5-22COM

5-22COM

Commissie voor de Justitie

Handelingen

WOENSDAG 22 DECEMBER 2010 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Martine Taelman aan de minister van Justitie over «het post mortemonderzoek bij verdachte overlijdens» (nr. 5-84)

Mevrouw Martine Taelman (Open Vld). - Enige tijd geleden vernamen we via de pers dat volgens wetenschappelijk onderzoek jaarlijks 75 moorden niet worden opgemerkt. Ze worden niet alleen niet opgelost, ze worden gewoon niet opgemerkt. De bevindingen staan in een boek dat de neerslag vormt van het werk van een werkgroep van magistraten en politiemensen.

Een van de bevindingen is dat wanneer er geen duidelijke doodsoorzaak kan worden aangewezen, een overlijden altijd verdacht is. In dat geval moet steeds uitgegaan worden van het worstcasescenario en moeten er specialisten zoals een wetsgeneesheer en het lab ter plaatse komen.

In de voorbije legislatuur is er in de Senaat hard gewerkt aan een stroomlijning van het onderzoek naar verdachte overlijdens. De conclusie die werd gehanteerd in een gezamenlijk wetsvoorstel inzake post mortemonderzoek, waarbij Open Vld mee aan de kar heeft getrokken, wordt ook door de werkgroep bevestigd. Het wetsvoorstel stierf echter een stille dood omdat er geen bereidheid was om hiervoor de nodige budgetten vrij te maken.

Nu roepen politiediensten en magistraten op om voor elk overlijden waaraan geen duidelijke oorzaak kan worden gekoppeld, een wetsgeneesheer en lab ter plaatse te roepen.

Vandaar mijn vragen aan de minister.

Op wiens initiatief is dat wetenschappelijk onderzoek er gekomen?

Is de minister, nu de keuzes die de Senaat eigenlijk al had voorgesteld ook door wetenschappers bevestigd zijn, wel bereid om de nodige budgetten uit te trekken?

De oproep van de werkgroep zal ongetwijfeld budgettaire gevolgen hebben. Is de minister van mening dat er daarvoor best een wetgevend kader komt?

De heer Stefaan De Clerck, minister van Justitie. - Dit betoog doet me een beetje denken aan het debat van vanmorgen in de Commissie belast met de parlementaire begeleiding van het Vast Comité van toezicht op de politiediensten over het onderzoek in het dossier-Van Uytsel. Een van de aanbevelingen van het Comité P is dat voor het gehele verloop van elk moordonderzoek veel strakkere afspraken moeten worden gemaakt. Een van de kritieken op het dossier-Van Uytsel is precies ook dat het niet op een gestructureerde manier werd aangepakt. De problematiek is breed en blijkbaar heeft men intussen nieuwe aanbevelingen en methodes ontwikkeld.

Ook niet opgemerkte moorden verdienen alle aandacht. Zowel onderzoeksrechters als vertegenwoordigers van het openbaar ministerie maakten deel uit van de werkgroep die het handboek heeft opgesteld. Het initiatief moet gesitueerd worden in het geheel van inspanningen die de federale politie en het College van procureurs-generaal leveren om de kwaliteit van het strafonderzoek te verbeteren.

Er zal nu ook geld worden vrijgemaakt voor de aankoop en verspreiding van het handboek onder de onderzoeksrechters en de parketten, zodat iedereen geïnformeerd is.

De verspreiding zal, wat het parket betreft, vergezeld gaan van een circulaire van het College van procureurs-generaal. Die circulaire zal ook ter informatie worden overgezonden naar de eerste voorzitters van de hoven van beroep ter attentie van de onderzoeksrechters.

Het toepassen van de aanbevelingen van het handboek vraagt evenwel een versterking van de laboratoria van de federale gerechtelijke politie die op het ogenblik een probleem van capaciteit en werving kennen.

De federale politie en het College van procureurs-generaal hebben al een analyse gemaakt van het probleem. Het College van procureurs-generaal suggereert de indienstneming van laboranten met een burgerstatuut.

De budgettaire aspecten van de versterking van de laboratoria vallen onder bevoegdheid van mijn collega van Binnenlandse Zaken. Het is wel evident dat het analyseren van verdachte overlijdens steeds technischer wordt, steeds meer volgens een vast stramien dient te gebeuren en dat er dus ook meer middelen ter beschikking moeten worden gesteld. Dat was ook de conclusie vanochtend. In de Kamer zal het debat worden voortgezet om in dossiers van verdachte overlijdens tot een efficiënter optreden te komen in alle gerechtelijke arrondissementen en bij alle federale gerechtelijke politiediensten over het gehele land. Dat gebrek aan efficiëntie was inderdaad een serieus probleem.

Mevrouw Martine Taelman (Open Vld). - Ik dank de minister voor zijn antwoord en hoop dat de middelen snel in de begroting worden ingeschreven.