4-59

4-59

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 15 JANUARI 2009 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Helga Stevens aan de minister van Justitie over źde situatie van mensen met een handicap die in een gevangenis verblijven╗ (nr. 4-651)

De voorzitter. - De heer Carl Devlies, staatssecretaris voor de Co÷rdinatie van de Fraudebestrijding, toegevoegd aan de eerste minister, en staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van Justitie, antwoordt.

Mevrouw Helga Stevens (Onafhankelijke). - In februari 2008 heb ik minister Vandeurzen een vraag gesteld over de situatie van mensen met een handicap die in een gevangenis verblijven. Ik vroeg hem onder meer welke maatregelen hij eventueel zou nemen om te garanderen dat mensen met een handicap in humane omstandigheden in de gevangenis kunnen verblijven.

In zijn antwoord verwees de minister naar de basiswet op het gevangeniswezen van 12 januari 2005, die bepaalt dat de vrijheidsberoving in menswaardige omstandigheden moet plaatsvinden. Concreet voegde hij eraan toe dat hij inzake de zorg voor personen met een handicap in gevangenissen op korte termijn overleg zou opstarten met de gemeenschappen, die in deze ook bevoegd zijn.

In de context van de humane behandeling van gevangenen met een handicap wijs ik ook op de antidiscriminatiewet van 2003, die bepaalt dat het ontbreken van redelijke aanpassingen voor personen met een handicap een discriminatie vormt. Ik concludeer hieruit dat ook het gevangeniswezen ter zake een beleid had moeten ontwikkelen.

Werd met de gemeenschappen al overleg gepleegd over de zorg voor personen met een handicap in gevangenissen? Zo ja, wat zijn de resultaten van dit overleg? Tot welke concrete maatregelen werd besloten? Zo neen, wanneer zal dit overleg dan wel plaatsvinden en werd al een agenda opgesteld?

Welke implicaties hebben de bepalingen van de antidiscriminatiewet voor de organisatie van het gevangeniswezen? Meer specifiek: hoe wordt het begrip `redelijke aanpassingen' in de organisatie van het gevangeniswezen ingevuld?

Bestaat er een cel die een beleid ontwikkelt dat de humane behandeling verzekert van gevangenen met een handicap, die toch vaak bijzondere noden hebben? Zo neen, moet ik er dan van uitgaan dat elke gevangenisinstelling improviseert? Welke garanties biedt dit dan nog voor een behandeling van gevangenen met een handicap?

De heer Carl Devlies, staatssecretaris voor de Co÷rdinatie van de Fraudebestrijding, toegevoegd aan de eerste minister, en staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van Justitie. - Ik lees het antwoord van de minister van Justitie.

Tot nog toe heeft het overleg met de gemeenschappen vooral plaatsgevonden in het kader van de gedetineerden en ge´nterneerden met een mentale handicap. Zij vormen immers een aanzienlijke groep in de gevangenissen. Een telling door het gevangeniswezen in juni 2008 bracht aan het licht dat 250 personen met een mentale handicap vertoeven in de psychiatrische afdelingen en afdelingen voor sociaal verweer. In Vlaanderen wordt samengewerkt met twee dagcentra voor personen met een mentale handicap, Obra en 't Zwart Goor, die zorgen voor een therapeutische begeleiding van deze personen in de gevangenissen in Gent en Merksplas. Deze programma's zijn erkend door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.

De Vlaamse overheid besteedt dus al bijzondere aandacht aan personen met een handicap in de gevangenissen, zij het hoofdzakelijk voor personen met een mentale handicap. Deze samenwerking wordt aangestuurd door een stuurgroep ad hoc waarin vertegenwoordigers van het VAPH, de Vlaamse Gemeenschap en Justitie zitten.

Mijn beleidscel heeft in het voorjaar van 2008 al contacten gelegd met het Waals agentschap AWHIP en met het kabinet van de Waalse minister van Gezondheid met het oog op het opstarten van gelijkaardige initiatieven. Dit overleg wordt nog voortgezet. Concrete resultaten zijn er momenteel nog niet, maar hiervoor zijn we ook afhankelijk van de bereidheid van de Waalse regering en van het AWHIP.

Zoals al gezegd, spitst het beleid ten aanzien van gedetineerden met een handicap zich vooral toe op de doelgroep van personen met een mentale handicap. In elke gevangenis met een psychiatrische annex of een afdeling sociaal verweer bestaat er bovendien sinds enkele jaren een gespecialiseerd zorgteam.

Het aantal personen met een fysieke of sensoriŰle handicap is daarentegen kleiner. Hierover heb ik geen exacte cijfers.

Wanneer een gedetineerde met een handicap binnenkomt in een gevangenis, bekijkt men de situatie geval per geval en zoekt men naar de meest geschikte oplossing.

De penitentiaire medewerkers en de medische dienst leggen op dit vlak een grote bereidwilligheid aan de dag en werken af en toe samen met externe organisaties, zoals deze voor personen met een visuele of auditieve handicap.

Bovendien wordt bij de bouw van nieuwe gevangenissen rekening gehouden worden met de specifieke regelgeving ten aanzien van personen met een handicap. Zo zijn er in de nieuwe gevangenis te Hasselt twee cellen specifiek uitgerust voor rolstoelgebruikers, met aangepast meubilair, wastafel en sanitair. Er zijn eveneens aangepaste doucheruimten, alsook liften en een aangepaste bezoekruimte. Ook bij renovaties van gevangenissen wordt rekening gehouden met de bepalingen van de antidiscriminatiewet.

Mevrouw Helga Stevens (Onafhankelijke). - Ik ben blij te horen dat er in het gevangeniswezen toch voldoende aandacht is voor mensen met een handicap, in het bijzonder voor de grote doelgroep van mensen met een mentale handicap. Een groot deel van de ge´nterneerden zijn mensen met een mentale handicap en eigenlijk horen zij niet thuis in een gevangenis, maar dat is een andere discussie.

We mogen ook de gevangenen met ander handicaps niet vergeten, zoals een fysieke of een sensoriŰle handicap. Ik wil namelijk ook meer aandacht vragen voor andere vormen van toegankelijkheid dan enkel fysieke toegankelijkheid. In het geval van een dove gevangene kan het gaan om de communicatie in gebarentaal of over televisie met ondertiteling. Voor blinden kan het gaan om de voorziening van braille. In individuele gevallen zal er inderdaad wel voldoende aandacht zijn, maar ik vind dat dit element structureel moet worden ingebouwd in het beleid zelf, zodat mensen weten wat ze moeten en wat ze niet hoeven te improviseren.

Ik ben ook blij te horen dat er bij de bouw van nieuwe gevangenissen aandacht wordt geschonken aan de toegankelijkheid.