5-1724/4

5-1724/4

Belgische Senaat

ZITTING 2012-2013

24 SEPTEMBER 2013


HERZIENING VAN DE GRONDWET


Voorstel tot herziening van artikel 67 van de Grondwet


AMENDEMENTEN


Nr. 4 VAN DE HEER VANLOUWE C.S.

Enig artikel

In het voorgestelde artikel 67 de volgende wijzigingen aanbrengen :

1º paragraaf 1, 2º, vervangen als volgt :

« 2º negen senatoren aangewezen door en uit het Parlement van de Franse Gemeenschap; »;

2º paragraaf 1, 4º, vervangen als volgt :

« 4º drie senatoren aangewezen door en uit de Franse taalgroep van het Parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest; »;

3º paragraaf 2, tweede lid, vervangen als volgt :

« Twee van de senatoren bedoeld in § 1, 2º, maken deel uit van de Franse taalgroep van het Parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. ».

Verantwoording

Bij wijze van algemeen principe worden de senatoren aangeduid door en uit de respectievelijke Gemeenschaps- of Gewestparlementen. Daarbij wil men ook voorzien in een voldoende vertegenwoordiging van Brussel.

In het voorstel voorziet men daarbij in een systeem waarbij een aantal senatoren aangewezen door en uit het Franse Gemeenschapsparlement deel moet uitmaken van de Franse taalgroep van het Parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Een van deze senatoren hoeft geen lid te zijn van het Parlement van de Franse Gemeenschap. Men komt dan tot de vreemde situatie dat het Franse Gemeenschapsparlement een senator uit een andere vergadering aanduidt zonder dat die deel uitmaakt van de eigen assemblee.

De verhouding senatoren aangeduid vanuit het Brusselse Hoofdstedelijke Parlement en het Parlement van de Franse Gemeenschap kan op eenvoudiger wijze geregeld worden in respect voor het algemeen principe van de aanduiding door en uit de eigen assemblee. Het staat de politieke partijen in beide vergaderingen vrij rekening te houden met bepaalde verhoudingen. De aanvankelijk voorziene uitzonderingsbepaling hoort echter niet in de Grondwet.

Nr. 5 VAN DE HEER VANLOUWE C.S.

Enig artikel

Het voorgestelde artikel 67, § 3, vervangen door wat volgt :

« § 3. Elk Parlement bedoeld in § 1, 1º, 2º, 3º en 4º, wijst niet meer dan twee derden senatoren van hetzelfde geslacht aan. »

Verantwoording

De voorgestelde bepaling inzake het aantal senatoren van hetzelfde geslacht is van een andere orde dan het bepalen van een verhouding in de kieslijsten. Bij verkiezingen staat het de kiezer vrij om zelf nog kandidaten aan te duiden. In het voorstel met betrekking tot de samenstelling van de Senaat wordt het eindresultaat al bepaald.

Indien men er voor kiest om een bepaalde minimale vertegenwoordiging van de geslachten te voorzien, moet men ook consequent zijn en voorzien in een systeem dat deze verhouding effectief waarborgt. In het ander geval zou de Senaat immers ongrondwettig samengesteld zijn. In het voorstel is echter nergens bepaald wat er moet gebeuren indien de verhouding niet gerespecteerd wordt. Het zou niet opgaan dat de laatste assemblee alleen de verhouding moet rechttrekken.

Indien men effectief in een minimum vertegenwoordiging van de geslachten wil voorzien, is de enige oplossing dat elke assemblee individueel deze verantwoordelijkheid op zich neemt.

Karl VANLOUWE.
Lieve MAES.
Huub BROERS.

Nr. 6 VAN DE HEER LAEREMANS

Enig artikel

Dit artikel vervangen door wat volgt :

« Enig artikel. Artikel 67 van de Grondwet, gewijzigd bij de herzieningen van de Grondwet van 10 juni 2004 en 25 februari 2005, wordt vervangen als volgt :

« Art. 67. § 1. De Senaat telt zestig senatoren, van wie :

1º negenentwintig senatoren aangewezen door en uit het Vlaams Parlement;

2º twintig senatoren aangewezen door en uit het Parlement van de Franse Gemeenschap;

3º een senator aangewezen door en uit het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap;

4º zes senatoren aangewezen door de senatoren bedoeld in 1º;

5º vier senatoren aangewezen door de senatoren bedoeld in 2º.

