5-325/1 | 5-325/1 |
13 OKTOBER 2010
Dit wetsvoorstel neemt de tekst over van een voorstel dat reeds op 17 april 2008 in de Senaat werd ingediend (stuk Senaat, nr. 4-705/1 - 2007/2008).
Dit wetsvoorstel heeft tot doel een maatschappelijke en solidaire dimensie te geven aan de individuele pensioenspaarproducten. Het is de bedoeling om, via de regeling van het pensioensparen, de financiering aan te moedigen van ondernemingen die hun maatschappelijke verantwoordelijkheid willen opnemen.
Het pensioensparen is twintig jaar geleden ontstaan. De bedoeling van de regering bestond er destijds in het particuliere sparen aan te moedigen als aanvulling op het wettelijk pensioen (eerste pijler) en de groepsverzekering (tweede pijler).
Het was toen zaak de Belgen een behoorlijk pensioen te garanderen omdat het risico bestond dat de twee pijlers niet langer zouden volstaan om tegemoet te komen aan de noden waarmee de bejaarden na hun loopbaan zouden worden geconfronteerd. De overheid heeft dan ook een derde pijler voorgesteld : de individuele aanvullende pensioenen.
De aanvullende pensioenen van de derde pijler richten zich tot alle belastingplichtigen, ongeacht hun sociaal statuut. Loontrekkenden en zelfstandigen kunnen dus toetreden tot de regeling en ze kunnen deze formule combineren met de andere regelingen van de tweede pijler.
Het pensioensparen is een kapitaal dat wordt samengesteld uit jaarlijks begrensde stortingen die recht geven op een belastingvermindering op basis van het belegde bedrag. Op die wijze zet de fiscale wetgever de belastingplichtige ertoe aan een reserve aan te leggen in ruil waarvoor hij, onder bepaalde voorwaarden, een fiscaal voordeel krijgt.
Het pensioensparen — dat vooral een fiscaal effect heeft — bestaat in twee versies : de (individuele of collectieve) pensioenspaarrekening bij een bank of een beursvennootschap en de pensioenspaarverzekering bij een verzekeringsmaatschappij.
De spaarder kan kiezen voor een pensioenspaarverzekering bij een verzekeringsmaatschappij en krijgt dan een jaarlijks gewaarborgd minimumrendement. Bovendien geeft de spaarverzekering uitzicht op een winstdeelname die hoofdzakelijk afhangt van de financiële resultaten van de verzekeringsmaatschappij. Aangezien het om een vrij veilige belegging gaat, is het rendement eerder laag.
Bij de banken bestaan er twee soorten producten. Er is de individuele pensioenspaarrekening, maar die wordt weinig gebruikt. De financiële instellingen beheren niet graag een groot aantal kleine portefeuilles. Over het algemeen stellen ze dan ook collectieve spaarrekeningen voor, beter bekend onder de naam pensioenspaarfonds.
In tegenstelling tot de persoon met een spaarverzekering krijgt de spaarder die kiest voor een pensioenspaarfonds geen jaarlijks gewaarborgd minimumrendement. Een dergelijk fonds — dat eigenlijk een gemengd beleggingsfonds is — steunt eigenlijk op aandelen en obligaties waarvan de rente uitsluitend afhangt van de evolutie van de beurskoers. Aangezien er geen gewaarborgd rendement is, is het beursrisico belangrijker dan bij de spaarverzekering.
De pensioenspaarfondsen kenden een groot succes door de fiscale voordelen die eraan verbonden zijn. Indien de in de wet bepaalde voorwaarden worden nageleefd, geven de pensioenspaarfondsen recht op een belastingvermindering die, afhankelijk van de grootte van het inkomen, 30 tot 40 % bedraagt van een bedrag dat begrensd is op 590 euro per jaar (830 euro voor het aanslagjaar 2008).
