3-2388/1

3-2388/1

Belgische Senaat

ZITTING 2006-2007

11 APRIL 2007


Voorstel van bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen met betrekking tot de brandweerdiensten

(Ingediend door Wouter Beke en c.s.)


TOELICHTING


De huidige wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming regelt het kader waarin de diensten van de civiele bescherming en de gemeentelijke brandweerdiensten hun taken uitoefenen. Het leidt geen twijfel dat dit kader dringend aan modernisering toe is. Onze samenleving is sedert 1963 inderdaad grondig gewijzigd. Dit brengt nieuwe vormen van risico's met zich mee. Sedert de jaren zestig is bijvoorbeeld de hoogbouw een wijdverspreide vorm van wonen geworden. Belangrijke verbindingswegen doorkruisen ons land. De opgang van de industrie heeft ook nieuwe vormen van risico's teweeggebracht. Hierdoor stellen zich bijzondere eisen aan de preventie en bestrijding van brand- en ontploffingsgevaar, maar ook aan de bescherming van het leefmilieu en het waterbeleid, twee belangrijke taken waarvoor de brandweerdiensten moeten instaan.

Het regeerakkoord van 14 juli 2003 heeft als doelstelling de hervorming van de civiele veiligheid naar voor geschoven. In navolging daarvan werd een werkgroep opgericht onder het voorzitterschap van de gouverneur van de provincie Antwerpen, de werkgroep Paulus. Tijdens de werkzaamheden en ter voorbereiding van een wetgevend initiatief terzake werden diverse analyses gemaakt van het brandweerlandschap zoals dit vandaag functioneert. Zo werd ondermeer een analyse gemaakt van de financiering van de brandweerdiensten. Daarnaast werd ook een analyse gemaakt van de dekking van het grondgebied die uitging van een minimale uitruktijd en vertrekkende van de huidige inplanting van de brandweerposten.

De resultaten van deze studies leiden tot de vaststelling dat het brandweerlandschap in Vlaanderen, WalloniŽ en Brussel totaal verschillend is ingericht. De korpsen zijn ingedeeld in categorieŽn, aangeduid met de letters C, X, Y of Z. Een C-korps is een korps dat uitsluitend de bescherming van de eigen gemeente opneemt. De X-korpsen zijn de zeer grote korpsen — gelijklopend met de 5 grote steden van ons land — en beschikken uitsluitend over beroepspersoneel. De Y-korpsen zijn zoals de X-korpsen ermee belast versterking te verlenen aan de andere nabij gelegen korpsen. De Z-korpsen tot slot dienen zoals de X- en Y-korpsen de brandweerservice volwaardig te verzorgen in hun buurgemeenten zonder eigen brandweer. De Y- en Z-korpsen werken veelal met een gemengd personeelsbezetting tussen beroeps- en vrijwilligerspersoneel.

De verdeling van de korpsen voor het gans land ziet er als volgt uit :

Totaal C X Y Z
BelgiŽ 251 99 5 26 121
Vlaanderen 165 80 2 16 67
WalloniŽ 85 19 2 10 54
Brussel 2 - 1 - 1

We stellen dus vast dat Vlaanderen bijna het dubbel aantal brandweerposten telt in vergelijking met WalloniŽ. De Brusselse situatie is dan weer bijzonder omdat de brandweerdienst daar gewestelijk werd uitgebouwd. De risicoanalyse — op basis van de dekking in functie van de uitruktijden — laat dan ook in het zuiden van ons land heel wat meer ę zwarte vlekken Ľ zien. Dit zijn gebieden waar geen enkele huidige brandweerdienst binnen de vooropgestelde tijd ter plaatse kan zijn.

De risicoanalyse waarvan reeds sprake hield echter geen rekening met de risico's in termen van bevolkingsdichtheid, opslag van gevaarlijke producten, de inplanting van bijvoorbeeld Seveso-bedrijven, ... Het bestaan van ę zwarte vlekken Ľ betekent desgevallend niet noodzakelijk dat hierdoor een slechtere dienstverlening zou zijn in WalloniŽ. Het is duidelijk dat de risico's in Vlaanderen en WalloniŽ verschillend zijn. Zo is Vlaanderen veel dichter bevolkt en is deze bevolking veel meer gespreid over het grondgebied. In WalloniŽ is door het rurale karakter van sommige streken bijvoorbeeld in bepaalde gebieden de nood aan redding van en bijstand aan personen en de bescherming van hun goederen minder aanwezig.

Een andere conclusie die we uit de cijfers kunnen afleiden is de samenstelling van de korpsen. Vlaanderen telt een overwegend aantal gemeentelijke korpsen of C-korpsen. Maar liefst 80 van de 165 Vlaamse korpsen zijn C-korpsen (48,5 %) die hoofdzakelijk op vrijwilligers draaien. In WalloniŽ treft men slechts 19 op de 85 korpsen (22,35 %) aan die gemeentelijk zijn ingericht. Dit vertaalt zich trouwens ook in de totale kostprijs die per gewest aan brandweer wordt besteed.

Exploitatiekost (zonder overdrachten) Algemeen totaal (met afschrijvingen)
BelgiŽ 387 817 903,16 479 821 470,70
Vlaanderen 188 383 290,94 243 769 637,10
WalloniŽ 135 667 295,04 168 245 511,02
Brussel 63 767 317,18 67 806 322,58

De neiging naar meer beroepskorpsen heeft zich ook gemanifesteerd tijdens de gesprekken die zich gedurende de werkzaamheden binnen de werkgroep Paulus hebben afgespeeld. In WalloniŽ is bijvoorbeeld de beroepsvereniging van de brandweerdiensten (FRCSPB) veel meer voorstander van een professionalisering van het personeelsbestand bij de brandweerdiensten.

