5-1725/6

5-1725/6

Belgische Senaat

ZITTING 2013-2014

19 NOVEMBER 2013


HERZIENING VAN DE GRONDWET


Voorstel tot herziening van artikel 68 van de Grondwet


TEKST AANGENOMEN DOOR DE COMMISSIE VOOR DE INSTITUTIONELE AANGELEGENHEDEN


Enig artikel

Artikel 68 van de Grondwet, gewijzigd bij de herziening van de Grondwet van 25 februari 2005, wordt vervangen als volgt :

 Art. 68.  1. De Senaatszetels bedoeld in artikel 67,  1, 1, worden verdeeld onder de lijsten, volgens het door de wet bepaalde stelsel van evenredige vertegenwoordiging, op grond van de opgetelde stemcijfers van de lijsten, behaald in de verschillende kieskringen bij de verkiezingen van het Vlaams Parlement, overeenkomstig de bij de wet bepaalde regels.

De lijsten, waarvan de stemcijfers worden opgeteld krachtens het eerste lid, mogen enkel deelnemen aan de zetelverdeling voor de Senaat bedoeld in artikel 67,  1, 1, indien zij ten minste een zetel in het Vlaams Parlement hebben behaald.

De Senaatszetels bedoeld in artikel 67,  1, 2 tot 4, worden verdeeld onder de lijsten, volgens het door de wet bepaalde stelsel van evenredige vertegenwoordiging, op grond van de optelling van de stemcijfers van de lijsten, behaald in de verschillende kieskringen bij de verkiezingen van het Parlement van het Waalse Gewest, en van de stemcijfers van de lijsten voor de Franse taalgroep, behaald bij de verkiezingen van het Parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, overeenkomstig de bij de wet bepaalde regels.

De lijsten, waarvan de stemcijfers worden opgeteld krachtens het derde lid, mogen enkel deelnemen aan de zetelverdeling voor de Senaat bedoeld in artikel 67,  1, 2 tot 4, indien zij ten minste een zetel in respectievelijk het Parlement van de Franse Gemeenschap, het Waals Parlement en de Franse taalgroep van het Parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest hebben behaald.

De wet regelt de aanwijzing van de senatoren bedoeld in artikel 67,  1, 1 tot 4, met uitzondering van de nadere regelen die overeenkomstig een wet, aangenomen met de meerderheid bepaald in artikel 4, laatste lid, door de gemeenschapsparlementen, ieder wat hem betreft, bij decreet worden vastgesteld. Dat decreet moet worden aangenomen met een meerderheid van twee derden van de uitgebrachte stemmen, op voorwaarde dat de meerderheid van de leden van het betrokken Parlement aanwezig is.

De senator bedoeld in artikel 67,  1, 5, wordt aangewezen door het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap bij volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

 2. De Senaatszetels bedoeld in artikel 67,  1, 6 en 7, worden verdeeld onder de lijsten overeenkomstig de bij de wet bepaalde regels op grond van de optelling van de stemcijfers van de lijsten, behaald bij de verkiezingen van de Kamer van volksvertegenwoordigers, volgens het door de wet bepaalde stelsel van evenredige vertegenwoordiging. Dit is het stelsel dat gebruikt wordt in artikel 63,  2. Een wet aangenomen met de in artikel 4, laatste lid, bepaalde meerderheid, bepaalt de territoriale omschrijvingen waarvan de stemmen in aanmerking worden genomen voor de verdeling van de Senaatszetels bedoeld in artikel 67,  1, 6 en 7, van respectievelijk de Nederlandse en de Franse taalgroep van de Senaat.

Een lijst kan slechts in aanmerking worden genomen voor de zetelverdeling van een enkele taalgroep.

De wet bepaalt de aanwijzing van de senatoren bedoeld in artikel 67,  1, 6 en 7.

Overgangsbepaling

Dit artikel treedt in werking op de dag van de verkiezingen met het oog op de algehele vernieuwing van de Gemeenschaps- en Gewestparlementen in 2014, met uitzondering van paragraaf 2, eerste lid, laatste zin. Tot die datum zijn de volgende bepalingen van toepassing :

  1. Het totaal aantal senatoren bedoeld in artikel 67,  1, 1, 2, 3, 4, 6 en 7, wordt in elke taalgroep, op grond van het stemcijfer van de lijsten behaald bij de verkiezing van de senatoren bedoeld in artikel 67,  1, 1 en 2, verdeeld volgens het stelsel van evenredige vertegenwoordiging dat door de wet wordt vastgesteld.

Voor de aanwijzing van de senatoren bedoeld in artikel 67,  1, 3 en 4, komen alleen de lijsten in aanmerking waarop ten minste een senator bedoeld in artikel 67,  1, 1 en 2, gekozen is en voor zover voldoende op deze lijsten gekozen leden zitting hebben in, naar gelang van het geval, het Parlement van de Vlaamse Gemeenschap of het Parlement van de Franse Gemeenschap.

Voor de aanwijzing van de senatoren bedoeld in artikel 67,  1, 6 en 7, komen alleen de lijsten in aanmerking waarop ten minste een senator bedoeld in artikel 67,  1, 1 en 2, gekozen is.

 2. Voor de verkiezing van de senatoren bedoeld in artikel 67,  1, 1 en 2, is de stemming verplicht en geheim. Zij heeft plaats in de gemeente, behoudens de bij de wet te stellen uitzonderingen.

 3. Voor de verkiezing van de senatoren bedoeld in artikel 67,  1, 1 en 2, bepaalt de wet de kieskringen en de samenstelling van de kiescolleges; zij bepaalt eveneens de voorwaarden waaraan men moet voldoen om kiezer te zijn, alsmede het verloop van de kiesverrichtingen.

De wet regelt de aanwijzing van de senatoren bedoeld in artikel 67,  1, 3 tot 5, met uitzondering van de nadere regelen die overeenkomstig een wet, aangenomen met de meerderheid bepaald in artikel 4, laatste lid, door de gemeenschapsparlementen, elk voor zich, bij decreet worden vastgesteld. Dat decreet moet worden aangenomen met een meerderheid van twee derden van de uitgebrachte stemmen, op voorwaarde dat de meerderheid van de leden van het betrokken Parlement aanwezig is.

De senator bedoeld in artikel 67,  1, 5, wordt aangewezen door het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap bij volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

De wet regelt de aanwijzing van de senatoren bedoeld in artikel 67,  1, 6 en 7. . .