4-1055/2

4-1055/2

Belgische Senaat

ZITTING 2008-2009

16 DECEMBER 2008


Wetsontwerp tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 met betrekking tot de aftrek voor de enige en eigen woning


Evocatieprocedure


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE FINANCIËN EN VOOR DE ECONOMISCHE AANGELEGENHEDEN UITGEBRACHT DOOR

MEVROUW VIENNE


I. INLEIDING

Voorliggend wetsontwerp werd oorspronkelijk op 13 december 2007 door de heer Carl Devlies c.s. als wetsvoorstel ingediend in de Kamer van volksvertegenwoordigers (stuk Kamer, nr. 52-555/1).

Dit ontwerp werd er op 11 december 2008 eenparig aangenomen door de plenaire vergadering.

Het werd op 12 december 2008 verzonden naar de Senaat die het nog dezelfde dag geëvoceerd heeft.

De commissie heeft dit wetsontwerp besproken tijdens haar vergadering van 16 december 2008.

II. INLEIDENDE UITEENZETTING

De staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van Financiën, verklaart dat het om een zeer technisch ontwerp gaat. Het betreft de aftrek voor enige en eigen woning. Na amendering door de regering in de Kamer (stuk Kamer, nr. 52-555/4) werd de initiële tekst een stuk leesbaarder. Het regelt een praktisch probleem aangekaart door de heer Devlies.

Belastingplichtigen die een hypothecaire lening aangaan, maar de betrokken woning niet konden betrekken op 31 december van het jaar waarin zij de lening hebben aangegaan, kunnen in de huidige stand van de wetgeving vanaf het tweede jaar volgend op dat jaar, de aftrek voor de enige woning niet meer genieten.

Nu staat het hen vrij om de woning zo snel mogelijk te betrekken, ook al is deze termijn in bepaalde gevallen langer dan twee jaar wegens het faillissement van een aannemer of andere praktische moeilijkheden die het onmogelijk maken om de woning te betrekken binnen een termijn van twee jaar na het sluiten van de hypothecaire lening waardoor de woning kon worden verworven. Er bestonden specifieke probleemgevallen. Het ontwerp heft deze beperking van twee jaar op voor zover de belastingplichtige die de belastingaftrek aanvraagt, aantoont dat hij alles in het werk heeft gesteld om de woning zo snel mogelijk te betrekken en dat hij er daadwerkelijk verblijft.

III. ALGEMENE BESPREKING

De voorzitter verwijst naar een nota van de dienst Wetsevaluatie van de Senaat (2008/174-HH) in verband met artikel 2. Daarin wordt gesteld dat de voorgestelde nieuwe tekst verwijst naar de belemmeringen (les entraves) bedoeld in het tweede lid, 3º, van artikel 115, § 1, WIB92.

Door die woordkeuze wordt enkel verwezen naar de hypothese bedoeld in het tweede lid, 3º, eerste gedachtestreepje, waar sprake is van wettelijke of contractuele belemmeringen (entraves légales ou contractuelles) en niet naar die van het tweede gedachtestreepje (bouw- en verbouwingswerkzaamheden).

Uit de toelichting bij het regeringsamendement kan nochtans worden afgeleid dat het de bedoeling was dat ook de hypothese van het tweede gedachtestreepje (bouw- en verbouwingswerken) in aanmerking kwam.

De staatssecretaris verklaart evenwel dat de facto de stand van de bouw- of de verbouwingswerkzaamheden ook een vorm van belemmering is van het kunnen wonen in die woning. De tekst moet dus zeer ruim worden geïnterpreteerd en zal ook op die manier worden toegepast.

IV. BESPREKING VAN DE AMENDEMENTEN

Er werden geen amendementen ingediend.

V. STEMMINGEN

Het wetsontwerp in zijn geheel wordt eenparig aangenomen door de 14 aanwezige leden.


Vetrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.

De rapporteur, De voorzitter,
Christiane VIENNE. Wouter BEKE.

De tekst aangenomen door de commissie is dezelfde als het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp (stuk Kamer, nr. 52-555/7)