5-2371/2

5-2371/2

Belgische Senaat

ZITTING 2013-2014

3 DECEMBER 2013


HERZIENING VAN DE GRONDWET


Ontwerp van tekst houdende herziening van artikel 143 van de Grondwet


AMENDEMENTEN


Nr. 1 VAN DE HEER BROERS EN MEVROUW MAES

Enig artikel

1º Het enig artikel wordt artikel 2;

2º Een artikel 1 invoegen, luidende :

« Artikel 1. Artikel 143, § 2, van de Grondwet wordt vervangen als volgt :

« § 2. De vergaderingen die wetgevend optreden bij wege van wet, decreet of de in artikel 134 bedoelde regel kunnen een belangenconflict opwerpen bij een andere wetgevende vergadering met opgave van de redenen van ernstige benadeling.

Op straffe van onontvankelijkheid sluiten voorafgaand aan de schorsing van de parlementaire behandeling de overige wetgevende vergaderingen hun belangenconflict aan bij een hangend belangenconflict.

De Senaat doet, bij wege van gemotiveerd advies, binnen een termijn van zestig dagen na de schorsing van de parlementaire behandeling, uitspraak over het belangenconflict.

Een wet, aangenomen met de meerderheid bepaald in artikel 4, laatste lid, stelt de voorwaarden en de wijze vast van de procedure. » »

Verantwoording

Het amendement heeft tot doel de belangenconflicten te herwaarderen tot een moment van overleg en niet van blokkering van het wetgevend werk van een andere wetgevende vergadering. De Senaat dient binnen een termijn van zestig dagen uitspraak te doen over het belangconflict. Deze termijn begint te lopen zodra één wetgevende vergadering een belangenconflict aanhangig maakt bij een andere parlementaire vergadering en de parlementaire behandeling daardoor wordt geschorst. De overige wetgevende vergaderingen dienen hun belangenconflict over hetzelfde wetgevend initiatief op straffe van onontvankelijkheid aanhangig te maken vóór de schorsing van de parlementaire behandeling ervan.

Nr. 2 VAN DE HEER BROERS EN MEVROUW MAES

Art. 2 (nieuw)

Het voorgestelde artikel 143, § 4, aanvullen met de woorden : « in zoverre overleg heeft plaatsgevonden tussen de federale overheid en de gewesten onder de voorwaarden en op de wijze die een wet vaststelt. »

Verantwoording

Het ontwerp van tekst wenst een uitzondering op de belangenconflicten te maken met betrekking tot de bevoegdheden van de federale overheid inzake de personenbelasting. Door het ontwerp van bijzondere wet tot hervorming van de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, tot uitbreiding van de fiscale autonomie van de gewesten en tot financiering van de nieuwe bevoegdheden (nr. 5-2369/1) wordt de mogelijkheid geboden aan de gewesten om gewestelijke opcentiemen, kortingen, algemene belastingverminderingen, -aftrekken en -kredieten in te voeren. De gewesten zouden daardoor een fiscale autonomie verkrijgen ten belope van de huidige PB-dotatie.

Doordat de federale overheid uitsluitend bevoegd blijft voor het bepalen van de belastbare grondslag en de basisbelasting bepaalt zij tevens de opbrengst van de gewestelijke personenbelasting.

In de gemengde commissie belast met de fiscale hervorming worden talrijke voorstellen gebracht om de belastingdruk op arbeid te verschuiven naar andere belastingen. In het bijzonder wordt gedacht aan een verhoging van de belasting op kapitaal, de btw en milieubelastingen. Wanneer de federale overheid de belastbare grondslag of de basisbelasting waarop de gewestelijke opcentiemen afgesteld worden, sterk zou doen dalen, heeft dit onmiddellijk een impact op de middelen van de gewesten. De opbrengst uit een verhoogde belasting op kapitaal, btw of milieubelastingen compenseert daarentegen uitsluitend de lagere ontvangst van de « federale personenbelasting ».

In de veronderstelling dat de voorstellen zullen leiden tot een effectieve daling van de belasting op arbeid, is aan de vooravond van zulke belangrijke belastinghervorming overleg tussen de federale overheid en de gewesten meer dan noodzakelijk. Indien dit overleg niet zou plaatsvinden, kunnen de gewesten terecht een belangenconflict opwerpen. Het overleg kan plaatsvinden in het Overlegcomité bedoeld in artikel 31 van de gewone wet tot hervorming der instellingen van 9 augustus 1980.

Huub BROERS.
Lieve MAES.

Nr. 3 VAN DE HEER LAEREMANS

Enig artikel

Dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

De indiener van dit amendement vindt het absoluut onaanvaardbaar dat de deelstaten geen belangenconflicten mogen opwerpen tegen handelingen van de federale Staat in verband met de personenbelasting. Het enig artikel van het ontwerp dient daarom te vervallen.

Bart LAEREMANS.