Overgangsbepaling

Dit artikel treedt in werking vanaf de eerstkomende algehele vernieuwing van de Kamer van volksvertegenwoordigers. Tot die datum blijven de volgende bepalingen van toepassing :

§ 1. Onverminderd artikel 72, telt de Senaat eenenzeventig senatoren, van wie :

1º vijfentwintig senatoren, overeenkomstig artikel 61 gekozen door het Nederlandse kiescollege;

2º vijftien senatoren overeenkomstig artikel 61 gekozen door het Franse kiescollege;

3º tien senatoren aangewezen door en uit het Parlement van de Vlaamse Gemeenschap, Vlaams Parlement genoemd;

4º tien senatoren aangewezen door en uit het Parlement van de Franse Gemeenschap;

5º een senator aangewezen door en uit het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap;

6º zes senatoren aangewezen door de senatoren bedoeld in 1º en 3º;

7º vier senatoren aangewezen door de senatoren bedoeld in 2º en 4º.

Bij de algehele vernieuwing van hun Parlement die niet samenvalt met de vernieuwing van de Senaat, behouden de senatoren bedoeld in het eerste lid, 3º tot 5º, die geen zitting meer hebben in hun Parlement, het mandaat van senator tot de opening van de eerste zitting na de vernieuwing van hun Parlement.

§ 2. Ten minste een van de senatoren bedoeld in § 1, 1º, 3º en 6º, heeft op de dag van zijn verkiezing zijn woonplaats in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.

Ten minste zes van de senatoren bedoeld in § 1, 2º, 4º en 7º, hebben op de dag van hun verkiezing hun woonplaats in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. Indien niet ten minste vier van de senatoren bedoeld in § 1, 2º, op de dag van hun verkiezing hun woonplaats hebben in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, moeten ten minste twee van de senatoren bedoeld in § 1, 4º, op de dag van hun verkiezing hun woonplaats hebben in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. »

Verantwoording

Momenteel worden de deelstaten in de Senaat vertegenwoordigd door een beperkt aantal gemeenschapssenatoren. Het feit dat enkel gemeenschapssenatoren vertegenwoordigd zijn en geen gewestsenatoren, vormde de uitdrukking van het paradigma dat de Belgische federale institutionele ordening in principe gegrondvest is op de twee gemeenschappen en niet op de gewesten. Tot op zekere hoogte vormt dit een weerspiegeling van de Vlaamse visie op het federale België, zoals verwoord in de welbekende Vlaamse resoluties van 1999 : « het federale staatsmodel dient gebaseerd te zijn op een fundamentele tweeledigheid op basis van twee deelstaten, met daarnaast Brussel met een specifiek statuut en de Duitstalige Gemeenschap ». (Vlaams Parlement, stuk 1339/3 (1998-1999)).

Door nu zowel de gemeenschappen als de gewesten een plaats te geven in de hervormde Senaat, brengt de institutionele meerderheid een fundamentele verschuiving teweeg in dit grondmodel en wel in een richting die Vlaanderen steeds verworpen heeft.

Dit amendement strekt er dan ook toe de nieuwe samenstelling van de Senaat opnieuw te grondvesten op basis van gemeenschapssenatoren en niet op basis van deelstaatsenatoren.

In tegenstelling tot de huidige regeling wordt evenwel niet meer Grondwettelijk voorzien in een gewaarborgde vertegenwoordiging voor de Brusselse Vlamingen en de Franstalige Brusselaars. In de visie van de indiener van dit amendement behoort het tot de verantwoordelijkheid van beide gemeenschappen om bij de samenstelling van de Senaat uit gemeenschapssenatoren in een billijke vertegenwoordiging te voorzien van senatoren die woonachtig zijn in Brussel-hoofdstad en/of zitting hebben in het Brussels Hoofdstedelijk Parlement.

