4-75

4-75

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 30 APRIL 2009 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Helga Stevens aan de minister van Justitie over ęhet recht op aanwezigheid van een advocaat tijdens het eerste politieverhoorĽ (nr. 4-869)

De voorzitter. - De heer Carl Devlies, staatssecretaris voor de CoŲrdinatie van de Fraudebestrijding, toegevoegd aan de eerste minister, en staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van Justitie, antwoordt.

Mevrouw Helga Stevens (Onafhankelijke). - Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens tikt Europese landen regelmatig op de vingers voor het niet naleven van de verplichting dat bij een politieverhoor, ook bij het eerste, altijd een advocaat aanwezig moet zijn. Ook in ons land is het vaak zo dat bij een al dan niet eerste verhoor geen advocaat aanwezig is. De beroepsorganisatie van Vlaamse advocaten pleit er dan ook voor dat de verhoorpraktijk in dit land dringend aangepast wordt.

Vandaag moet een advocaat het vaak doen met een schriftelijke weergave van wat de verdachte, de getuige of het slachtoffer zouden hebben gezegd. Dat geeft achteraf vaak aanleiding tot discussies, bijvoorbeeld over het al dan niet onder druk gezet hebben van de verdachte of over vermeende vooringenomenheid van de ondervragers.

Een eerste element om in deze tot een oplossing te komen is volgens de beroepsorganisatie alles audiovisueel registreren. Dat gebeurt momenteel al in het Verenigd Koninkrijk. In het bijzonder voor dove verdachten zou een dergelijke registratie een extra bescherming: zo kan achteraf immers gecontroleerd worden of de tolk die bij het verhoor aanwezig was alles wel correct heeft vertaald. In de Verenigde Staten gebeurt dat voor dove verdachten al langer. Het vaak aangevoerde bezwaar dat audiovisuele registratie te veel kost, is een oneigenlijk argument: met de hedendaagse digitale opnames kan de kostprijs geen onoverkomelijke hindernis vormen.

Een tweede element is dat overeenkomstig de uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens een advocaat bij het eerste verhoor aanwezig moet zijn. Die mag bovendien geen louter passieve rol spelen, maar moet vooraf kunnen overleggen met zijn cliŽnt en moet raad kunnen geven tijdens het verhoor. Het idee dat op die manier minder bekentenissen zouden worden verkregen, snijdt geen hout. Bekentenissen onder dwang afgelegd zijn immers hoe dan ook ongeldig. De advocaat kan zijn cliŽnt ten andere ook tot het inzicht brengen dat meewerken met het gerecht tot een lichtere straf kan leiden.

Is de minister het eens met de zienswijze van de beroepsorganisatie van Vlaamse advocaten?

Indien ja, is hij bereid de nodige initiatieven te nemen om alle verhoren audiovisueel te laten registreren en om de aanwezigheid te eisen van een advocaat bij het eerste verhoor? Kan hij een timing geven?

Indien neen, hoe denkt hij een oplossing te bieden voor de geschetste problematiek?

De heer Carl Devlies, staatssecretaris voor de CoŲrdinatie van de Fraudebestrijding, toegevoegd aan de eerste minister, en staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van Justitie. - Ik lees het antwoord van minister De Clerck.

Naar aanleiding van de arresten van het Europees Hof voor de rechten van de mens in de zaken Salduz en Panovits achtte ik het vanzelfsprekend raadzaam de eventuele gevolgen voor onze nationale wetgeving en rechtspraktijk grondig te laten onderzoeken door de betrokken diensten van mijn departement.

Gezien het belang van de thematiek, de grote consequenties op procedureel, organisatorisch en budgettair vlak, achtte ik het tevens wenselijk om een ruime consultatieronde te organiseren bij alle betrokken actoren. Ik heb een advies gevraagd aan de Hoge Raad voor de Justitie, de Vereniging van Onderzoeksrechters van BelgiŽ, het College van procureurs-generaal, de Raad van Procureurs des Konings, de orden van advocaten en de minister van Binnenlandse Zaken, aangezien de betreffende arresten verregaande implicaties kunnen hebben voor de politiŽle werkzaamheden en organisatie. Deze instanties zullen immers als eerste geconfronteerd worden met de praktische gevolgen van de inschrijving van dergelijk recht in de procedure. Deze actoren zullen via hun eigen overlegkanalen en overlegmomenten hun advies geven over de manier waarop de Europese rechtspraak het best vertaald en ingepast wordt in het Belgische systeem.

Sommige adviezen zijn reeds binnengekomen, onder meer het advies van de Orde van Vlaamse balies. Ik kan moeilijk al een standpunt meedelen, want ik prefereer om mijn oordeel te vormen op basis van alle adviezen.

De audiovisuele opname van het verhoor is maar een van de mogelijke sporen of hulpmiddelen in het kader van deze problematiek. Het is te vroeg om mij voor of tegen dit voorstel uit te spreken. Ik sluit geen enkele denkspoor en mogelijkheid op voorhand uit. Het komt erop aan om op basis van alle adviezen een werkmethode te vinden die niet alleen beantwoordt aan de Europese vereisten, maar die ook werkbaar is voor alle betrokken actoren.

Bij de adviesaanvraag werd ervoor geopteerd om geen termijn vast te leggen waarbinnen het advies wordt verwacht. Ik wenste rekening te houden met de eigen overlegmechanismen en overlegmomenten van elk van de aangeschreven instanties, met dien verstande dat - gezien het belang van de vraagstelling - het advies zo snel mogelijk dient te worden verleend.

Mevrouw Helga Stevens (Onafhankelijke). - Het verheugt me dat het Europees arrest het besef doet groeien dat ook in BelgiŽ het debat moet worden geopend. Ik ga volledig akkoord met de minister dat we de tijd moeten nemen voor een grondig debat. Ik kijk trouwens uit naar het resultaat van het overleg met alle betrokken actoren. Het verheugt me dat de minister aandringt op een spoedig advies zodat de omzetting in Belgisch recht niet op de lange baan wordt geschoven. BelgiŽ wordt daarvoor immers al te vaak op de vingers getikt.

De voorzitter. - Vorig jaar hadden we het hierover al bij de bespreking van mijn wetsvoorstel tot invoering van een nieuw wetboek Strafvordering. Mijn voorstel voorzag in een eerste verhoor vůůr de voorlopige hechtenis. Spijtig genoeg heeft de Kamer het wetsontwerp niet verder willen bespreken.

Het debat is niet nieuw, maar er zijn altijd krachten die de vooruitgang tegenwerken.