4-221/1

4-221/1

Belgische Senaat

BUITENGEWONE ZITTING 2007

1 OKTOBER 2007


Wetsvoorstel houdende de invoering van een belastingsvermindering voor aandelen in ontwikkelingsfondsen voor microfinanciering in ontwikkelingslanden en houdende de vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning als ontwikkelingsfonds

(Ingediend door mevrouw Sabine de Bethune c.s.)


TOELICHTING


Dit wetsvoorstel neemt de tekst over van een voorstel dat reeds op 30 maart 2006 in de Senaat werd ingediend (stuk Senaat, nr. 3-1649/2 - 2005/2006).

Het wetsvoorstel heeft tot doel te voorzien in een ruimere financiering van ontwikkelingsfondsen die via leningen, kapitaalparticipatie of waarborgen investeren in microfinancieringsinstellingen in het Zuiden. De ruimere financiering wordt gerealiseerd door een incentive te creëren voor particulieren om te beleggen in deze ontwikkelingsfondsen. De incentive bestaat in het toekennen van een belastingsvermindering aan particulieren die aandelen nemen in of geldleningen toekennen aan deze ontwikkelingsfondsen.

De belastingvermindering zal de volgende kenmerken hebben :

— De vermindering heeft betrekking op de inkomstenbelasting en is dus van toepassing op privé-personen;

— de aandelen of de terbeschikkingstelling van middelen moet minstens vijf jaar ononderbroken worden aangehouden;

— de maximale belastingvermindering per belastbaar tijdperk is 210 euro (270 euro, geïndexeerd voor het aanslagjaar 2007);

— de belastingvermindering bedraagt 5 % van de werkelijk gedane betalingen.

De ontwikkelingsfondsen moeten aan specifieke criteria voldoen zoals bepaald in dit wetsvoorstel en door de Koning worden erkend.

In België zijn op dit ogenblik twee ontwikkelingsfondsen actief. Het zijn coöperatieve vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid. Incofin (en het gelieerde investeringsfonds « Impulse Microfinance Investment Fund ») en Alterfin (en het gelieerde « ResponsAbility Global Microfinance Fund ») verstrekken kredieten en garanties aan en nemen participaties in lokale microfinancieringsinstellingen in het Zuiden. Daarnaast verlenen ze ook technisch advies. Beide organisaties zijn ontwikkelingsfondsen voor microfinanciering in het Zuiden en worden ook sociale-investeringsmaatschappijen genoemd. Particulieren kunnen inschrijven op aandelen van deze ontwikkelingsfondsen. De aandelen voorzien deze fondsen van werkingskapitaal om zo kredieten en garanties te verstrekken of participaties te nemen in lokale microfinancieringsinstellingen in het Zuiden.

Het voorstel speelt in op een groeiende aandacht bij het brede publiek voor duurzaam beleggen. Meer en meer particulieren gaan bij de keuze van hun belegging ook met andere overwegingen dan enkel het rendement rekening houden, zoals sociale, ecologische en ethische criteria. De investering in microfinancieringsinstellingen in het Zuiden, ten behoeve van de ontwikkeling van de armste bevolking die via deze instellingen toegang krijgt tot financiële diensten, draagt aldus bij tot het duurzaam of ethisch beleggen.

Bijzonder aan deze vorm van ontwikkelingshulp is dat men het pad van de afhankelijkheid verlaat. Men stelt financiële middelen ter beschikking zodat armen dit kunnen gebruiken om eigen economische activiteiten te ontwikkelen en/of zich te beschermen tegen risico's. Het zijn geen giften, maar leningen en andere financiële producten. Giften aan NGO's in de sector van de ontwikkelingssamenwerking zijn onder de huidige wetgeving fiscaal aftrekbaar.

Dit voorstel bouwt verder op het wetsvoorstel betreffende de derdewereldbevek dat door senator Jan Steverlynck in de vorige legislatuur werd ingediend (2-819). Hetzelfde voorstel werd door de senatoren Sabine de Bethune en Erika Thijs heringediend (3-162). De derdewereldbevek voorzag in een alternatieve financieringsbron voor NGO's actief in de sector van de ontwikkelingssamenwerking via beleggingsfondsen waarbij de overheid een direct fiscaal voordeel toekent aan de belegger.