Wanneer het pensioenspaarcontract loopt tot op de vervaldag, namelijk tot het ogenblik van de vereffening van het kapitaal op de wettelijke pensioenleeftijd (vijfenzestig jaar), wordt dat kapitaal belast tegen 10 of 16,5 % naar gelang van het ogenblik waarop de stortingen werden uitgevoerd. Als de spaarder beslist zijn kapitaal op te vragen vóór de wettelijke pensioenleeftijd, wordt het belast tegen een marginale aanslagvoet van 33 %.
Met het indienen van dit wetsvoorstel wil de indiener een maatschappelijke dimensie toevoegen aan de pensioenspaarproducten. Die idee is niet nieuw, want op 21 december 2006 heeft de Ministerraad zijn instemming betuigd met een actieplan dat tot doel had de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de ondernemingen te stimuleren. Dat plan maakte deel uit van het federaal plan voor duurzame ontwikkeling 2004-2008.
De regering had destijds een principieel voorstel goedgekeurd van de staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling, Els Van Weert, dat ertoe strekte het pensioensparen, via een gedifferentieerde belastingaftrek, voordeliger te maken voor ethische beleggingen.
Voor de toenmalige regering was de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de ondernemingen een proces in het kader waarvan de ondernemingen op een vrijwillige, systematische en coherente basis ethische, sociale, en milieuoverwegingen en overwegingen inzake goed bestuur in hun beleid zouden integreren, in overleg met de betrokken partijen of de belanghebbenden.
Een van de middelen die door dat plan in overweging werd genomen, bestond erin de ethische beleggingen en investeringen in België aan te moedigen door een gedifferentieerde belastingaftrek van het pensioensparen.
Concreet betekende het voorstel van mevrouw Els Van Weert dat de personen die kozen voor ethisch pensioensparen een groter bedrag zouden kunnen beleggen op fiscaal voordelige wijze. Dat voordeel zou zowel voor de individuele en collectieve spaarrekeningen als voor de spaarverzekering gelden.
Om budgettaire en politieke redenen en onder druk van de banksector heeft de vorige regering deze principiële beslissing van 21 december 2006 uiteindelijk niet uitgevoerd. Het voorstel heeft evenwel de verdienste dat het bestaat. Het heeft overigens tal van, dikwijls kritische, reacties losgeweekt, vooral bij de actoren inzake maatschappelijk verantwoorde beleggingen.
Verenigingen als Netwerk Vlaanderen en het Réseau Financement alternatif (RFA infra) hebben zich eerder voorstander verklaard van « een geleidelijke vervanging van bestaande fiscale voordelen, door voordelen met sociale, ecologische en ethische componenten. Dat betekent bijvoorbeeld geen extra fiscale voordelen voor ethisch pensioensparen, maar een afbouw van de voordelen voor het klassiek pensioensparen en het in stand houden van de bestaande voordelen voor het ethisch pensioensparen ».
In zijn nota over duurzaam pensioensparen van 16 oktober 2007 beveelt het Belgisch Forum voor Duurzaam en Maatschappelijk Verantwoord Investeren (Belsif) ook aan dat het huidige fiscale voordeel verbonden aan pensioensparen zou worden vervangen door een systeem waarin enkel duurzaam pensioensparen een fiscaal voordeel zou genieten.
Zoals Bernard Bayot, directeur van het RFA zei : « la question qui se pose ici n'est pas de savoir si l'état doit encourager fiscalement les entreprises qui agissent de manière sociétalement responsable. La question est plutôt de savoir si l'état doit encore favoriser fiscalement l'investissement dans des entreprises qui n'assument pas leur responsabilité sociétale. Poser la question, c'est y répondre. Faire une différenciation fiscale au sein de l'épargne-pension, selon qu'elle soit éthique ou pas, est certainement justifié au regard du souci du gouvernement de favoriser la responsabilité sociétale des entreprises, mais elle doit se comprendre plutôt en terme de condition mise à l'obtention de l'avantage existant qu'en terme d'avantage supplémentaire ».
