5-137

5-137

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 23 JANUARI 2014 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van mevrouw Helga Stevens aan de staatssecretaris voor Sociale Zaken, Gezinnen en Personen met een handicap, belast met Beroepsrisico's en staatssecretaris voor Wetenschapsbeleid over ęde re-integratie van personen met een langdurige aandoeningĽ (nr. 5-1274)

Mevrouw Helga Stevens (N-VA). - Uit een pas gepubliceerd rapport van het Nederlands Sociaal-Cultureel Planbureau blijkt dat in de noordelijke, rijkere EU-landen 50% of meer van de mensen met een langdurige aandoening aan het werk is. In Zweden is dat zelfs 70%.

In BelgiŽ heeft maar 45% van de betrokkenen werk. De rest is afhankelijk van uitkeringen. Ons land zit daarmee in een groep met vooral arme EU-landen zoals Griekenland, Hongarije, Portugal, Polen en SloveniŽ. Het gaat om mensen met een handicap of een chronische aandoening zoals rugproblemen, diabetes of chronische nierinsufficiŽntie.

Vroeger had Nederland veel "arbeidsongeschikten": tijdens de decennia van hoge werkloosheid werden veel mensen naar de arbeidsongeschiktheid gedraineerd. Sinds de jaren negentig voert Nederland voor die groep echter een activeringsbeleid, en blijkbaar met resultaat. Het scoort nu middelmatig tot goed. In Nederland werkt 55% van de betrokkenen uit die groep, 10% meer dan bij ons. Nederland behoort zo tot de landen met genereuze uitkeringen en een hoge inzet op re-integratie van die mensen in de arbeidsmarkt.

(Voorzitter: de heer Louis Ide, eerste ondervoorzitter.)

BelgiŽ hoort daarentegen bij de "corporatistische landen" die relatief weinig investeren in de re-integratie van die mensen in de arbeidsmarkt. Daardoor tellen die landen veel uitkeringstrekkers en kunnen ze ook maar lage uitkeringen betalen. De topman van het RIZIV, Jo De Cock, bevestigt dat het RIZIV, de federale overheid en de ziekenfondsen de bocht naar het andere beleid aan het maken zijn.

Welke concrete bijkomende maatregelen werden genomen om die bocht structureel te maken? Welke resultaten werden reeds bereikt? Ik heb het dus niet over proefprojecten, maar wel over structurele maatregelen.

De heer Philippe Courard, staatssecretaris voor Sociale Zaken, Gezinnen en Personen met een handicap, belast met Beroepsrisico's, en voor Wetenschapsbeleid. - Sinds 2009 heeft het RIZIV maatregelen genomen die een serieuze impact hebben gehad op de wedertewerkstelling van sociale verzekerden die ziekte-uitkeringen ontvangen. Er zijn overeenkomsten met de regionale instellingen, zoals het Forem en de VDAB, evenals met Actiris, met het oog op inschakelings- en opleidingstrajecten voor invaliden die hun referentieberoep niet meer kunnen hervatten. Daarnaast is er een systeem voor gedeeltelijke werkhervatting, waarbij een uitkering en een beroepsinkomen worden gecumuleerd.

Die maatregelen hebben de jongste jaren veel succes gekend. Ondanks de economische crisis gingen steeds meer personen opnieuw aan het werk.

Het grote succes van dit beleid heeft het RIZIV ertoe aangezet nieuwe initiatieven op te starten om nog meer mensen opnieuw aan het werk te krijgen. Zo is er de versoepeling van de werkhervattingsregels voor chronisch zieken, zoals mensen met kanker of Parkinson, dankzij de maatregelen voor administratieve vereenvoudiging en begeleiding door de arbeidsgeneesheer en de adviserende geneesheer. Daarnaast werken de ziekenfondsen een disability management uit.

Naar mijn mening overstijgt de studie waarnaar de spreker verwijst het strikte kader van mijn bevoegdheden inzake uitkeringen. Daarom verzoek ik haar zich te wenden tot mijn collega belast met tewerkstelling, in het bijzonder voor de vragen over responsabilisering van de werkgevers op dat vlak of over preventie van langdurige arbeidsongeschiktheid.

Mevrouw Helga Stevens (N-VA). - Ik ben op de hoogte van de maatregelen van de federale overheid. Die zijn positief, maar het rapport van het Nederlandse Sociaal en Cultureel Planbureau toont aan dat er slechts 45% van de personen met een chronische aandoening of een beperking weer aan het werk is. In Nederland bedraagt dat percentage 55% en in Zweden ligt het zelfs nog hoger. We kunnen dus best een tandje bijsteken.

Ik stel voor dat de minister, samen met zijn collega bevoegd voor Sociale Zaken, werk maakt van dit thema en er eventueel ook de regionale ministers bij betrekt. Misschien kan zelfs een studiebezoek naar Nederland of Zweden worden georganiseerd om te kijken hoe zij het aanpakken. Eventueel kunnen maatregelen uit die landen, eventueel in een andere vorm, in BelgiŽ worden geÔmplementeerd. Dat is heel belangrijk, want heel wat mensen willen werken, maar krijgen daartoe niet de kans.