4-139/3

4-139/3

Belgische Senaat

ZITTING 2007-2008

6 MEI 2008


Wetsvoorstel tot invoering van een betalingsbevel in het Gerechtelijk Wetboek


AMENDEMENTEN


Nr. 17 VAN DE HEREN VAN PARYS EN VANDENBERGHE EN MEVROUW STEVENS

Art. 4

In de inleidende zin, de woorden « 9 mei 2007 », vervangen door de woorden « 10 mei 2007 ».

Verantwoording

Artikel 628 van het Gerechtelijk Wetboek werd laatst gewijzigd bij wet van 10 mei 2007 tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de afwezigheid en de gerechtelijke verklaring van overlijden.

Nr. 18 VAN DE HEREN VAN PARYS EN VANDENBERGHE EN MEVROUW STEVENS

Art. 5

In het voorgestelde artikel 1338 de woorden « en die opeisbaar is op het ogenblik dat het verzoek om een betalingsbevel wordt ingediend » invoegen tussen de woorden « een geldsom tot voorwerp heeft » en de woorden « , kan worden ingesteld ».

Verantwoording

Naar analogie met artikel 1415, eerste lid van het Gerechtelijk Wetboek en artikel 4 van de Europese verordening van 12 december 2006 betreffende de Europese betalingsbevelprocedure wordt het toepassingsgebied van de betalingsbevelprocedure beperkt tot vorderingen die een schuld tot voorwerp hebben die zeker, vaststaand én opeisbaar is op het moment dat de vordering wordt ingesteld.

Nr. 19 VAN DE HEREN VAN PARYS EN VANDENBERGHE EN MEVROUW STEVENS

Art. 5

In dit artikel een nieuw artikel 1338bis invoegen, luidende :

« Art. 1338bis. — De betalingsbevelprocedure is van toepassing in burgerlijke en handelszaken.

Zij heeft echter geen betrekking op fiscale zaken, douanezaken, bestuursrechtelijke zaken, de aansprakelijkheid van de Staat, de vermogensrechtelijke gevolgen van huwelijken en soortgelijke relaties, erfenissen, schenkingen en testamenten, het faillissement, het gerechtelijk akkoord, de collectieve schuldenregeling en andere soortgelijke procedures en de sociale zekerheid.

Worden eveneens uitgesloten : de vorderingen uit niet-contractuele verbintenissen, tenzij zij :

— het voorwerp zijn van een overeenkomst tussen de partijen of er een schuldbekentenis is;

— betrekking hebben op vaststaande schulden uit hoofde van gemeenschappelijke eigendom van goederen. »

Verantwoording

Naar analogie met artikel 2 van de Europese verordening van 12 december 2006 betreffende de Europese betalingsbevelprocedure wordt het toepassingsgebied van de betalingsbevelprocedure beperkt tot burgerlijke en handelszaken. Ook de rechtsmateries die in artikel 2, lid 1 en 2 van de Europese verordening van 12 december 2006 betreffende de Europese betalingsbevelprocedure van de werkingssfeer worden uitgesloten, worden geweerd uit het toepassingsgebied van de Belgische betalingsbevelprocedure.

Nr. 20 VAN DE HEREN VAN PARYS EN VANDENBERGHE EN MEVROUW STEVENS

Art. 5

In het voorgestelde artikel 1339, § 2, het 3º vervangen als volgt :

« 3º de naam, de voornaam en de woonplaats van de schuldenaar(s) en, in voorkomend geval, indien gekend, de naam, de voornaam, de woonplaats en de hoedanigheid van zijn wettelijke vertegenwoordiger(s), of, indien het gaat om een rechtspersoon, de rechtsvorm, de benaming en de maatschappelijke zetel; ».

Verantwoording

Deze wijziging strekt ertoe dat ook de naam, de voornaam, de woonplaats en de hoedanigheid van de wettelijke vertegenwoordiger(s) van de schuldenaar(s) moeten worden meegedeeld indien er een wettelijke vertegenwoordiger optreedt en indien deze gekend is.

Nr. 21 VAN DE HEREN VAN PARYS EN VANDENBERGHE EN MEVROUW STEVENS

Art. 5

In het voorgestelde artikel 1339, § 2, het 7º vervangen als volgt :

« 7º de handtekening van de verzoeker, van zijn wettelijke vertegenwoordiger(s) of van zijn advocaat; »

Verantwoording

Dit amendement strekt ertoe dat het verzoekschrift, in voorkomend geval, ook de handtekening van de wettelijke vertegenwoordiger(s) moet bevatten.

