5-1561/1

5-1561/1

Belgische Senaat

ZITTING 2011-2012

4 APRIL 2012


HERZIENING VAN DE GRONDWET


Voorstel tot herziening van artikel 63 van de Grondwet

(Ingediend door de heren Philippe Moureaux, Dirk Claes, mevrouw Christine Defraigne, de heren Bert Anciaux, Marcel Cheron, Bart Tommelein, Francis Delpérée en mevrouw Freya Piryns)


TOELICHTING


Dit voorstel tot herziening van de Grondwet moet worden gelezen in samenwerking met het hiermee gelijktijdig in het Parlement ingediende wetsvoorstel houdende verscheidene wijzigingen van het Kieswetboek en van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europese Parlement voor de verkiezingen van de Kamer van volksvertegenwoordigers en van het Europees Parlement en tot wijziging van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken (stuk Senaat, nr. 5-1560/1 - 2011/2012).

De wet van 13 december 2002 tot wijziging van het Kieswetboek en zijn bijlage heeft in heel het land provinciale kieskringen ingesteld, met uitzondering van de kieskringen Brussel-Halle-Vilvoorde en Leuven.

In zijn arrest nr. 73/2003 heeft het Arbitragehof uitspraak gedaan over de grondwettigheid van de voormelde kieshervorming. Het Hof oordeelde met name dat door de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde te handhaven binnen een electoraal landschap gebaseerd op provinciale kieskringen, de wetgever de kandidaten van de provincie Vlaams-Brabant op een andere wijze behandelde dan de kandidaten van de andere provincies vermits, enerzijds, zij die kandidaat waren in de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde in concurrentie moesten treden met de kandidaten die elders dan in die provincie kandidaat waren, en, anderzijds, zij die kandidaat waren in de kieskring Leuven niet op dezelfde wijze werden behandeld als zij die kandidaat waren in de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde (overweging B.9.5).

Het Arbitragehof heeft weliswaar erkend dat de maatregel uitging van de bekommernis om te zoeken naar een onontbeerlijk evenwicht tussen de belangen van de verschillende gemeenschappen en gewesten binnen de Belgische Staat (overweging B.9.6). Het was echter van mening dat de gegevens van dat evenwicht niet onveranderlijk waren. Daaraan heeft het Hof toegevoegd dat het in de plaats van de wetgever zou oordelen indien het zou beslissen dat onmiddellijk een einde zou moeten worden gemaakt aan een situatie die tot op heden de goedkeuring van de wetgever had, terwijl het Hof niet alle problemen kan beheersen waaraan de wetgever het hoofd moet bieden om de communautaire vrede te handhaven (overweging B.9.6). Het Hof onthield er zich bijgevolg van de betwiste wetgevende bepalingen te vernietigen en stelde dat het aan de wetgever toekwam om de kieswetgeving te herzien overeenkomstig de grondwettelijke vereisten die de wetgever in acht moet nemen en inzonderheid de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. Om de wetgever te begeleiden in zijn taak, geeft het arrest nr. 73/2003 de volgende aanwijzing van fundamenteel belang :

« In geval van behoud van provinciale kieskringen voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers, kan een nieuwe samenstelling van de kieskringen in de vroegere provincie Brabant gepaard gaan met bijzondere modaliteiten die kunnen afwijken van degene die gelden voor de andere kieskringen, teneinde de gewettigde belangen van de Nederlandstaligen en de Franstaligen in die vroegere provincie te vrijwaren. Het komt niet aan het Hof, maar aan de wetgever toe die modaliteiten nader te bepalen. » (overweging B.9.7).

Het Hof wijst er dus uitdrukkelijk op dat de artikelen 10 en 11 van de Grondwet verschillen in behandeling toelaten die voortvloeien uit bijzondere bepalingen die de uniformiteit van de kieswetgeving doorbreken als, « om de communautaire vrede te handhaven », deze bepalingen ernaar streven om de « gewettigde belangen van de Nederlandstaligen en de Franstaligen in de vroegere provincie Brabant te vrijwaren ».

De hervorming van het Kieswetboek die in het Institutioneel akkoord voor de zesde staatshervorming van 11 oktober 2011 is opgenomen en hiermee gelijktijdig wordt ingediend in het Parlement (stuk Senaat, nr. 5-1560/1 - 2011/2012), ligt in de lijn van de hierboven aangehaalde aanwijzingen van het Arbitragehof.

Dat wetsvoorstel voorziet voor de verkiezingen van de Kamer van volksvertegenwoordigers in de instelling van drie kieskringen in de voormalige provincie Brabant : een kieskring Vlaams-Brabant en een kieskring Waals-Brabant waarvan de grenzen samenvallen met de provincies, en een specifieke kieskring Brussel-Hoofdstad, waarvan het grondgebied samenvalt met het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad. In overeenstemming met de in het kader van de herziening van artikel 195 van de Grondwet uitgedrukte wil van de Grondwetgever, wordt verduidelijkt dat de betekenis van de in deze toelichting gebruikte woorden « provincie » of « provinciaal » beperkt is tot hun territoriale betekenis, los van elke institutionele betekenis.

Dit voorstel tot herziening van de Grondwet bepaalt dat de wetgever voor de verkiezingen van de Kamer van volksvertegenwoordigers in bijzondere modaliteiten voorziet « teneinde de gewettigde belangen van de Nederlandstaligen en de Franstaligen in de vroegere provincie Brabant te vrijwaren ».