Dit wetsvoorstel streeft dezelfde doelstelling na als die van de Ministerraad van 21 december 2006, maar via een andere weg. De indiener heeft immers niet de bedoeling aan de hand van een fiscaal gunstigere regeling een onderscheid te maken tussen het ethisch sparen en het klassiek sparen. De indiener stelt eerder voor dat, in de toekomst, alleen de maatschappelijk verantwoorde pensioenspaarproducten met een solidaire dimensie recht zouden geven op het fiscaal voordeel dat thans geldt voor de klassieke pensioenspaarproducten.
Los van de ethische overwegingen van de actoren van het MVO, waarmee de indiener het volledig eens is, zou het toekennen van een extra fiscaal voordeel thans niet overeenstemmen met de budgettaire prioriteiten van de regering, die hoofdzakelijk gericht zijn op de verhoging van de koopkracht van onze burgers.
De indiener van dit voorstel stelt ook voor dat een deel van de activa belegd in het maatschappelijk verantwoord pensioensparen wordt bestemd voor het solidair sparen. Het solidair sparen wil dankzij de solidariteit de maatschappelijke samenhang bevorderen door de financiering van activiteiten in de sector van de sociale economie. Volgens Bernard Bayot « épargner solidaire, c'est investir en conséquence dans des entreprises qui font de la responsabilité sociétale, non l'appendice d'une activité, mais l'essence même de leur engagement ».
Er is immers een reële nood aan de financiering van personen of groepen die aan de bestaansonzekerheid willen ontsnappen. Het is belangrijk om activiteiten en projecten (inzake milieu, opvoeding, maatschappelijk welzijn, reïntegratie, enzovoort) te bevorderen waarvoor moeilijk geld kan worden gevonden bij de klassieke geldschieters.
Thans wordt een belastingvermindering toegekend voor de inschrijving op obligaties uitgegeven door het Kringloopfonds, maar particulieren die werken met de traditionele instrumenten voor sociale en duurzame financiering, zoals de coöperatieve Crédal bijvoorbeeld, krijgen geen gelijkaardig fiscaal voordeel. Als er echter een ethisch product bestaat waarvoor een fiscaal voordeel eerder verantwoord is dan voor enig ander product, is het wel degelijk het solidair sparen.
Onlangs is ook gebleken dat de rol van de financiële markten dringend opnieuw moet worden vastgelegd. Na de crisis van de « subprimes » en het schandaal rond de Société générale moet de gehele financiële sector grondig ter discussie worden gesteld.
De eerste opdracht van de financiële markten bestaat er immers in degenen die een spaarcapaciteit hebben (hoofdzakelijk de gezinnen) in contact te brengen met degenen die een financiering op langere termijn zoeken om hun ontwikkeling te plannen (ondernemingen, regering).
De jongste drie decennia zien we echter dat van die eerste opdracht wordt afgeweken. De financiële markten lijken niet langer een middel om economische ontwikkeling na te streven maar zijn eerder een doel op zich. De financiële markten worden steeds vaker gebruikt in een kortetermijnvisie waarin rendabiliteit en winst een doorslaggevende factor zijn voor de keuzes en de beslissingen inzake investeringen.
Dit wetsvoorstel wil erop wijzen dat de investeringen niet uitsluitend moeten beantwoorden aan financiële criteria, maar dat ze ook tegemoet moeten komen aan sociale, ethische en milieucriteria, alsook aan criteria inzake goed bestuur.
In tegenstelling tot een gangbare overtuiging bij een gedeelte van de financiële wereld, betekent ethisch beleggen niet dat de belegging geen winst opbrengt. Uit recente studies is immers gebleken dat de prestaties van de beleggingen met een maatschappelijke dimensie vergelijkbaar zijn met die van de klassieke beleggingen. Deze studies tonen aan dat het mogelijk is, op lange termijn, een financiële return te verkrijgen die vergelijkbaar is met die van een klassiek product.
Artikel 2
Dit artikel definieert het maatschappelijk verantwoord pensioensparen met een solidaire dimensie.
