5-2883/2

5-2883/2

Belgische Senaat

ZITTING 2013-2014

24 APRIL 2014


Wetsontwerp betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer


Evocatieprocedure


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE FINANCIËN EN VOOR DE ECONOMISCHE AANGELEGENHEDEN UITGEBRACHT DOOR

DE HEER MAMPAKA MANKAMBA


I. INLEIDING

Het wetsontwerp betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer, dat onder de optioneel bicamerale procedure valt, werd op 27 maart 2014 in de Kamer van volksvertegenwoordigers ingediend (stuk Kamer, nr. 53-3491/1) en aldaar op 23 april 2014 aangenomen met 116 stemmen bij 10 onthoudingen.

Het wetsontwerp werd op 23 april 2014 aan de Senaat overgezonden, en diezelfde dag geëvoceerd.

Overeenkomstig artikel 27.1, tweede lid, van het Reglement van de Senaat, heeft de Commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden de bespreking van de wetsontwerpen aangevat vóór de eindstemming in de Kamer van volksvertegenwoordigers.

De commissie heeft het wetsontwerp besproken op 22, 23 en 24 april 2014.

II. INLEIDENDE UITEENZETTING DOOR DE STAATSSECRETARIS VOOR LEEFMILIEU, ENERGIE EN MOBILITEIT

Dit wetsontwerp heeft twee doelstellingen. Enerzijds, de verzameling in een enkele tekst van alle wettelijke bepalingen die werden vastgelegd naar aanleiding van de inwerkingtreding op 3 december 2009 van de verordening (EG) nr. 1371/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer. Anderzijds, een wijziging van het systeem van boetes bij overtreding van de voormelde verordening.

Het koninklijk besluit van 7 maart 2013 houdende vaststelling van de procedureregels voor de toepassing van artikel 30, § 2, van de verordening (EG) nr. 1371/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer, werd ook in dit voorontwerp van wet opgenomen, zodat een enkel instrument het verloop van een klacht, vanaf de indiening ervan door een reiziger tot de eventuele oplegging van een administratieve boete door de overheid, regelt.

De verschillende inbreuken zijn in drie graden onderverdeeld. Elke graad stemt overeen met een vork met een maximum- en een minimumbedrag, wat het voor de instantie mogelijk maakt om haar beslissing te motiveren in functie van de omstandigheden van het dossier.

In vergelijking met het huidige systeem, werden twee nieuwe inbreuken toegevoegd. Deze zijn opgenomen in artikel 9, 2º, 11º en 12º van het wetsontwerp.

Dit wetsontwerp wil de Belgische regelgeving ter zake in één tekst bundelen.

III. BESPREKING

Mevrouw Maes stelt vast dat er nog steeds geen oplossing is voor internationale reizen van minder dan 250 km. Hoe komt dit ?

De staatssecretaris antwoordt dat het wetsontwerp hetzelfde toepassingsgebied heeft als verordening (EG) nr. 1371/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer, en dat het alleen betrekking heeft op internationale reizen van meer dan 250 km. De rest valt onder het Belgisch recht, dat inderdaad kan evolueren.

Mevrouw Talhaoui vraagt of het voorgestelde ontwerp ook voorziet in de gegevensuitwisseling in het kader van een strafrechtelijke procedure na een incident.

De staatssecreatris antwoordt dat dit belangrijke probleem niet in dit wetsontwerp wordt geregeld.

IV. STEMMINGEN

Het wetsontwerp in zijn geheel wordt eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.

Vertrouwen wordt geschonken aan de rapporteur voor het uitbrengen van een mondeling verslag in plenaire vergadering

De rapporteur, De voorzitter,
Bertin MAMPAKA MANKAMBA. Fauzaya TALHAOUI.

De door de commissie aangenomen tekst is dezelfde als die van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp (zie stuk Kamer, nr. 53-3491/4).