Met het oog op het uitvoeren van dit voorstel tot herziening van de Grondwet, laat het hiermee gelijktijdig in het Parlement ingediende wetsvoorstel tot wijziging van het Kieswetboek de kiezers van de zes gemeenten bedoeld in artikel 7 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken, toe bij de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers, hun stem uit te brengen hetzij voor de kandidatenlijsten die zijn ingediend in de kieskring Vlaams-Brabant, hetzij voor de kandidatenlijsten die zijn ingediend in de kieskring Brussel-Hoofdstad. Deze laatste kieskring heeft dus een specifiek karakter, in die zin dat de kandidatenlijsten die er worden voorgedragen, eveneens in de in artikel 7 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken bedoelde gemeenten worden voorgedragen. In dat opzicht wordt bepaald dat de kiezers van de betrokken gemeenten op de dag van de verkiezingen in het kiesbureau van hun respectieve gemeente een stembiljet zullen ontvangen met daarop de lijsten die zijn ingediend in de kieskring Vlaams-Brabant en de lijsten die zijn ingediend in de kieskring Brussel-Hoofdstad. Om die redenen worden die gemeenten samengebracht in een kieskanton met als hoofdplaats Sint-Genesius-Rode.

Deze bijzondere modaliteit is van toepassing in de gemeenten bedoeld in artikel 7 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966. De genoemde gemeenten hebben inzake het gebruik der talen in bestuurszaken een eigen taalregeling. Net zoals dat momenteel het geval is, zullen deze kiezers dus de mogelijkheid hebben om een stem uit te brengen voor de kandidaten van de kieskring Brussel-Hoofdstad.

De grondwetsherziening die het voorwerp uitmaakt van het onderhavige voorstel heeft enkel tot doel, met het oog op de rechtszekerheid, de conclusies van de voorgaande analyse juridisch te consolideren en de communautaire vrede te bestendigen.

Juridisch consolideren. De nieuwe grondwettelijke bepaling beperkt zich tot het bevestigen van de toelaatbaarheid van de invoering van bijzondere modaliteiten ter vrijwaring van de gewettigde belangen van de Nederlandstaligen en de Franstaligen in de vroegere provincie Brabant, in de wetgeving betreffende de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers. Deze bevestiging gebeurt in dezelfde termen als deze die in het arrest van het Grondwettelijk Hof zijn gebruikt. Deze grondwetsherziening getuigt van een zekere en onbetwistbare eenheid van opzet tussen wat de Grondwetgever onderneemt enerzijds en het hiermee gelijktijdig in het Parlement ingediende wetsvoorstel tot wijziging van het Kieswetboek anderzijds. Onder bijzondere modaliteiten, waarop de nieuwe grondwettelijke bepaling betrekking heeft, moet met name worden verstaan deze die voorzien worden door dat wetsvoorstel. Bijgevolg omvat het bedoelde wetsvoorstel een keuze van de Grondwetgever zelf. Door de wetgever uitdrukkelijk toe te laten om bijzondere modaliteiten te voorzien teneinde de gewettigde belangen van de Nederlandstaligen en Franstaligen in de vroegere provincie Brabant te vrijwaren, en door te voorzien dat de regels die deze bijzondere modaliteiten vastleggen, namelijk deze die deel uitmaken van voormeld wetsvoorstel, in de toekomst slechts zullen kunnen worden gewijzigd door een wet aangenomen bij bijzondere meerderheid, heeft de voorgestelde herziening van de grondwet als effect dat de Grondwetgever van oordeel is dat de andere grondwettelijke principes, om de woorden van het Arbitragehof in het arrest nr. 18/90 van 23 mei 1990 te hernemen, het aannemen van de bepalingen van voormeld wetsvoorstel niet in de weg staan.

Bestendigen. De vaststelling van de « bijzondere modaliteiten » die de gewettigde belangen van de Nederlandstaligen en de Franstaligen in de vroegere provincie Brabant garanderen, raakt aan de kern van de grote evenwichten die ten grondslag liggen aan de communautaire vrede. Dit rechtvaardigt — naar analogie van wat voorzien is in de andere bepalingen van de Grondwet die betrekking hebben op die grote evenwichten (zie bijvoorbeeld artikel 129, § 2) — dat de « bijzondere modaliteiten » waarop de voorgestelde grondwetstekst betrekking heeft, in de toekomst slechts kunnen worden gewijzigd bij de bijzondere meerderheid bedoeld in artikel 4, laatste lid, van de Grondwet.

Philippe MOUREAUX.
Dirk CLAES.
Christine DEFRAIGNE.
Bert ANCIAUX.
Marcel CHERON.
Bart TOMMELEIN.
Francis DELPÉRÉE.
Freya PIRYNS.

VOORSTEL


Enig artikel

Artikel 63, § 4, van de Grondwet wordt aangevuld met twee leden, luidende :

« Teneinde de gewettigde belangen van de Nederlandstaligen en de Franstaligen in de vroegere provincie Brabant te vrijwaren, voorziet de wet echter in bijzondere modaliteiten.

Aan de regels die deze bijzondere modaliteiten vaststellen, kan geen wijziging worden aangebracht dan bij een wet aangenomen met de in artikel 4, laatste lid, bepaalde meerderheid. »

2 april 2012.

Philippe MOUREAUX.
Dirk CLAES.
Christine DEFRAIGNE.
Bert ANCIAUX.
Marcel CHERON.
Bart TOMMELEIN.
Francis DELPÉRÉE.
Freya PIRYNS.