Nr. 22 VAN DE HEREN VAN PARYS EN VANDENBERGHE EN MEVROUW STEVENS

Art. 5

Het voorgestelde artikel 1339, § 2, aanvullen met een 8º, luidende :

« 8º een verklaring van de verzoeker dat de door hem verstrekte inlichtingen naar zijn weten waarheidsgetrouw zijn en de erkenning van de verzoeker dat het opzettelijk afleggen van een valse verklaring aanleiding kan geven tot strafrechtelijke sanctionering. »

Verantwoording

Naar analogie met artikel 7, lid 3 van de Europese verordening van 12 december 2006 betreffende de Europese betalingsbevelprocedure wordt in het verzoekschrift een verklaring van de verzoeker opgenomen waarin hij stelt dat de door hem verstrekte inlichtingen naar zijn weten waarheidsgetrouw zijn en waarin hij erkent dat het opzettelijk afleggen van een valse verklaring aanleiding kan geven tot strafrechtelijke sanctionering.

Nr. 23 VAN DE HEREN VAN PARYS EN VANDENBERGHE EN MEVROUW STEVENS

Art. 5

In het voorgestelde artikel 1339, § 5 doen vervallen.

Verantwoording

In het kader van de ontwikkelingen van de elektronische procesvoering (Wet van 20 oktober 2000 tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en buitengerechtelijke procedure, Belgisch Staatsblad 22 december 2000) is het onnodig in dit wetsvoorstel op te nemen dat het verzoekschrift via elektronische weg kan worden ingediend. In het kader van de toekomstige elektronische procesvoering zou het in ieder geval de bedoeling zijn alle eenzijdige verzoekschriften op elektronische wijze te kunnen indienen.

Nr. 24 VAN DE HEREN VAN PARYS EN VANDENBERGHE EN MEVROUW STEVENS

Art. 5

Het voorgestelde artikel 1339, § 5 vervangen als volgt :

« § 5. In het verzoekschrift kan de verzoeker aan het gerecht aangeven dat hij bezwaar maakt tegen een overgang naar een gewone procedure in geval van verzet door de verweerder. De verzoeker kan dit ook in een later stadium doen, doch in elk geval voordat het betalingsbevel wordt uitgevaardigd. »

Verantwoording

Deze paragraaf is geïnspireerd door het artikel 7, lid 4 van de Europese verordening van 12 december 2006 betreffende de Europese betalingsbevelprocedure.

Indien, zonder de toevoeging van deze nieuwe paragraaf, de verweerder na de uitvaardiging van een betalingsbevel verweer voert, wordt de gewone procedure ingezet. Hierdoor kan het principe van een eenvoudige procedure met « lage kosten » voor de eiser in het gedrang komen. Het lijkt de indieners zinvol de eiser de mogelijkheid te bieden van deze automatische overschakeling af te zien.

Nr. 25 VAN DE HEREN VAN PARYS EN VANDENBERGHE EN MEVROUW STEVENS

Art. 5

In dit artikel een nieuw artikel 1339bis invoegen, luidende :

« Art. 1339bis. — De rechter onderzoekt op basis van het standaardformulier-verzoek of voldaan is aan de in de artikelen 1338 en 1339 van het Gerechtelijk Wetboek gestelde voorwaarden en of het verzoek gegrond is. »

Verantwoording

Naar analogie met artikel 8 van de Europese verordening van 12 december 2006 betreffende de Europese betalingsbevelprocedure wordt in de Belgische betalingsbevelprocedure ook een artikel ingevoegd dat betrekking heeft op de behandeling van het verzoek door de bevoegde rechter.

Nr. 26 VAN DE HEREN VAN PARYS EN VANDENBERGHE EN MEVROUW STEVENS

Art. 5

In dit artikel een nieuw artikel 1339ter invoegen, luidende :

« Artikel 1339ter. — Indien het verzoek onontvankelijk of ongegrond is, biedt de rechter, in afwijking van artikel 1028 Ger.W., de verzoeker de mogelijkheid om binnen de door hem bepaalde termijn het verzoek aan te vullen of te corrigeren. De rechter gebruikt daartoe het standaardformulier-aanvulling en correctie.

Het standaardformulier-aanvulling en correctie wordt vastgesteld door de Koning.

