5-347/1

5-347/1

Belgische Senaat

ZITTING 2010-2011

15 OKTOBER 2010


Wetsvoorstel tot aanvulling van het Burgerlijk Wetboek met bepalingen inzake de discrete bevalling

(Ingediend door mevrouw Sabine de Bethune c.s.)


TOELICHTING


Dit wetsvoorstel herneemt de tekst van een voorstel dat reeds op 7 november 2008 in de Senaat werd ingediend (stuk Senaat, nr. 4-999/1 - 2008/2009).

Vondelingenschuif

Op 17 november 2007 werd voor de eerste keer een kindje aangetroffen in de vondelingenschuif van de vereniging zonder winstoogmerk (VZW) Moeders voor Moeders in Borgerhout. Dit feit bevestigt de noodzaak van een humane oplossing voor vrouwen die een beroep doen op dergelijke vondelingenschuif en voor de kinderen die in dergelijke schuif terechtkomen.

Een ongewenst zwangere vrouw is in België beperkt in haar mogelijkheden. Ofwel breekt zij haar zwangerschap binnen de voorwaarden van de wet vroegtijdig af (abortus), ofwel bevalt ze officieel en verschijnt haar naam op de geboorteakte, waarna ze haar kind afstaat voor adoptie. In ons land bestaat de mogelijkheid van een anonieme bevalling niet en tot op heden ook niet de mogelijkheid van een discrete bevalling.

Voor sommige vrouwen is het echter zeer belangrijk dat hun identiteit niet wordt vermeld in de geboorteakte. Deze vrouwen opteren dan voor andere oplossingen. Ofwel nemen ze hun toevlucht tot een « clandestiene » bevalling en laten ze hun kind ergens achter, in een station, in de duinen, of zoals hierboven vermeld, in een vondelingenschuif. Schrijnend is dat meer dan eens de kindjes hierbij het leven laten. Zo werd er eind februari 2008 nog een pasgeboren dode baby in een vuilniszak teruggevonden in een vijver in het Rivierenhof in Deurne. Soms trekken die vrouwen ook naar het buitenland, vooral naar Frankrijk, waar wel de wettelijke mogelijkheid bestaat van een anonieme bevalling. Op die manier kunnen ze afstand doen van hun kind zonder dat er gegevens moeten worden achtergelaten.

Op dit Franse systeem van de volledig anonieme bevalling (« accouchement sous X ») is echter zeer veel kritiek ontstaan, vooral vanuit de hoek van de X-kinderen zelf. Ze vinden het onaanvaardbaar dat ze niet de mogelijkheid hebben om hun biologische ouders op te sporen.

Gelet op de ervaring in het buitenland en vanuit de gedachte dat een vondelingenschuif de moeder en het kind alle kansen op een humane aanpak ontneemt, geven de indieners de voorkeur aan de mogelijkheid van de discrete bevalling.

Discrete bevalling

Het systeem van de discrete bevalling is een regeling die rekening houdt zowel met de rechten van de vrouw, als met die van het kind en biedt dus een evenwichtig alternatief voor anonieme bevallingen, vondelingenschuiven en clandestiene bevallingen. De indieners gaan niet volledig voorbij aan de rol van de man/vader in dit verhaal en voorzien in een procedure van verzet na de geboorte.

Het wetsvoorstel zoekt dus naar een evenwicht tussen de rechten en de belangen van alle betrokkenen.

Rechten van de moeder

Dit wetsvoorstel wil de vrouw de mogelijkheid bieden te bevallen zonder dat haar identiteit in de geboorteakte wordt onthuld. Bepaalde moeders kunnen in bijzondere noodsituaties terechtkomen en risico's lopen als iemand weet heeft van de geboorte van hun kind. Vrouwen die hun kind echter ergens moeten gaan deponeren, blijven verstoken van elke vorm van hulp. De bevalling kan, door het systeem van het discreet behandelen van de identiteitsgegevens van de moeder, plaatsvinden in passende en veilige medische omstandigheden. Men moet dat dan ook bekijken in het kader van de hulpverlening, zodat de vrouwen zowel vóór de afstand van hun kindje als in de periode kort na de afstand en op langere termijn, begeleid kunnen worden. De vrouwen kunnen dan ondersteund worden in hun keuze, nadat ze alle mogelijke alternatieven hebben overwogen. Bij de professionele opvang in adoptiediensten en andere sociale diensten worden voor 80 % van de vrouwen die met een aanmeldingsvraag voor afstand komen, andere oplossingen gevonden, waarbij ze de kans krijgen hun kind zelf op te voeden, of het contact te behouden. Dit perspectief mogen we deze vrouwen niet ontnemen.

