4-38

4-38

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 10 JULI 2008 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van de heer Geert Lambert aan de vice-eersteminister en minister van Justitie en Institutionele Hervormingen over ęde malaise bij de Belgische MoslimexecutieveĽ (nr. 4-422)

De voorzitter. - De heer Carl Devlies, staatssecretaris voor de CoŲrdinatie van de Fraudebestrijding, toegevoegd aan de eerste minister, en staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van Justitie, antwoordt.

De heer Geert Lambert (sp.a+Vl.Pro). - De Belgische Moslimraad en -executieve bevinden zich sinds enige tijd in een malaise. 23 leden van de 68-koppige Moslimraad hebben recentelijk ontslag genomen. 11 van de 23 waren lid van de vorige Moslimexecutieve die in opspraak is gekomen, waardoor de huidige malaise is ontstaan.

Een van de problemen van de Moslimraad en -executieve is dat nog steeds wordt gezocht naar de juiste formule voor de vertegenwoordiging van de Moslimgemeenschap met al zijn diversiteit, in de ingewikkelde staatsstructuur waarmee ons land te maken heeft.

De Moslimexecutieve werkt sinds enige tijd met een Nederlandstalig en een Franstalig college. Dat heeft de Moslimraad in een brief gemeld aan de minister. Een Belgische Moslimexecutieve kan volgens de Raad enkel goed en efficiŽnt functioneren als een Nederlandstalig en een Franstalig college opgericht en geactiveerd worden.

De situatie van de huidige Moslimexecutieve is ronduit dramatisch. Het orgaan beschikt niet over voldoende werkingsmiddelen, waardoor de administratie zo goed als lam ligt. De huur van het gebouw op het Rouppeplein is sinds januari nog niet betaald. Er is sinds enkele weken geen internet- of telefoonaansluiting omdat de facturen van Belgacom niet zijn betaald. De Moslimexecutieve beschikt over vier medewerkers die door Justitie worden betaald, maar deze mensen beschikken niet over werkingsmiddelen. Het gebouw zou bovendien niet verzekerd zijn.

Het is duidelijk dat de organen die de moslims in BelgiŽ moeten vertegenwoordigen, niet op die manier verder kunnen functioneren. De installatie van de Moslimraad was juist bedoeld om een officieel aanspreekorgaan te hebben.

Is de minister van plan maatregelen en/of wettelijke initiatieven te nemen met betrekking tot de precaire situatie waarin de huidige Moslimexecutieve zich bevindt? Zo ja, welke en wanneer?

Aanvaardt de minister de opdeling van de executieve in een Nederlandstalig en een Franstalig college?

Wie beschouwt de minister vandaag, bij gebrek aan een functionerende Moslimexecutieve, als officiŽle gesprekspartner van de Belgische overheid in haar betrekkingen met de moslimgemeenschap?

Wie is vandaag aansprakelijk voor eventuele schade ten gevolge van het gebrek aan werkingsmiddelen, bijvoorbeeld bij een brand in het gebouw?

De heer Carl Devlies, staatssecretaris voor de CoŲrdinatie van de Fraudebestrijding, toegevoegd aan de eerste minister, en staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van Justitie. - Ik lees het antwoord van de minister van Justitie.

Ik heb begin 2008 beslist de subsidie aan de Moslimexecutieve op te schorten, gelet op de malaise bij dit orgaan, het strafrechtelijk onderzoek dat gevoerd werd, het geruzie tussen de leden van de executieve en het feit dat de vzw die het financieel beheer verzorgde, onder voorlopig bewind geplaatst was.

Tevens bleken er voortdurend bijkomende schulden op te duiken, die ons nooit gemeld werden, zodat er ernstige vermoedens rezen dat de vertegenwoordigers van de toenmalige executieve dit moedwillig verzwegen tegenover de subsidiŽrende overheid en bijgevolg geen open kaart wilden spelen met de administratie.

In deze context kon ik dan ook niet anders dan beslissen om de subsidie voorlopig niet meer toe te kennen. Het was immers onverantwoord nog langer overheidsgeld toe te kennen aan een orgaan dat in een uitzichtloze situatie terechtgekomen was.

Intussen werd medio maart een nieuwe Executieve verkozen en werd mij eind juni ook een financieel plan voorgelegd dat betrekking heeft op het tweede semester van 2008. Niettegenstaande de loonkost van twee secretarissen en twee secretarissen-generaal van de Executieve door de federale overheid ten laste genomen wordt en deze personen hun functie konden uitoefenen, heeft het toch meer dan drie maanden geduurd alvorens een summier financieel plan werd voorgelegd.

