5-62COM

5-62COM

Commission de l’Intérieur et des Affaires administratives

Annales

MARDI 26 AVRIL 2011 - SÉANCE DU MATIN

(Suite)

Demande d'explications de M. Guido De Padt à la ministre de l'Intérieur sur «les indemnités indûment payées à des membres de la police» (nº 5-746)

De heer Guido De Padt (Open Vld). - Geregeld verschijnen in de media berichten over onregelmatigheden met vergoedingen bij de politiediensten. Het meest recente geval betreft de terugbetaling van onterecht uitbetaalde vergoedingen bij de top van de federale politie van Brugge. Leidinggevenden kregen jarenlang ten onrechte premies voor fictieve maaltijden, fictieve verplaatsingen en fictieve telefoonkosten. Bij één commissaris ging het om meer dan 7 000 euro.

De ontdekking van de onterecht uitgekeerde premies leek geen losstaand gegeven. Het bedrijf Inner Change voerde in samenwerking met enkele consultants van de federale politie een doorlichting en waardemeting uit. Terwijl bij de meeste organisaties, zeker in het bedrijfsleven, waarden als efficiëntie, teamgeest en doelgerichtheid naar voren komen, rapporteerde men voor de federale politie in Brugge kenmerken als bureaucratie, hiërarchisch denken, kortetermijngerichtheid, koninkrijkjes bouwen en controleren, verwarring, interne competitie, machtsdenken en het achterhouden van informatie. De doorlichting lijkt te wijzen op een cultuur van onterecht opstrijken van premies, jaren aan een stuk.

Een ander voorbeeld van onregelmatigheden betreft de korpschef van de politiezone West-Limburg die samen met vier collega's op dienstreis naar Polen ging. De totale kostprijs, verloren manuren inbegrepen, bedroeg ruim 8 000 euro. De korpschef vond niet dat hij een deontologische fout had gemaakt, maar politievakbond VSOA zag dat anders. Voor hen bevestigde het voorval hun eerdere stelling dat het graaien vooral te zoeken is bij sommige leidinggevenden en dat de deontologische code stopt vanaf een bepaalde graad.

Het meest geruchtmakende voorval betreft uiteraard Fernand Koekelberg, maar dat is al voldoende aan bod gekomen.

Ook bij de politie in Mechelen rommelt het al eens. Het gerecht voerde er een onderzoek naar mogelijke wanpraktijken bij de lokale politie. De ex-korpschef werd ervan verdacht onterecht voor 40 000 euro bruto vergoedingen te hebben geïncasseerd. Een andere commissaris zou zich vlotjes meer dan 20 000 euro per jaar voor `gepresteerde' overuren hebben laten uitbetalen.

Sinds de politiehervorming zijn de riante vergoedingen en toeslagen alleen maar toegenomen, net zoals de kritiek, inmiddels ook door de politie zelf. In totaal zouden er 62 soorten vergoedingen bestaan, waarbij het soms niet meer duidelijk is wat de zin ervan is. Bovendien zijn die vergoedingen cumuleerbaar en wordt geen limiet opgelegd. Het gevolg is dat sommige politiemensen hun maandloon met meer dan 3 000 euro bruto extra aanvullen en een inspecteur door zijn vergoedingen meer kan verdienen dan de korpschef.

Als gevolg van die onregelmatigheden pleitte de bevoegde minister voor de invoering van de functionele vergoeding van politiemensen. Dat zou betekenen dat iedereen wordt betaald volgens de functie die hij uitvoert, waardoor er een einde zou komen aan de betaling per graad en het ingewikkelde kluwen van vergoedingen en toelagen zou verdwijnen.

Het bestaande vergoedingensysteem, dat tien jaar geleden bij de politiehervorming is ingevoerd, maakt dat sommige politiemensen meer kunnen verdienen dan hun oversten.

Kan de minister een overzicht geven van de vastgestelde onregelmatigheden met vergoedingen bij de politiediensten voor de periode 2008 tot het eerste kwartaal van 2011? Welke onregelmatigheden werden precies vastgesteld? Welke bedragen werden daarbij op onregelmatige wijze uitbetaald en welke sancties werden er genomen?

Beschikt de minister over een overzicht van de uitgevoerde doorlichtingen bij de politiediensten tijdens genoemde periode? Welke conclusies werden daarbij getrokken, welke aanbevelingen uitgeschreven en hoe werden die naderhand opgevolgd? Bevestigen die doorlichtingen het bestaan van een cultuur van onterecht uitbetaalde vergoedingen?

Deelt de minister de mening van de politievakbond dat het graaien vooral te zoeken is bij bepaalde leidinggevenden en dat de deontologische code stopt vanaf een bepaald niveau? Of beschikt de minister over informatie die dat tegenspreekt?