Rechten van het kind

Anderzijds moeten we natuurlijk ook rekening houden met de rechten van kinderen. Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind kent het kind het recht toe om door de eigen ouders opgevoed te worden en kent ook het recht toe om te weten van wie men afstamt. Tal van onderzoeken hebben reeds aangetoond dat kinderen die helemaal geen enkele informatie hebben betreffende hun afstamming op latere leeftijd een grote kans op psychologische problemen oplopen. Ook omwille van gezondheidsredenen, bijvoorbeeld bij een ernstige genetische ziekte, kan het van belang zijn om de biologische ouder(s) terug te vinden. Het opzoeken van de afstamming mag daarom niet totaal onmogelijk worden gemaakt. Om deze reden worden de gegevens van de moeder en desgevallend de vader bewaard in een register dat zal worden beheerd door de centrale adoptieautoriteiten.

Concreet ontwikkelen we een procedure van de discrete bevalling waarvoor vrouwen kunnen kiezen bij de opname in een verzorgingsinstelling. Natuurlijk kan de vrouw op eigen initiatief al vroeger contact opnemen met de verzorgingsinstelling en met de centrale adoptieautoriteiten om te bespreken welke mogelijkheden zij allemaal heeft, welke gegevens kunnen worden vrijgegeven en wanneer en welke de consequenties zullen zijn van dergelijke beslissing.

De keuze voor een discrete bevalling wordt door de instelling onmiddellijk bekendgemaakt bij de centrale adoptieautoriteiten, als de vrouw zelf vooraf nog geen contact genomen heeft. In uitvoering van het Haags Adoptieverdrag, door België geratificeerd bij de inwerkingtreding van de nieuwe adoptiewet, werden centrale autoriteiten opgericht op federaal en gemeenschapsniveau, elk met hun eigen bevoegdheden. De centrale autoriteiten zijn perfect geplaatst om de verwikkelingen van discrete bevallingen te behandelen.

Deze adoptieautoriteiten staan in voor het beheer en het bewaren van de gegevens in een daartoe speciaal ingericht register.

Op het tijdstip van de geboorte zal het kind geen afstammingsbanden hebben, het heeft dus geen juridische ouders. De moeder is namelijk onbekend en een eventuele erkenning van de vader kan hierdoor geen uitwerking krijgen.

Niemand kan/moet dus ook toestemming geven voor de adoptie. Het kind krijgt een vergelijkbaar statuut als een vondeling, als een staatspupil en er zal dan ook overeenkomstig de artikelen 50 en 389 van het Burgerlijk Wetboek een voogd worden aangesteld in afwachting van de adoptie.

Rechten van de vader

Een moeilijk vraagstuk in dit hele verhaal betreft de situatie van de vader.

In sommige gevallen zal de man de reden zijn waarom de vrouw kiest voor het systeem van de discrete bevalling. Er zal in ieder geval sprake zijn van een verstoorde relatie, als de vrouw de discrete bevalling als enige mogelijkheid beschouwt.

Bij een geschiedenis van geweldpleging bijvoorbeeld kan het zijn dat de vrouw oordeelt dat het beter is voor haar eigen veiligheid en voor de veiligheid van haar ongeboren kindje dat ze kiest voor een discrete bevalling.

Daarnaast zijn er omgevingen en culturen waar ongehuwde meisjes onder druk staan als ze zwanger blijken te zijn, zo ook voor gehuwde vrouwen die een buitenhuwelijkse relatie hebben, waaruit een zwangerschap resulteert.

In al deze gevallen willen we voorrang geven aan de veiligheid en de zekerheid van de vrouw en haar kind en we zijn ook van oordeel dat een voorafgaande toestemming van de man voor de procedure van de discrete bevalling het systeem zou uithollen en dus niet opportuun is.

Anderzijds kan er ook niet helemaal voorbijgegaan worden aan de rechten van de vader. De rol van de man als vader is steeds belangrijker geworden de jongste jaren en ook de rechtspraak houdt rekening met deze gewijzigde omstandigheden.

Ook houdt de rechtspraak van het Hof van Straatsburg steeds vaker rekening met « potentieel familieleven ». Volgens de Straatsburgse organen kan artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens (EVRM) niet alleen worden geïnterpreteerd in die zin dat het enkel familie- en gezinsleven dat reeds bestaat beschermt, maar omvat het ook de potentiële relatie die zich mogelijkerwijze zou kunnen ontwikkelen tussen een natuurlijke vader en een kind geboren buiten het huwelijk. Twee factoren spelen daarbij een rol : de aard van de relatie tussen de natuurlijke ouders en de aangetoonde belangstelling voor en engagement van de natuurlijke vader jegens zijn kind, zowel vóór als na de geboorte.