Dit voorstel houdt ook rekening met het decreet van 2 april 2004 van het Vlaams Parlement betreffende de microfinanciering in ontwikkelingslanden door middel van waarborgverlening aan ontwikkelingsfondsen. Het decreet voorziet dat het Vlaams Gewest onder bepaalde voorwaarden een waarborg kan verlenen aan erkende ontwikkelingsfondsen voor het dekken van risico's verbonden aan het verstrekken van middelen voor microfinancieringsinstellingen.

2005, Internationaal Jaar van de Microkredieten

Microfinanciering is een aanbod van financiële basisdiensten die flexibel zijn, aangepast aan de noden van de armen en tegen een redelijke prijs. Volgens hun situatie hebben ze niet enkel nood aan krediet, maar ook aan andere financiële basisdiensten zoals sparen, financiële transacties en verzekeringen.

Toegang tot financiële diensten laat armen toe om hun inkomen te verhogen, vermogen op te bouwen en om zich te beschermen tegen externe schokken en biedt de kans aan armen om te investeren in hun eigen toekomst, hun voeding, hun levensomstandigheden en in de gezondheid en het onderwijs van hun kinderen.

2005 werd door de Verenigde Naties uitgeroepen tot het Internationaal Jaar van de Microkredieten. Op 8 en 9 november 2005 werd in New York de topconferentie « The International Forum to Build Inclusive Financial Sectors » gehouden.

De Verenigde Naties verwachten van alle donoren en nationale overheden dat zij participeren in het Internationale Jaar van de Microkredieten. De vijf kerndoelstellingen van het jaar waren :

— het ondersteunen en promoten van microfinanciering als bijdrage tot de millenniumdoelstellingen;

— het verhogen van de publieke aandacht voor microfinanciering als een vitaal onderdeel van gelijke ontwikkeling;

— het promoten van inclusieve financiële systemen;

— het ondersteunen van duurzame toegang en

— het moedigen van innovatie en nieuwe partnerschappen.

In 1997 werd een actieplan vooropgesteld om « een mondiale beweging te lanceren om tegen 2005, 100 miljoen arme gezinnen te bereiken. Volgens recente cijfers van de Microcredit Summit hadden 92 miljoen armen toegang tot microfinanciering in 2005.

Algemeen wordt erkend dat de kwantitatieve uitbreiding van financiële diensten een noodzakelijk instrument is om de millenniumdoelstelling te behalen. Een kwantitatieve uitbreiding betekent dat meer middelen ter beschikking komen voor meer microfinancieringsinstellingen in het Zuiden en dus voor meer mensen.

In die zin speelt het wetsvoorstel in op de internationale vraag aangezien nog honderden miljoenen mensen geen toegang hebben tot inclusieve financiële diensten. Het wetsvoorstel wil een stimulans zijn om kapitaal van particulieren te mobiliseren en zo de investeringen in het Zuiden via de ontwikkelingsfondsen voor microfinanciering te doen toenemen.

De rol van de overheid in de opbouw van inclusieve financiële diensten bestaat er niet in om zelf te voorzien in leningen en kapitaal voor microfinancieringsinstellingen, doch wel om maatregelen te nemen om fondsen te mobiliseren voor investeringsmaatschappijen in microfinanciering. In die zin biedt het wetsvoorstel hierop een antwoord.

Een andere rol van de overheid en de donoren is het versterken van de kwaliteit van de dienstverlening door onder meer capaciteitsopbouw. De kwalitatieve benadering van microfinanciering werd opgenomen in het voorstel van resolutie over het beleid inzake microfinanciering ingediend door de senatoren Sabine de Bethune en Jan Steverlynck.

België

Dit wetsvoorstel is vergelijkbaar met de regeling die werd voorzien voor het Startersfonds en het Kringloopfonds. De indieners willen dan ook dezelfde logica volgen voor ontwikkelingsfondsen.

