3-212

3-212

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 29 MAART 2007 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Annemie Van de Casteele aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over ęde ombudsfunctie in ziekenhuizenĽ (nr. 3-2239)

De voorzitter. - De heer Didier Donfut, staatssecretaris voor Europese Zaken, toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken, antwoordt.

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Ik heb in het verleden al een paar keer vragen gesteld over de ombudsfunctie in ziekenhuizen, die een wezenlijk onderdeel is van de wetgeving op de patiŽntenrechten. Gisteren nog vond in de Senaat een colloquium plaats over de problematiek van de patiŽntenrechten waarbij ook de ombudsfunctie ter sprake kwam. Als antwoord op mijn vraag van 18 mei 2006 (nr. 3-1649) bevestigde minister Demotte dat er problemen zijn met de onafhankelijkheid van bepaalde lokale ombudsfuncties in de ziekenhuizen. Dat werd gisteren op het colloquium overigens ook bevestigd door een aantal mensen werkzaam op het terrein.

Ook de Federale Commissie voor de Rechten van de PatiŽnt adviseerde op 17 maart 2006 de onafhankelijkheid van de ombudsdiensten in de ziekenhuizen te versterken.

Minister Demotte deelde nadien mee de nodige initiatieven te zullen nemen om dat probleem nog in 2006 op te lossen. Zo zou hij een reeks onverenigbaarheden in de reglementering inschrijven om een grotere onafhankelijkheid van de ombudsfuncties te garanderen.

De Federale Commissie voor de Rechten van de PatiŽnt adviseerde, wat dat betreft, te voorzien in een onverenigbaarheid tussen de ombudsfunctie in een ziekenhuis en de functie van ziekenhuisdirecteur, hoofdgeneesheer, voorzitter van de medische raad, hoofd van het verpleegkundig departement en de functie van elke persoon binnen hun dienst. Ik vind dat die omschrijving nogal vaag is en zeer ruim kan worden geÔnterpreteerd.

Bovendien stelde de Federale Commissie voor de Rechten van de PatiŽnt dat de ombudsfunctie onverenigbaar zou moeten zijn met de functie van beoefenaar van een gezondheidsberoep die daadwerkelijk de functie in de instelling uitoefent.

Heeft de minister al verdere stappen tot wijziging gedaan?

Zal de wijziging er nog in deze legislatuur komen?

Kan het voorstel inzake onverenigbaarheid in ruime zin worden geÔnterpreteerd? Wat bijvoorbeeld met een psycholoog die niet onder het toepassingsgebied van het koninklijk besluit nr. 78 valt, maar die zijn beroep binnen het ziekenhuis combineert met een ombudsfunctie?

De heer Didier Donfut, staatssecretaris voor Europese Zaken, toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken. - Ik lees het antwoord van de minister van Volksgezondheid.

Ik heb een koninklijk besluit ondertekend dat onverenigbaarheden vaststelt ten aanzien van de ombudsfunctie in de ziekenhuizen. Dat besluit is gebaseerd op het advies van de Federale Commissie voor de Rechten van de PatiŽnt. De onverenigbaarheden met de functie van ziekenhuisdirecteur, hoofdgeneesheer en voorzitter van de medische raad, hoofd van het verpleegkundig departement werden in dit besluit opgenomen. Het besluit zal eerstdaags worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Ook de uitoefening van een gezondheidszorgberoep zoals bedoeld in het koninklijk besluit nr. 78 is niet cumuleerbaar met de ombudsfunctie. Voor de psychologen geldt dat cumulatieverbod niet. Indien zich daardoor in ziekenhuizen reŽle problemen voordoen, kan een cumulatieverbod nog altijd worden overwogen.

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Ik dank de staatssecretaris voor het duidelijke antwoord. Ik hoop dat het koninklijk besluit zo snel mogelijk wordt gepubliceerd. Het is een stap in de goede richting en het komt al enigszins tegemoet aan onze bekommernis inzake de onafhankelijkheid van de ombudsfunctie. Het wetsvoorstel dat ik terzake heb ingediend gaat wel verder. Wat de psychologen betreft, zegt de minister duidelijk dat ze nog niet onder het cumulatieverbod vallen, maar dat zulks in de toekomst wel mogelijk is indien er problemen rijzen.