5-228COM

5-228COM

Commissie voor de FinanciŽn en voor de Economische Aangelegenheden

Handelingen

DINSDAG 4 JUNI 2013 - OCHTENDVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Martine Taelman aan de minister van Overheidsbedrijven en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden over ęde compensaties bij overmacht bij de NMBSĽ (nr. 5-3590)

Mevrouw Martine Taelman (Open Vld). - Op 12 maart was het treinverkeer in heel het land ernstig verstoord door de laatste winterprik. Vele reizigers kwamen uren te laat op het werk of strandden onderweg. De reizigers die compensatie aanvroegen voor de opgelopen vertraging kregen onlangs het antwoord dat de vertraging te wijten was aan een geval van overmacht, en dat er bijgevolg helaas geen compensatie kon worden toegekend. Op de website staat dat reizigers geen recht hebben op compensatie bij overmacht, zoals natuurrampen of extreme weersomstandigheden.

De advocaat-generaal van het Europees Hof van Justitie stelde eerder dit jaar in een gelijkaardige zaak, waarbij de Oostenrijkse spoorwegmaatschappij ÷BB dezelfde argumentatie inriep om geen compensaties te moeten uitbetalen, dat overmacht geen afdoende reden is om de compensatie te weigeren. Volgens de Europese Verordening 1371/2007 vormt overmacht immers geen reden om een compensatie te weigeren.

Het begrip overmacht is uiteraard vatbaar voor interpretatie. Is vijf centimeter sneeuw een geval van overmacht? De NMBS beslist zelf welke vertragingen als overmacht worden gecategoriseerd en bijgevolg niet tot een compensatie leiden. Zij moet die compensatie overigens zelf betalen en is bijgevolg tegelijkertijd rechter en partij.

Op basis waarvan beslist de NMBS dat er sprake is van overmacht? Hoeveel vertragingen werden de voorbije jaren door de NMBS als overmacht gecategoriseerd? Graag kreeg ik een uitsplitsing per jaar.

Is de minister van oordeel dat de reglementering die de NMBS hanteert in verband met treincompensaties conform de Europese verordening ter zake is? Kan de NMBS in geval van overmacht weigeren compensaties uit te betalen?

De heer Jean-Pascal Labille, minister van Overheidsbedrijven en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden. - In het kader van de weigering compensatie te betalen wegens vertraging brengt de NMBS de context in herinnering waarin overmacht kan worden ingeroepen.

Artikel 17 van Verordening 1371/2007 betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer bepaalt dat de reiziger die een vertraging oploopt tussen de op het vervoerbewijs vermelde punten van vertrek en van bestemming een schadevergoeding kan eisen van de spoorwegonderneming zonder het recht op vervoer te verliezen. Volgens de meerderheid van de Europese spoorwegondernemingen kan de vervoerder van die vergoedingsverplichting worden ontslagen wanneer de vertraging te wijten is aan overmacht zoals vermeld in de Uniforme Regelen betreffende de overeenkomst van internationaal spoorwegvervoer van reizigers. Die argumenten worden weerlegd door de advocaat-generaal van het Hof van Justitie van de Europese Unie, maar het Hof moet zich hierover nog uitspreken.

Om te beslissen of de oorzaak van een vertraging als overmacht kan worden beschouwd, baseert de NMBS zich voor het internationaal verkeer op de aansprakelijkheidsvrijstellingen van de bovenvermelde Uniforme Regelen, die algeheel deel uitmaken van de verordening en bepalen wat volgt: "De vervoerder is van deze aansprakelijkheid ontheven wanneer het uitvallen, de vertraging of het missen van een aansluiting te wijten is aan een van de volgende oorzaken: a) omstandigheden buiten de uitoefening van het spoorwegbedrijf, die de vervoerder, ondanks de zorgvuldigheid vereist in de omstandigheden van het geval, niet kon vermijden en waarvan hij de gevolgen niet kon verhinderen;". De NMBS baseert zich op de informatie van de infrastructuurbeheerder over de oorzaken van de vertragingen bij aankomst in BelgiŽ om de door de reiziger gevraagde compensatie al dan niet toe te kennen.

Voor het binnenlands verkeer bepalen de algemene vervoersvoorwaarden van NMBS Mobility met betrekking tot de vrijstelling van aansprakelijkheid voor vertragingen: "Bovendien wordt de NMBS vrijgesteld van haar aansprakelijkheid voor opgelopen vertraging alsook voor de niet-voortzetting van de reis op dezelfde dag [...] indien de gebeurtenis is veroorzaakt door omstandigheden buiten de uitoefening van de spoorwegactiviteiten, die de NMBS niet had kunnen voorkomen, ondanks de zorgvuldigheid vereist in de omstandigheden van het geval en waarvan NMBS de gevolgen niet kon verhinderen".

De handhavingsinstantie, onder de bevoegdheid van de staatssecretaris voor Mobiliteit, die verantwoordelijk is voor de handhaving van deze verordening, heeft tot nu toe altijd de interpretatie van de Commissie en van de meeste andere landen gevolgd, namelijk dat de compensatie niet moet worden uitbetaald in het geval van overmacht, of schuld van de reiziger.

De NMBS deelt mee dat ze geen gegevens bijhoudt van vertragingen die als overmacht worden gecategoriseerd. De geweigerde compensatieaanvragen hebben betrekking op een beperkt aantal dagen, bijvoorbeeld stakingsdagen of uitzonderlijke klimatologische omstandigheden.

Mevrouw Martine Taelman (Open Vld). - Volgens de minister baseert de NMBS zich voor het al dan niet toekennen van een compensatie op de vervoersvoorwaarden van de maatschappij zelf. De kans is groot dat het Europees Hof het standpunt van de advocaat-generaal volgt. Wat gebeurt er als het Europees Hof van Justitie een andersluidende uitspraak doet? Bestudeert de NMBS inmiddels welke clausules in de voorwaarden niet conform zijn? Wat gebeurt er met de reizigers die een compensatie hebben aangevraagd, maar die niet hebben gekregen omdat de NMBS de omstandigheden als overmacht beschouwde?

De NMBS maakt zich er al te gemakkelijk van af door te verwijzen naar de voorwaarden. Die voorwaarden moeten echter wel conform de Europese Verordening zijn, die rechtstreeks toepasbaar is in het Belgisch recht. Daarom vraag ik dat de minister de NMBS erop attent maakt dat ze deze kwestie grondiger moet bestuderen.