Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-85

ZITTING 2006-2007

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Vice-eersteminister en minister van FinanciŽn

Vraag nr. 3-6499 van mevrouw Van de Casteele d.d. 28 december 2006 (N.) :
Fiscale aftrek van giften in geld. — Instellingen die kwijtschriften kunnen uitreiken. — Erkenning.

Om de financiŽle steun van de burgers aan instellingen, die deelnemen aan het verwezenlijken van bepaalde doelstellingen die de overheid wil bereiken, aan te moedigen, heeft de wetgever de fiscale aftrek van bepaalde giften ingevoerd.

Om aftrekbaar te zijn, moeten giften in geld of onder vorm van kunstwerken gedaan zijn aan instellingen die gemachtigd zijn om kwijtschriften aan hun schenkers uit te reiken.

Deze instellingen zijn ofwel instellingen opgenomen in het Wetboek op de inkomstenbelastingen (WIB) 1992 ofwel instellingen die hun werkzaamheden verrichten in de in dat wetboek opgesomde domeinen en die zich periodiek aan een erkenningsprocedure moeten onderwerpen.

Deze laatste instellingen moeten een aanvraag tot erkenning indienen. De erkenning wordt gezamenlijk verleend door de minister van FinanciŽn en de geachte minister bevoegd voor het bedoelde activiteitendomein. De voogdijminister moet zich uitspreken over de naleving van de voorwaarde die betrekking heeft op de verrichting van de werkzaamheden. Vandaar dat er een dubbel onderzoek gebeurt.

Na indiening bij uw diensten, worden de aanvragen naar de directie I/5C van de centrale diensten van de administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit doorgezonden. Zij onderzoeken of het dossier ontvankelijk en volledig is.

Vervolgens wordt een beslissing of een gemotiveerd advies gevraagd aan de bevoegde voogdijminister en aan de lokale taxatiedienst.

Na ontvangst van dit advies, verricht de directie I/5C dan haar eindonderzoek. Indien de resultaten gunstig zijn, legt de directie I/5C, naargelang het geval, een ontwerp van de erkenning aan de minister van FinanciŽn ter ondertekening voor of neemt de instelling in een lijst van te erkennen instellingen op.

Indien de erkenning moet worden afgewezen, legt de directie I/5C een ontwerp van betekening van afwijzing aan de minister van FinanciŽn voor. De afwijzing moet gemotiveerd worden en, indien ze het gevolg is van een ongunstige beslissing van de voogdijminister, wordt er een afschrift van die beslissing toegevoegd.

Om de draagwijdte van deze procedure van aanvraag te kennen, zou ik graag een antwoord krijgen op de volgende vragen :

1. Hoeveel aanvragen tot erkenning werden er onderzocht sinds 2000 ? Hoeveel waren dit er jaarlijks ?

2. Hoeveel aanvragen werden sinds 2000 goedgekeurd ? Hoeveel waren dit er jaarlijks ?

3. Hoeveel aanvragen kregen sinds 2000 een ongunstig advies van de taxatiedienst ? Hoeveel waren dit er jaarlijks ?

4. Hoeveel aanvragen kregen sinds 2000 een ongunstig advies van de voogdijminister ? Hoeveel waren dit er jaarlijks en hoeveel ongunstige adviezen waren dit per departement ?

5. Hoeveel aanvragen werden sinds 2000 toch afgewezen na het eindonderzoek door de directie I/5C, nadat ze eerder wel gunstig advies kregen van de voogdijminister ? Hoeveel waren dit er jaarlijks en hoeveel waren dit er per departement ?

6. Hoeveel erkenningen werden sinds 2000 ingetrokken ? Hoeveel waren dit er jaarlijks en hoeveel erkenningen per departement werden ingetrokken op vraag van de voogdijminister ?