De regeling betreffende het Startersfonds is opgenomen in het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, in artikel 145/26. Voor het Kringloopfonds is artikel 145/27 van toepassing.

Het Startersfonds heeft tot doel bijkomende financiële middelen in te zamelen die het Participatiefonds toelaat om het aantal leningen ten voordele van starters — al dan niet werkzoekenden — te verhogen. De regering heeft hiervoor een obligatie uitgegeven. Het Participatiefonds streeft een dubbel sociaal-economisch doel na :

— De toegang tot het bankkrediet vergemakkelijken voor zelfstandige ondernemers, vrije beroepen en kleine ondernemingen in de startfase, overnamefase of uitbreidingsfase.

— De werkloosheid bestrijden door de toekenning van kredieten aan werkzoekenden die hun eigen zaak oprichten.

Het Kringloopfonds heeft als doelstelling bijkomende middelen te investeren in de sociale en duurzame economie. Deze middelen kunnen de vorm aannemen van participaties of van leningen in de sector van de sociale en duurzame economie. Ook voor dit fonds heeft de regering een obligatie uitgegeven.

Andere landen

Nederland

In Nederland werd een gelijkaardige regeling vastgelegd in de Wet Inkomstenbelasting 2001, artikel 5.15, Vrijstelling sociaal ethische beleggingen. Een belastingsaftrek voor particulieren wordt toegestaan voor sociaal-ethische beleggingen. Sociaal-ethische beleggingen zijn aandelen in, winstbewijzen van en geldleningen aan, bij ministeriële regeling aangewezen, sociaal-ethische fondsen. Sociaal-ethische fondsen zijn krediet- of beleggingsinstellingen die kredieten verstrekken of direct of indirect beleggen in sociaal-ethische projecten. In de praktijk gaat het hoofdzakelijk over fondsen ten behoeve van microfinancieringsinstellingen in het Zuiden.

De vrijstelling is dubbel. De particuliere belastingplichtige die belegt (aandelen of leningen) in sociaal-ethische fondsen krijgt een vrijstelling voor de zogenoemde vermogensrendementsheffing. De vermogensrendementsheffing is onderdeel van de inkomstenbelasting en houdt in dat bijvoorbeeld spaartegoeden of aandelen geacht worden forfaitair een rendement van 4 % te genereren welk rendement wordt belast tegen 30 % per saldo, dus een heffing van 1,2 % over de waarde die werd belegd. Men kan een vrijstelling bekomen van die 1,2 % als men belegt in sociaal-ethische fondsen.

De vrijstelling is aan een maximum gebonden : de beleggingen komen voor maximaal 52 110 euro in aanmerking.

Daarnaast kan de particuliere belastingplichtige gebruikmaken van een heffingskorting. Dit is een korting van 1,3 % van de waarde die werd belegd in sociaal-ethische fondsen (en die dus van de vermogensrendementsheffing is vrijgesteld). Deze korting komt in mindering van de te betalen inkomstenbelasting.

De wettelijke regeling heeft in Nederland geleid tot een multiplicatoreffect op de beschikbare middelen.

Verenigd Koninkrijk

In het Verenigd Koninkrijk is een vergelijkbare regeling een succes voor de Charity Bank, een non-profit bank die leningen verstrekt aan liefdadigheids- en gemeenschapsinstellingen in het Verenigd Koninkrijk zelf om armoede, uitsluiting, misbruik en discriminatie te bestrijden.

Particulieren of bedrijven kunnen sparen of beleggen bij de Charity Bank. De overheid kent een rechtstreekse belastingsaftrek toe voor een bedrag gelijkgesteld aan 5 % van het spaarvermogen. Voorwaarde is dat het geld bevroren wordt voor vijf jaar. Het belastingvoordeel wordt gedurende vijf jaar toegekend. Na vijf jaar betreft het dus een directe belastingsaftrek voor een bedrag van 25 % van het spaarvermogen.

