5-2236/1

5-2236/1

Belgische Senaat

ZITTING 2012-2013

25 JULI 2013


HERZIENING VAN DE GRONDWET


Voorstel tot herziening van artikel 11bis van de Grondwet

(Ingediend door mevrouw Freya Piryns, de heren Philippe Mahoux, Dirk Claes, mevrouw Christine Defraigne, de heren Bert Anciaux, Marcel Cheron, mevrouw Martine Taelman en de heer Francis Delpérée)


TOELICHTING


Overeenkomstig punt 1º van de overgangsbepaling die is toegevoegd aan artikel 195 van de Grondwet bij de herziening van dit artikel van 29 maart 2012 (Belgisch Staatsblad van 6 april 2012, ed. 2), is artikel 11bis van de Grondwet voor herziening vatbaar. Dit punt 1º bepaalt dat : « de artikelen 5, tweede lid, 11bis, 41, vijfde lid, 159 en 190 om de volledige uitoefening van de autonomie van de gewesten te garanderen ten aanzien van de provincies zonder afbreuk te doen aan de huidige specifieke bepalingen van de wet van 9 augustus 1988 tot wijziging van de gemeentewet, de gemeentekieswet, de organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de provinciewet, het Kieswetboek, de wet tot regeling van de provincieraadsverkiezingen en de wet tot regeling van de gelijktijdige Parlements- en provincieraadsverkiezingen en aan die met betrekking tot de functie van de gouverneurs, en om de betekenis van het in de Grondwet gebruikte woord « provincie » te beperken tot zijn louter territoriale betekenis, los van elke institutionele betekenis. »

Dit voorstel tot herziening van de Grondwet moet samen worden gelezen met de andere voorstellen tot herziening van de Grondwet betreffende de provincies (Parl. St. Senaat, 2012-2013, nr. 5-2235/1 en 5-2237/1 tot 5-2239/1), alsook met het voorstel tot wijziging van artikel 6, § 1, VIII, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen (Parl. St. Senaat, 2012-2013, nr. 5-2232/1).

Het doel van dit voorstel tot herziening van de Grondwet bestaat erin de volledige uitoefening van de gewestelijke autonomie wat de provincies betreft, te waarborgen, zonder afbreuk te doen aan de bijzondere bepalingen die momenteel zijn voorzien in de pacificatiewet van 9 augustus 1988, noch aan de bijzondere bepalingen betreffende de functie van de gouverneurs, zoals voorzien in het Institutioneel Akkoord voor de Zesde Staatshervorming van 11 oktober 2011.

Artikel 11bis, tweede, derde en vierde lid, van de Grondwet waarborgt de vertegenwoordiging van personen van beide geslachten binnen de uitvoerende organen van politieke overheden, onder meer binnen de bestendige deputaties, behalve indien de bestendig afgevaardigden van de provincieraden rechtstreeks verkozen worden.

Dit artikel blijft dus van toepassing op de bestendige deputaties tenzij de gewesten beslissen om hen af te schaffen.

Dit artikel dient eveneens van toepassing te worden verklaard op de bovengemeentelijke besturen bedoeld in het voorstel tot herziening van artikel 41, eerste lid, tweede zin, van de Grondwet die desgevallend opgericht zouden worden om de provincies te vervangen. Daarom wordt er voorgesteld om het derde en vierde lid aan te vullen met de term « bovengemeentelijk ».

Freya PIRYNS.
Philippe MAHOUX.
Dirk CLAES.
Christine DEFRAIGNE.
Bert ANCIAUX.
Marcel CHERON.
Martine TAELMAN.
Francis DELPÉRÉE.

VOORSTEL


Enig artikel

In artikel 11bis van de Grondwet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1º in het derde lid wordt het woord « bovengemeentelijk, » ingevoegd tussen de woorden « interprovinciaal, » en « intercommunaal »;

2º in het vierde lid, wordt het woord « bovengemeentelijk, » ingevoegd tussen de woorden « interprovinciaal, » en « intercommunaal ».

21 juli 2013.

Freya PIRYNS.
Philippe MAHOUX.
Dirk CLAES.
Christine DEFRAIGNE.
Bert ANCIAUX.
Marcel CHERON.
Martine TAELMAN.
Francis DELPÉRÉE.