Door het hierboven beschreven systeem bestaat er discretie ten opzichte van de vrouw die bevalt. De man/vader zal in de meeste gevallen afwezig zijn bij de bevalling of zelfs onwetend zijn hiervan. Zijn naam komt dan ook niet in de geboorteakte. Het kan natuurlijk zijn dat de man wel weet heeft van of vermoedens heeft over de zwangerschap en de nodige stappen zet om afstammingsbanden te creëren met zijn kind. Een eventuele erkenning vóór de geboorte door een ongehuwde man zal echter geen gevolg hebben wegens de discretie in de geboorteakte. De erkenningsakte kan als gevolg hiervan ook niet in de geboorteakte worden overgeschreven. Voor een gehuwde man zal de vaderschapsregel niet gelden, omdat de naam van de moeder niet in de geboorteakte verschijnt.

Ook voor de man die echt stappen zet en moeite doet om te achterhalen waar zijn kind is en hoe hij daadwerkelijk voor zijn kind kan zorgen, moet er in oplossingen voorzien zijn, de rechtspraak van het Hof van Straatsburg indachtig. Wij hebben ervoor gekozen om net als in Frankrijk te kiezen voor een procedure na de geboorte.

De man die weet heeft van een geboorte en afstammingsbanden wil vaststellen ten opzichte van het kind, kan een procedure van verzet instellen bij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg. Hij heeft hiervoor tijd tot twee maanden na de geboorte. Vanaf dan zal het kind definitief geplaatst worden voor adoptie. Dit gebeurt via een eenzijdig verzoekschrift, via een procedure zoals in kortgeding.

Een rechter zal dan achter gesloten deuren, na het voeren van een onderzoek naar de rechtmatigheid van de eisen van de man, de belangen van moeder, vader en kind tegen elkaar afwegen en oordelen wat de beste oplossing is, geval per geval. Mogelijks acht de rechter de eisen van de man gerechtvaardigd en willigt hij de verzetsprocedure van de vader in, zodat er wel normale afstammingsbanden ontstaan tussen de vader en het kind. De discretie ten opzichte van de vrouw kan wel perfect blijven bestaan. In de praktijk zal het kind dan natuurlijk wel weten wie zijn moeder is, maar er bestaan geen juridische afstammingsbanden. Het kan echter zijn dat de rechter voor de veiligheid en zekerheid van vrouw en kind oordeelt dat de discretie zowel ten opzichte van de vrouw als de man gehandhaafd moet blijven.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel 2

De afstammingsgegevens van moeder en eventueel vader zullen niet in de geboorteakte worden opgenomen, als de moeder gekozen heeft voor de procedure van de discrete bevalling.

Artikel 3

Behandelt de keuze voor de procedure van de discrete bevalling.

Artikel 4

Dit artikel bepaalt de termijnen voor de kennisgeving van de keuze voor de discrete bevalling, voor de kennisgeving van de bevalling en voor de aangifte van de geboorte. Het bepaalt tevens wie dit moet doen, zowel in het geval van geboorte in een instelling dan wel in het geval van geboorte, al dan niet voorbereid, buiten de instelling.

Artikel 5

De keuze van de moeder en in voorkomend geval van de vader moet een vrije en geïnformeerde keuze zijn. Die beslissing is dermate gewichtig, zowel voor de ouder(s) als voor het kind, dat uitvoerige informatie noodzakelijk is. Er is slechts één geval waarbij de vader hierbij ook betrokken wordt en dat is de omstandigheid waarin hij van meet af aan op de hoogte is van de discrete bevalling door de moeder zelf.

Het is net door het instellen van een procedure van de discrete bevalling dat de bevalling in een medische context en in het kader van de hulpverlening kan gebeuren. De sociale dienst in het ziekenhuis en ook de centrale adoptieautoriteit voorzien in de nodige informatie. Die informatie verduidelijkt onder meer de rechten, de bijstand en de voordelen waarop de gezinnen, de alleenstaande moeders en hun gezinnen bij wet en decreet aanspraak kunnen maken, alsook over de mogelijkheden van psychologische en sociale hulpverlening die wordt verstrekt door bij wet of decreet erkende instellingen of verenigingen en alle informatie die verband houdt met de latere adoptie van het kind. De federale overheid rekent hierbij ook op de gemeenschappen om een informatiefolder te ontwerpen waarbij de positie en de rechten van de vrouw, de man en het kind uitgebreid op een rijtje worden gezet.

