5-211COM

5-211COM

Commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden

Handelingen

DINSDAG 5 MAART 2013 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van de heer Ludo Sannen aan de minister van Overheidsbedrijven en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden over «het grensoverschrijdend personenvervoer per spoor» (nr. 5-2804)

De heer Ludo Sannen (sp.a). - Daarnet stelden onze beide Luxemburgse collega's vragen over de tarieven voor het grensoverschrijdend spoorverkeer. Het waren terechte vragen, maar ze hebben me wel jaloers gemaakt. Alle voorbeelden van grensoverschrijdend verkeer die ze hebben aangehaald om tarieven te vergelijken, hadden betrekking op Wallonië. In heel Vlaanderen ligt er voor personenvervoer maar één grensoverschrijdende spoorlijn, namelijk die van Antwerpen naar het noorden? In het licht van de Europese integratie, van de Benelux-gedachte, van het vrij verkeer van personen en van de kilometerslange grens met Nederland is dat toch hallucinant. Probeer dat maar eens uit te leggen!

Limburg heeft een langere grens met Nederland dan met gelijk welke Belgische provincie. De stad Maastricht ligt nagenoeg op de grens; verder zijn er Eindhoven en, als we de Kempen doorsteken, ook nog Tilburg, maar grensoverschrijdend treinverkeer voor personen is er niet. Die toestand valt moeilijk te handhaven.

Het NMBS-investeringsplan legt de investeringen tot 2020 vast. Vóór 2025 komt er dus geen nieuwe grensoverschrijdende spoorverbinding in de verstedelijkte omgeving Vlaanderen - Nederland. In de Benelux en in het eengemaakt Europa kunnen Vlamingen en Nederlanders hun gemeenschappelijke grens alleen op de lijn Essen-Roosendaal per trein oversteken.

Ik maak me toch zorgen. De verbinding met Maastricht vraagt wellicht een wat grotere investering, maar naar Weert en Eindhoven liggen er al goederensporen. Die verbindingen werden al in het vooruitzicht gesteld in het spoorplan van Vlaanderen.

Erkent de minister dat er een gebrek is aan grensoverschrijdend spoorvervoer?

Kan de minister een overzicht geven van de grensoverschrijdende spoorlijnen naar Nederland, Duitsland, Luxemburg en Frankrijk?

Welke van die spoorlijnen zijn actief en welke niet? Met welke intensiteit worden ze gebruikt?

Welke plannen inzake grensoverschrijdend spoorvervoer zijn er?

Welke inspanningen doet de federale overheid om Europese financiering voor de uitbouw van grensoverschrijdend personenvervoer te krijgen?

Is er structureel overleg met de gewesten om afspraken te maken over de verschillende vervoersmodi voor het grensoverschrijdend vervoer?

Mijn vraag dateert van 4 december 2012 en het NMBS-investeringsplan is inmiddels bekend. Dat plan moet echter nog door de regering worden goedgekeurd. Er is dus nog ruimte voor overleg.

De heer Jean-Pascal Labille, minister van Overheidsbedrijven en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden. - Ik deel het standpunt van de heer Sannen over het belang van het grensoverschrijdende spoorwegvervoer voor de Europese eenwording. Mijns inziens ontbreekt het echter niet aan verbindingen tussen België en Nederland.

Vandaag rijden er dagelijks negen hogesnelheidstreinen heen en terug tussen Brussel en Amsterdam. Naast de HST-verbindingen voorziet het beheerscontract ook in grensverbindingen via Roosendaal en Maastricht. In afwachting van een structurele oplossing voegt de NMBS hieraan vanaf 11 maart nog acht treinen heen en terug tussen Brussel en Den Haag toe.

Ziehier het overzicht van de grensoverschrijdende spoorlijnen voor internationaal personenverkeer:

Voor het grensoverschrijdend reizigersvervoer met gewone treinen - artikel 24 van het beheerscontract met de NMBS - bestaan volgende verbindingen:

Op die lijnen geldt volgende gebruiksfrequentie:

Alle opgesomde verbindingen van de gewone dienst - artikel 24 van het beheerscontract met de NMBS - rijden momenteel klokvast om het uur. Alleen op de verbindingen naar Aken en Troisvierges rijden de treinen klokvast om de twee uur.

Inzake subsidiebeleid volgt de federale overheid de Europese projectoproepen en moedigt ze de spoorwegmaatschappijen aan hiervan gebruik te maken.

Ter bevordering van de grensoverschrijdende intermodaliteit overlegt de NMBS geregeld met de federale overheid en met de gewesten over de treindiensten. Er is ook een structureel overlegplatform tussen de NMBS en de gewesten over de internationale en de grensoverschrijdende verbindingen.

De heer Ludo Sannen (sp.a). - Met zijn overzicht illustreert de minister wat ik wenste te beklemtonen. Tussen Vlaanderen en Nederland is er maar één rechtstreekse grensoverschrijdende spoorverbinding voor reizigersvervoer, die via Antwerpen. Wie een onderscheid maakt tussen de HST-lijn en de oude lijn, telt er twee. Hasselt ligt ongeveer 25 kilometer van Maastricht. Wie met de trein van Hasselt naar Maastricht wil, moet eerst 35 à 40 kilometer naar Luik sporen en daar de trein naar Maastricht nemen. Dat kunnen we moeilijk een grensoverschrijdende verbinding noemen.

De cijfers die de minister heeft geciteerd, tonen aan dat er een behoefte is. Om de lijnen over Turnhout en Neerpelt opnieuw voor reizigersvervoer in gebruik te nemen, zijn relatief kleine investeringen nodig. Daar zou snel werk van moeten worden gemaakt.

(Voorzitter: de heer Ludo Sannen.)