4-960/1

4-960/1

Belgische Senaat

ZITTING 2007-2008

10 OKTOBER 2008


Wetsvoorstel tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 juni 2005 tot vaststelling van de criteria en de regels voor de selectie van de erkende kinesitherapeuten die het recht bekomen om verstrekkingen te verrichten die voorwerp kunnen zijn van een tussenkomst van de verplichte verzekering geneeskundige verzorging en uitkeringen

(Ingediend door de heren Louis Ide en Wouter Beke)


TOELICHTING


In 1998 voerde de toenmalige minister van Volksgezondheid, Marcel Colla, de federale contingentering voor pas afgestudeerde artsen en tandartsen in. De bedoeling van deze maatregel was het aantal artsen en tandartsen te beperken. Op dat moment leek dit een dringende en logische maatregel : volgens cijfers van de OESO had BelgiŽ het op twee na hoogste aantal artsen per 1 000 inwoners. Alleen Griekenland en ItaliŽ hadden er nog meer. Ook de overconsumptie in de gezondheidszorg zou met de contingentering onder controle gehouden worden. Zo kon men een solidaire gezondheidszorg blijven garanderen. Vanaf 1998 zouden per jaar nog slechts 700 artsen afstuderen, waarvan 60 % in Vlaanderen en 40 % in Franstalig BelgiŽ.

In Vlaanderen werd na het invoeren van deze maatregel prompt een ingangsexamen ingevoerd. De Vlaamse Gemeenschap vond dat eerlijker dan de studenten pas na enkele jaren zware studies de toegang tot het beroep te ontzeggen. De Vlaamse regering was er zich wel van bewust dat de democratische toegang tot het hoger onderwijs daardoor een stukje werd ingeperkt. Maar dit was enkel om draconische maatregelen na de studies uit de weg te gaan.

In Franstalig BelgiŽ werden aanvankelijk A- en B-attesten ingevoerd, maar algauw met terugwerkende kracht ongedaan gemaakt. Het huidige systeem van een selectie-examen na het eerste kandidaatsjaar kwam te laat. Ondanks het vurig pleidooi van enkele Franstalige decanen geneeskunde voor een ingangsexamen analoog aan dit van de Vlaamse Gemeenschap, kreeg dit voorstel nooit voet aan de grond. Intussen staat BelgiŽ op de tweede plaats op de OESO-rangschikking, alleen Griekenland moeten we nog laten voorgaan. Dit zijn allerminst flatterende cijfers.

In de loop der jaren is deze numerus clausus al verschillende keren aangepast. In 2015 zullen er 1 230 artsen afstuderen. Met de publicatie van het koninklijk besluit betreffende de planning van het medisch aanbod is de contingentering eigenlijk nooit echt in werking getreden. Bovendien blijft het wachten op een kadaster van de medische beroepen om adequaat te kunnen plannen. Tot op heden weet eigenlijk niemand wie wat doet en hoeveel (tand)artsen er zijn. De planning van het medisch aanbod blijft louter nattevingerwerk.

Voor de kinesitherapeuten geldt echter een compleet andere regeling. Sinds 2005 is een contingentering voor de kinesitherapeuten in werking. Jaarlijks komen er van deze doelgroep slechts een beperkt aantal afgestudeerden in aanmerking die kunnen erkend worden voor het leveren van kinesitherapeutische prestaties die door de ziekte- en invaliditeitsverzekering voor terugbetaling in aanmerking komen. Indien er teveel kandidaten zijn voor zo'n RIZIV-nummer, wordt een federaal vergelijkend examen ingericht. Vermits de Gemeenschappen hier geen ingangsexamen organiseren, lijkt het alsof zo'n federaal vergelijkend examen niet te vermijden is. Hier blijkt duidelijk dat er met twee maten en twee gewichten wordt gewerkt : daar waar de contingentering voor artsen en tandartsen heel flexibel blijkt en voor aanpassingen open staat, is die voor de kinesitherapeuten strak en rigide. Er is geen uitgangsexamen voor artsen en tandartsen. Het gevolg is dat jaarlijks een honderdtal afgestudeerden te horen krijgen dat ze enkele jaren verspild hebben aan ę nutteloze Ľ studies. Je kan trouwens de vraag stellen waarom er enkel voor kinesitherapeuten een uitgangsexamen georganiseerd wordt en waarom men die regeling samen met het invoeren van de contingentering ook niet heeft ingevoerd voor artsen en tandartsen ?

Een ander aandachtspunt is de vraag naar het nut van een contingentering voor kinesitherapeuten. Met de nakende vergrijzing zal dit een beroepsgroep zijn waar er steeds meer van nodig zijn. Dit wordt trouwens uitvoerig bewezen door verschillende studies. De studie van Pacolet (KU Leuven) uit 2005 komt tot de conclusie dat er gezien de vergrijzing van de bevolking en de feminisering van het beroep in de toekomst wel een tekort zou kunnen zijn. De studie van Stappaerts uit 2006 bevestigt dit. Volgens beide professoren is er onvoldoende evidentie dat een contingentering voor kinesitherapeuten nodig is. Als belangrijkste argument halen ze aan dat er nood is aan een kadaster om tot objectieve cijfers te komen.

Deontologisch is het onaanvaardbaar om afgestudeerden de toegang tot het beroep te ontzeggen na de studies. Vergeet niet dat de maatschappij ook al die jaren investeerde in de studies van de kinesitherapeuten. Het argument als zouden diegenen zonder RIZIV-nummer in andere sectoren terecht kunnen, snijdt hoe langer hoe minder hout. Men kan zich trouwens afvragen of en in welke mate een examen, dat onmiskenbaar aanleunt bij de studies kinesitherapie, geen bevoegdheid is van de Gemeenschappen.

Indien de federale overheid wil beperkingen opleggen in het aantal zorgverstrekkers, gebeurt dit het best in overleg met de Gemeenschappen. Gemeenschappen moeten hun verantwoordelijkheid nemen om het aantal zorgverstrekkers te beperken, bijvoorbeeld door middel van een ingangsexamen. De instroom beperken is veel democratischer en menselijker dan studenten zich enkele jaren nutteloos in de kosten te laten werken om na 4 of 5 jaar met lege handen achter te blijven.

Dit wetsvoorstel strekt er dan ook toe om het uitgangsexamen kinesitherapie af te schaffen, en dit om de bovenvermelde redenen.

Louis IDE
Wouter BEKE.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

In het koninklijk besluit van 20 juni 2005 tot vaststelling van de criteria en de regels voor de selectie van de erkende kinesitherapeuten die het recht bekomen om verstrekkingen te verrichten die voorwerp kunnen zijn van een tussenkomst van de verplichte verzekering geneeskundige verzorging en uitkeringen, worden volgende wijzigingen aangebracht :

1ļ artikel 1, paragrafen 2 tot 4 worden opgeheven;

2ļ de artikelen 2 tot 6 worden opgeheven;

3ļ artikel 8, paragraaf 1, wordt opgeheven;

4ļ artikel 9 wordt opgeheven.

Art. 3

Deze wet is van toepassing op de selectie van erkende kinesitherapeuten vanaf het jaar 2009.

8 juli 2008.

Louis IDE
Wouter BEKE.