Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-80

ZITTING 2006-2007

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

Vraag nr. 3-6114 van de heer Beke d.d. 18 oktober 2006 (N.) :
Huisartsengeneeskunde. — Statuut van chronische patiŽnt.

Volgens het onderdeel ę zorgtrajecten Ľ van het plan voor de ontwikkeling van de huisartsgeneeskunde van de geachte minister is het onder meer nodig om een statuut van chronische patiŽnt toe te kennen aan patiŽnten die lijden aan ziekten die een gecoŲrdineerde follow-up vereisen. PatiŽnten die aan een chronische ziekte lijden, genieten geen enkel bijzonder statuut, met uitzondering van een eventueel beschermd statuut. De behandeling van deze ziekten vereist een gecoŲrdineerde aanpak waarin de huisarts een centrale rol kan spelen. Deze aanpak zorgt voor een aanzienlijke kwalitatieve verbetering van de zorgen en vermijdt dat onderzoeken twee keer uitgevoerd moeten worden, wat zowel nutteloos als kostelijk is.

Deze maatregel in verband met een statuut van chronische patiŽnt zou worden gebaseerd op de conclusies van werkgroep nļ 5 aangesteld door het akkoord geneesheren-ziekenfondsen 2004/2005. De behandelende huisarts van een chronische patiŽnt zal een financieel voordeel verwerven in de vorm van een verhoging van het globaal medisch dossier (GMD). Het remgeld voor raadplegingen in verband met de chronische ziekte van de patiŽnt zal worden opgeheven.

Deze maatregel wordt positief voorgesteld, maar we zullen hem kritisch opvolgen. Eind vorig jaar heeft de geachte minister namelijk beslist om te besparen op het zorgforfait van chronisch zieken (vraag om uitleg nr. 3-1113, Handelingen nr. 3-133, blz. 33). Hij motiveerde zijn beslissing toen op basis van de overweging dat andere maatregelen van financiŽle toegankelijkheid die in de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging werden ingevoerd, zoals de verhoogde verzekeringstegemoetkoming en de maximumfactuur reeds tot doel hadden om de last van het persoonlijk aandeel voor verstrekkingen van geneeskundige verzorging te beperken. De maximumfactuur voorziet in een begrenzing van het persoonlijk aandeel op het niveau van het gezin van de rechthebbende volgens de sociale categorie waartoe hij behoort of volgens het inkomen van het gezin waarvan hij deel uitmaakt. Ze komt dus reeds in het bijzonder tegemoet aan de nood aan verlichting van de last van het persoonlijk aandeel van gezinnen van personen die vaak geneeskundige verzorging nodig hebben zoals chronisch zieken. De geachte minister vroeg ons toen ook te erkennen dat er een reŽel probleem rijst inzake de criteria van toekenning van dit forfait aan chronisch zieken. Tussen 1990 en 2004 zijn het aantal rechthebbenden en de overeenstemmende uitgaven verdrievoudigd, respectievelijk van 53 000 tot 170 000 en van 13 tot 42 miljoen euro. Dat betekent niet dat het aantal chronisch zieken is verdrievoudigd, maar wel dat de criteria die worden gebruikt voor de definitie van chronisch zieken minder afdoend zijn geworden. De invoering van de maximumfactuur en de voortdurende uitbreiding van de remgelden die in aanmerking worden genomen, hebben een indirect effect op het stelsel van de chronisch zieken.

Correcties waren dus nodig volgens de geachte minister en die zijn dus nu gebeurd.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen :

1. Welke waren de conclusies van de werkgroep nr. 5 die werd opgericht ingevolge het akkoord artsen/ziekenfondsen 2004/2005 ? Werd er al een definitie van statuut ę chronische patiŽnt Ľ geformuleerd ?

2. Welk budget is uitgetrokken voor de opheffing van het remgeld voor raadplegingen in verband met chronische ziekte ?

3. Op welke wijze zal de geachte minister voorkomen dat een maatregel die nu positief wordt voorgesteld, negatief zal uitdraaien voor verschillende chronische patiŽnten ? Veel zal afhangen van de definitie die zal worden gebruikt. Hoe zal de maatregel worden geformuleerd ?