3-2139/2

3-2139/2

Belgische Senaat

ZITTING 2006-2007

22 MAART 2007


Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen en van de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE BINNENLANDSE ZAKEN EN VOOR DE ADMINISTRATIEVE AANGELEGENHEDEN UITGEBRACHT DOOR

DE HEER BEKE


I. INLEIDING

Dit ontwerp werd op 15 maart 2007 ingediend als bicameraal wetsvoorstel in de Kamer van volksvertegenwoordigers (stuk Kamer 51-2996/1) door de voorzitter, de heer Herman De Croo.

Het voorstel werd aangenomen tijdens de plenaire vergadering van de Kamer op 22 maart 2007 en diezelfde dag behandeld door de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden van de Senaat.

II. INLEIDENDE UITEENZETTING DOOR DE HEER PATRICK DEWAEL, VICE-EERSTEMINISTER EN MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN

De heer Patrick Dewael, vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken, heeft benadrukt dat het voorliggende wetsontwerp het resultaat van een parlementair initiatief is.

De voorgestelde wijzigingen van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen zijn het resultaat van een akkoord binnen de werkgroep, waarin alle parlementaire fracties die zitting hebben in de Controlecommissie betreffende de verkiezingsuitgaven, vertegenwoordigd waren.

Dit wetsontwerp streeft drie doelen na :

1º het behoud van de analogie met de wet van 19 mei 1994 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van het Europees Parlement en met de wet van 19 mei 1994 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van de Vlaamse Raad, de Waalse Gewestraad, de Brusselse Hoofdstedelijke Raad en de Raad van de Duitstalige Gemeenschap;

2º de omzetting van de aanbevelingen die de controlecommissie heeft geformuleerd;

3º enkele materiële verbeteringen in de bestaande wetgeving aanbrengen.

III. ALGEMENE BESPREKING

Senator Van Hauthem stelt vast dat het ontwerp een aantal noodzakelijke verduidelijkingen brengt in de wetgeving inzake verkiezingsuitgaven maar meent dat het Parlement dit al veel eerder had kunnen doen. Dit ontwerp probeert een antwoord te geven op de snelle technologische evolutie.

Daarnaast worden met het ontwerp ook een aantal anomalieën in de wetgeving rechtgezet die door zijn fractie reeds lang zijn aangekaart. Zo bestond er een bepaling die partijen verplichtte om het respect voor het EVRM voor 1995 in hun statuten op te nemen. Dat deze bepaling voor gevolg had dat nieuwe partijen niet in aanmerking konden komen voor partijfinanciering wordt nu pas rechtgezet.

Senator Delpérée benadrukt dat binnen de controlecommissie voor de verkiezingsuitgaven unanimiteit bestond om vanaf het begin van de volgende legislatuur terug te komen op de problemen rond Internet en andere nieuwe communicatiemiddelen. De formulering die in het wetsontwerp wordt voorgesteld biedt, gelet op de nabijheid van de verkiezingen, een voorlopige oplossing maar lost zeker niet alle problemen op.

Senator Beke beaamt dat het ontwerp op een consensus berust die in de controlecommissie is bereikt. Hij stelt voor dat in een volgende legislatuur wordt nagedacht over de wijze waarop inzake verkiezingsuitgaven gelegifereerd wordt. Telkens probeert men de wetgeving aan nieuwe omstandigheden aan te passen zonder te denken aan de finaliteit van de wetgeving. Deze finaliteit is een beperking van de verkiezingsuitgaven enerzijds en het voorkomen van beïnvloeding van de kiezer met middelen die niets met politiek te maken hebben anderzijds.

Intussen wordt aan een moeilijk te doorworstelen vademecum gewerkt om te weten op welke manier men al dan niet aan verkiezingen kan deelnemen.

Deze overreglementering doet de vraag rijzen of een en ander niet eens opnieuw moet worden bekeken. Zijn fractie is daar in elk geval vragende partij voor. De redenen voor een reglementering waren legitiem maar er moet onderzocht worden of doel en middelen nog met elkaar in overeenstemming zijn.

IV. ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING EN STEMMINGEN

Artikel 1

Dit artikel wordt eenparig aangenomen door de 10 aanwezige leden.

Artikelen 2 tot en met 20

Deze artikelen worden telkens eenparig aangenomen door de 10 aanwezige leden.

Stemming over het geheel van het ontwerp

Het geheel van het ontwerp van wet wordt eveneens eenparig aangenomen door de 10 aanwezige leden.


Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het uitbrengen van een mondeling verslag in de plenaire vergadering.

De rapporteur, De voorzitter,
Wouter BEKE. Ludwig VANDENHOVE.

De door de commissie aangenomen tekst is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp (zie stuk Kamer, nr. 51-2996/004)