De griffier zendt bij gewone brief een standaardformulier-aanvulling en correctie aan de verzoeker, zijn wettelijke vertegenwoordiger(s) of, in voorkomend geval, aan zijn advocaat. »

Verantwoording

Dit nieuwe artikel is een uitzondering op artikel 1028 Ger.W. waarbij de rechter de mogelijkheid heeft de verzoeker en de tussenkomende partijen in raadkamer op te roepen teneinde de vordering te onderzoeken. Deze mogelijkheid wordt niet geboden in de betalingsbevelprocedure om zo de procedure niet onnodig te verzwaren. Wel krijgt de verzoeker de mogelijkheid schriftelijk zijn verzoek op vraag van de rechter aan te vullen en/of te corrigeren en dit naar analogie met artikel 9 van de Europese verordening van 12 december 2006 betreffende de Europese betalingsbevelprocedure.

De rechter bepaalt zelf de termijn waarbinnen de verzoeker het door hem toegezonden standaardformulier aanvulling en correctie terug aan hem dient over te maken. De rechter houdt hierbij wel rekening met de termijn van 30 dagen zoals bepaald in artikel 1340 Ger.W.

Nr. 27 VAN DE HEREN VAN PARYS EN VANDENBERGHE EN MEVROUW STEVENS

Art. 5

Het voorgestelde artikel 1340 vervangen als volgt :

« Art. 1340. — De rechter doet uitspraak binnen dertig dagen na indiening of ontvangst van het verzoekschrift ter griffie. De rechter wijst het verzoek af of willigt het geheel of gedeeltelijk in bij een in raadkamer gewezen beschikking.

Bij afwijzing van het verzoek stelt de rechter de verzoeker op beknopte wijze in kennis van de redenen voor afwijzing.

De termijn van dertig dagen omvat tevens de door de rechter bepaalde termijn om het verzoek aan te vullen en/of te corrigeren.

De griffier zendt bij gewone brief een afschrift van de beschikking aan de verzoeker, zijn wettelijke vertegenwoordiger(s) en, in voorkomend geval, aan zijn advocaat. »

Verantwoording

Omdat de rechter de verzoeker de mogelijkheid kan geven zijn verzoek aan te vullen en/of te corrigeren wordt de termijn van 15 dagen naar analogie met artikel 12, lid 1 van de Europese verordening van 12 december 2006 betreffende de Europese betalingsbevelprocedure opgetrokken tot 30 dagen. Binnen deze termijn moet de rechter uitspraak doen over het verzoek tot het uitvaardigen van een betalingsbevel. Deze termijn van 30 dagen omvat tevens de tijd die nodig is om het verzoek te corrigeren en/of aan te vullen. Het komt aan de rechter toe ervoor te zorgen dat die termijn niet wordt overschreden.

De rechter heeft de mogelijkheid om het verzoek volledig of gedeeltelijk in te willigen. Indien de schuldeiser niet tevreden is met het gedeelte dat hem is toegestaan, betekent hij het betalingsbevel niet en start hij de gewone procedure.

Nr. 28 VAN DE HEREN VAN PARYS EN VANDENBERGHE EN MEVROUW STEVENS

Art. 5

Het voorgestelde artikel 1342, § 1 vervangen als volgt :

« § 1. De beschikking moet door de verzoeker binnen zes maand na haar datum betekend worden aan de verweerder, zoniet wordt ze als onbestaande beschouwd. »

Verantwoording

Dit amendement strekt ertoe te verduidelijken dat de beschikking dient te worden betekend door de verzoeker.

Nr. 29 VAN DE HEREN VAN PARYS EN VANDENBERGHE EN MEVROUW STEVENS

Art. 5

In het voorgestelde artikel 1342, § 5, het tweede lid vervangen als volgt :

« Het verzet wordt zonder kosten aangetekend op de griffie van de rechtbank die de beschikking heeft gewezen waarbij bevel tot betaling werd gegeven, hetzij bij mondelinge verklaring tegen ontvangstbewijs, hetzij bij geschreven verklaring door middel van het standaardformulier verzet gehecht aan het exploot van betekening. Dit standaardformulier-verzet dient te worden neergelegd ter griffie of te worden opgestuurd aan de griffie bij een ter post aangetekende brief. »

Verantwoording

Deze aanpassing beoogt een eenvormige wijze om verzet aan te tekenen, via het standaardformulier-verzet.

Nr. 30 VAN DE HEREN VAN PARYS EN VANDENBERGHE EN MEVROUW STEVENS

Art. 5

In het voorgestelde artikel 1342 § 6 vervangen als volgt :

« § 6. Binnen drie dagen na ontvangst, brengt de griffier dit bij gewone brief ter kennis van de schuldeiser en, in voorkomend geval, van diens raadsman.

