5-1427/1

5-1427/1

Belgische Senaat

ZITTING 2011-2012

10 JANUARI 2012


Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 30 juli 1938 betreffende het gebruik der talen bij het leger wat het indienen van het verslag betreft

(Ingediend door mevrouw Anke Van dermeersch c.s.)


TOELICHTING


Het principe van dit wetsvoorstel is geïnspireerd door een wetsvoorstel dat destijds werd ingediend door de Volksunie (Parl. St. Kamer 1999-2000, nr. 144), maar voorziet in een andere toepassing.

De filosofie van de wet van 30 juli 1938 betreffende het gebruik der talen bij het leger was gebaseerd op de wens om de Vlamingen in het leger gelijke taalrechten en kansen te bieden. Eveneens was het de bedoeling een herhaling van situaties zoals in de eerste wereldoorlog te vermijden, toen Vlaamse soldaten onder het bevel stonden van Nederlandsonkundige officieren en onder het motto « Et pour les Flamands la même chose ! » bevelen moesten opvolgen die zij niet begrepen, en waarbij zij meer dan eens de dood werden ingejaagd.

Teneinde de effectieve uitvoering van de wettelijke regels te waarborgen, werd in jaarlijkse verslaggeving aan het Parlement voorzien.

Artikel 32 van deze wet bepaalt dan ook dat de minister van Landsverdediging jaarlijks een verslag over de toepassing van de wet indient bij de Wetgevende Kamers. Deze verplichting wordt effectief uitgevoerd, maar de datum waarop het verslag door de minister wordt neergelegd, is altijd zeer laattijdig, waardoor het zijn doel voorbijschiet.

In de praktijk wordt dit verslag pas ingediend in de loop van het jaar volgend op dat waarop het betrekking heeft of vaak nog veel later. Zo werden de jaarverslagen 2008 en 2009 in 2010 nog steeds niet ingediend bij de Kamer van volksvertegenwoordigers. Een en ander wijst er op dat men deze verslaggeving eerder als een formaliteit aanziet, waarbij voorbij gegaan wordt aan haar concrete doestelling.

Dat heeft tot gevolg dat de problematiek van het taalevenwicht bij de voorbereiding van de begroting van landsverdediging geen rol speelt omdat de regering zelf nog niet over het document beschikt. In het Parlement zelf wordt het door de laattijdige indiening van het verslag erg moeilijk om de bespreking van de begroting voor landsverdediging voor te bereiden. Praktisch betekent dit niet alleen dat het nut van het verslag sterk vermindert, maar ook dat het verslag de facto waardeloos is.

Bovendien worden ze doorgeschoven of door een latere minister aanzien als niet meer behorend tot zijn bevoegdheid.

Dat deze gang van zaken niet louter een administratief probleem betreft, maar ook feitelijke gevolgen heeft voor het doel dat de wet van 30 juli 1938 tracht te beschermen, blijkt onder meer uit de verslagen. Voor de meeste categorieën van militairen blijft zo het onevenwicht tussen Nederlandstaligen en Franstaligen bestaan. Het verslag van 2003 — zoals alle voorgaande overigens — stipuleert nochtans dat de « Krijgsmacht streeft naar een taalverhouding die deze van de Belgische bevolking weerspiegelt, hetzij 60 % Nederlandstaligen en 40 % Franstaligen ».

Een verslag dat zou worden afgeleverd binnen een aanvaardbaar tijdsbestek opdat het bruikbaar zou kunnen zijn om onevenwichten weg te werken en het tekort aan Vlaamse arbeidsplaatsen op te vullen, teneinde de doelstellingen van de Krijgsmacht zelf te halen, zal dus niet enkel nuttig, maar ook wenselijk zijn.

De indieners van dit voorstel beogen dan ook in de wet in te schrijven dat het verslag effectief jaarlijks moet worden ingediend, teneinde de minister bevoegd voor de landsverdediging te responsabiliseren. Er wordt derhalve voorgesteld dat de minister het verslag verplicht moet toevoegen als bijlage bij de jaarlijkse beleidsnota. Zonder verslag is de beleidsnota onvolledig en kan de bespreking van de begroting niet worden aangevat.

Anke VAN DERMEERSCH.
Bart LAEREMANS.
Filip DEWINTER.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

Artikel 32 van de wet van 30 juli 1938 betreffende het gebruik der talen bij het leger, gewijzigd bij de wet van 16 juli 2005, wordt vervangen als volgt :

« Art. 32. — De minister bevoegd voor Landsverdediging bezorgt de Wetgevende Kamers jaarlijks een verslag van het vorige jaar over de toepassing van deze wet als bijlage bij de jaarlijkse beleidsnota. »

3 januari 2012.

Anke VAN DERMEERSCH.
Bart LAEREMANS.
Filip DEWINTER.