Gezien deze belangrijke verschillen lijkt ons de defederalisering van de brandweer een logische stap. De brandweerdiensten zijn tot op vandaag nog steeds gemeentelijke diensten. Die band met de gemeente komt in de eerste plaats tot uiting door de bevoegdheid die aan de burgemeesters wordt toevertrouwd om te waken over de veiligheid in zijn gemeente. De noodzaak tot regionalisering volgt ook uit de overheveling van de bevoegdheid inzake de lokale besturen aan de gewesten door middel van de bijzondere wet van 13 juli 2001. De gewesten zijn immers op basis van artikel 6, ß 1,VIII, van de bijzondere wet tot hervorming van de instellingen bevoegd voor :

— de samenstelling, organisatie bevoegdheid en werking van de provinciale en gemeentelijke instellingen;

— het wijzigen en corrigeren van de grenzen van de provincies en van de gemeenten;

— de samenstelling, organisatie, bevoegdheid en werking van de instellingen van de agglomeraties en federaties van gemeenten;

— de verkiezing van de provinciale, gemeentelijke en binnengemeentelijke organen, alsook van de organen van de agglomeraties en de federaties van gemeenten, met inbegrip van de controle op de verkiezingsuitgaven;

— het tuchtstelsel voor de burgemeesters;

— de kerkfabrieken en de instellingen die belast zijn met het beheer van de temporaliŽn van de erkende erediensten;

— de begraafplaatsen en de lijkbezorging;

— de vereniging van provincies en gemeenten tot nut van het algemeen;

— de algemene financiering van de gemeenten, de agglomeraties, en de federaties van gemeenten en provincies;

— de financiering van de opdrachten uit te voeren door de gemeenten, de agglomeraties en de federaties van gemeenten, de provincies en door andere publiekrechtelijke rechtspersonen in de tot de bevoegdheid van de gewesten behorende aangelegenheden, behalve wanneer die opdrachten betrekking hebben op een aangelegenheid waarvoor de federale overheid of de gemeenschappen bevoegd zijn;

— de voorwaarden waaronder en de wijze waarop binnengemeentelijke territoriale organen als bedoeld in artikel 41 van de Grondwet kunnen worden opgericht.

Ditzelfde artikel 6, ß 1, VIII, van de bijzondere wet tot hervorming van de instellingen bevat echter ook een aantal uitzonderingen die bijgevolg een bevoegdheid blijven van de federale overheid. De organisatie van de brandweer behoort tot deze uitzonderingen. Dit voorstel draagt dan ook de organisatie van de brandweer over aan de bevoegdheid van de gewesten zodat samen met de rest van de organisatie en werking van de gemeentelijke instellingen een eenvormig beleid zou kunnen gevoerd worden.

Dit heeft zo ook zijn voordelen voor het personeelsstatuut. De huidige brandweerlieden behoren tot het gemeentelijk personeel. Gezien in het verleden zich reeds verschillende bevoegdheidsconflicten hebben voorgedaan, zou een overdracht inzake de brandweerdiensten aan de gewesten een einde kunnen stellen aan deze steeds opnieuw opduikende struikelblokken. Als voorbeelden kunnen aangehaald worden de problematiek van het vakantiegeld of de toekenning van het verlof voorafgaand aan pensionering. Door de bevoegdheid rond dit personeel bij de gewesten te leggen, kan ook een meer afgestemde regeling worden getroffen met het andere gemeentepersoneel. Het onderscheid dat bijvoorbeeld nu ontstaat tussen enerzijds het lokale politiepersoneel — die een federaal statuut hebben en diverse andere bepalingen bevatten — en anderzijds het gemeentepersoneel, zorgen nu eenmaal voor heel wat spanningen. Indien nu ook het brandweerpersoneel een ander statuut zou verkrijgen op federaal niveau — met andere voorwaarden en verworvenheden — zal ook dit voor bijkomende druk op het gemeentelijke personeelsstatuut zorgen.

De gewesten zijn tevens bevoegd voor een belangrijk deel inzake het leefmilieu en het waterbeleid. De bestrijding van vervuiling en van het vrijkomen van gevaarlijke stoffen is nu eenmaal ťťn van de kerntaken van de brandweerdiensten. Niet enkel het vastleggen van de normering, maar tevens ook de pro-actie, preventie, preparatie, uitvoering en evaluatie met betrekking tot het leefmilieu en het waterbeleid zou op die manier tot hetzelfde bevoegdheidsniveau behoren.

Om een coherent beleid te kunnen voeren op al deze gebieden is de overheveling van de brandweer naar de gewesten de beste oplossing.

Wouter BEKE
Jan STEVERLYNCK
Hugo VANDENBERGHE
Sabine de BETHUNE
Mia DE SCHAMPHELAERE.

VOORSTEL VAN BIJZONDERE WET


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

Art. 2

In artikel 6, ß 1, VIII, 1e, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen vervallen in het vierde gedachtestreepje de woorden ę , en de brandweer Ľ.

22 maart 2007.

Wouter BEKE
Jan STEVERLYNCK
Hugo VANDENBERGHE
Sabine de BETHUNE
Mia DE SCHAMPHELAERE.