Artikel 6

Handelt over het beheer en het bewaren van de gegevens door de centrale adoptieautoriteiten. Het is opgesteld naar analogie met de bepalingen betreffende het beheren en het bewaren van de adoptiegegevens.

Artikel 7

Beschermingsmechanisme bij het bewaren van gegevens, naar analogie met de bepalingen betreffende adoptiegegevens.

Artikel 8

Inzake het inzagerecht in de gegevens kunnen twee situaties worden onderscheiden. De biofysiologische moeder verzet zich niet tegen de mededeling van haar identiteit : in dat geval is er geen enkele reden om de mededeling van de informatie aan het kind te weigeren.

De mogelijkheid bestaat echter ook dat de moeder zich wel verzet tegen de mededeling van haar identiteit. In die situatie moet het mogelijk zijn dat een onafhankelijke en onpartijdige instantie de belangen van het kind en van de biofysiologische moeder tegen elkaar afweegt.

Artikel 9

Behandelt de mogelijkheid van een verzetsprocedure door de vader die uitdrukkelijk laat blijken dat hij zijn kind zelf wil opvoeden en afstammingsbanden wil doen ontstaan tussen hem en zijn kind.

Artikel 10

Bepaalt dat de moeder van het kind die gekozen heeft voor de procedure van de discrete bevalling en die na twee maanden bedenktijd haar toestemming tot de discrete bevalling niet heeft herzien, het kind niet meer kan erkennen teneinde haar afstamming ten opzichte van het kind op een later tijdstip vast te stellen.

Sabine de BETHUNE
Wouter BEKE
Dirk CLAES
Rik TORFS.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

Artikel 57bis van het Burgerlijk Wetboek, opgeheven bij de wet van 31 maart 1987, wordt hersteld in volgende lezing :

« Art. 57bis. — § 1. In afwijking van artikel 57 worden de naam, de voornamen en de woonplaats van de moeder en eventueel de vader niet in de akte vermeld, indien de moeder kiest voor de procedure van de discrete bevalling, volgens de voorwaarden vermeld in artikel 57ter. »

Art. 3

In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 57ter ingevoegd, luidende :

« Art. 57ter. — Een vrouw heeft de mogelijkheid te kiezen voor de procedure van een discrete bevalling. Zij kan haar toestemming tot discrete bevalling intrekken uiterlijk twee maanden na de geboorte. »

Art. 4

In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 57quater ingevoegd, luidende :

« Art. 57quater. — § 1. In geval van bevalling in ziekenhuizen, klinieken, kraaminrichtingen of andere verpleeginrichtingen, wordt de keuze voor discrete bevalling de dag van de opname meegedeeld aan de centrale adoptieautoriteiten door de persoon die de leiding van de inrichting uitoefent of zijn afgevaardigde. In de andere gevallen zal deze beslissing tot discrete bevalling op hetzelfde moment worden meegedeeld aan de centrale adoptiediensten als de kennisgeving van de bevalling zelf, door de moeder, de vader, de beide ouders of door de geneesheren, vroedvrouwen of andere personen die bij de bevalling tegenwoordig zijn geweest of door de persoon bij wie de bevalling heeft plaatsgehad, en dit uiterlijk de dag na de geboorte.

§ 2. In geval van bevalling in ziekenhuizen, klinieken, kraaminrichtingen of andere verpleeginrichtingen, zal de persoon die de leiding van de inrichting uitoefent of zijn afgevaardigde kennis geven van de bevalling aan de centrale adoptieautoriteiten en aan de ambtenaar van de burgerlijke stand, op wiens grondgebied het kind werd geboren, uiterlijk de dag na de geboorte. In de andere gevallen zal deze kennisgeving aan de centrale adoptieautoriteiten en aan de ambtenaar van de burgerlijke stand gebeuren door de moeder, de vader, de beide ouders of door de geneesheren, vroedvrouwen of andere personen die bij de bevalling tegenwoordig zijn geweest of door de persoon bij wie de bevalling heeft plaatsgehad, uiterlijk de dag na de geboorte.

