4-1642/3

4-1642/3

Belgische Senaat

ZITTING 2009-2010

24 FEBRUARI 2010


Wetsontwerp tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek, wat de aanwijzing van tot de inruststelling toegelaten magistraten als plaatsvervangende magistraten betreft


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE JUSTITIE UITGEBRACHT DOOR

DE HEER VAN PARYS


I. INLEIDING

Dit verplicht bicameraal wetsontwerp werd in de Kamer van volksvertegenwoordigers oorspronkelijk ingediend als een wetsvoorstel van de heer Maingain c.s. (stuk Kamer, nr. 52-270/1).

Het werd op 4 februari 2010 aangenomen door de Kamer van volksvertegenwoordigers, met 101 tegen 32 stemmen bij 1 onthouding. Het werd op dezelfde dag aan de Senaat overgezonden en naar de commissie voor de Justitie verzonden.

De commissie voor de Justitie heeft het tijdens haar vergadering van 24 februari 2010 besproken in aanwezigheid van de minister van Justitie.

II. INLEIDENDE UITEENZETTING DOOR DE MINISTER VAN JUSTITIE

Artikel 383 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat magistraten hun ambt uitoefenen tot de leeftijd van 67 jaar, de leeftijd waarop ze in rust worden gesteld. Voor de magistraten van het Hof van Cassatie is de leeftijdslimiet zeventig jaar.

Tevens staat het Gerechtelijk Wetboek toe dat in rust gestelde magistraten worden aangewezen als plaatsvervangende magistraten tot ze de leeftijd van zeventig jaar hebben bereikt.

Het voorliggende wetsontwerp strekt om de korpschefs de mogelijkheid te geven een beroep te doen op plaatsvervangende magistraten boven de leeftijdslimiet van zeventig jaar. Het voorstel is dat voor plaatsvervangende magistraten die hun ambt wensen te blijven uitoefenen nadat ze zeventig jaar zijn geworden, kan worden toegestaan dat hun aanwijzing wordt verlengd voor een tijdsspanne van een jaar, die tweemaal kan worden verlengd.

Er is in de Kamer van volksvertegenwoordigers niet lang over de voorgestelde wijziging gedebatteerd en de tekst van het wetsvoorstel van de heer Maingain c.s. werd zonder amendementen aangenomen.

De minister verklaart dat hij sindsdien een schrijven heeft ontvangen van de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie, dat de aandacht vestigt op een praktisch probleem dat het wetsontwerp met zich kan brengen.

Tot dusver gold de mogelijkheid om in rust gestelde magistraten als plaatsvervangende magistraten aan te wijzen niet voor het Hof van Cassatie, aangezien die regeling alleen toepasselijk was voor in rust gestelde magistraten van 67 tot 70 jaar. Het ontwerp stelt voor de leeftijdslimiet op 73 jaar te brengen. De regeling zal mogelijk zijn voor magistraten van alle rechtscolleges, behalve voor die van het Hof van Cassatie. Kan men een dergelijk verschil in behandeling objectief verantwoorden ?

III. ALGEMENE BESPREKING

Mevrouw Defraigne steunt voorliggend wetsontwerp.

Mevrouw Thibaut wijst erop dat haar fractie zich bij het debat in de Kamer van volksvertegenwoordigers om principiŽle redenen tegen de voorgestelde wijziging heeft verzet. Een volledige loopbaan van magistraat tot de leeftijd van 67 jaar of 70 jaar volstaat. Ze moet niet langer worden gemaakt.

Tevens wordt erin voorzien dat de aanwijzing als plaatsvervangend magistraat voor een periode van een jaar boven de leeftijd van zeventig jaar tot tweemaal toe kan worden verlengd. In het ontwerp wordt evenwel niets gezegd over de redenen waarom en de omstandigheden waarin tot die verlenging kan worden overgegaan. Moet niet worden bepaald dat de belanghebbende een onderzoek moet ondergaan om na te gaan of hij nog geschikt is om zijn ambt gedurende een bijkomend jaar uit te oefenen ?

Spreekster denkt ten slotte dat met dergelijke voorstellen, die meer op lapmiddelen lijken, de problemen van justitie in ons land niet kunnen worden opgelost. Ze steunt daarom het wetsontwerp niet.

De minister antwoordt dat het probleem van het medisch onderzoek in de Kamer besproken is. Men heeft toen geoordeeld dat de kwaliteiten van een magistraat van 71 jaar volstrekt vergelijkbaar waren met die van een magistraat van 69 jaar en dat een medisch onderzoek niet nodig was.

IV. ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING

Artikel 1

Dit artikel geeft geen aanleiding tot opmerkingen.

Artikel 1/1 (artikel 2 van de aangenomen tekst)

Amendement nr. 1

De heer Vandenberghe c.s. dient amendement nr. 1 in (stuk Senaat, nr. 4-1642/4) dat ertoe strekt een nieuw artikel in te voegen.

Na het debat stellen de indieners voor de mogelijkheid die artikel 156bis van het Gerechtelijk Wetboek biedt om plaatsvervangende magistraten aan te wijzen onder de in rust gestelde magistraten, uit te breiden tot de in rust gestelde magistraten van het Hof van Cassatie.

Art. 2 (artikel 3 van de aangenomen tekst)

Dit artikel geeft geen aanleiding tot opmerkingen.

Art. 3 (artikel 4 van de aangenomen tekst)

Amendement nr. 2

De heer Vandenberghe c.s. dient amendement nr. 2 in (stuk Senaat, nr. 4-1642/2), dat strekt om artikel 383, ß 2, van het Gerechtelijk Wetboek aan te vullen, om de aanwijzing van tot de inruststelling toegelaten magistraten van het Hof van Cassatie als plaatsvervangende magistraten mogelijk te maken.

Art. 4 (artikel 5 van de aangenomen tekst)

Amendement nr. 3

De heer Vandenberghe c.s. dient amendement nr. 3 in (stuk Senaat, nr. 4-1642/2), dat strekt om de inwerkingtreding van de nieuwe regeling voor de magistraten van het Hof van Cassatie te bepalen. Het voorstel is die taak aan de Koning op te dragen, aangezien een ministerieel besluit moet worden genomen om het bedrag te bepalen van de vergoeding die zal worden toegekend aan de in rust gestelde magistraten van het Hof van Cassatie die als plaatsvervangende magistraten zullen worden aangewezen.

V. STEMMINGEN

Artikel 1 wordt aangenomen met 8 stemmen bij 2 onthoudingen.

Amendement nr. 1 wordt aangenomen met 8 stemmen bij 2 onthoudingen.

Artikel 2 wordt aangenomen met 8 stemmen bij 2 onthoudingen.

De amendementen nrs. 2 en 3 worden achtereenvolgens aangenomen met 8 stemmen bij 2 onthoudingen.

Het geamendeerde wetsvoorstel in zijn geheel wordt aangenomen met 8 tegen 2 stemmen.

Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.

De rapporteur, De voorzitter,
Tony VAN PARYS. Martine TAELMAN.