4-1076/1

4-1076/1

Belgische Senaat

ZITTING 2008-2009

16 DECEMBER 2008


Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 39 van de Arbeidswet van 16 maart 1971 inzake het verplicht opnemen van moederschapsrust

(Ingediend door de heer Jean-Jacques De Gucht c.s.)


TOELICHTING


Tijdens de periode van zwangerschaps- en bevallingsrust wordt de arbeidsovereenkomst van de zwangere werkneemster geschorst, waarbij ze een uitkering ontvangt ten laste van de ziekteverzekering. De werkgever dient geen gewaarborgd loon te betalen. Men kan stellen dat zwangere werkneemsters in het arbeidsrecht goed beschermd worden : zo krijgen ze verplichte pre- en postnatale rust, zijn ze beschermd tegen ontslag en mogen ze geen risicovolle arbeidshandelingen uitoefenen, dit laatste geldt ook indien een werkneemster borstvoeding geeft, het zogenaamde profylactisch verlof (1) .

Moederschapsrust kent verschillende periodes. Zo is er eerst en vooral de prenatale rustperiode. De prenatale periode bestaat uit een facultatief op te nemen rustperiode en een verplicht op te nemen rustperiode. Zo mag een zwangere werkneemster ten vroegste zes weken voorafgaand aan de vermoedelijke bevallingsdatum op eenvoudig verzoek  verlof  opnemen. Indien een meerling wordt verwacht kan ten vroegste acht weken voor de bevalling prenatale rust worden opgenomen. De werkgever kan dit niet weigeren, anderzijds is de werkneemster niet verplicht dit verlof op te nemen. Wie slechts een gedeelte van de facultatieve prenatale rustperiode opneemt kan het nog niet gebruikte gedeelte laten aansluiten op het postnatale rustgedeelte. Naast het facultatief gedeelte, is er ook een verplicht prenataal gedeelte. Zo mag de werkneemster vanaf de zevende dag die de bevalling vermoedelijk voorafgaat geen arbeid meer verrichten. Die periode is niet overdraagbaar.

Na de bevalling gaat er een periode in van negen weken verplichte bevallingsrust in, die eventueel nog kunnen worden aangevuld met het gedeelte van het facultatief prenataal gedeelte dat nog niet aangesproken werd.

De bedoeling van dit wetsvoorstel is niet om te raken aan deze principes en periodes. Wel willen de indieners het mogelijk maken om het postnatale rustgedeelte flexibeler op te nemen. Het uitgangspunt is dat de eerste twee weken na de bevalling verplicht dienen te worden opgenomen. Wat het resterende postnatale rustgedeelte betreft, moet het mogelijk zijn om dit op te nemen a rato van 0 % tot 100 %. Het is dus perfect mogelijk om het postnatale rustgedeelte voor 100 % op te nemen, alsook om het niet op te nemen.

ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING

Artikel 2

Zoals uit de nieuwe voorgestelde formulering kan worden afgeleid, verliest een werkneemster met zwangerschapsverlof of met bevallingsverlof geen enkel recht ten opzichte van de huidige situatie. Het enige wat veranderd is, is dat men nu niet langer verplicht is om negen weken na de bevalling postnatale rust op te nemen. De verplichte periode wordt herleid tot twee weken. Wie wil, kan dus nog steeds negen weken bevallingsrust opnemen of in combinatie met alinea 3 van artikel 39 Arbeidswet, zelfs langer. Bijkomend gegeven is echter wel dat men er voortaan kan voor kiezen om het bevallingsverlof vanaf de derde week op te nemen a rato van 0 % tot 100 %. Wie liever vroeger terug wil werken, moet dit ook kunnen. Deze flexibiliteit maakt dus ook parttime werken mogelijk.

Jean-Jacques DE GUCHT
Nele LIJNEN
Paul WILLE
Martine TAELMAN.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

In artikel 39 van de Arbeidswet van 16 maart 1971, wordt het tweede lid vervangen als volgt :

 De werkneemster mag geen arbeid verrichten vanaf de zevende dag die de vermoedelijke datum van de bevalling voorafgaat tot twee weken na de bevalling. Indien de werkneemster dit wenst, kan die postnatale periode worden uitgebreid tot een periode van negen weken, berekend vanaf de dag van de geboorte. De werkneemster kan ook kiezen om gedurende die periode parttime te werken. 

Art. 3

Deze wet treedt in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

20 november 2008.

Jean-Jacques DE GUCHT
Nele LIJNEN
Paul WILLE
Martine TAELMAN.

(1) W. van Eeckhoutte, Arbeidsrecht 2004-2005, Kluwer, Mechelen, 2004, blz. 260.