ARTIKELSGEWIJSE TOELICHTING

Artikel 2

Dit artikel geeft een definitie van de verschillende begrippen die in deze wet worden gehanteerd. De begrippen worden op eenzelfde wijze gedefinieerd als in artikel 2 van het Vlaams decreet van 2 april 2004 betreffende de microfinanciering in ontwikkelingslanden door middel van waarborgverlening aan ontwikkelingsfondsen.

Artikel 3

Dit artikel bepaalt de voorwaarden waaraan een fonds moet voldoen om als ontwikkelingsfonds te worden erkend. De voorwaarden zijn dezelfde als die welke zijn opgenomen in artikel 6 van het Vlaams decreet van 2 april 2004 betreffende de microfinanciering in ontwikkelingslanden door middel van waarborgverlening aan ontwikkelingsfondsen.

Artikel 4

Dit artikel is analoog aan reeds bestaande artikelen in het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 die belastingverminderingen toekennen, zoals onder andere een belastingvermindering voor het Startersfonds, voor het Kringloopfonds enz. De analogie gaat zowel op voor de voorwaarden en de modaliteiten van de belastingvermindering als voor het bedrag van de belastingvermindering.

Artikel 4 voert een belastingvermindering in voor de inschrijving op aandelen van ontwikkelingsfondsen. De belastingvermindering geldt voor de sommen die tijdens het belastbare tijdperk zijn gestort.

De belastingvermindering wordt verleend onder bepaalde voorwaarden en modaliteiten.

De belastingvermindering is gelijk aan 5 % van de werkelijk gedane betalingen. Het totaal van de belastingvermindering mag per belastbaar tijdperk niet meer dan 210 euro bedragen (270 euro, geïndexeerd voor het aanslagjaar 2007).

Dit betekent in de praktijk dat wanneer iemand 5 000 euro belegt in een ontwikkelingsfonds, die persoon voor dat aanslagjaar een belastingvermindering van 5 % geniet, namelijk 250 euro. Een belegger die 10 000 euro investeert in een ontwikkelingsfonds zal de maximale vermindering van 270 euro genieten (aanslagjaar 2007).

Elke echtgenoot heeft recht op de vermindering indien de aandelen op zijn/haar persoonlijke naam zijn uitgegeven.

§ 2 regelt de penalisatie als men de termijn van vijf jaar niet naleeft.

§ 3 regelt de formaliteiten.

Sabine de BETHUNE
Wouter BEKE
Etienne SCHOUPPE
Els SCHELFHOUT
Elke TINDEMANS.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :

1º ontwikkelingsfondsen : organisaties die financiële middelen in de vorm van kredieten, waarborgen of participaties ter beschikking willen stellen van microfinancieringsinstellingen in ontwikkelingslanden, en die beantwoorden aan de criteria van artikel 3, § 1;

2º microfinanciering : het verstrekken van kleine kredieten en andere financiële diensten aan personen die een zeer kleine onderneming oprichten of al exploiteren en die geen toegang hebben tot gangbare financiële circuits;

3º ontwikkelingslanden : de landen die opgenomen zijn in het eerste deel van de lijst van het Comité voor Ontwikkelingshulp (DAC) van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), met uitzondering van de lidstaten van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (UNECE);

4º microfinancieringsinstellingen : instellingen in ontwikkelingslanden die kleine kredieten verstrekken en andere financiële diensten verlenen aan personen die een zeer kleine onderneming oprichten of al exploiteren en die geen toegang hebben tot de gangbare financiële circuits.

Art. 3

§ 1. Om te kunnen worden erkend als ontwikkelingsfonds, moet de verzoekende organisatie of de verzoekende afdeling van een organisatie voldoen aan volgende criteria :

1º ze heeft een rechtsvorm naar Belgisch recht aangenomen;

2º gedurende de laatste drie jaar heeft ze onafgebroken financieringsactiviteiten ontwikkeld met kredieten, waarborgen of participaties;

3º ze heeft een geïnvesteerde portefeuille in microfinanciering in ontwikkelingslanden die minstens 500 000 euro bedraagt;

4º ze streeft statutair een sociaal doel na en heeft geen oogmerk tot winstmaximalisatie.

