4-316/1

4-316/1

Belgische Senaat

ZITTING 2007-2008

22 OKTOBER 2007


Wetsvoorstel houdende invoeging van een artikel 12bis in de wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van de vrijwilligers

(Ingediend door de heer Wouter Beke c.s.)


TOELICHTING


Dit wetsvoorstel neemt de tekst over van een voorstel dat reeds op 25 januari 2006 in de Senaat werd ingediend (stuk Senaat, nr. 3-1528/1 - 2005/2006).

In alle segmenten van onze maatschappij engageren mensen zich onbaatzuchtig en vrijwillig, stellen ze een groot deel van hun vrije tijd ter beschikking van de organisatie, het bestuur en/of de deelname aan activiteiten ten voordele van de bepaalde bevolkingsgroepen of met het oog op het bereiken van hun doelstellingen.

Dit behelst zowel het inzamelen van gelden, de verkoop van stickers of ander materieel voor een specifiek doel (bijvoorbeeld het Rode Kruis), het ontwikkelen van strategieŽn ter bevordering van de emancipatie van minderheidsgroepen in onze samenleving (bijvoorbeeld de vierdewereldorganisaties), als projectaanbiedingen van bijvoorbeeld jeugdbewegingen.

In elke organisatie zijn er enkele mensen die de verantwoordelijkheid voor het geheel op zich nemen, de bestuursleden. Zij zetten zich niet alleen in voor een goede werking van de beweging doch ook voor de veiligheid van hun leden en voor een vlotte samenwerking binnen de organisatie. Tevens zorgen zij voor een harmonisch samengaan van de activiteiten van de organisatie met hun nabije en verre omgeving.

Zij die onbaatzuchtig een maatschappelijk engagement aangaan zijn dikwijls overvraagde personen. Omwille van hun persoonlijkheid, hun degelijke en verregaande inzet wordt telkenmale weer op hen een beroep gedaan.

Bestuursleden en verantwoordelijken van de talloze organisaties in onze samenleving besteden niet alleen tijd aan de ontwikkeling van hun werking en het realiseren van hun doelstellingen, maar ook aan het opsporen, afhandelen en het vervullen van de wettelijk verplichte administratieve taken.

Elke organisatie en beweging wordt geconfronteerd met administratieve verplichtingen, bijvoorbeeld inzake de regelgeving burgerlijke aansprakelijkheid. Elk evenement op zich vraagt een aparte studie omtrent de te vervullen administratieve formaliteiten.

De meeste bestuurlijke diensten zijn nog steeds overwegend alleen toegankelijk tijdens de werkuren, zodat bestuursleden verplicht worden vakantiedagen op te nemen om hun organisaties in orde te kunnen stellen met de verplichte formaliteiten.

Het noodgedwongen opnemen van extra-vakantiedagen wordt soms ervaren als een overbelasting.

In de realiteit zijn veel van die mensen niet in de mogelijkheid enkele uren op hun werk vrij te nemen om hun bestuursverantwoordelijkheden op een degelijke wijze te kunnen waarnemen.

Door in de mogelijkheid te voorzien om twee halve dagen per maand onbezorgd vrij te kunnen nemen, zou heel wat ademruimte gecreŽerd worden.

Met de uitvoering van dit voorstel zou de vrijwilliger aldus in de mogelijkheid gesteld worden zijn engagement tot volle ontplooiing te brengen.

Wouter BEKE
Dirk CLAES
Nahima LANJRI
Els SCHELFHOUT.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

In wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van de vrijwilligers wordt een artikel 12bis ingevoegd, luidend als volgt :

ę Art. 12bis. — De vrijwilliger-bestuurslid van een vrijwilligersorganisatie, zoals bedoeld in artikel 3, 3ļ, en werknemer, ongeacht de aard van zijn statuut of arbeidsovereenkomst, kan een onbetaald vrijwilligersverlof van maximaal twee halve dagen per maand opnemen.

De vrije dagen worden gelijkgesteld met gewerkte dagen in het kader van de opbouw van pensioenrechten.

De bestuursfunctie wordt bewezen aan de hand van de statuten en of notulen van de vereniging. Ľ

3 augustus 2007.

Wouter BEKE
Dirk CLAES
Nahima LANJRI
Els SCHELFHOUT.