Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-90

ZITTING 2006-2007

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Werk

Vraag nr. 3-6989 van de heer Mahoux van 13 februari 2007 (Fr.) :
Toeleveringssector. — Veiligheid op het werk.

In ons land staat elke werkgever in voor het welzijn van zijn werknemers en moet hij alle nodige maatregelen treffen om hen te beschermen tegen beroepsrisico's.

De vakbondsorganisaties stellen vast dat de groei van de toelevering en van de uitbesteding van taken aan andere ondernemingen een versnippering van die verantwoordelijkheid voor gevolg heeft.

In de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, bepaalt de wetgever in hoofdstuk 3 dat de ondernemingen die bedrijvig zijn op eenzelfde arbeidsplaats waar werknemers werken, moeten samenwerken bij de uitvoering van de maatregelen met betrekking tot de veiligheid en de gezondheid van de werknemers (uitzendarbeid en terbeschikkingstelling).

Hoofdstuk 4 van dezelfde wet definieert zowel de verplichtingen van de onderneming in wiens inrichting werknemers van ondernemingen van buitenaf werkzaamheden uitvoeren als de verplichtingen van de ondernemingen van buitenaf.

Is het departement van de minister op de hoogte van problemen in dat verband ?

De uitvoeringsbesluiten bepalen op welke manier de verantwoordelijkheden van elke werkgever moeten worden verdeeld. Moeten de verschillende werkgevers er dan niet toe worden verplicht hun verantwoordelijkheid samen op te nemen ?

Beschikt de geachte minister over cijfergegevens over de evolutie van het aantal arbeidsongevallen in het kader van de toelevering ?

Antwoord : De wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk bevat een regeling waarbij de verschillende aspecten van de tewerkstelling op eenzelfde arbeidsplaats aan bod komen. Hoofdstuk III stelt in dit verband een algemeen principe vast dat ook geldt voor ondernemingen of instellingen die geen contractuele relatie met elkaar hebben. Hoofdstuk IV betreft specifiek het werken met derden.

Het gebeurt steeds vaker dat verschillende ondernemingen gelijktijdig aanwezig zijn op de arbeidsplaats. Ik ben ervan overtuigd dat ook in die situatie het welzijn van de er aanwezige werknemers zo optimaal mogelijk moet gewaarborgd worden. Een middel daartoe is om de verplichtingen en verantwoordelijkheden van elk der betrokken partijen duidelijk vast te leggen.

De huidige reglementering vereist dat de Koning de nodige uitvoeringsbesluiten neemt om een en ander betreffende de informatie-, samenwerkings- en coördinatieverplichting nader te bepalen en te regelen. Dit blijkt evenwel moeilijker dan aanvankelijk gedacht. Zo heeft de praktijk uitgewezen dat de te nemen precieze randvoorwaarden (de Koning bepaalt, rekening houdend met de risicograad en de omvang van de onderneming, op welke wijze de informatie wordt verstrekt) het nemen van de nodige uitvoeringsbesluiten bemoeilijken.

Een wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk is momenteel in bespreking bij de Nationale Arbeidsraad. De wijziging betreft meer bepaald een aanpassing van de artikelen 7 (werken op eenzelfde arbeidsplaats), 8 en 9 (werken met derden), 10 en 12 (werken met zelfstandigen). Deze bestaande opdeling van het werken met derden, namelijk het werken met derden-werkgevers en werken met derden-zelfstandigen wordt verlaten. Er wordt voorzien in een nieuwe opdeling van artikelen waarbij de « aannemer » de verzamelterm wordt voor de onderneming van buitenaf die in de inrichting van een werkgever werkzaamheden uitvoert op basis van een overeenkomst met deze werkgever. Het begrip « aannemer » heeft hier een eigen betekenis en verschilt dus van deze zoals die in Hoofdstuk V (tijdelijke of mobiele bouwplaatsen) wordt gebruikt. Het kan zowel gaan om een zelfstandige als om een werkgever.

Bovendien wordt ook rekening gehouden met de bestaande praktijk van het komen werken van onderaannemers in de inrichting van de werkgever. Het is belangrijk dat ook voor de relatie aannemer-onderaannemer een regeling wordt uitgewerkt opdat de welzijnsverplichtingen worden nagekomen door elkeen die werkzaamheden uitvoert in de inrichting.

De cijfergegevens betreffende de evolutie van de arbeidsongevallen die in het kader van de onderaanneming hebben plaatsgevonden zijn niet beschikbaar. De kwalificatie parameter van « onderaanneming » werd in het nieuwe model van aangifte van arbeidsongevallen ingevoerd. Dit model zal echter slechts vanaf 1 januari 2008 van toepassing zijn.