5-350/1

5-350/1

Belgische Senaat

ZITTING 2010-2011

15 OKTOBER 2010


Wetsvoorstel tot wijziging van de wet op de ziekenhuizen, gecoŲrdineerd op 7 augustus 1987, wat de honorariumsupplementen betreft

(Ingediend door de heer Wouter Beke c.s.)


TOELICHTING


Dit wetsvoorstel neemt de tekst over van een voorstel dat reeds op 4 januari 2008 in de Senaat werd ingediend (stuk Senaat, nr. 4-503/1 - 2007/2008).

Heden ten dage is het niet meer te verantwoorden dat er, wat betreft de verzorging op gemeenschappelijke en tweepatiŽntenkamers, een ę honorariumsupplement Ľ kan worden gevraagd (door niet-verbonden geneesheren). Vandaar het voorstel dat alle ziekenhuisgeneesheren (dus zowel de geconventioneerde als de niet-geconventioneerde) uitsluitend verbintenistarieven mogen aanrekenen indien de patiŽnt verzorgd wordt op een gemeenschappelijke of tweepatiŽntenkamer. Enkel in een individuele kamer zullen voortaan nog honorariumsupplementen mogen worden aangerekend.

Voor het verblijf in een individuele kamer, met inbegrip van de daghospitalisatie, mag in de volgende gevallen echter geen supplement worden aangerekend :

— wanneer de gezondheidstoestand van de patiŽnt of de technische voorwaarden van onderzoek, van behandeling of van toezicht, het verblijf in een individuele kamer vergen;

— wanneer de noodwendigheden van de dienst of het niet-beschikken over onbezette bedden in tweepatiŽntenkamers of in gemeenschappelijke kamers, het verblijf in een individuele kamer eisen;

— wanneer de opname geschiedt op een eenheid voor intensieve zorg of voor spoedgevallenzorg, buiten de wil van de patiŽnt en voor de duur van het verblijf in een dergelijke eenheid.

Vermits de patiŽnt bij de huidige wetgeving geen zekerheid heeft omtrent de hoegrootheid van het bedrag dat hij dient te betalen als honorariumsupplement (indien hij op een individuele kamer wordt verzorgd), is het aangewezen dat de patiŽnt op voorhand weet wat hij (maximaal) als honorariumsupplement zal moeten betalen. De regeling die dienaangaande wordt uitgewerkt is weliswaar allťťn van toepassing op honorariasupplementen, maar heeft anderzijds betrekking op alle honoraria (ook medisch-technische diensten). Naast een procentueel bedrag wordt ook een maximum forfaitair bedrag bepaald per opnameperiode van een maand.

Wat betreft de procentuele bedragen wordt een onderscheid gemaakt tussen de behandelende ziekenhuisgeneesheren (degene die verantwoordelijk is voor de opname van de desbetreffende patiŽnt en de ontslagbrief schrijft) en de andere ziekenhuisgeneesheren. Deze laatsten mogen immers (in principe) slechts lagere procentuele bedragen vragen als honorariumsupplement.

Indien het maximum forfaitair bedrag wordt overschreden, wordt uitdrukkelijk in het voorstel bepaald dat het honorariumsupplement dat wordt gevraagd door de behandelende ziekenhuisgeneesheer primeert op het supplement dat wordt gevraagd door elke andere ziekenhuisgeneesheer.

Men kan slechts honorariumsupplementen aanrekenen (voor individuele kamers) indien er expliciet een regeling dienaangaande wordt opgenomen in de zogenaamde algemene regeling (tussen beheerder en ziekenhuisgeneesheren). Hierin worden dus (onder meer) de maximumbedragen en maximumpercentages vastgesteld voor het betrokken ziekenhuis. Ieder ziekenhuis mag in haar algemene regeling een lager honorariumsupplement opnemen, doch geen hoger. Bovendien kan men slechts honorariumsupplementen vragen na het neerleggen van een afschrift van de algemene regeling bij de Paritaire Commissie Volksgezondheid en bij de leidend ambtenaar van het RIZIV, die een kopie bezorgt aan de verzekeringsinstellingen.