Kan de minister een overzicht verschaffen van de bestaande vergoedingen, samen met een verantwoording voor de uitbetaling ervan? Hoeveel vergoedingen strijken politiemensen gemiddeld op per maand? Acht zij het nut van bepaalde vergoedingen niet bestaand en om welke gaat het dan precies?

Kan de minister een concrete invulling verschaffen van de functionele vergoeding? Waarin verschilt die van het huidige vergoedingssysteem? Welke maatregelen wil zij nemen om het functionele vergoedingssysteem in te voeren?

Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Binnenlandse Zaken. - Mijn diensten hebben inderdaad weet van onterecht uitbetaalde vergoedingen, die overigens meestal het gevolg waren van administratieve onzorgvuldigheden. Slechts zelden is daarbij bedrieglijk opzet vastgesteld. Naargelang van de aard van de feiten heeft dat geleid tot de terugvordering van de te veel betaalde bedragen, soms ook tot tuchtsancties en heel uitzonderlijk tot gerechtelijke vervolging, zoals bij het bewuste aangeven van niet gepresteerde uren.

Ik heb geen totaaloverzicht van doorlichtingen die mogelijk bij de korpsen van de lokale politie zijn uitgevoerd. Bij de federale politie heeft de federale gerechtelijke politie een intern onderzoek uitgevoerd. Uit de eerste resultaten blijkt dat er, afgezien van het bekende geval van de FGP van Brugge, gemiddeld een tot twee regularisaties per directie moeten worden uitgevoerd, die meestal het gevolg zijn van een administratieve vergetelheid zoals het niet of laattijdig schorsen of openen van een recht. In opdracht van de commissaris-generaal is nu een soortgelijk intern onderzoek voor de hele federale politie gestart.

Mijn diensten stellen vast dat de onregelmatigheden op alle niveaus gebeuren. Bij leidinggevenden is dat natuurlijk dubbel zo erg, omdat zij worden geacht het voorbeeld te geven en hun medewerkers te controleren.

Er zijn inderdaad een zestigtal toelagen en vergoedingen opgenomen in het RPPol. Voor een gedetailleerde opsomming verwijs ik naar deel XI van het betreffende koninklijk besluit van 30 maart 2001. Ook vestig ik de aandacht op de talrijke cumulverboden die in genoemde regelgeving zijn opgenomen. Het is dan ook volstrekt onmogelijk dat een personeelslid in aanmerking kan komen voor alle toelagen en vergoedingen. Zo hebben bijvoorbeeld de leden van de speciale eenheden en van de wegpolitie een eigen functionele toelage, maar anderen genieten die uiteraard niet.

Het grootste aandeel van de toelagen is die voor onregelmatige prestaties, wat normaal is omdat ook 's nachts en in de weekends voldoende politie beschikbaar moet zijn. Iedereen is het erover eens dat daar iets tegenover mag staan.

Uit een onderzoek bij de lokale politie van Gent blijkt echter dat uitgerekend bij die onregelmatige prestaties het schoentje knelt. Uit dat onderzoek kunnen we besluiten dat we nauwlettender moeten toezien op de verantwoording van uitgevoerde prestaties, vooral wat betreft hun operationele noodzaak en efficiëntie.

Sommige vergoedingen hebben volgens mij minder nut. Het actuele systeem van maaltijdvergoedingen mag van mij hervormd worden. Het is een overblijfsel van de regeling voor miliciens en dus echt wel achterhaald. Ook een aantal overgangstoelagen verdwijnen langzamerhand en dat is een goede zaak.

Het concept van de functionele verloning bestaat erin dat verschillende loonschalen worden toegekend volgens een weging van de bestaande functies op grond van verschillende criteria. Dat is het grote verschil met het actuele systeem, waarin alle personeelsleden van een bepaalde graad dezelfde loonschalen genieten, eventueel aangevuld met een van de talrijke functionele toelagen die verschillen naargelang van het uitgeoefende ambt.

Toelagen voor onregelmatige prestaties zullen wellicht blijven bestaan, maar met aandacht voor de opmerkingen die ik zojuist heb gemaakt. Op het ogenblik ligt nog geen uitgewerkt voorstel op tafel om het verloningssysteem te hervormen. Er moet eerst een exhaustieve lijst worden opgesteld van de functies binnen de politiediensten en dan moeten de criteria worden vastgesteld om die functies te wegen. De bedoeling moet zijn om tot een systeem te komen dat transparanter is, minder gedifferentieerd en minder gedetailleerd dan het huidige. Dat zal de mobiliteit en de flexibiliteit in de hand werken. Een en ander zal dus nog overleg en tijd vergen.