Met dezelfde post nodigt hij de schuldeiser uit om de kosten van verzet ter griffie in bewaring te geven binnen de termijn van een maand, op straffe van verval van de rechtspleging. »

Verantwoording

Het is in principe niet nodig dat het verzet per gerechtsbrief ter kennis wordt gebracht aan de schuldeiser. Ook het afschrift van de beschikking wordt hem per gewone brief overgemaakt door de griffier (cf. Artikel 1340, lid 2 Ger.W.).

Nr. 31 VAN DE HEREN VAN PARYS EN VANDENBERGHE EN MEVROUW STEVENS

Art. 5

In het voorgestelde artikel 1343, § 1, het eerste en het tweede lid vervangen als volgt :

« Het verzet wordt gebracht voor de rechter die over de bevoegdheid beschikt om van de oorspronkelijke eis, de tussenvorderingen en het verweer ten gronde kennis te nemen.

Indien dit niet dezelfde rechter is als deze die het betalingsbevel heeft uitgevaardigd, wordt de zaak verwezen naar de bevoegde rechter zonder andere formaliteit dan de vermelding van de verzending in een speciaal daartoe gehouden register en de verzending door de griffier van het dossier der rechtspleging naar de bevoegde rechter. »

Verantwoording

Omwille van de onduidelijke term « volstrekte bevoegdheid » van de rechter werd dit artikel geherformuleerd.

Tony VAN PARYS
Hugo VANDENBERGHE
Helga STEVENS.

Nr. 32 VAN MEVROUW TAELMAN

Art. 5

In het voorgestelde artikel 1339, § 3 doen vervallen.

Verantwoording

De hoofdverblijfplaats kan worden geconsulteerd in het Rijksregister. De griffies hebben toegang tot het Rijksregister. De burger of zijn vertegenwoordiger verplichten dit gegeven toe te voegen, (moet in dat geval opgevraagd worden bij het gemeentebestuur) is immers in strijd met het only-once principe waarbij gegevens die bekend zijn bij de overheid niet nog eens mogen worden opgevraagd.

Nr. 33 VAN MEVROUW TAELMAN

Art. 4

In dit artikel het woord « woonplaats » vervangen door het woord « hoofdverblijfplaats ».

Verantwoording

Correctere terminologie. De wetgeving op het houden van de bevolkingsregisters verplicht om iedereen in te schrijven op zijn werkelijke verblijfplaats. De gebruikte terminologie voor dat adres van inschrijving is dan ook « hoofdverblijfplaats », dit is tevens het adres van inschrijving in het Rijksregister. Ook in artikel 3.5e van de Wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, wordt uitsluitend de term hoofdverblijfplaats gebruikt. Dat is ook de enige plaats waar een wettelijke betekening mogelijk is. « Woonplaats » is met andere woorden juridisch niet correct.

Nr. 34 VAN MEVROUW TAELMAN

Art. 5

In het voorgestelde artikel 1339, § 2, 2º en 3º, het woord « woonplaats » telkens vervangen door het woord « hoofdverblijfplaats ».

Verantwoording

Correctere terminologie. De wetgeving op het houden van de bevolkingsregisters verplicht om iedereen in te schrijven op zijn werkelijke verblijfplaats. De gebruikte terminologie voor dat adres van inschrijving is dan ook « hoofdverblijfplaats », dit is tevens het adres van inschrijving in het Rijksregister. Ook in artikel 3.5e van de Wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, wordt uitsluitend de term hoofdverblijfplaats gebruikt. Dat is ook de enige plaats waar een wettelijke betekening mogelijk is. « Woonplaats » is met andere woorden juridisch niet correct.

Nr. 35 VAN MEVROUW TAELMAN

(Subamendement op amendement nr. 20 van de heren Van Parys en Vandenberghe en mevrouw Stevens)

Art. 5

In de voorgestelde tekst de volgende wijzigingen aanbrengen :

A. het woord « voornaam » telkens vervangen door het woord « voornamen »;

B. het woord « woonplaats » telkens vervangen door het woord « hoofdverblijfplaats »;

C. na de woorden « maatschappelijke zetel », de woorden « en unieke ondernemingsnummer » invoegen.

Verantwoording

A. Nodig voor een duidelijkere identificatie van de betrokkenen.

B. Zie de verantwoording bij amendement nr. 32.

C. Zie de verantwoording bij amendement nr. 5.

Martine TAELMAN.

Nr. 36 VAN DE HEER SWENNEN

(Subamendement op amendement nr. 19)

In het voorgestelde amendement de woorden :

A. « soortgelijke relaties » vervangen door « wettelijke samenwoning »;

B. de woorden « en andere soortgelijke procedures » schrappen.

Verantwoording

Door het schrappen van « containerbegrippen », wordt rechtsonzekerheid vermeden.

Guy SWENNEN.