Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-80

ZITTING 2006-2007

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

Vraag nr. 3-6112 van de heer Beke d.d. 18 oktober 2006 (N.) :
Huisartsengeneeskunde. — Samenwerking tussen huisartsen en specialisten.

…ťn van de eerste maatregelen die de geachte minister heeft voorgesteld in zijn plan voor de ontwikkeling van de huisartsgeneeskunde, is de herwaardering van de rol van de huisartsen en specialisten. Hij stelt vast dat de samenwerking tussen huisartsen en specialisten een van de pijnpunten in ons zorgsysteem blijft. Om dit te verbeteren wil hij de patiŽnt die een huisarts raadpleegt alvorens een specialist te consulteren, financieel stimuleren.

Op 22 mei 2006 werd aan het Verzekeringscomitť van het RIZIV gevraagd een advies te geven omtrent het ontwerp van koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 36 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoŲrdineerd op 14 juli 1994, wat betreft het aandeel van de rechthebbenden die een geneesheer-specialist raadplegen nadat ze verwezen zijn door een algemeen geneeskundige.

Het ontwerp van koninklijk besluit bepaalt dat de patiŽnt die zich tot de geneesheer-specialist wendt op verwijzing van de algemeen geneeskundige, houder van zijn globaal medisch dossier, recht heeft op een vermindering van het remgeld van de consultatie van de specialist van respectievelijk 2 of 5 euro, naargelang het een rechthebbende met of zonder voorkeurregeling betreft. Deze vermindering is echter slechts van toepassing op de nominatief in het ontwerpbesluit opgenomen specialismen. Deze verwijzing met vermindering van remgeld is bovendien slechts ťťnmaal per kalenderjaar per specialisme mogelijk. De algemeen geneeskundige geeft daartoe een verwijsbrief aan de patiŽnt.

De geachte minister moet ervoor opletten dat deze samenwerking tussen huisartsen en specialisten, die terecht wordt gestimuleerd, geen administratieve samenwerking wordt, maar werkelijk een kwaliteitsverbetering oplevert van de verstrekte geneeskundige zorgen. Wij stellen ons dan ook vragen bij het eenmalige karakter van de maatregel, omdat hij de indruk wekt dat eenmaal per jaar samenwerken voldoende is. Deze maatregel leidt dan waarschijnlijk ook tot remgeldverhoging als de behoefte aan een specialistische tussenkomst een duurzaam karakter heeft.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen :

1. Hoe luidt het advies van het verzekeringscomitť ?

2. Erkent de geachte minister dat de verwijzing met vermindering van remgeld op termijn tot een remgeldverhoging kan leiden, als de behoefte aan een specialistische tussenkomst een duurzaam karakter heeft ?

3. Waarom geldt de maatregel slechts voor de nominatief opgenomen specialismen ? Is dit niet discriminerend voor de patiŽnt naargelang de aard van de specialistische zorgbehoefte ? Op basis van welke criteria zijn juist die specifieke specialismen opgenomen ?

4. Op basis van welke criteria werd een budget van 8 miljoen euro vrijgemaakt ? Waar zullen financiŽle middelen gehaald worden als er budgettaire tekorten opduiken ?