Nr. 7 VAN DE HEER LAEREMANS

Enig artikel

Dit artikel vervangen door wat volgt :

« Enig artikel. Artikel 67 van de Grondwet, gewijzigd bij de herzieningen van de Grondwet van 10 juni 2004 en 25 februari 2005, wordt vervangen als volgt :

« Art. 67. § 1. De Senaat telt zestig senatoren, van wie :

1º drieëndertig senatoren aangewezen door en uit het Vlaams Parlement;

2º zeventien senatoren aangewezen door en uit het Parlement van de Franse Gemeenschap;

3º zeven senatoren aangewezen door de senatoren bedoeld in 1º;

4º drie senatoren aangewezen door de senatoren bedoeld in 2º.

Overgangsbepaling

Dit artikel treedt in werking vanaf de eerstkomende algehele vernieuwing van de Kamer van volksvertegenwoordigers. Tot die datum blijven de volgende bepalingen van toepassing :

§ 1. Onverminderd artikel 72, telt de Senaat eenenzeventig senatoren, van wie :

1º vijfentwintig senatoren, overeenkomstig artikel 61 gekozen door het Nederlandse kiescollege;

2º vijftien senatoren, overeenkomstig artikel 61 gekozen door het Franse kiescollege;

3º tien senatoren, aangewezen door en uit het Parlement van de Vlaamse Gemeenschap, Vlaams Parlement genoemd;

4º tien senatoren aangewezen door en uit het Parlement van de Franse Gemeenschap;

5º een senator aangewezen door en uit het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap;

6º zes senatoren aangewezen door de senatoren bedoeld in 1º en 3º;

7º vier senatoren aangewezen door de senatoren bedoeld in 2º en 4º.

Bij de algehele vernieuwing van hun Parlement die niet samenvalt met de vernieuwing van de Senaat, behouden de senatoren bedoeld in het eerste lid, 3º tot 5º, die geen zitting meer hebben in hun Parlement, het mandaat van senator tot de opening van de eerste zitting na de vernieuwing van hun Parlement.

§ 2. Ten minste een van de senatoren bedoeld in § 1, 1º, 3º en 6º, heeft op de dag van zijn verkiezing zijn woonplaats in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.

Ten minste zes van de senatoren bedoeld in § 1, 2º, 4º en 7º, hebben op de dag van hun verkiezing hun woonplaats in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. Indien niet ten minste vier van de senatoren bedoeld in § 1, 2º, op de dag van hun verkiezing hun woonplaats hebben in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, moeten ten minste twee van de senatoren bedoeld in § 1, 4º, op de dag van hun verkiezing hun woonplaats hebben in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. »

Verantwoording

Zoals bekend werd in dit land het democratische basisbeginsel dat een eenvoudige meerderheid volstaat om een beslissing te nemen, op grote schaal buiten werking gesteld, zeker wanneer het gaat over aangelegenheden die betrekking hebben op de inrichting en de werking van de staat en zijn verschillende onderdelen. Volgens artikel 195 van de Grondwet kan de Grondwet slechts worden gewijzigd met minstens een twee derde meerderheid en artikel 4, derde lid, van de Grondwet legt, in samenlezing met tal van andere grondwetsartikelen, zelfs een twee derde meerderheid én een meerderheid in elke taalgroep op voor zowat alle aangelegenheden die institutionele en communautaire aangelegenheden betreffen. Op die wijze wordt de democratische Vlaamse meerderheid in dit land al decennia aan banden gelegd en slaagt de francofone minderheid erin om haar politieke wil op te leggen aan de democratische meerderheid.

Gelet op het feit dat de Senaat in de toekomst in hoofdzaak nog enkel bevoegd zal zijn voor grondwettelijke en institutionele aangelegenheden, zal deze instelling bijgevolg ook hoofdzakelijk beslissingen moeten nemen met een twee derde meerderheid. Met dit amendement wordt beoogd een — door de omstandigheden weliswaar nog zeer bescheiden — begin te maken met het wegwerken van het hiervoor vermelde democratische deficit door de Vlaamse meerderheid in dit land in de Senaat een twee derde meerderheid te geven.

Bart LAEREMANS.