4-769/1

4-769/1

Belgische Senaat

ZITTING 2007-2008

21 MEI 2008


Voorstel van resolutie met het oog op het verplicht aanbrengen van informatie om de patiŽnten te wijzen op hun rechten in artsenpraktijken, wachtzalen van ziekenhuizen, medische huizen en alle plaatsen die bestemd zijn voor medische zorgverlening

(Ingediend door mevrouw Christiane Vienne)


TOELICHTING


Mag ik geopereerd worden zonder mijn toestemming ? Moet mijn arts mij volledig informeren ? Mag ik een andere arts raadplegen ? Tot wie kan ik mij wenden als ik niet tevreden ben over de zorgverlening ? Heb ik toegang tot mijn medisch dossier ?

Tegenwoordig wordt de burger aangespoord om na te denken over zijn persoonlijke verantwoordelijkheid met betrekking tot zijn gezondheid. Die ruimere persoonlijke verantwoordelijkheid van de burger is evenwel alleen denkbaar indien hij kan kiezen voor een gezonde levenswijze, indien de vereiste informatie beschikbaar en toegankelijk is en indien men zich in een economische, juridische en politieke situatie bevindt waarin het mogelijk is een keuze te maken. Alles draait dus om de beschikking over reŽle keuzemogelijkheden, de mogelijkheid om beslissingen te nemen, de relatie met de zorgverleners en de toegang tot de informatie.

Indien de patiŽnt zich, in het kader van zijn relatie met een beroepsbeoefenaar, op bepaalde rechten kan beroepen, zal hij gemakkelijker zijn verantwoordelijkheid op zich kunnen nemen.

Sedert 2002 preciseert een wet de rechten van de patiŽnt in zijn relatie met zorgverleners, zoals artsen, tandartsen, apothekers, verloskundigen, kinesitherapeuten, verpleegkundigen alsook beoefenaars van een paramedisch beroep.

Deze wet stelt het wettelijk kader vast dat het mogelijk maakt de relaties tussen de patiŽnt en de zorgverleners beter op elkaar af te stemmen. Naast het feit dat de patiŽnt ziek is, bevindt hij zich door een gebrek aan informatie en kennis dikwijls in een kwetsbare situatie ten opzichte van de zorgverlener.

Verschillende elementen hebben bijgedragen tot de uitwerking van een wettelijke regeling van de patiŽntenrechten, in de eerste plaats de toegenomen levensduur. In ťťn eeuw tijd is de levensverwachting van vrouwen gestegen van 47 tot 81 jaar en die van mannen van 43 tot 75 jaar. In 2050 zou de gemiddelde levensduur 86 jaar kunnen bedragen !

Deze langere levensduur is een gevolg van een betere medische kennis en van de technologische vooruitgang. De patiŽnten worden ook beter geÔnformeerd en kunnen dus bogen op een echt partnerschap met de gezondheidswerker.

De wet somt onze rechten vrij volledig op :

— het recht op een kwalitatief hoogstaande zorgverlening;

— het recht op de vrije keuze van de beroepsbeoefenaar. Dat recht is evenwel niet absoluut : het kan worden beperkt bijvoorbeeld in het kader van de arbeidsgeneeskunde, de gedwongen opname van psychisch zieken, voor gevangenen en geÔnterneerden, enzovoort.

— het recht op informatie : de beroepsbeoefenaar moet de patiŽnt alle informatie geven die nodig is om inzicht te krijgen in zijn gezondheidstoestand en de vermoedelijke ontwikkeling ervan;

— het recht op toestemming : zonder de toestemming van de patiŽnt mag geen enkele behandeling worden aangevat of voortgezet;

— het patiŽntendossier : elke patiŽnt heeft recht op een zorgvuldig bijgehouden en veilig bewaard patiŽntendossier;

— het recht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;

— het recht op een ombudsdienst in geval van klachten : indien de patiŽnt meent dat ťťn van zijn rechten wordt miskend, kan hij klacht indienen bij een lokale of federale ombudsdienst.

Velen zien de patiŽntenrechten veeleer als een schadeloosstelling voor medische vergissingen of als een pressiemiddel ten aanzien van de gezondheidswerkers, maar ze zijn vooral bedoeld om de kwaliteit van de verstrekkingen van inzake gezondheidszorg te verbeteren. Een nauwkeurige formulering van de patiŽntenrechten in een eenvoudige en duidelijke wet is immers een uitgelezen instrument om de kwaliteit van de relatie met de beroepsbeoefenaar te bevorderen en om de patiŽnten er toe aan te zetten keuzes te maken, beslissingen te nemen en steeds meer verantwoordelijkheid te dragen voor hun gezondheid ... De dialoog tussen en de participatie van de beide actoren blijven altijd de basis voor een harmonieuze relatie en de garantie voor een kwalitatief hoogstaande gezondheidszorg.

In BelgiŽ houdt de bevoegdheidsverdeling inzake gezondheidszorg een nauwe samenwerking in tussen de verschillende bevoegdheidsniveaus, vooral wat de informatiecampagnes betreft.

Christiane VIENNE.

VOORSTEL VAN RESOLUTIE


De Senaat,

A. Overwegende dat de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiŽnt duidelijk de patiŽntenrechten preciseert in het kader van de individuele relatie van een patiŽnt met een beroepsbeoefenaar;

B. Overwegende dat volgende rechten aan de patiŽnten worden toegekend : het recht op een kwalitatief hoogstaande dienstverlening (art. 5), het recht op de vrije keuze van de beroepsbeoefenaar (art. 6), het recht op informatie over zijn gezondheidstoestand (art. 7), het recht op toestemming (art. 8), de rechten met betrekking tot het patiŽntendossier (art. 9), het recht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (art. 10), het recht op de ombudsdienst bij klachten (art. 11);

C. Overwegende dat de wet van toepassing is op de privaatrechtelijke en de publiekrechtelijke rechtsverhoudingen;

D. Gelet op de rol van de deelgebieden met betrekking tot informatie en bewustmaking inzake volksgezondheid;

E. Overwegende dat de betrokkenheid van de burgers bij de uitoefening van hun rechten, inzonderheid inzake de wetgeving met betrekking tot de patiŽntenrechten, beslist kan bijdragen tot de kwaliteit van de gezondheidszorg in BelgiŽ.

Vraagt de federale regering, in samenwerking met de deelgebieden :

het aanbrengen van informatie over patiŽntenrechten verplicht te maken in artsenpraktijken, wachtzalen van ziekenhuizen, medische huizen en alle plaatsen die bestemd zijn voor medische zorgverlening teneinde de aandacht te vestigen op het belang van de vertrouwensrelatie tussen de patiŽnt en de beroepsbeoefenaar en op de verantwoordelijkheden die daaruit voortvloeien voor beide partijen.

10 april 2008.

Christiane VIENNE.