4-92

4-92

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 22 OKTOBER 2009 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Dirk Claes aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie over «kwaliteitstests van drugs» (nr. 4-907)

De voorzitter. - De heer Jean-Marc Delizée, staatssecretaris voor Sociale Zaken, belast met Personen met een handicap, antwoordt.

De heer Dirk Claes (CD&V). - Het is jammer dat de heer Wille niet aanwezig is, want deze vraag zou hem zeker interesseren.

Begin dit jaar lanceerde de minister het plan om drugs door de overheid op hun bestanddelen te laten testen. Er is niets op tegen dat de overheid frequente onderzoeken doet op verschillende soorten drugsproducten, om een beter zicht te krijgen op mogelijke tendensen en nieuwe producten beter in kaart te kunnen brengen. Zulke tests kunnen bijvoorbeeld gebeuren bij de inbeslagname van producten. De informatie kan ook aan de medische wereld, de hulpverleningssector en de politiediensten worden doorgegeven.

Een volkomen ander verhaal wordt het echter wanneer de overheid kwaliteitstests op partydrugs organiseert om die daarna opnieuw in omloop te brengen. Daartoe zouden mobiele labs worden ingezet. Op die manier kunnen gebruikers vóór gebruik hun drugs laten testen. Na de kwaliteitstest komen deze producten opnieuw in omloop met een kwaliteitslabel `goedgekeurd door de overheid'.

CD&V kan dit project niet aanvaarden. Begin mei van dit jaar werd het plan al eens voorgesteld en verscheidene regeringspartijen, waaronder CD&V, gaven toen te kennen dat er van dit soort kwaliteitstest geen sprake kan zijn. Op die manier zou een totaal verkeerd beeld worden gecreëerd voor potentiële drugsgebruikers en zwakkere groepen, zoals jongeren. Alsof de overheid het gebruik van deze illegale producten zou ondersteunen.

Daarmee zet je de wereld op zijn kop en neemt de overheid een enorme verantwoordelijkheid op zich. Die heeft immers geen controle over de hoeveelheid drugs die iemand gebruikt en op welke manier dat gebeurt. Zelfs goede zuivere producten leiden tot zware gezondheidsrisico's en kunnen de dood tot gevolg hebben. Het valt ook niet uit te sluiten dat deze tests worden gebruikt door producenten en dealers die met het kwaliteitslabel van de overheid te koop zullen lopen als een extra verkoopsmiddel.

Een kwaliteitslabel toekennen aan bepaalde illegale drugs is een extreme uiting van een gedoogbeleid. Het geeft de valse indruk dat er ook onschadelijke drugs bestaan en het ondermijnt alle mogelijke preventiecampagnes. We pleiten dan ook voor een duidelijk ontradingsbeleid dat gericht is op preventie en hulpverlening en indien echt nodig voor een strafrechterlijke aanpak. Meer financiële middelen voor projecten in deze zin juichen we toe. Een beleid dat verslaving met succes wil aanpakken impliceert een gecoördineerde aanpak en moet ook afgestemd zijn op het preventiebeleid van de deelstaten. Het moet uiteraard ook duidelijk zijn wie voor wat bevoegd is.

Hoe staat de minister van Volksgezondheid tegenover het testen van de kwaliteit van illegale partydrugs voor privégebruik?

Bestaan er al concrete plannen om hier projecten rond op te zetten?

Wat is de doelstelling van die projecten en op welke schaal zullen ze worden uitgevoerd?

Heeft de minister over dit dossier het akkoord van de Ministerraad van de federale regering?

Heeft ze over dit dossier reeds overleg gevoerd met de ministers van Volksgezondheid van de deelstaten?

De heer Jean-Marc Delizée, staatssecretaris voor Sociale Zaken, belast met Personen met een handicap. - Ik lees het antwoord van vice-eersteminister Onkelinx.

Naar aanleiding van deze vraag wil ik dit dossier graag toelichten.

Sinds 2002 ondersteunt de Franse Gemeenschap financieel de vzw Modus Vivendi voor haar initiatief pill-testing. De Cel Gezondheidsbeleid Drugs, die alle ministers van Gezondheid van het land samenbrengt, verstrekte in 2003 een gunstig advies, maar drong wel aan op een meer globale benadering. In 2005 gaf mijn voorganger, met het oog op de komende zomerfestivals, Modus Vivendi de toelating om de te testen verboden substanties aan een analyselaboratorium te bezorgen. Die toelating was beperkt in de tijd en onderworpen aan een evaluatie. In Frankrijk, Nederland, Duitsland, Spanje en Oostenrijk bijvoorbeeld werden toen al 15 jaar gelijkaardige experimenten uitgevoerd. Tussen 2005 en 2006 werden op die manier 200 tests uitgevoerd.

Dit experimentele project was, net als alle proefprojecten rond drugs, het voorwerp van een externe wetenschappelijke evaluatie. Die werd uitgevoerd door ULB-PROMES, de Unité de Promotion Éducation Santé, die in april 2008 in een voorlopig rapport concludeerde dat `het relevant was om door te gaan met de programma's voor risicovermindering, om de schade door het gebruik van psychotrope stoffen te beperken'.

In februari 2009 kreeg ik een brief van de VAD, de Vereniging voor Alcohol- en andere Drugproblemen, die me vroeg om bepaalde artsen de toelating te geven om tests uit te voeren in het kader van een experimenteel project van drugtesting. Dit verzoek werd logischerwijs bezorgd aan de Cel Gezondheidsbeleid Drugs, opdat die de opportuniteit ervan zou kunnen evalueren.

Op 29 september jongstleden heeft de Cel Gezondheidsbeleid Drugs, die alle ministers van Volksgezondheid van het land samenbrengt, de VAD en de vzw Modus Vivendi gehoord over hun voorstel van project en over de tests die op het terrein al waren uitgevoerd.

De Cel komt eind oktober opnieuw samen om dit moeilijke debat voort te zetten en om te onderzoeken of een dergelijk project wenselijk is voor de gezondheid en voor het verkleinen van de risico's.

In tegenstelling tot wat sommigen mordicus proberen te doen geloven, heb ik in dit stadium absoluut geen enkele beslissing genomen. Op federaal niveau heb ik overigens geen enkele bevoegdheid om op festivals tests te laten uitvoeren, aangezien dergelijke tests tot het domein van de preventie behoren. Ik ben alleen bevoegd voor het vervoer van de substanties en voor de toelating voor dat vervoer.

Door de vraag van de VAD aan de Cel Gezondheidsbeleid Drugs voor te leggen, hebben we echter aangetoond dat een ernstig, globaal en wetenschappelijk gestaafd debat over het gebruik van psychoactieve substanties noodzakelijk is.

De heer Dirk Claes (CD&V). - Er is een groot verschil tussen een experimenteel project en het testen van drugs aan uitgangsgelegenheden.

Ik ben blij dat de minister erkent dat niet zij, maar de deelstaten bevoegd zijn voor de uitvoering van controles op festivals of aan uitgangscentra. De grote controle van partydrugs zal dus ook niet gebeuren. Experimentele onderzoeksprojecten kan ik wel goedkeuren.