5-2877/2

5-2877/2

Belgische Senaat

ZITTING 2013-2014

24 APRIL 2014


Wetsontwerp houdende uitvoering van verordening (EU) nr. 181/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende de rechten van autobus- en touringcarpassagiers en tot wijziging van verordening (EG) nr. 2006/2004


Evocatieprocedure


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE FINANCI╦N EN VOOR DE ECONOMISCHE AANGELEGENHEDEN UITGEBRACHT DOOR

DE HEER MAMPAKA MANKAMBA


I. INLEIDING

Het wetsontwerp dat in dit verslag wordt behandeld en dat onder de optioneel bicamerale procedure valt, werd oorspronkelijk in de Kamer van volksvertegenwoordigers als een wetsontwerp ingediend (stuk Kamer, nr. 53-3484/1).

Het werd op 23 april 2014 aangenomen met 111 stemmen bij 10 onthoudingen.

Overeenkomstig artikel 27.1, tweede lid, van het reglement van de Senaat, heeft de commissie voor de FinanciŰn en Economische Aangelegenheden de bespreking van de wetsontwerpen aangevat vˇˇr de eindstemming in de Kamer van volksvertegenwoordigers.

De commissie heeft het wetsontwerp besproken tijdens haar vergaderingen van 23 en 24 april 2014.

II. INLEIDENDE UITEENZETTING DOOR DE HEER MELCHIOR WATHELET, STAATSSECRETARIS VOOR LEEFMILIEU, ENERGIE EN MOBILITEIT, TOEGEVOEGD AAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN GELIJKE KANSEN, EN STAATSSECRETARIS VOOR STAATSHERVORMING, TOEGEVOEGD AAN DE EERSTE MINISTER

Verordening (EU) nr. 181/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende de rechten van autobus- en touringcarpassagiers en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 voorziet in een klachtenbehandelingsprocedure.

De Europese regelgeving inzake passagiersrechten is ingegeven vanuit de algemene doelstelling een eerlijke en respectvolle behandeling van passagiers te garanderen. Die doelstelling moet worden bereikt via twee sporen :

— enerzijds het invoeren van een aantal gemeenschappelijkepassagiersrechten in de vier doelsectoren (luchtvaart, spoorvervoer, maritiem vervoer en wegvervoer);

— anderzijds het toespitsen van de regelgeving op elk van die sectoren, rekening houdend met hun specifieke kenmerken.

De passagiersrechten vloeien voort uit drie basisbeginselen : non-discriminatie, nauwkeurige, tijdige en toegankelijke informatie en onmiddellijke en proportionele bijstand.

De voorgestelde tekst betreft voornamelijk het personenvervoer op de weg, en in het bijzonder het internationaal geregeld vervoer (over een afstand van 250 km of meer), en bepaalt welke verplichtingen de federale overheid moet nakomen :

— ‏de tekst stelt de procedure voor de klachtenbehandeling vast;

— inbreuken op de verordening worden bestraft. De FOD Mobiliteit en Vervoer heeft gekozen voor administratieve boetes, zoals die bestaan voor het spoorvervoer en de luchtvaart.

III. ALGEMENE BESPREKING

Mevrouw Maes stelt vast dat er nog geen doorbraak is voor internationale reizen van minder dan 250 km. Waarom is dit niet voorzien ?

Het onderwerp van de richtlijn vormt het internationaal transport. Daarom worden trajecten van meer dan 250 km weerhouden. Trajecten van minder dan 250 km worden geregeld door de gewone Belgische rechtsregels.

IV. STEMMINGEN

Het wetsontwerp in zijn geheel wordt eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.

Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het uitbrengen van een mondeling verslag in de plenaire vergadering.

De rapporteur, De voorzitter,
Bertin MAMPAKA MANKAMBA. Fauzaya TALHAOUI.

De door de commissie aangenomen tekst is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp (zie stuk Kamer, nr. 53-3484/3).