§ 2. De geldigheid van de erkenning van het ontwikkelingsfonds bedraagt vijf jaar en is hernieuwbaar.

§ 3. De Koning bepaalt de procedure voor de toekenning en de intrekking van de erkenning als ontwikkelingsfonds.

Art. 4

In titel II, hoofdstuk III, afdeling I van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, wordt een onderafdeling II undecies ingevoegd, die een artikel 145/30 bevat luidende :

« Onderafdeling IIundecies — Vermindering voor uitgaven voor een ontwikkelingsfonds — terugname van de vermindering

Art. 145/30

§ 1. In geval van inschrijving op aandelen op naam van ontwikkelingsfondsen wordt een belastingvermindering verleend voor de sommen die tijdens het belastbare tijdperk zijn gestort voor de verwerving ervan.

De belastingvermindering wordt verleend onder de volgende voorwaarden en modaliteiten :

1º de aandelen zijn uitgegeven door een ontwikkelingsfonds zoals bedoeld in de wet van ... houdende de invoering van een belastingvermindering voor aandelen in ontwikkelingsfondsen voor microfinanciering in ontwikkelingslanden en houdende de vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning als ontwikkelingsfonds;

2º de aandelen moeten, behalve bij overlijden, gedurende ten minste 60 maanden ononderbroken in het bezit blijven van de inschrijver;

3º bij vervreemding heeft de nieuwe bezitter geen recht op de belastingvermindering;

4º bij overlijden van de inschrijver blijft de voorheen verkregen belastingvermindering behouden;

5º de inschrijver legt tot staving van zijn aangifte in de personenbelasting het in § 3 vermelde document over.

De belastingvermindering is gelijk aan 5 % van de werkelijk gedane betalingen.

Het totaal van de belastingvermindering mag per belastbaar tijdperk niet meer dan 210 euro bedragen.

Elke echtgenoot heeft recht op de vermindering, indien de aandelen op zijn/haar persoonlijke naam zijn uitgegeven.

§ 2. Wanneer de in § 1, tweede lid, 2º, gestelde voorwaarde niet is nageleefd in een van de jaren volgend op het jaar van storting, omdat de inschrijver de aandelen heeft vervreemd binnen 60 maanden na de verwerving ervan, wordt de belasting met betrekking tot de inkomsten van dat jaar vermeerderd met een bedrag dat gelijk is aan zoveel maal één zestigste van de overeenkomstig § 1 werkelijk verkregen belastingvermindering, als er volle maanden overblijven tot het einde van de periode van 60 maanden.

§ 3. Elk erkend ontwikkelingsfonds stelt jaarlijks, vóór 31 maart van het aanslagjaar, een document op en zendt een exemplaar aan de inschrijver en een ander aan de belastingsdienst waarvan hij afhangt, met daarin :

— voor het jaar van verwerving : de bedragen die recht geven op de vermindering en het bedrag van de toe te passen vermindering, alsmede de bevestiging dat de aandelen op 31 december van het betreffende jaar nog steeds in het bezit zijn van de inschrijver;

— voor het jaar waarin de termijn van 60 maanden verstrijkt : naargelang het geval, de bevestiging dat de aandelen ofwel in het bezit zijn gebleven van de inschrijver tot het einde van de termijn, ofwel zijn vervreemd vóór het verstrijken van de termijn met opgave van de nog niet verlopen maanden die in aanmerking komen voor de berekening van de terugname van de vermindering;

— voor het jaar van vervreemding : wanneer deze gebeurt in de loop van een jaar dat het verstrijken van de termijn van 60 maanden voorafgaat, het aantal nog niet verlopen maanden die in aanmerking komen voor de berekening van de terugname van de vermindering.

12 juli 2007.

Sabine de BETHUNE
Wouter BEKE
Etienne SCHOUPPE
Els SCHELFHOUT
Elke TINDEMANS.