4-800/2

4-800/2

Belgische Senaat

ZITTING 2008-2009

20 NOVEMBER 2008


HERZIENING VAN DE GRONDWET


Herziening van artikel 22bis van de Grondwet

(Verklaring van de wetgevende macht, zie « Belgisch Staatsblad » nr. 131 — ed. 2 van 2 mei 2007)


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE INSTITUTIONELE AANGELEGENHEDEN UITGEBRACHT DOOR

MEVROUW de BETHUNE EN DE HEER DELPÉRÉE


A. INLEIDING

Tijdens de vorige legislatuur, kenden de voorstellen tot herziening van artikel 22bis van de Grondwet om de rechten van het kind, neergeschreven in het Verdrag van 20 november 1989 inzake de rechten van het kind,op te nemen in de Grondwet, reeds een grondige parlementaire bespreking (zie stukken Senaat, 2004-2005, nrs. 3-265/1-4).

Op initiatief van toenmalig senator mevrouw de T' Serclaes, werd door de Senaat een voorstel tot herziening van artikel 22bis van de Grondwet nagenoeg eenparig aangenomen op 9 december 2004, luidende :

« Enig artikel. — Artikel 22bis, tweede lid, van de Grondwet wordt vervangen als volgt :

« Het kind heeft het recht zijn mening te uiten in alle aangelegenheden die het aangaan; met die mening wordt rekening gehouden in overeenstemming met zijn leeftijd en zijn onderscheidingsvermogen.

Het kind heeft recht op maatregelen en diensten die zijn ontwikkeling bevorderen.

Het belang van het kind is de eerste overweging bij elke beslissing die het kind aangaat.

De wet, het decreet of de in artikel 134 bedoelde regel waarborgen de rechten van het kind. ». »

De door de Senaat aangenomen tekst werd pas een jaar later, in december 2005, door de Kamercommissie voor de Herziening van de Grondwet en de Hervorming van de instellingen overgezonden aan de werkgroep die belast was met het onderzoek van Titel II van de Grondwet, met het verzoek in te gaan op de vragen die de volksvertegenwoordigers hadden geopperd omtrent de door de senatoren aangenomen grondwettelijke bepaling (stuk Kamer, 2004-2005, nr. 51-1501/1).

De werkgroep « Titel II » bracht in maart 2006 een verslag uit waarin werd besloten dat geenszins bezwaar kon worden gemaakt tegen de voorgestelde wijziging van artikel 22bis van de Grondwet.

Dit verslag werd in maart 2006 bekendgemaakt, maar pas op het einde van de zittingsperiode aan de Kamercommissie voor de Herziening van de Grondwet voorgelegd, waardoor de parlementaire behandeling van het ontwerp niet meer kon worden voltooid.

Krachtens de verklaring tot herziening van de Grondwet van 2 mei 2007, werd, bij de aanvang van de huidige legislatuur, de in de Senaat aangenomen tekst, opnieuw ingediend door de dames Marghem en Nyssens (stuk Kamer, 2007-2008, nr. 52-175/1) in de Kamer en door mevrouw de Bethune c.s. in de Senaat (stuk Senaat, 2007-2008, nr. 4-581/ 1).

Op 27 mei 2008 amendeerde de bevoegde Kamercommissie het voorstel tot herziening als volgt :

« In artikel 22bis van de Grondwet, wordt het tweede lid vervangen door de volgende leden :

« Elk kind heeft het recht zijn mening te uiten in alle aangelegenheden die het aangaan; met die mening wordt rekening gehouden in overeenstemming met zijn leeftijd en zijn onderscheidingsvermogen.

Elk kind heeft recht op maatregelen en diensten die zijn ontwikkeling bevorderen.

Het belang van het kind is de eerste overweging bij elke beslissing die het kind aangaat.

De wet, het decreet of de in artikel 134 bedoelde regel waarborgen deze rechten van het kind. ». » (Stuk Kamer, 2007-2008, nr. 52-175/6).

Op 5 juni 2008 werd het door de plenaire vergadering van de Kamer van volksvertegenwoordigers aangenomen ontwerp overgezonden aan de Senaat.

B. BESPREKING

De heer Delpérée, rapporteur, herinnert eraan dat het vaststaat dat de Kamer op het einde van de vorige legislatuur, bij gebrek aan reële politieke wil, niet over de door de Senaat overgezonden tekst heeft kunnen stemmen. Dit is betreurenswaardig.

Spreker duidt vervolgens op de verschillen in de tekst, overgezonden door de Kamer (stuk nr. 4-800/1) en de consensustekst van de Senaat (stuk nr. 4-581/1).

Het eerste lid van het huidige artikel 22bis begint met de woorden : « Elk kind ... ».

De door de Kamer voorgestelde tekst herhaalt telkens de woorden « elk kind ».

De tekst van de Senaat stelt het woord « het kind » voor het tweede lid e.v. voor.

Wat de formulering van de tekst betreft, is de heer Delpérée van mening dat deze wijziging door de Kamer weinig gelukkig is in de mate dat dezelfde woorden nutteloos worden herhaald.

De tweede wijziging die de Kamer voorstelt, lijkt minder opvallend, maar is belangrijker : in het laatste lid worden de woorden « de rechten » vervangen door de woorden « deze rechten ».

