerd, maar verloopt in algemene onverschilligheid. Ik wil hier, net zoals in de commissie, verwijzen naar de beschouwingen die de voorzitter van de Nederlandse Raad van State, de heer Tjeenk Willink, maakte bij het jaarverslag 2003 aan het Parlement en die ook voor ons zeer treffend zijn. Het Parlement als medewetgever speelt zijn rol niet meer en wordt gedomineerd door het incidentalisme. Men gaat op de tribune voor een incident en men stemt wetten in functie van het incident.
De voorbeelden van wijziging van de bijzondere wet die ik net heb gegeven - Francorchamps, de wapenhandel - zijn goede voorbeelden van een dergelijke gelegenheidswetgeving. En de regering doet het nu opnieuw met de Eliaheffing, waartegen Test Aankoop gisteren terecht protesteerde, omdat de gebruiker discriminerend wordt behandeld.
Verre van mij om te beweren dat wetgeving naar aanleiding van bepaalde omstandigheden niet nuttig kan zijn. We hebben een grote financiële wetgeving gemaakt na de raid van de Benedetti op de toenmalige Société Générale en die wetgeving mocht er zijn. We hebben naar aanleiding van de zaak-Dutroux ook wetten gemaakt over de voorwaardelijke invrijheidstelling, maar na een bezinningstijd van twee jaar, niet onmiddellijk. We hebben daar onze tijd voor genomen en er rustig over nagedacht.
Nu echter krijgen we het waarmerk van paars voor de zoveelste maal opgediend: de gelegenheidswetgeving. De Everbergwet werd in vierentwintig uur door Kamer en Senaat gejaagd. Er was geen politiek akkoord over de bestrijding van de jeugddelinquentie, maar de regeringspartijen konden wel binnen vierentwintig uur de Everbergwet goedkeuren.
Er zijn tal van andere voorbeelden. Ik herinner aan het Lombardakkoord en de manier waarop de regering toen met het advies van de Raad van State is omgesprongen.
In welk jaar werd de verjaringswet niet gewijzigd? Dit item staat nu opnieuw in de programmawet, om een ernstig debat te vermijden en om het Hof van cassatie te dwarsbomen inzake de stuitende werking van het dwangbevel in fiscale zaken.
Een wet ad hoc goedkeuren veroorzaakt allerlei juridische problemen. Ik kan verschillende arresten van het Europees Hof opsommen waarin staat dat het verboden is voor een staat om een wet goed te keuren die een proces beïnvloedt waarin de staat partij is. Dat is overigens in strijd met de scheiding der machten. De staat kan toch geen proces voeren, het proces verliezen en een wet maken om uiteindelijk het proces te winnen. Dat is misschien mogelijk in Botswana, maar niet in de Belgische rechtsstaat; die artikel 6 van het EVRM onderschrijft.
Er wordt gestemd in de absolute stilte van de woestijn, terwijl de meerderheid zwijgt. Nochtans gaat het om fundamentele zaken, die als gelegenheidswetgeving in de programmawet zijn opgenomen.
Ik heb het woord genomen om deze afdaling in de dieptes van de kwaliteit van de wetgeving te laken en te bestrijden.
Mme Sabine Laruelle, ministre des Classes moyennes et de l'Agriculture. - La loi spéciale dont nous discutons aujourd'hui a deux objectifs. Tout d'abord, elle tend à prévoir une compensation vers les communes flamandes par le biais de la mise en place d'une taxe fédérale. Je vous rappelle qu'un accord portant sur un montant de 172 millions d'euros a été donné en comité de concertation le 22 septembre 2003.
Par ailleurs, cette loi spéciale vise à donner la possibilité aux régions d'octroyer des exonérations dont les modalités seront discutées au niveau des régions. Les modalités des montants inhérents à la taxe seront discutées dans le cadre du débat sur la loi relative à l'électricité qui doit encore avoir lieu puisque le Conseil d'État a demandé que cet avant-projet de loi ne soit examiné qu'après le vote de cette loi spéciale.
Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Ik noteer dat men niet weet wat het bedrag van de belasting precies zal zijn.
Mme Sabine Laruelle, ministre des Classes moyennes et de l'Agriculture. - Je crois d'ailleurs qu'il n'y a pas de montant dans la loi spéciale.
Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Het zou gaan om een taks van 4,3 euro per megawattuur. In verschillende vergaderingen verklaarde de medewerker van de minister dat het gaat over 4,91 euro per megawatt uur. Voor een belasting die hoofdzakelijk van toepassing zal zijn op de gezinnen maakt dit toch een groot verschil.
De minister legt geen verklaringen af in het parlement, maar mensen die het moeten uitvoeren leggen wel verklaringen af in raden en vergaderingen buiten het parlement.
Mme Sabine Laruelle, ministre des Classes moyennes et de l'Agriculture. - Je vais répéter ce que je viens de dire.
Cette loi spéciale ne reprend aucun montant. Le principe est bien celui d'une taxe fédérale, payée par les distributeurs, qui permettra d'octroyer une compensation aux communes flamandes. Un accord a été conclu le 22 septembre 2003 à ce sujet en comité de concertation. La Région flamande a donc également marqué son accord sur ce montant.
Par ailleurs, il s'agit bien de donner la possibilité aux régions de prévoir des exonérations desquelles les modalités de mise en oeuvre seront décidées lors de la discussion de la loi électricité. Le Conseil d'État n'a pas souhaité donner son avis sur ce projet de loi électricité avant le vote et la mise en application de cette loi spéciale.
Enfin, en ce qui concerne le Fonds de TVA qui a déjà été discuté en commission, je rappelle que la ministre Moerman avait déjà répondu que, tel que vous le proposez, ce fonds représenterait une refédéralisation de compétences régionales. Par conséquent, Mme Moerman ne souhaite pas poursuivre dans cette voie.
-La discussion générale est close.