Mijn medewerkers en mijn administratie bestuderen thans dit plan. Ze gaan na of en in welke mate een subsidie opnieuw kan worden toegekend.

Structurele oplossingen inzake werking en toekomstige en/of alternatieve financiering werden tot op heden nog niet voorgesteld.

Aan de Moslimexecutieve werd ook gevraagd een kopie van de statuten van de nieuwe vzw voor te leggen, gezien het Rekenhof in het verleden geŽist heeft dat de subsidie aan een vereniging met een rechtsvorm en niet aan een feitelijke vereniging wordt uitbetaald.

Het bleek evenwel niet zo eenvoudig om een kopie van de neergelegde statuten te bekomen, daar er meerdere problemen waren. Zo was men onder meer vergeten om een bankrekening te openen voor deze vzw en bleken diverse punten in de statuten niet te kloppen. Met behulp van het griffiepersoneel op de rechtbank diende dit allemaal nog rechtgezet te worden. Bovendien bleek een volmachtdrager, die in de statuten vermeld stond, begin juli reeds op reis vertrokken te zijn, waardoor een eerste bank weigerde om een rekening te openen op naam van de vzw. Uiteindelijk is een andere bank bereid gevonden om toch een bankrekening te openen.

Het is duidelijk dat dit alles niet bevorderlijk is voor een vlotte afhandeling van het dossier en dat er dus de voorbije maanden en weken behoorlijk wat tijd verloren is gegaan.

Aan een delegatie van de Moslimexecutieve werd intussen ook al de raad meegegeven om voor dit jaar ťn voor de volgende jaren ook op zoek te gaan naar andere financieringsbronnen. De subsidie die vanaf 1999 werd toegekend, was oorspronkelijk immers van tijdelijke aard. Deze subsidie was een financieringsbron om de Executieve in de aanvangsfase de mogelijkheid te geven zich te organiseren. Het oorspronkelijke karakter lijkt mij na bijna tien jaar stilaan uitgedoofd. Er wordt dan ook gedacht om, indien de subsidie opnieuw toegekend wordt, ze voor hoogstens twee tot drie jaar toe te kennen, zodat de Executieve voldoende tijd heeft om een degelijke structuur uit te bouwen en andere financiering te vinden, terwijl intussen een minimumdienstverlening wordt gewaarborgd.

U vroeg mij voorts nog of ik de opdeling van de Executieve in twee taalcolleges aanvaard. Als minister bevoegd voor de erediensten heb ik geen zeggenschap over de interne organisatie van de Moslimexecutieve. Ik spreek mij dan ook niet uit over de opdeling in twee taalcolleges.

De nieuwe Moslimexecutieve werd bij koninklijk besluit van 9 mei 2008 erkend en is dan ook het enige officiŽle orgaan dat door de federale overheid als gesprekspartner wordt erkend.

Omtrent de eventuele aansprakelijkheid voor het ontbreken van werkingsmiddelen, wil ik mij evenmin uitspreken. Dit betreft een burgerrechtelijke aangelegenheid waar de overheid niets mee te maken heeft. Indien de Executieve bepaalde handelingen al dan niet stelt of bepaalde verplichtingen op zich neemt, dan is de overheid hieraan volledig vreemd. De Executieve is immers geen overheidsinstelling, maar een private instantie, die alleen maar als gesprekspartner voor de moslimgemeenschap erkend werd door de federale overheid.

De heer Geert Lambert (sp.a+Vl.Pro). - Ik dank de staatssecretaris voor het uitvoerige antwoord. Het is inderdaad zo dat er blijkbaar nogal wat problemen geweest zijn met de Executieve en dat dit voor de overheid problemen met zich meebrengt. Toch zijn er in de Executieve wel degelijk mensen die het goed bedoelen. We moeten als overheid proberen om met hen optimale relaties te onderhouden, want het is belangrijk dat er een officiŽle gesprekspartner is in de verhouding met de moslimgemeenschap. Ik hoop dat alles zo vlug mogelijk kan rechtgezet worden.

Anderzijds ben ik verontrust over het antwoord van de minister waaruit ik kan afleiden dat men eigenlijk de subsidiering zou willen stopzette. Gelet op de financiering die ook voor de andere erediensten geldt, meen ik dat de Moslimexecutieve ook in de toekomst recht zou moeten hebben op middelen, die vanzelfsprekend binnen de normale controle van de overheidsuitgaven moet kunnen gebeuren.