§ 3. In geval van discrete bevalling gebeurt de aangifte van de geboorte van het kind door de centrale adoptieautoriteit aan de ambtenaar van de burgerlijke stand, op wiens grondgebied het kind werd geboren, zonder de afstammingsgegevens te vermelden. De ambtenaar van de burgerlijke stand maakt de geboorteakte op, zonder vermelding van de afstammingsgegevens. De aangifte gebeurt binnen de 15 dagen na de geboorte. »

Art. 5

In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 57 quinquies ingevoegd, luidende :

« Art. 57quinquies. — Indien de moeder in het ziekenhuis, de kliniek, de kraaminrichting of de verpleeginrichting vraagt om de procedure van de discrete bevalling, dan moet zij en in voorkomend geval de echtgenoot, of partner vóór de bevalling door een medewerker van een binnenlandse adoptiedienst in samenwerking met de sociale dienst van de instelling uitvoerig ingelicht worden over de rechten, de bijstand en de voordelen waarop de gezinnen, de alleenstaande moeders en hun gezinnen bij wet en decreet aanspraak kunnen maken, alsook over de mogelijkheden van psychologische en sociale hulpverlening die wordt verstrekt door bij wet of decreet erkende instellingen of verenigingen. »

Art. 6

In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 57sexies ingevoegd, luidende :

« Art. 57sexies. — § 1. De centrale adoptieautoriteiten zorgen voor de bewaring en het beheer van de gegevens waarover zij beschikken in verband met de herkomst van het kind. Voor de kinderen geboren na een discrete bevalling wordt een register aangelegd met twee lijsten. Één lijst bevat niet-identificeerbare gegevens : hierin staan ten minste de omstandigheden van tijd en plaats van de geboorte, de gegevens die nodig zijn voor de opvolging van de gezondheidstoestand en het medisch verleden van het kind en zijn familie. De lijst kan aangevuld worden met andere gegevens die de moeder nuttig vindt om mee te geven aan het kind. De tweede lijst bevat de identificeerbare gegevens van de moeder.

§ 2. Zij waarborgen de geadopteerde of zijn vertegenwoordiger de toegang tot die gegevens, in de mate toegestaan door de wet, waarbij passende begeleiding wordt verstrekt. »

Art. 7

In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 57septies ingevoegd, luidende :

« Art. 57septies. — Onder voorbehoud van artikel 57quinquies mogen de persoonlijke gegevens die overeenkomstig de wet zijn verzameld niet voor andere doeleinden worden gebruikt dan die waarvoor zij zijn verzameld of overgezonden. »

Art. 8

In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 57octies ingevoegd, luidende :

« Art. 57octies — § 1. De lijst met de niet-identificeerbare gegevens is steeds toegankelijk voor het kind, waarvan de moeder afstand heeft gedaan, ook als het nog minderjarig is. Het verzoek tot vrijgave van deze niet-identificeerbare informatie moet gedaan worden door de persoon of de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of door zijn voogd. Dit verzoek wordt gericht aan de centrale adoptieautoriteiten.

§ 2. Zodra het kind meerderjarig geworden is, mag het zelf een verzoek richten aan de centrale adoptieautoriteiten om de lijst te verkrijgen met de identificeerbare gegevens van de moeder.

§ 3. De moeder wordt door de adoptieautoriteit op de hoogte gebracht van het initiatief dat haar kind ondernomen heeft. Als zij zich niet verzet tegen vrijgave van haar identiteitsgegevens, krijgt het kind de identiteit van zijn moeder meegedeeld. Als de moeder zich wel verzet tegen de vrijgave van haar identiteit, zal een onafhankelijke instelling de belangen van moeder en kind afwegen en oordelen of de identificeerbare informatie al dan niet mag worden vrijgegeven. »

Art. 9

In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 57novies ingevoegd, luidende :

« Art. 57novies. — § 1. De man die het vaderschap opeist en die vermoedens heeft over of kennis heeft van een zwangerschap bij zijn echtgenote of partner, maar geen afstammingsbanden kan vestigen ten opzichte van het kind omwille van de discrete bevalling, kan verzet aantekenen uiterlijk twee maanden na de geboorte.

§ 2. Het verzet wordt aangetekend bij verzoekschrift gericht aan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, die zitting houdt zoals in kortgeding.

§ 3. Het verzoek wordt behandeld in raadkamer.

§ 4. De rechter weegt de belangen van de moeder, de vader en het kind af en oordeelt of de procedure van discrete bevalling al dan niet wordt opgeheven. Als de rechter het verzoek van de vader inwilligt, dan herleven de gewone afstammingsbanden tussen de vader en het kind. »

Art. 10

Artikel 313, § 2, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 31 maart 1987 en gewijzigd bij de wet van 1 juli 2006, wordt aangevuld met een tweede lid, luidende :

« De erkenning is eveneens niet ontvankelijk als de moeder gekozen heeft voor de procedure van de discrete bevalling en de moeder na twee maanden niet heeft afgezien van het geven van de toestemming voor de discrete bevalling, overeenkomstig artikel 57ter. »

20 juli 2010.

Sabine de BETHUNE
Wouter BEKE
Dirk CLAES
Rik TORFS.