Het nadeel van deze wijziging is dat zij de mogelijkheid voor de wet, het decreet of de ordonnantie om de rechten in artikel 22bis van de Grondwet te waarborgen, dreigt te beperken. De rechten van het kind staan echter niet alleen in artikel 22bis van de Grondwet ! Het kind heeft ook recht op persvrijheid, vrijheid van eredienst, vrijheid van vergadering, economische, sociale en culturele rechten en onderwijs. Het kind heeft recht op alle rechten in titel II van de Grondwet.

Bovendien is de tekst van het laatste lid niet correct vanuit redactioneel oogpunt.

De vraag die voor de Senaat rijst, is of hij vasthoudt aan zijn eigen tekst of dat hij het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp van tekst goedkeurt. Zo zouden de rechten van het kind eindelijk in de Grondwet verankerd zijn.

De heren Moureaux en Monfils sluiten zich grotendeels aan bij de opmerkingen van de heer Delpérée, maar zijn van oordeel dat ook het ontwerp van tekst van de Kamer van volksvertegenwoordigers een ruime interpretatie van de geviseerde rechten van het kind moet toelaten. Deze ruime interpretatie is zeer belangrijk. Voorts zijn de sprekers van oordeel dat het de voorkeur verdient een nieuwe navette van de tekst tussen Kamer en Senaat te vermijden.

De heer Monfils wijst er bovendien nog op dat de volgende rechten die worden opgenomen in de Grondwet, echt nieuw zijn : enerzijds, het recht van elk kind op maatregelen en diensten die zijn ontwikkeling bevorderen en anderzijds, het recht voor elk kind zijn mening te uiten in alle aangelegenheden die het aangaan. Het opnemen van deze nieuwe rechten in de Grondwet is zeer belangrijk. Het spreekt bovendien voor zich dat ook alle andere rechten en vrijheden, opgenomen in de Grondwet, gegarandeerd zijn voor kinderen, zij het op een voor hen aangepaste wijze.

Mevrouw de Bethune, rapporteur en hoofdindiener van het voorstel nr. 4-581/1, verheugt zich er in de eerste plaats over dat de herziening van artikel 22bis van de Grondwet eindelijk opnieuw op de parlementaire agenda wordt geplaatst. Ook zij betreurt de door de Kamer van volksvertegenwoordigers aangebrachte wijzigingen aan het oorspronkelijke tekstvoorstel. Het heeft niet geleid tot een verbetering van de tekst. Nochtans is de Senaat zeker niet over één nacht ijs gegaan bij het uitwerken van zijn tekst. Er werden bovendien heel wat juridische experts geraadpleegd. Het verdient dan ook aanbeveling het commissieverslag erop na te slaan. (stuk Senaat, 2004-2005, nr. 3-265/3). Spreekster is van oordeel dat de eerste bekommernis voor de commissie moet zijn dat de parlementaire procedure betreffende dit dossier haar beslag krijgt. Volgens een meerderheid van de rechtsleer en de rechtspraak is het Verdrag van 20 november 1989 inzake de rechten van het kind immers niet rechtstreeks toepasbaar in onze Belgische rechtsorde. De opname in de Grondwet zal dan ook een grote stap vooruit zijn inzake de erkenning van de rechten van het kind in ons land.

De voorzitter, de heer De Decker, stelt vast dat de commissie eenparig de door de Kamer gestemde wijzigingen aan het oorspronkelijke ontwerp van de Senaat betreurt, inzonderheid de in het laatste lid aangebrachte wijziging waardoor de woorden « de rechten » werden vervangen door « deze rechten ». Maar tevens stelt hij vast dat de commissie in elk geval wenst dat de parlementaire behandeling van het ontwerp zo snel mogelijk tot een goed einde wordt gebracht.

Standpunt van de commissie

Om het herzieningsproces niet te stremmen, beslist de commissie het ontwerp overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers niet meer te amenderen. Nochtans is ze niet onverdeeld gelukkig met de door de Kamer aangebrachte wijzigingen. In de eerste plaats betreurt ze de terminologische wijzigingen die de tekst haar inziens niets bijbrengen. Van fundamentele aard is haar eenparig bezwaar tegen de wijziging in het laatste lid waar de woorden « de rechten » werden vervangen door de woorden « deze rechten ». Die wijziging kan een beperking inhouden van de mogelijkheden van de wetgever om op dit vlak op te treden. De rechten waarvan sprake zijn in de ogen van de commissie immers niet alleen die welke vermeld zijn in artikel 22bis van de Grondwet, maar alle rechten bepaald in titel II van de Grondwet « De Belgen en hun rechten ». Het is dan ook in die zin dat het voorgestelde artikel 22bis, vijfde lid, dient te worden gelezen.

C. STEMMING

Het ontwerp tot herziening nr. 4-800/1 wordt eenparig aangenomen door de 14 aanwezige leden. Ten gevolge hiervan vervalt het voorstel tot herziening nr. 4-581/1.


Het verslag werd eenparig goedgekeurd door de 12 aanwezige leden.

De rapporteurs, De voorzitter,
Sabine de BETHUNE.
Francis DELPÉRÉE.
Armand DE DECKER.