4-32

4-32

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 29 MAI 2008 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Question orale de M. Karim Van Overmeire au ministre des Affaires étrangères sur «la crise récente dans les relations entre la Belgique et la République démocratique du Congo» (nº 4-327)

De heer Karim Van Overmeire (VB). - De relatie tussen België en Congo is voor de zoveelste keer sinds de onafhankelijkheid van het land in 1960 vertroebeld. De Congolese leiders reageerden geïrriteerd - dat is het minste wat men kan zeggen - op de uitspraken van de minister van Buitenlandse Zaken over goed bestuur en de noodzakelijke strijd tegen corruptie. Naar verluidt werd de toespraak van de minister vooraf doorgepraat met de andere leden van de regering. Mijn vraag gaat absoluut niet over de inhoud van wat de minister daar heeft gezegd. Integendeel! Achter die inhoud kunnen we ons volmondig scharen. Bovendien worden de bedenkingen die de minister maakte, ondersteund door de bevindingen van een recent rapport van de Wereldbank.

Toch stond op het thuisfront een hele batterij, bijna uitsluitend Franstalige politici van de meerderheidspartijen, onder wie de voorzitter van deze vergadering, klaar om de minister in de rug te schieten, hem gebrek aan tact te verwijten en zelfs neokolonialisme aan te wrijven.

De Congolese regering reageerde met de beslissing om de Congolese ambassadeur uit België terug te roepen en het consulaat in Antwerpen te sluiten. Tegelijk eiste ze de sluiting van de Belgische consulaten in Bukavu en Lubumbashi.

De onenigheid binnen de Belgische regering was zo groot dat er crisisberaad plaatsvond en dat uiteindelijk premier Yves Leterme de zaak naar zich toetrok. De eerste minister telefoneerde naar Kinshasa, kreeg daar de Congolese premier Antoine Gizenga aan de lijn en misschien nog andere politici, maar het is heel onduidelijk wat die telefoongesprekken hebben opgeleverd.

Zo kom ik tot mijn vragen.

Wat is de stand van zaken inzake de Belgische consulaten in Bukavu en Lubumbashi? Vraagt Congo nog steeds de sluiting ervan? De Congolese ambassadeur was daar onduidelijk over en voor zover ik weet functioneren ze nog altijd.

Meent de minister dat hij een fout heeft gemaakt? Of blijft hij achter zijn uitspraken staan, zowel achter de inhoud ervan als achter de manier waarop hij ze gebracht heeft?

Geniet hij nog de steun van de meerderheid, inzonderheid van de Franstalige regeringspartijen?

Voelt de minister zich niet gedesavoueerd door het feit dat er na de toch moeilijke boodschap die hij in Congo heeft gebracht, bij zijn thuiskomst in Brussel een grote crisis ontstond en uiteindelijk de premier het hele dossier naar zich heeft toegetrokken?

De heer Karel De Gucht, minister van Buitenlandse Zaken. - Ik kan niet anders dan bevestigen dat de Congolese regering besloten heeft haar ambassadeur voor overleg uit België terug te roepen en aankondigde het Congolese consulaat in Antwerpen te zullen sluiten. Ze vraagt ook de sluiting van de Belgische consulaten in Bukavu en Lubumbashi. Daarover is heel wat beroering en ook een communautaire tweespalt ontstaan, die ik onnodig, onterecht en contraproductief vind. Met nadruk op deze drie woorden.

Het kernkabinet heeft deze zaak twee keer besproken en premier Leterme heeft nu contact met de Congolese autoriteiten. Hij benadrukt daarbij dat ons land goede betrekkingen met Congo wil handhaven en beide consulaten wenst open te houden.

Over mij hoeft de heer Van Overmeire zich geen zorgen te maken. Ik voel me door deze aanpak niet in het minst gedesavoueerd. Integendeel, de premier en ikzelf plegen voortdurend overleg over deze zaak.

Een eendrachtig en eenduidig signaal geven aan de Congolese autoriteiten en de bevolking is de opzet van het Congobeleid van de regering. Dat blijft onverkort het geval. De speech die ik in de tuin van de ambassade in Kinshasa heb uitgesproken, was op voorhand besproken en tot de laatste komma door mijn twee collega's goedgekeurd. Daarom is het voor mij een raadsel wat men precies bedoelt met de toon die ik zou hebben gehanteerd. De toon is toch alleen maar de manier waarop gedachten in woorden worden vertolkt. Over die woorden kan het niet gaan, aangezien de tekst door de regering is goedgekeurd. Het is dus over die toonhoogte dat men nu al een hele week aan het discussiëren is. Ik heb in die week al een heleboel andere dingen gedaan, moet ik zeggen.

De heer Karim Van Overmeire (VB). - Ik dank de minister voor zijn antwoord en voor de goede toon waarop hij dit heeft gebracht.

Ik noteer dat de regering zegt dat Congo een bevoorrechte partner blijft en dat de regering streeft naar goede relaties met dat land. Met de crisis van de voorbije week in het achterhoofd betekent dit dat er vanuit Brussel een signaal naar Kinshasa wordt gezonden dat Kabila van de regering niet veel kritiek meer moet verwachten. België wil de plooien gladstrijken en belooft daarom dat een herhaling van de gebeurtenissen van vorige week niet meer zal gebeuren.

Kan de minister van Buitenlandse Zaken nog wel functioneren? Als hij een volgende keer naar Congo gaat - in de veronderstelling dat deze strompelende regering nog lang genoeg in het zadel blijft om een volgende keer mogelijk te maken - dan mist hij toch elke autoriteit. Want ook daar weten ze intussen dat er bij zijn terugkeer in België een hele batterij politici klaar staat om hem te desavoueren. Elke boodschap van goed bestuur of strijd tegen corruptie verliest alle kracht door dit incident binnen de Belgische regering.

De heer Karel De Gucht, minister van Buitenlandse Zaken. - Als ik in Kinshasa aankom, staat daar meestal een hele horde politici en journalisten en als ik in Brussel terugkeer ook. Dat zal in de toekomst wellicht niet veranderen, maar ik kan de heer Van Overmeire geruststellen dat ik voor 15 juli niet van plan ben nog naar Kinshasa te gaan. (Gelach)