Artikel 3
Dit artikel legt de criteria vast waaraan maatschappelijk verantwoord pensioensparen met een solidaire dimensie moet voldoen. In dit opzicht moet de Raad voor maatschappelijk verantwoord beleggen een belangrijke rol spelen. Hij moet immers de activiteiten bepalen die haaks staan op de verantwoordelijkheid van de ondernemingen (negatieve criteria) en daarna de minimale criteria vaststellen waaraan de investeringen moeten voldoen (positieve criteria) en hij moet ook de krijtlijnen voor het solidair sparen vastleggen.
Die raad bestaat nog niet, maar er werd wel een wetsvoorstel over ingediend door de indieners van onderhavig wetsvoorstel. We verwijzen dan ook naar dat wetsvoorstel voor verdere informatie over de noodzaak van een dergelijk instrument.
Artikel 4
Dit artikel organiseert in het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 de overgang van het klassiek pensioensparen naar het maatschappelijk verantwoord pensioensparen met een solidaire dimensie.
Artikel 5
Dit artikel bepaalt dat minstens 0,5 % van de activa belegd in het maatschappelijk verantwoord pensioensparen moet worden belegd in solidaire spaarproducten.
| Philippe MAHOUX. Louis SIQUET. |
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2
Voor de toepassing van deze wet moet worden verstaan onder « maatschappelijk verantwoord pensioenspaarproduct met een solidaire dimensie : een product dat niet alleen rekening houdt met financiële criteria, maar ook met ethische, sociale en milieucriteria en met criteria inzake goed bestuur, en dat ook een solidaire dimensie heeft ».
Art. 3
§ 1. Opdat een pensioenspaarproduct kan worden beschouwd als een maatschappelijk verantwoord pensioenspaarproduct met een solidaire dimensie is het de instellingen voor pensioensparen verboden voor dat product over te gaan tot investeringen of beleggingen die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met één of meer activiteiten die indruisen tegen het principe van de maatschappelijke verantwoordelijkheid van ondernemingen.
Op advies van de Raad voor maatschappelijk verantwoord beleggen, ingevoerd bij de wet van ..., stelt de Koning de lijst vast van de in het eerste lid bedoelde activiteiten. Die lijst wordt aangenomen bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
Na advies of op voorstel van dezelfde Raad kan de Koning de lijst bedoeld in het tweede lid preciseren, aanvullen, wijzigen of afschaffen bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
§ 2. De Koning bepaalt ook, na advies of op voorstel van dezelfde Raad, andere inzonderheid positieve criteria waaraan de pensioenspaarproducten minstens moeten voldoen om te kunnen worden beschouwd als producten die beantwoorden aan de vereisten van deze wet.
§ 3. De Koning bepaalt, na advies of op voorstel van de Raad voor maatschappelijk verantwoord beleggen, de spaarproducten die als solidair worden beschouwd.
§ 4. Teneinde het fiscaal voordeel te kunnen genieten, bepaald in artikel 145/11, 5º, van het Wetboek op de Inkomstenbelastingen 1992, moeten de maatschappelijk verantwoorde pensioenspaarproducten met een solidaire dimensie voldoen aan alle voorwaarden gesteld in de het eerste tot en met het derde lid.
Art. 4
In artikel 145/11 van het Wetboek op de Inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992 en vervangen bij de wet van 17 mei 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1º in de openingszin worden de woorden « investeringen vermeld » vervangen door de woorden « maatschappelijk verantwoorde investeringen met een solidaire dimensie als bedoeld in de wet van ... tot organisatie van een maatschappelijk verantwoord pensioensparen met een solidaire dimensie », en wordt het cijfer « 4º » vervangen door het cijfer « 5º »;
2º het artikel wordt aangevuld met een 5º, luidende :
« 5º ten minste 0,5 % van de activa moet worden belegd in solidaire spaarproducten. »
Art. 5
Deze wet treedt in werking op de eerste dag van het jaar volgend op het jaar waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
20 juli 2010.
| Philippe MAHOUX. Louis SIQUET. |