Wouter BEKE.
Dirk CLAES.
Cindy FRANSSEN.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

In artikel 138 van de wet op de ziekenhuizen, gecoŲrdineerd op 7 augustus 1987, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1ļ paragraaf 2, tweede lid, wordt vervangen als volgt :

ę De in het eerste lid bedoelde geneesheren, kunnen ten aanzien van de in paragraaf 1, eerste en tweede lid, bedoelde patiŽnten geen tarieven aanrekenen die afwijken van de verbintenistarieven. Ľ;

2ļ paragraaf 4, eerste lid, wordt vervangen als volgt :

ę Indien er geen akkoord, zoals bedoeld in artikel 50 van voornoemde wet van 14 juli 1994, van kracht is, kunnen de geneesheren ten aanzien van de in paragraaf 1, eerste en tweede lid, bedoelde patiŽnten geen tarieven aanrekenen die afwijken van de tarieven die als grondslag dienen voor de berekening van de verzekeringstegemoetkoming. Ľ;

3ļ paragraaf 5 wordt vervangen als volgt :

ę ß 5. De in paragrafen 1 en 2 bedoelde geneesheren, kunnen ten aanzien van de patiŽnten die worden opgenomen in een individuele kamer, onverminderd paragraaf 1, tweede lid, een honorariumsupplement aanrekenen voor zover ter zake in de algemene regeling, bedoeld in artikel 130, maximumhonorariumsupplementen zijn vastgesteld met vermelding van maximum-bedrag en maximumpercentages, overeenkomstig het tweede, derde en vierde lid, welke worden gehanteerd in het betrokken ziekenhuis.

Bovendien kan dit honorariumsupplement slechts aangerekend worden na neerlegging van een afschrift van de algemene regeling bij de Paritaire Commissie Volksgezondheid en bij de leidend ambtenaar van het RIZIV, die een kopie bezorgt aan de verzekeringsinstellingen.

De vastgestelde honorariumsupplementen voor patiŽnten opgenomen in een kamer zoals bepaald in het eerste lid, mogen niet meer bedragen dan 200 % van de verbintenistarieven indien deze worden gevraagd door de behandelende ziekenhuisgeneesheer. Onder behandelende ziekenhuisgeneesheer dient te worden verstaan hij die verantwoordelijk is voor de opname en de ontslagbrief schrijft. Elke andere ziekenhuisgeneesheer mag maximaal 100 % van de verbintenistarieven vragen als honorariumsupplement.

Bovendien mag de som van de vastgestelde honorariumsupplementen, per opnameperiode van een maand, het bedrag van duizend euro niet overschrijden. Het honorariumsupplement dat wordt gevraagd door de behandelende ziekenhuisgeneesheer primeert op de supplementen die worden gevraagd door elke andere ziekenhuisgeneesheer.

Ieder ziekenhuis mag in zijn algemene regeling een lager honorariumsupplement opnemen doch geen hoger. Ľ

Art. 3

Artikel 2 van het koninklijk besluit van 29 september 2002 tot uitvoering van artikel 138 van de wet op de ziekenhuizen, gecoŲrdineerd op 7 augustus 1987, wordt opgeheven.

Art. 4

In artikel 3 van hetzelfde koninklijk besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1ļ het tweede en derde lid worden opgeheven;

2ļ in het vierde lid vervallen de woorden ę en het tweede Ľ.

Art. 5

In artikel 4 van hetzelfde koninklijk besluit worden telkens de woorden ę de artikelen 2 en 3 Ľ vervangen door de woorden ę artikel 2 Ľ.

20 juli 2010.

Wouter BEKE.
Dirk CLAES.
Cindy FRANSSEN.