4-283/1

4-283/1

Belgische Senaat

ZITTING 2007-2008

16 OKTOBER 2007


Wetsvoorstel tot opheffing van het verbod op bepaalde verkiezingsaffiches in de wet van 19 mei 1994 tot regeling van de verkiezingscampagne en tot beperking en aangifte van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van het Vlaams Parlement, het Waals Parlement, het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap, alsmede tot vaststelling van de toetsingsnorm inzake officiŽle mededelingen van de overheid

(Ingediend door de heer Wouter Beke)


TOELICHTING


Dit wetsvoorstel neemt de tekst over van een voorstel dat reeds op 11 mei 2006 in de Senaat werd ingediend (stuk Senaat, nr. 3-1715/1 2005/2006).

Dit wetsvoorstel beoogt een wijziging aan te brengen in de regelgeving betreffende het gebruik van zowel commerciŽle als niet-commerciŽle reclameborden of affiches gedurende de drie maanden voorafgaand aan de verkiezing van het Vlaams Parlement, het Waals Parlement, het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap.

Het gebruik van commerciŽle reclameborden of affiches voor de verkiezingen van de voormelde parlementen werd in 1994 beperkt en in 1998 verboden. Deze wetswijzigingen kaderden in het streven om de verkiezingsuitgaven te beperken.

Na overleg tussen verschillende fracties werd in 1997 een wetsvoorstel ingediend dat onder meer een volledig verbod op het gebruik van commerciŽle affiches voor de verkiezingen van de federale kamers en de gemeenschaps- en gewestparlementen bevatte. Een dergelijk verbod was reeds van toepassing voor de gemeente- en provincieraadsverkiezingen. In 1998 werd dit wetsvoorstel goedgekeurd (wet 25 juni 1998; Belgisch Staatsblad van 4 september 1998).

Tijdens de campagne voor de gelijktijdige verkiezingen van de federale Kamers, de Gewest-parlementen en het Europees Parlement van 13 juni 1999 en voor de verkiezingen van de federale Kamers op 18 mei 2003 is evenwel gebleken dat het verbod op het gebruik van commerciŽle affiches het campagne voeren aanzienlijk bemoeilijkt, in het bijzonder in verstedelijkte woonzones, omdat alleen kon gebruik gemaakt worden van niet-commerciŽle reclameborden of affiches met een maximale omvang van 4m≤.

Hierdoor blijven in feite alleen drukwerk en advertenties in gedrukte media over als communicatiemiddelen. Deze middelen zijn evenwel vaak duurder dan commerciŽle affiches.

Om de kiezers makkelijker te kunnen bereiken beoogt dit wetsvoorstel de commerciŽle reclameborden of affiches voor politieke partijen en kandidaten opnieuw mogelijk te maken bij de verkiezingen van de Gewest-parlementen. In dezelfde logica wordt ook het verbod op niet-commerciŽle reclameborden of affiches groter dan 4m2 opgeheven.

Het behoort tot de strategische vrijheid van partijen en kandidaten zelf te beslissen over het aantal en de spreiding van deze campagnetechnieken. De uitgaven ervoor situeren zich uiteraard binnen het toegelaten contingent verkiezingsuitgaven waarover partijen en kandidaten overeenkomstig de overige bepalingen van deze wet beschikken.

Wouter BEKE.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet

Art. 2

Artikel 5, ß 1, 1ļ, van de wet van 19 mei 1994 tot regeling van de verkiezingscampagne en tot beperking en aangifte van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van het Vlaams Parlement, het Waals Parlement, het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap, alsmede tot vaststelling van de toetsingsnorm inzake officiŽle mededelingen van de overheid.

Art. 3

Artikel 5, ß 1, 1ļbis, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 25 juni 1998 en vernummerd tot 2ļ bij de wet van 25 april 2004, wordt opgeheven.

3 augustus 2007.

Wouter BEKE.