5-89

5-89

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 24 JANUARI 2013 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vragen

Mondelinge vraag van mevrouw Martine Taelman aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen over «het gebruik van sociale media door de politie bij opsporingen» (nr. 5-815)

De voorzitster. - De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Leefmilieu, Energie en Mobiliteit en voor Staatshervorming, antwoordt.

Mevrouw Martine Taelman (Open Vld). - In de nacht van 4 januari jongstleden werd in Eindhoven een toevallige voorbijganger brutaal afgetuigd door een groep van acht jongeren, die allen in de omgeving van Turnhout wonen. De vechtpartij werd door bewakingscamera's geregistreerd. Daarnaast nam een getuige een foto van de jongeren.

Afgelopen week verspreidde de Nederlandse politie de beelden van het incident in een lokaal opsporingsprogramma. Via de sociale media deden die beelden snel de ronde. Dat leidde ertoe dat enkele vermoedelijke daders zichzelf aangaven en andere betrokkenen snel geďdentificeerd geraakten. Een en ander bewijst de kracht van de sociale media.

Spoedig bleken echter de namen van de verdachten ook op de sociale media op te duiken, evenals hun woonplaats. Personen met dezelfde naam als de verdachten ontvingen bedreigingen en er werden wraakacties tegen die jongeren voorbereid. Dat bewijst dan weer het enorme gevaar dat de sociale media inhouden.

De daden van die jongeren vallen uiteraard niet goed te praten, maar vooraleer er ook maar enig gerechtelijk proces heeft plaatsgevonden, voltrok zich het publieke proces al. Die jongeren zullen dat voor de rest van hun leven moeten meedragen, want de feiten zullen steeds weer worden opgerakeld.

De sociale media worden meer en meer gebruikt als een moderne schandpaal. Ik verwijs onder meer naar recente voorbeelden van de Facebookpagina's, zoals "Antwerpse hoeren & homo's", en de verschillende copycats uit andere gemeenten, die aantonen dat de kracht van de sociale media soms zware gevolgen kan hebben voor onschuldigen.

In hoeverre maakt de Belgische politie gebruik van sociale media bij het opsporen van criminele feiten? Hoe vaak werden tijdens het afgelopen jaar beelden van bewakingscamera's vrijgegeven op televisie, internet en/of sociale media? Welke richtlijnen hanteert de politie bij het gebruik van sociale media met het oog op het waarborgen van de privacy van de verdachten? De positieve gevolgen van het gebruik van sociale media bij het oplossen van misdrijven mogen er immers niet toe leiden dat het gevaar van diezelfde sociale media worden onderschat.

Hoeveel klachten werden er het afgelopen jaar ontvangen van mensen die onterecht in de sociale media aan de publieke schandpaal werden genageld? Is er een evolutie merkbaar in die cijfers? Wordt in de politieopleiding voldoende aandacht besteed aan die problematiek? Welke acties onderneemt bijvoorbeeld de Computer crime unit in dat verband. Ondersteunen die acties de politie op het terrein, zodat dat de grenzen voor het gebruik van dergelijke fora duidelijk kunnen worden afgebakend?

De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Leefmilieu, Energie en Mobiliteit en voor Staatshervorming. - Ik herhaal wat de minister van Binnenlandse Zaken tijdens de plenaire zitting van 20 december 2012 heeft geantwoord op de mondelinge vragen van senator Vastersavendts en senator Broers.

De werkgroep Sociale Media actualiseert momenteel de beleidstekst Een sociale mediastrategie van de geďntegreerde politie van eind 2011. Ze doet dat in overleg met de politie en verschillende deskundigen. In de nieuwe versie, die binnenkort verschijnt, zullen de regels en het wettelijke kader worden uiteengezet.

Toch kunnen de lokale korpsen ook nu al initiatieven nemen, bijvoorbeeld tijdens een gerechtelijk onderzoek. Hierbij moeten ze wel de bestaande wetgeving betreffende de bescherming van het privéleven naleven.

Gegevens over het gebruik van beelden van bewakingscamera's bij het onderzoek van criminele feiten of gegevens over klachten hierover worden momenteel niet gecentraliseerd en zijn dus niet beschikbaar.

Mevrouw Martine Taelman (Open Vld). - Ik ben blij dat aan dat onderwerp aandacht wordt besteed. De laatste weken wordt steeds duidelijker hoe gevaarlijk die sociale media kunnen zijn voor onschuldigen. De politiediensten moeten daarmee leren omgaan. Hopelijk komen er op korte termijn duidelijke richtlijnen.