Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-90

ZITTING 2006-2007

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Vice-eersteminister en minister van Justitie

Vraag nr. 3-6576 van de heer Beke van 19 januari 2007 (N.) :
Bedienaars van erkende godsdiensten en de vrijzinnige afgevaardigden. — Financiering. — Statuut. — Rapport.

Begin 2006 werd door de geachte minister een « Commissie van wijzen » geďnstalleerd om een studie te maken over het statuut en de financiering van de bedienaars van de erkende godsdiensten en de vrijzinnige afgevaardigden. Er werd een lijst opgesteld met pijnpunten en de leden suggereerden voorstellen om te komen tot een grotere gelijkheid. In september werd het rapport der wijzen overhandigd, maar de inhoud werd pas in november bekendgemaakt.

De commissie heeft zich unaniem achter het principe geschaard van gelijk loon voor gelijk werk om de bestaande onaanvaardbare ongelijkheden recht te trekken. De wedden van de geestelijken moeten daartoe worden opgetrokken tot op het niveau van de lekenafgevaardigden, alle discriminaties moeten worden uitgewerkt en er moet éénzelfde pensioenregeling worden uitgewerkt tot op het niveau van een ambtenarenpensioen. Daarnaast vraagt het rapport dat de parochieassistenten behouden blijven.

Over het principe van gelijkheid zijn de erediensten, de vrijzinnigheid en de overheid het eens, maar over de concrete uitwerking in de praktijk, met andere woorden, over hoeveel geld elke eredienst concreet zal krijgen, is geen eensgezindheid.

Heeft de geachte minister al reacties ontvangen van erkende godsdiensten en/of de vrijzinnigen over de aanbevelingen van het rapport ? Hoe luiden die ?

Zal zij enkele van de aanbevelingen omzetten ? Welke realisaties ziet zij op korte termijn haalbaar ?

In welke fase zit de ontwikkeling van een opleiding tot imam ? Zal er een school voor islamtheologie in ons land worden opgericht ?

Antwoord : Het omstandig rapport van de « Commissie van Wijzen » werd mij officieel op 7 november 2006 overhandigd en de dag daarna werd het reeds op de website van de FOD Justitie geplaatst.

Dit rapport heeft het voordeel dat de huidige reglementering en de pijnpunten inzake de reglementering rond de federale financiering van de bedienaars van de erkende erediensten en van de afgevaardigden van de Centrale Vrijzinnige Raad werden onderzocht en naast elkaar gezet.

Ik heb de verschillende representatieve organen van de erkende erediensten en de Centrale Vrijzinnige Raad gevraagd om mij tegen 31 december 2006 hun opmerkingen, bedenkingen en suggesties op een aantal vragen met betrekking tot het door de Commissie geformuleerde voorstellen, te laten toekomen. Ik heb evenwel nog niet van alle organen reeds een antwoord bekomen, zodat een totaalbeeld ontbreekt. Wel kan ik reeds meedelen dat op basis van de reeds geformuleerde antwoorden, deze eerder behoudend van aard zijn en mij derhalve onvoldoende elementen aanreiken met betrekking tot de gestelde vragen.

Bovendien heeft de Commissie op basis van een aantal door haar geformuleerde voorstellen ook budgettaire simulaties uitgewerkt. Welke ook de keuze is die wordt gemaakt, zal deze een meeruitgave op de begroting van de FOD Justitie impliceren.

Ik meen dan ook dat het in dat kader aanbeveling verdient om het rapport van de Commissie na de verkiezingen op de tafel van de toekomstige onderhandelaars te brengen en dat daar een keuze moet worden gemaakt. Het zou bovendien wenselijk zijn dat over het geheel van deze problematiek in het Parlement een sereen en grondig debat wordt gevoerd, aangezien het hier een bij uitstek maatschappelijk vraagstuk betreft, dat door alle geledingen in onze samenleving moet worden gedragen.

Het werk is derhalve niet verloren, maar kan door de tijdsomstandigheden niet op dit ogenblik worden gefinaliseerd in concrete voorstellen, die trouwens ook wetswijzigingen zullen impliceren.

Ten slotte zijn komt het aan het Executief van de Moslims van België toe om voorstellen te formuleren inzake de mogelijke opleiding van imams in België. Het denkwerk is echter geďnitialiseerd.